Al 248 van de 278 bankjes in het Amsterdamse Vondelpark zijn geadopteerd. En ze staan op nog veel meer plekken: bankjes die meestal (maar niet altijd) zijn opgedragen aan een overleden dierbare. Welke verhalen gaan erachter schuil?
is media- en cultuurverslaggever van de Volkskrant.
In het stadspark waar ik vanwege een kleine fysieke tegenslag de laatste tijd om de haverklap een medicinaal rondje loop, pauzeer ik vaak op een bankje. Het staat ongeveer ter hoogte van een grote omgevallen boom en kijkt uit op een stuk woest begroeid grasland met als verre blikvanger een hoge paal met een ooievaarsnest erop. Op de leuning van het bankje zit een klein plaatje bevestigd met daarop de tekst ‘Wimie Wilhelm – hou!’
‘Hé Wim, ik kom even bij je zitten’, mompel ik tegen mijn beker koffie, en dan heb ik het eigenlijk tegen actrice Wimie Wilhelm, die in 2023 plotseling en te jong overleed en die met het woord ‘hou’ veel van haar conversaties met haar dierbaren afsloot. Er had trouwens ook ‘bespottelijk!’ of ‘prima!’ kunnen staan; ik hoor haar die woorden allemaal zeggen.
Dit gedenkbankje staat in het Amsterdamse Vondelpark, maar ze staan op veel meer plekken in Nederland en elders ter wereld: bankjes in de publieke ruimte met een gedenkplaatje of inscriptie, meestal (maar niet altijd) opgedragen aan een overleden dierbare.
Ook in de popcultuur duikt dit type bankje op. In de jarennegentig-romcomklassieker Notting Hill stuiten de beroemde actrice Anna (Julia Roberts) en de simpele boekverkoper William (Hugh Grant) in een privétuin in Londen op een (echt bestaand!) bankje met de tekst: ‘Voor June, die van deze tuin hield; van Joseph, die altijd naast haar zat.’
‘Sommige mensen blijven echt hun hele leven bij elkaar’, verzucht Anna en uiteraard eindigt het stel in de allerlaatste scène van de film samen op dat bankje. Hij leest. Zij, zwanger, ligt met haar hoofd op zijn schoot – een in Birckenstock gehulde voet bungelt over de leuning.
Het is een beeld, zij het mierzoet, waarin veel van betekenis en functie van het gedenkbankje samenkomt: het is (vaak) een herinnering aan iemand die niet meer leeft, geschonken door familie of geliefde. En het bankje is een gebruiksvoorwerp, om even plaats te nemen en voor je uit te staren of juist een praatje aan te knopen met iemand die naast je komt zitten, terwijl je en passant denkt aan de persoon aan wie het bankje opgedragen is, of je die nou kende of niet.
In Nederland markeren de bankjes ook andersoortige gebeurtenissen (jubilea, de liefde). Je kunt er ook commerciële reclameuitingen op aantreffen. Hoeveel van dit soort bankjes er precies staan, in stadsparken en in de natuur, is niet precies te achterhalen, omdat ze te adopteren of te sponsoren zijn via meerdere zogenaamde terreinbeheerders, zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, met allemaal hun eigen voorwaarden, werkwijze en administratie.
In het Amsterdamse Vondelpark zijn volgens penningmeester Roel van der Burgt van Stichting Hart voor het Vondelpark inmiddels 248 van de 278 bankjes geadopteerd, tachtig procent door particulieren. Per jaar worden zo’n twintig bankjes geadopteerd.
De kans is groot dat eind volgend jaar alle bankjes een eigenaar hebben. De adoptietijd is in 2023 teruggebracht van veertig naar tien jaar, zo kunnen ze eerder van eigenaar wisselen. Een parkbankje kost eenmalig 4 duizend euro voor particulieren en 10 duizend voor bedrijven.
