Home

Kinderen die altijd haantje-de-voorste zijn: hoe ga je daarmee om?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.

‘Sommige kinderen zijn altijd haantje-de-voorste: ze steken direct hun vinger op, praten voor hun beurt, staan vooraan in de rij en weten het goed voor zichzelf te regelen’, vertelt een bevriende juf. Die assertiviteit kan ten koste gaan van de stillere kinderen in de klas. Hoe zorg je dat iedereen aan bod komt?

Dit zeggen de deskundigen

Van nature verschillen kinderen in temperament en persoonlijkheid, zegt psycholoog en opvoedcoach Joyce Akse. ‘De een is extravert en vertelt uit zichzelf honderduit, bij de ander moet je meer moeite doen om het eruit te halen. Daar zijn kinderen voor een deel mee geboren. En daar is niets mis mee.’

Toch roept een kind dat voortdurend de aandacht opeist soms irritatie op. Volgens Jelly Bijlsma, orthopedagoog en auteur van het boek Klasse(n)krachtmet respect voor de klas, is het belangrijk om je bewust te zijn van dat oordeel. ‘In de term ‘haantje-de-voorste’ klinkt iets negatiefs door. Terwijl deze kinderen vaak ook mooie kwaliteiten hebben: ze zijn betrokken, initiatiefrijk, enthousiast en durven verantwoordelijkheid te nemen.’

Daarnaast speelt groepsdynamiek een belangrijke rol. ‘In een klas bestaan ongeschreven regels over hoe iedereen zich hoort te gedragen’, zegt Bijlsma. Ze noemt dit het ‘onderwaterprogramma’. Het is aan de leerkracht om die onderstroom bespreekbaar te maken.

Volgens Désirée Farro-Joosen, ontwikkelaar van GroepsGeluk en specialist in systemisch werken in het onderwijs, is het daarom belangrijk om verder te kijken dan het gedrag zelf. ‘Past dit aanwezige gedrag echt bij het kind, of is het een strategie om zich staande te houden in de groep?’ Er kan ook onzekerheid, behoefte aan erkenning of een zoektocht naar een plek in de klas schuilgaan.

Zo pak je het aan

De leerkracht is als een dirigent die ervoor zorgt dat niet één instrument voortdurend overheerst, maar dat het hele orkest hoorbaar is. ‘Wil één kind altijd reageren, dan kun je zeggen: ‘Ik zie dat je graag iets wilt zeggen. Jij bent zo aan de beurt, maar eerst ben ik benieuwd wat Pietje ervan vindt’’, zegt Akse. Zo begrens je zonder te veroordelen.

Praktische hulpmiddelen kunnen helpen. In de klas werken wisbordjes vaak goed: alle leerlingen schrijven eerst hun antwoord op voordat iemand mag reageren. Zo krijgt iedereen denktijd. Ook beurtstokjes kunnen helpen om beurten eerlijker te verdelen.

De experts raden aan om een gesprek te voeren met de klas. ‘Zeg bijvoorbeeld: het valt me op dat sommige kinderen vaak reageren en anderen bijna nooit. Wie herkent dat en wie niet? Wat vinden jullie daarvan? Is dat fijn of niet? Voelt dat eerlijk? Reken maar dat kinderen daar ideeën over hebben.’

Dat werkt beter dan dat de leerkracht gaat vertellen wat zij van bepaald gedrag vindt en hoe het anders moet. Bijlsma: ‘Je wilt van de klas een gemeenschap maken. En dan is het leren omgaan met verschillen. Het is geven en nemen.’

Leg de focus op de positieve eigenschappen achter het gedrag. ‘Maak een kwaliteitenmuur in de klas’, tipt Farro-Joosen. Kinderen brengen in kaart waar ze goed in zijn en wat ze bijdragen aan de groep. De leerkracht kan daarbij helpen. Zo worden kinderen bewust van de verschillende kwaliteiten die ieder klasgenootje meebrengt: de snelle denker, de stille observator, de creatieve ideeënmaker en de zorgzame helper hebben allemaal hun eigen waarde.

Daarmee verschuift de aandacht van individueel gedrag naar een grotere vraag: wat draag jij bij aan de groep? ‘Ik demonstreer dit vaak met een hangende mobiel: alle draadjes zijn met elkaar in verbinding en houden samen het geheel in evenwicht.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next