Home

Defensie-groeistuip legt kloof bloot: ministerie wil snelheid, parlement wil transparantie

Defensie besteedt geld als water om in rap tempo op te schalen, maar deelt minder informatie. Dat leidt tot zorgen in de Tweede Kamer, die de uitgaven niet goed kan controleren. Anderen vrezen dat transparantie groei vertraagt, juist nu haast geboden is.

is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.

Bij een krijgsmacht die zo snel moet groeien, is het niet gek dat je af en toe groeistuipen ziet, vindt Jaime Karremann van Marineschepen.nl, Nederlands best ingevoerde journalist inzake het reilen en zeilen van de Koninklijke Marine. De Volkskrant spreekt hem in een koffietent in het Oostelijke Havengebied van Amsterdam, het stadsdeel waar vroeger handels- en oorlogsschepen werden gebouwd.

Die tijd is allang voorbij. Wat overbleef aan scheepsbouw in de Koude Oorlog is sindsdien grotendeels weggevaagd door Aziatische concurrentie. Werven sloten en de planningscapaciteit op het ministerie van Defensie werd drastisch afgeslankt. Dat verklaart deels alle huidige vertragingen bij de wederopbouw van de vloot, zegt Karremann. En de dingen die fout gaan.

Als voorbeeld noemt hij de multifunctionele ondersteuningsvaartuigen: kleine vaartuigen met geen of nauwelijks bemanning. ‘Voorzien van onder andere luchtverdedigingsraketten, moesten deze scheepjes meevaren met fregatten voor extra vuurkracht. Er was haast en dus werd een bestaand civiel schip gekozen, maar dat bleek niet te voldoen en nu loopt het project jaren vertraging op.’

Meer geld en minder informatie

Het verhaal over de kanons (de gebruikelijke meervoudsvorm in de marine) op luchtverdedigings- en commandofregatten is een ander voorbeeld. ‘Na levering van het eerste Italiaanse kanon in 2023 ging het mis. Er waren problemen bij de verbouwing van Zr.Ms. Evertsen en de koppeling van het kanon aan de software van het schip.

‘Toen bij de recente missie van de Evertsen bleek dat het kanon nog niet functioneert, zei minister Dilan Yesilgöz dat de Kamer hierover al was ingelicht. Dat klopt op zich, maar daarin stond niet dat de Evertsen mogelijk jaren zonder werkend kanon zou varen. Toch zijn nauwelijks vragen gesteld over de kanons, terwijl het om een project van ruim 140 miljoen euro gaat.’

Dat er dingen misgaan, is het probleem niet, zegt Karremann. Wat wel een probleem is, zegt hij, ‘is dat Defensie veel meer geld uitgeeft, maar minder informatie deelt’.

Andere afwegingen

Het is een trend die ook Kamerleden zorgen baart. ‘Geeft Defensie het geld uit op de meest doordachte manier?’, vraagt Laurens Dassen, leider van de eenmansfractie van Volt, zich af. Hij erkent ronduit: ‘De controlefunctie van de Tweede Kamer daarop is minimaal.’

Defensie bestrijdt dat de informatievoorziening aan de Kamer minder is geworden. Afspraken daarover, vastgelegd in het zogeheten Defensiematerieelproces, zijn de afgelopen jaren niet veranderd.

‘Wel kiest Defensie waar mogelijk voor efficiëntie, bijvoorbeeld wanneer het brieven bundelt, om zo sneller te werk te kunnen gaan. Ook vindt de verantwoording vaker vertrouwelijk plaats. Beide veranderingen hebben te maken met de toenemende geopolitieke onveiligheid. Snelheid is geboden om zo snel mogelijk op te schalen. Vertrouwelijkheid is geboden vanwege de bescherming van de operationele- en veiligheidsbelangen’, aldus het ministerie.

Over ‘informatie over specifieke tijdslijnen, aantallen en de kosten van het materieel’ kon Defensie vroeger transparanter zijn, zegt het departement. Nu worden andere veiligheidsafwegingen gemaakt. ‘De Kamer wordt over deze geheime informatie vertrouwelijk geïnformeerd. Dit alles is gebeurd in overleg met de Kamer en beantwoordt ook aan oproepen vanuit de Kamer om sneller te werk te gaan en waar mogelijk zaken vertrouwelijk te delen.’

Projectenoverzicht

Na een kwarteeuw drastisch bezuinigen stijgen de defensieuitgaven snel, onder druk van de dramatisch verslechterde veiligheidssituatie in Oost-Europa, en van de Amerikanen die vinden dat Europa zijn broek zelf moet ophouden.

Nederlanders tonen hier begrip voor, maar diepgeworteld lijkt die steun niet. In een Ipsos-peiling vorig jaar steunde 40 procent van de respondenten de hogere uitgaven, maar als die ten koste gaan van de aanpak van binnenlandse problemen krimpt de steun tot circa 30 procent.