Bij Natuurmonumenten hebben ze geen zicht op de precieze aantallen van geadopteerde bankjes, maar volgens een woordvoerder gaat het om enkele tientallen per jaar. Ze worden het meest aangevraagd als herinnering aan life events. Een overlijden staat op nummer één als genoemde reden, er zijn ook bankjes die de liefde of een huwelijk vieren.
En er zijn mensen die een plek in de natuur zo mooi vinden dat ze daar graag zomaar een bankje sponsoren. Een bank van eikenhout kost bij Natuurmonumenten 1.450 euro, een aluminium parkbank 1.920 euro, een gietijzeren exemplaar 3.450 euro, inclusief onderhoudskosten voor tien jaar.
Staatbosbeheer plaatst ‘herinneringsbankjes’ voor een duur van zeven tot tien jaar. Een woordvoerder schat dat er 75 tot honderd per jaar worden geplaatst, maar ook daar zijn geen precieze cijfers van. De aanvragen voor bankjes komen rechtstreeks bij boswachters terecht, die een natuurgebied onder hun hoede hebben.
Staatsbosbeheer is blij met de financiële bijdragen, want de organisatie heeft zelf nauwelijks geld om bankjes te onderhouden, laat staan ze te vervangen. De bankjes kosten tussen de 1500 en 2000 euro.
Er zijn een paar regels: de bankjes moeten langs een pad staan, er mag geen ander bankje te zien zijn en de tekst erop mag niet ongemakkelijk zijn voor andere wandelaars. In een aantal gebieden van Staatsbosbeheer is inmiddels geen plaats meer voor bankjes, zoals bijvoorbeeld op Texel en Terschelling, in de Schoorlse Duinen en op een groot deel van de Veluwe.
Dit laatste doet sterk denken aan de situatie in het Verenigd Koninkrijk, waar op veel plekken een wachtlijst is voor memorial benches en in sommige gemeenten zelfs een totale stop. De gemeente van Hartlepool, een plaats in Oost-Engeland, kondigde afgelopen maart zo’n stop aan.
Dankzij die maatregel kwam ik op het spoor van hoogleraar Anne Karpf, die in 2025 een wetenschappelijk artikel schreef over het fenomeen en haar bevindingen afgelopen maart samenvatte in de Britse krant The Guardian in een opiniestuk met de titel: ‘Waarom zijn gedenkbankjes zo populair? Omdat de doden zo onderdeel blijven van het dagelijks leven.’
Karpf is aan de London Metropolitan-universiteit hoogleraar life writing and culture, een vakgebied waarbij ze zich bezighoudt met ‘creatieve non-fictie’ als memoirs en (auto)biografiën, maar ook dagboeken en online blogs. Videobellend vertelt ze vanuit haar werkkamer in Londen dat ze vermoedt dat de geschiedenis van haar ouders haar belangstelling voor de gedenkbankjes heeft aangewakkerd.
Als dochter van Pools-Joodse Holocaust-overlevers is er maar van één van haar grootouders een fysiek graf te bezoeken, en daarom houdt ze zich graag bezig met hoe mensen worden herinnerd en herdacht.
Volgens Karpf zijn de bankjes historisch gezien vooral een Angelsaksisch, en inmiddels ook een Noord-Europees fenomeen. Dat werd haar zeven jaar geleden duidelijk, toen ze zich in het onderwerp begon te verdiepen en erover sprak op een congres in Madrid.
De Spanjaarden luisterden daar vol interesse maar zonder enige herkenning naar haar verhaal. Karpf: ‘Ik ging om me heen kijken en realiseerde me: in Madrid staan die bankjes helemaal niet. In katholieke landen, waar de kerk nog een grote rol speelt, herdenken ze waarschijnlijk toch meer op religieuze plekken of begraafplaatsen. Misschien gaan ze er ooit komen, in de toekomst, als de invloed van de kerk afneemt.
‘Op het kerkhof ben je dicht bij het lichaam van de overledene. Bij een bankje ben je daar ver vandaan, maar je bent wel dicht bij de herinnering aan de persoon die daar leefde en een relatie had met de omgeving.’
En wie een bankje sponsort, doet tegelijkertijd ook iets tastbaars voor de gemeenschap, zegt ze: ‘Dat is een gul gebaar en van grote waarde in deze neoliberale, individualistische tijd.’
Hoeveel bankjes er precies in het Verenigd Koninkrijk staan, heeft Karpf niet kunnen achterhalen. Het zijn er zeker vele duizenden, maar ook in Engeland is er geen database. Daarom verwijst ze in haar artikel naar de website openbenches.org, een opensourcesite waar op dit moment ruim 41 duizend bankjes geregistreerd staan van over de hele wereld. Veruit de meeste daarvan in het Verenigd Koninkrijk (ruim 36 duizend), in Nederland zijn er 150 geteld en geüpload.
Die site is zeer eenvoudig en doeltreffend vormgegeven. Al scrollend kun je bankjes aanklikken op een grote wereldkaart, waarna je de precieze locatie te zien krijgt op een kaartje, en een foto van het opschrift. Iedereen die dat wil, kan bankjes toevoegen.
Het is het gezamenlijke project van het echtpaar Liz en Terence Eden uit Oxford. Liz is gepensioneerd universiteitsbestuurder, Terence is bestuurslid van een non-profitorganisatie. Het idee voor de website ontstond tien jaar geleden, toen Liz en Terence als fervente wandelaars steeds maar weer op gedenkbankjes stuitten.
Terence, ook via een beeldscherm: ‘Als je kijkt naar de teksten op bankjes, hebben die vaak eenzelfde soort strekking. Het is altijd: stop, kijk nou eens om je heen, geniet van de omgeving. Kijk toch naar dit geweldige uitzicht, want het leven is kort, geniet ervan.’
Liz vult haar man aan: ‘Wij dachten: die boodschap is het waard om gedeeld te worden. Het gaat over gewone mensen die gewone levens leidden, herinnerd door hun dierbaren. Wij vonden het een mooie gedachte om die herinneringen te digitaliseren en zo te versterken. We hopen ook dat we mensen aansporen om bankjes te gaan zoeken en te fotograferen in hun eigen omgeving, waardoor ze hun lokale gemeenschap een beetje beter leren kennen.’
De website heeft geen advertenties. Voor wie het project wil steunen, is er merchandise te koop, onder meer bekers en truien met het logo van de website. ‘We willen geen geld verdienen aan rouw, we willen niet de wereld veranderen’, zegt Terence. ‘We willen alleen een beetje vrolijkheid verspreiden.’
Terence is persoonlijk zeer gecharmeerd van bankjes die opgedragen zijn aan overleden katten. Liz heeft een andere favoriet. Het bankje staat op Berkeley Square in Londen, met als tekst: ‘Op deze plek gaf de beruchte kunstenares Tracey Emin in 2007 al haar rebelse geloofwaardigheid als kunstenaar op toen ze besloot lid te worden van de Royal Academy of Arts’. Die tekst komt zeer waarschijnlijk van een andere kunstenaar, en is, uiteraard, een grap; dat is ook wat Liz zo leuk vindt aan dit bankje.
Het is een terugkerend thema als het over gedenkbankjes gaat: humor. Een foto van een ander bankje die online nog steeds veel wordt gedeeld komt uit een park in Noord-Londen, met als opschrift: ‘Ter herinnering aan Roger Bucklesby, die dit park haatte, en ieder mens erin trouwens ook.’
Hoe grappig ook, de knorrige Bucklesby die ook na zijn dood lekker doormoppert, is verzonnen door schrijver Jamie Maslin, die naar verluidt dit opschrift op het bankje schroefde de dag voordat hij naar Australië emigreerde.
Ook hoogleraar Anne Karpf raakte tijdens haar onderzoek onder de indruk van de spitsvondigheid van de teksten op gedenkbankjes. Zoals deze, in Noord-Engeland: ‘Dit bankje is opgedragen aan de mannen die hun levenslust verloren terwijl ze hun partners volgden langs de schoenenwinkels in Chester.’ Of die in Bristol, ook weer het werk van een kunstenaar: ‘Voor mijn geliefde 06.09.69 - 25.12.23. Echtgenoot, Vader, Vreemdganger – Ja, Roger, ik heb het altijd geweten.’