Als woensdag de defensiecommissie in debat gaat met staatssecretaris Derk Boswijk (CDA) over het materieelbeleid, doen ze dat op basis van het 162 pagina’s tellende Defensie projectenoverzicht 2026, dat kort geleden verscheen en een overzicht biedt van 112 materieelprojecten boven de 50 miljoen euro – 27 meer dan vorig jaar. Intussen werkt Defensie nog aan een inhoudelijke onderbouwing van de plannen in een Defensienota, en is het ministerie van Buitenlandse Zaken bezig met een nieuwe veiligheidsstrategie.

Moeilijk te controleren

Karremann signaleert dat de expertise in de Kamer is afgenomen vergeleken met vijftien of twintig jaar geleden. Er wordt vanuit Defensie minder gerapporteerd over afzonderlijke projecten, en in de Kamer is er minder debat over grote aankopen. ‘Er is geen enkel debat over de nieuwe fregatten. De bewindslieden krijgen het steeds makkelijker.’

Kati Piri (Progressief Nederland) beaamt dat het moeilijk is Defensie te controleren en wijst op een structureel probleem: gebrek aan ondersteuning. ‘Daarin zit een gigantisch verschil met de ondersteuning die ik had als Europarlementariër. Daar had ik vier assistenten, mijn fractie had een beleidsondersteuning van tweehonderd mensen, en het Europees Parlement zelf beschikte over circa honderd onderzoekers, die onderzoek konden doen voor individuele parlementariërs. Dat was zo fijn, en hielp enorm.’

Daarbij heeft Piri moeite met het toegenomen aantal vertrouwelijke brieven en briefings. ‘Ik lees die vertrouwelijke stukken niet, want ik kan er niks mee. Als je daarin iets leest of hoort, mag je het niet meer publiekelijk gebruiken.’

Dassen herkent dat. ‘Het is een dilemma, want veel van die informatie is ook online te vinden. Je voert het debat liefst zo publiek mogelijk, dus we moeten oppassen dat met het excuus van nationale veiligheid niets meer gedeeld kan worden.’

Dieuwertje Kuijpers, ervaren defensiejournalist van Follow The Money, vindt ook dat Defensie ‘steeds minder transparant’ wordt. ‘De Russen hoeven niet te weten wat we aan het doen zijn. Maar het is nu zo erg dat het ook als journalist vrijwel onmogelijk is om gewoon te toetsen. Dat zie je bij het personeelsbeleid ook. Er is meer geld, maar de mogelijkheid om te controleren is gedaald. De balans is zoek.’

Taxibaas wordt wapenhandelaar

Dat sommige transacties vragen oproepen, beschreef Kuijpers onlangs in een verhaal over de voormalige ‘taxibaas’ en nu wapenhandelaar Martijn Walraven, die volgens FTM voor minimaal 200 miljoen euro wapencontracten afsloot met de Taskforce Oekraïne binnen Defensie (in de wandelgangen ook wel ‘Taskforce Cowboygenoemd), die de militaire hulp aan Oekraïne organiseert.

‘Hoe is het mogelijk dat in Nederland, dat zoveel maritieme toeleveranciers heeft, grote opdrachten voor Oekraïne op maritiem gebied voor een groot deel worden gegeven aan een voormalig baggeraar en voormalige taxibaas uit Limburg, die geen enkele ervaring heeft met dit soort opdrachten in deze context?’, zegt Kuijpers.

‘Hij produceert zelf niks, maar verkoopt via ondoorzichtige bedrijfsconstructies dingen door. Die vraag krijg ik niet beantwoord, maar het heeft zeker te maken met snelheid.’

Walraven, die alle aantijgingen over dubieus handelen ontkent, probeerde in een kort geding tegen FTM de publicatie van het stuk te voorkomen; die zou volgens hem leiden tot ‘veiligheidsrisico’s’ voor Walraven en zijn familie en een ‘ongerechtvaardigde inbreuk zijn op zijn persoonlijke levenssfeer’. Maar de rechter oordeelde dat publicatie een ‘groot publiek belang’ diende.

Coalitiepartij D66 stelde op 15 april Kamervragen naar aanleiding van het FTM-artikel. In hun antwoord lieten minister Yesilgöz en staatssecretaris Derk Boswijk weten dat Defensie ‘niet voornemens is om nieuwe overeenkomsten met dit bedrijf te sluiten’. Ook zeggen de bewindslieden een ‘verkennend onderzoek’ te zijn begonnen naar aanleiding van ‘dit signaal’.

Te traag

Waar sommigen bezorgd zijn over de controle op de uitgaven, zijn anderen bezorgd dat de Nederlandse herbewapening niet snel genoeg gaat. Zo iemand is Gijs Tuinman, de gedecoreerde oud-militair die namens BBB twintig maanden staatssecretaris van Defensie was in het kabinet-Schoof.

‘De dreiging is reëel, hè?’, zegt hij. ‘De snelheid waarmee je de krijgsmacht moet opbouwen, is niet die van het reguliere Nederlandse tempo: de Russen bepalen de snelheid. In Oekraïne zien we hoe snel dat moet gaan. Hier gaat het nog niet snel genoeg.’

Tuinman vindt dat de Kamer te veel wordt geïnformeerd. ‘We zijn doorgeschoten. In dat projectenoverzicht staat letterlijk wanneer de Tomahawks binnenkomen en hoeveel ze vertraagd zijn. En dat geldt voor alle grote strategische projecten boven de 250 miljoen euro. Met minister Brekelmans heb ik de lijn ingezet om meer vertrouwelijk te delen. Ambiguïteit over waar je kwetsbaarheden zitten, hoelang je het kunt volhouden, wat je munitievoorraden zijn, is nodig.’

Hij ziet de bezwaren van Piri en Dassen tegen vertrouwelijke informatie. ‘Ik snap ze. Maar we leven in bijzondere omstandigheden.’ Voor zowel hulp aan Oekraïne als de wederopbouw van de krijgsmacht geldt volgens hem: ‘Haast is geboden – en dan komt de naleving van de regels soms onder druk te staan.

‘De Kamer heeft de afgelopen jaren gelukkig een aanjagende rol gespeeld: maak haast, er mogen dingen misgaan. Dat is ook wat wij intern zeiden: neem risico’s! Het mág fout gaan, projecten mogen misgaan. Maar als je die falende projecten er de hele tijd uit gaat lichten, verlies je die snelheid.

‘Intern hebben we gezegd: zorg dat er meer munitie komt, meer vliegtuigen, meer gevechtskracht. Dat gaat soms schuren. De Rekenkamer stelt meer onrechtmatigheden vast. Nou, dat klopt. Maar is het een goed project als je al je vinkjes keurig gezet hebt, en de spullen in Oekraïne vier maanden te laat aankomen en niet meer nodig zijn?’

Afhankelijkheid van de VS

Dit gevoel van urgentie is gegrond in het besef in militaire kringen dat de Navo-bondgenoten momenteel onvoldoende middelen hebben om een grootschalige oorlog, zoals die nu tegen Oekraïne wordt gevoerd, lang vol te houden. Maar in de Kamer wedijvert die militaire perceptie met andere politieke doelstellingen, zoals die bij linkse oppositiepartijen om geen militair materieel meer te kopen van Israël – en het liefst ook niet van de VS.

‘Ik begrijp het gevoel van urgentie wel’, zegt Dassen, ‘maar we moeten ook kijken hoe je voor langere tijd veilig bent en hoe we als Europa onafhankelijk worden van de VS. Dat staat haaks op sommige investeringen die Defensie nu doet. Zo klinken we ons weer vast aan de Amerikaanse industrie.’

Het kabinet-Jetten streeft naar zoveel mogelijk Europese inkopen, maar net als onder het vorige kabinet is de tijdsfactor bepalend: als de Europese alternatieven pas na jaren in zicht komen, is het te laat.

Kuijpers: ‘Ik ben het eens met wat Tuinman zegt over de noodzaak van snelheid, maar ik zie de afwikkeling van het verhaal over de wapenhandelaar Walraven vooral als een stresstest voor het systeem’, zegt ze. ‘Dat er dingen mis kunnen gaan, is logisch. Maar hoe ga je ermee om als je erachter komt? Kun je dan lerend vermogen tonen?’

Vrees voor verlamming

De groeistuipen van Defensie verbazen niemand, de kloof openbaart zich in de antwoorden op de vraag hoe hiermee om moet worden gegaan. Piri wijst op de risico’s van de huidige aanpak. ‘Het behoud van dat draagvlak is heel belangrijk. Ik vind het politiek heel gevaarlijk hoe ze hiermee omgaan.’

Tuinmans zorg is juist dat grotere controledrift van de Kamer een verlammend effect zal hebben op defensie, in een tijd waarin doorschakelen nodig is. ‘Het allergrootste risico is nu dat de Kamer gaat zeggen ‘de regering geeft niet genoeg informatie’. Dan gaan niet de bewindspersonen, maar de ambtenaren op de rem trappen.’

De oud-staatssecretaris vreest dat de ambtelijke en militaire top die een kwarteeuw neergang heeft begeleid, misschien niet geknipt is voor snelle groei. ‘Zelensky heeft zijn ‘close thirty’: dertig mensen om zich heen die 80 procent van het werk doen. De rest werkt het uit en maakt het beter. Wij hebben een bewindspersoon met achthonderd mensen om zich heen die vooral problemen analyseren en adviseren dingen niet te doen. De oplossingsrichtingen blijven vaak achterwege.’

Source: Volkskrant

Previous

Next