Karpf wist daarom zeker dat het bankje waar ze op stuitte op de South Bank in Londen een grap moest zijn: ‘Herinnering aan de Onbekende Echtgenoot – vaak ingebeeld, zeer hevig gewenst, nooit gevonden.’ Maar, zegt ze: ‘Het bleek echt van een vrouw te zijn die het zo zat was, aan het einde van de zoveelste relatie, dat ze deze tekst op een bankje zette.’
Dat vindt Karpf een mooie gedachte, dat wij nu het leven bespreken van een ons onbekende, heel gewone vrouw. ‘Dit is dus wat we in mijn vakgebied life writing noemen. Vroeger waren biografieën alleen weggelegd voor broemdheden; als je een man was die toch op z’n minst een groot leger had geleid. Met de teksten op bankjes willen mensen de doodgewone levens van hun familieleden of geliefden vieren, dat vind ik elke keer weer erg ontroerend.’
Op een zonnige dag maak ik een zo scherp mogelijke foto van het bankje van Wimie Wilhelm in het Vondelpark en het plaatje met de inscriptie. Die foto voeg ik toe aan de database van de Open Benches-website. Wimies bankje staat nu op de wereldkaart; het is nummer 41 752.
Lute Wilhelm (29, basisschooldocent) bij het bankje in het Amsterdamse Vondelpark ter nagedachtenis aan haar moeder Wimie.
‘Vlak nadat mijn moeder was overleden, kwamen mijn twee beste vriendinnen Hanne en Floor me halen terwijl ik aan het werk was in een restaurant. Ik moest met ze mee, een blinddoek om, en toen brachten ze me naar het Vondelpark. Daar zag ik dit bankje voor het eerst. Alle mensen met wie ze het geadopteerd hadden, stonden me daar op te wachten. Ze hadden dit samen bedacht en geregeld, met het idee dat er dan een plek zou zijn waar iedereen even bij Wimie zou kunnen zitten.
‘Ik had dit zelf niet kunnen verzinnen, maar het is zo veel beter dan een grafzerk op een begraafplaats. Dat vind ik zo erg een plek voor de dood, en dat is dus echt totaal niks voor mijn moeder. Ik zou me dan ook schuldig voelen als ik er niet genoeg heen zou gaan.
‘Dit bankje staat precies tussen mijn huis en mijn werk in. Ik fiets er elke dag langs en dan ga ik vaak even zitten. Ik heb er ook weleens echt moeten huilen. Het leven gaat zo snel en dit is een plek waar ik gedwongen word me haar te herinneren. Dat is niet altijd leuk, maar toch ook fijn. Soms fiets ik erlangs en zeg ik: ‘Hoi mam.’ Ik vind het ook altijd leuk als ik mensen zie borrelen of zoenen op het bankje.
Mijn moeder schreef altijd ‘hou’ onder de briefjes die ze naar mij als kind schreef. Later deed ze dat ook aan vrienden en geliefden. Toen ik 19 was heb ik ‘hou’ op mijn arm laten tatoeëren in haar handschrift. Het betekende: Ik hou van jou, maar ik denk dat het naar mij ook bedoeld was als: hou vol, of hou vast: dat het allemaal wel goed zou komen. Soms schreef ze: hou ziels! Dat was de overtreffende trap.’
Karolien (57), Kristien (64), Leen (64) en Liesbet Boonen (63) uit België bij het bankje op Schouwen-Duiveland ter nagedachtenis aan hun moeder.
Karolien: ‘Onze moeder is een jaar geleden overleden. Ze was 86. Mijn oudste dochter Anke kwam op het idee van een herinneringsbankje en mijn man heeft het uiteindelijk geregeld met de boswachter van Staatsbosbeheer hier. Wij hebben in Haamstede een huisje op het Landalpark.’
Kristien: ‘En wij komen met onze familie al sinds de jaren zeventig op Schouwen-Duiveland, voor vakantie. We gingen toen nog op de fiets, op gewone fietsen hè, zonder versnelling, vanuit België naar Julianahoeve, een camping aan zee in Renesse. Dat was 120 kilometer fietsen. En nu komen we er allemaal nog steeds heel graag.’
Leen: ‘Mijn moeder hield erg van de wind, de zee, het duin.’ Liesbet: ‘Ze leefde echt op van de wind, ze vond het heerlijk om dan te wandelen. Het maakte haar ook niet uit of het regende; gewoon, naar buiten. Dat hebben wij wel allemaal van haar geërfd.’
Kristien: ‘Onze moeder hield erg van poëzie over de zee. De tekst die op het bankje staat vonden we bij haar, die had zij bewaard. Die staat ook op de rouwkaart. We weten niet wie de schrijver ervan is, en dat hebben we ook niet kunnen vinden.’ Karolien (uit het hoofd): ‘‘Als je me zoekt, zoek dan niet aan vreemde kusten. Zoek mij dan op het hoogste duin waar de wind het zand uiteen doet stuiven.’ Het bankje kijkt uit op het hoogste duin.’
Liesbet: ‘In het najaar gaan we met het hele nageslacht hiernaartoe, dan zijn we wel met 35. Dan gaan we met de hele bende wandelen en natuurlijk met z’n allen naar het bankje. Daar gaan we een jaarlijks terugkerende familietraditie van maken.’
Karolien: ‘De vraag is even hoe we onze vader bij het bankje krijgen. Hij is 91 en loopt met een rollator en je kunt niet met de auto bij het bankje komen. Hij zou in een rolstoel kunnen, er loopt een pad waar die overheen kan, maar we weten nog niet of hij dat wil.’
Steef Hallegraeff (66) uit Haarlem kreeg bij zijn pensionering van zijn werkgever een Natuurmonumenten-bankje in de Kennemerduinen.
‘Ik ben twee jaar geleden met pensioen gegaan. Bij mijn afscheid kreeg ik dit bankje aangeboden door de directie van de Technische Unie. Ik was daar verkoopdirecteur, ik gaf leiding aan zevenhonderd collega’s en ik onderhield de relatie met een aantal grote klanten. Een paar jaar voor mijn pensioen werd mijn taak binnen de directie om de bewustwording van de medewerkers te vergroten op het gebied van duurzaamheid.
‘Mijn vrouw en ik waren al heel lang lid van Natuurmonumenten, en van de Vogelbescherming trouwens ook. Dus toen heb ik contact gezocht met Natuurmonumenten en hebben we een project opgezet waarbij medewerkers van de Technische Unie samen met de boswachters van Natuurmonumenten sloten gingen uitbaggeren, exoten verwijderen, bomen planten, snoeien, noem maar op. Dat deden ze voor de helft in hun eigen tijd en de andere helft in tijd van de Technische Unie. Op die manier was het ook meteen een soort teambuildingevenement.
De inscriptie is: ‘De toekomst komt naar je toe’. En daaronder staat: ‘Techniek en natuur gaan hand in hand.’ Laatst was ik bij het bankje en zag ik dat iemand met een dikke stift de onderste zin had doorgestreept en er ‘blablabla’ bij had geschreven. Aan de ene kant begrijp ik dat wel. Als je op het bankje zit, zie je net nog een schoorsteen van de Hoogovens. En als je daarnaar kijkt, snap ik wel dat je denkt: natuur en techniek gaan hand in hand, het zál wel.
‘Maar aan de andere kant, met techniek kun je veel doen om juist ook de CO2-reductie te realiseren. Dus ja, in die zin vind ik het zeker wel kloppen. Voor mij is het bankje een mooi symbolisch cadeau. Het staat voor het afscheid van mijn werkende leven en voor mijn liefde voor de natuur.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant