Oorlog in Oekraïne Lange-afstandsdrones die bedoeld zijn voor doelen in Rusland en Oekraïne, duiken steeds vaker op boven Europees grondgebied. Verdwaalde drones zorgen voor gewonden, politieke crises en groeiende twijfels over de veiligheid van de EU-grenzen. „Alles is mogelijk nu, een drone kan zich heel anders gaan gedragen dan oorspronkelijk gepland”.
Een drone bij de Wild Drones, een militair drone-evenement in West-Oekraïne waar militairen en techbedrijven naartoe komen . Op de foto de FPV-competitie (First Person View), op 19 mei.
Explosieve lange-afstandsdrones die zijn afgevuurd in de oorlog tegen Oekraïne bereiken steeds vaker Europa. Afgelopen week raakten een Roemeense moeder en dochter lichtgewond doordat een Russische drone insloeg op hun flatgebouw in een woonwijk. Het was de zevenenveertigste Russische drone die Roemenië bereikte.
En twee weken geleden zaten Litouwse parlementsleden op bankjes in de schuilkelder onder het parlement. De president en premier werden overgebracht naar noodopvangcentra in Vilnius, inwoners van de stad kregen het dringende advies een veilige plek op te zoeken en het weg- trein- en vliegverkeer lag een tijdje volledig stil.
De incidenten tonen het tekortschieten van de Europese luchtafweer. De twee Oekraïense drones die op een leegstaand olieopslagterrein neerstortten in Letland brachten de regeringscoalitie ten val. De Letse premier Evika Silina eiste het ontslag van defensieminister Andris Spruds, omdat volgens haar de antidrone-systemen te laat waren ingezet. Een dag eerder werd een drone boven Estland nog wel uit de lucht gehaald door een Roemeens NAVO-vliegtuig.
Maar vallen de EU-grenzen tegen drones wel volledig te beveiligen? Spruds stapte op en zei later dat er „geen wondermiddel” bestaat om onbemande drones te stoppen: „Ik heb altijd gezegd dat het moeilijk is om drones te besturen die hun koers kwijt zijn.”
Deelnemer aan Wild Drones. Hij houdt zijn drone vast die crashte in de buis.
Experts zijn het met hem eens. Zowel Oekraïne als Rusland gebruikt méér drones die sneller, verder en hoger kunnen vliegen dan voorheen en met méér explosief gewicht op de vijand afkomen. „Dan groeit de kans dat het wapentuig de verkeerde kant op vliegt en de verkeerde mensen raakt,” zegt Mart de Kruif luitenant-generaal buiten dienst, telefonisch.
In de lucht boven Oekraïne en Rusland is bovendien een continue defensieve wapenwedloop gaande. De massale ontwikkeling en toepassing van drones als alternatief voor raketten op de middel- en lange afstand, dwingen tot creativiteit, wat leidt tot onverwachte gevolgen.
„De ontwikkeling van luchtafweersystemen is heel actief op dit moment”, zegt Viktor Grygorenko van het Oekraïense dronebedrijf Wingtech. Beide zijden gebruiken elektronische oorlogsvoering om de navigatie van aanvalsdrones te verstoren. Zoals gps-jamming (waardoor drones hun signaal verliezen en de richting kunnen kwijtraken), gps-spoofing (waardoor de drone naar een andere bestemming misleid kan worden) en ruis op het radiokanaal (waardoor ze aansturing verliezen).
Het gevolg van zulke succesvolle afweer is dat een drone het luchtruim van een ander land kan binnenvliegen. „Alles is mogelijk nu, een drone kan zich heel anders gaan gedragen dan oorspronkelijk gepland”, zegt Grygorenko.
Om invloed van de veelvoorkomende afweermethoden te omzeilen, navigeren lange-afstandsdrones nu ook steeds vaker met meerdere systemen. Zo kunnen ze uitgerust worden met bijvoorbeeld Starlink, of AI-beeldherkenning. Dat laatste ontwikkelt het bedrijf Trident. Dat levert camera’s, ongeveer zo groot als een smartphone, waar AI-technologie in zit.
„Een soort van hersenen voor de drone’”, zegt Trident-directeur Joeri Hoementsjoek. Zo’n ‘brein’ kijkt naar beeld op de grond en navigeert door de patronen te vergelijken met die op een geüploade routekaart van satellietbeelden. De AI helpt daarbij om weersomstandigheden, seizoenen en licht-omstandigheden weg te denken. Zo’n 10 procent van de Oekraïense lange-afstandsdrones gebruikt volgens Hoementsjoek deze techniek.
„Als dit goed werkt, is een drone niet meer te stoppen”, zegt Hoementsjoek. „Maar als bijvoorbeeld de gps heel lang gejammed wordt, en een drone over een plat gebied met veel groen vliegt zonder patronen om te oriënteren, kan de drone toch uit koers raken. De drone vergelijkt op basis van een uitgestippelde route en heeft niet de hele kaart”.
De lange-afstandsdrones komen nu dus niet alleen maar via Oekraïne Europees grondgebied binnen. De aan de Baltische Zee gelegen regio Leningrad, waar Sint-Petersburg de hoofdstad van is, werd vorige maand officieel uitgeroepen tot ‘frontliniegebied’. De aanleiding was dat er in drie maanden tijd 243 Oekraïense drones waren neergeschoten in de regio. Andro Mathewson promovendus in War Studies aan het prestigieuze King’s College Londen, analyseert de impact van Oekraïense ‘deepstrike’ aanvallen op basis van openbare bronnen.
Hieruit blijkt dat Oekraïne in de afgelopen twee jaar vrijwel elke dag, 94 van de 100 dagen, aanvallen uitvoert op Rusland met lange-afstandsdrones. En in maart en mei dit jaar stuurde Oekraïne voor het eerst méér van zulke drones af op Russische doelen dan andersom.
Mathewsons data toont vijf vluchtrichtingen. Daaruit blijkt dat de aanvallen richting het oosten, zoals de Wolga-stad Kazan en verder, het minst vaak worden onderschept. Aanvallen richting de Krim en Zuid-Rusland het vaakst – maar omdat Oekraïne die richting het meest aanvalt, komen daar ook de meeste treffers. De drone-aanvallen richting het noorden – Moskou en Leningrad- regio’s – worden na de Krim het vaakst uitgeschakeld.
De cijfers zijn een optelling van het aantal geverifieerde ‘hits’ en de door het Russische ministerie van Defensie gerapporteerde onderscheppingen. Hoewel het exacte aantal onderscheppingen niet geverifieerd kan worden (en militairen er belang bij kunnen hebben hun eigen effectiviteit in de rapporten op te poetsen) zijn experts het erover eens dat de bredere trend – sterke toename – wel klopt. Het lukt Oekraïne steeds vaker om Russische radarsystemen, brandstof- en munitieopslagen, militaire luchthavens, olieraffinaderijen en andere doelen te raken.
Een van de wedstrijden tijdens Wild Drones, op 20 mei.
Een aanvalsdrone, Vampire van SlyFall, wordt geprepareerd.
Een landdrone van de firma DevDroid.
Voor zover bekend waren de drones boven Estland en Letland uit Oekraïne onderweg naar doelen in Rusland, maar zijn ze vermoedelijk door elektronische verstoringen van koers gebracht. Vanuit Kaliningrad is Rusland in staat om gps-signalen tot 450 kilometer van de exclave te verstoren. Dat dekt bijna heel Litouwen, Estland, Polen en de zuidkust van Zweden. Volgens de Litouwse autoriteiten heeft Moskou het aantal antennes dat spoofing-signalen kan uitzenden afgelopen jaar uitgebreid van 3 naar 36.
Ondertussen beweert Moskou dat Oekraïne de Baltische Staten gebruikt om doelen in Rusland aan te vallen – een beschuldiging die door de drie landen hevig wordt ontkend. Volgens de landen gebruikt Rusland de incidenten om een wig te drijven tussen Oekraïne en de Europese Unie. In een gezamenlijke verklaring halen de Baltische Staten uit naar Moskou die een „flagrante desinformatiecampagne en verzonnen beschuldigingen gebruikt om zijn eigen militaire mislukkingen te verbergen”.
Voor Oekraïners voelt het als een wrang verschil: waarom zijn de lange-afstandsdrones een groter probleem als ze op EU-gebied belanden? Zij luisteren al ruim vier jaar dagelijks naar de karakteristieke motorgeluidje en de moordende drone-explosies. Met name in het verkeerde keelgat schoot de uitspraak van de Roemeense president Nikusor Dan, afgelopen zondag, die in een televisie-interview stelde dat „wanneer [de Russen] [Oekraïense] steden aan de andere kant van de Donau aanvallen, moeten ze zich ervan verzekeren geen Roemeense burgers te schaden.”
„Het beste dat Europa kan doen is accepteren dat er drones die kant op komen”, zegt Hoementsjoek. „Ga ervan uit dat je weet dat er veel Russische aanvallen in de buurt van de Poolse grens komen, en installeer daar luchtafweer. Misschien kun je daarmee ook de steden langs de grens in Oekraïne beschermen.”
Drones passeren tijdens de FPV-competitie door poorten, 19 mei.
De Europese Unie neemt de verdwaalde drones in elk geval serieus. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen bezocht vorige week de Baltische Staten en verklaarde dat het niet gaat om „geïsoleerde incidenten”, maar om „een weloverwogen strategie van Rusland om onze democratische samenlevingen te destabiliseren.”
De Europese Commissie heeft 800 miljard euro gereserveerd voor defensie-uitgaven, waarvan een groot gedeelte bestemd is voor de oostflank van Europa. Naar verwachting moet eind 2027 een zogenoemde ‘drone-muur’ operationeel zijn: een antidronesysteem dat met 5g-antennes, radars, en AI-gestuurd, drones moet kunnen onderscheppen. Tot die tijd, zo zei Von der Leyen, is „dit de realiteit van de oostgrens van Europa”.
Toch moet de effectiviteit van afweersystemen niet overschat worden. Het lukt Oekraïne noch Rusland om alle lange-afstandsdrones bij een aanval uit te schakelen. En een specifiek tegen drones ontwikkeld systeem was aanwezig in Roemenië bij de geraakte stad Galati: het Amerikaanse antidronesysteem Merops. Toch heeft de luchtafweer besloten het niét te gebruiken. Omdat de drone door laag vliegen onder de radar bleef, werd die te laat ontdekt, en kon het neerschieten een gevaar voor de burgerbevolking opleveren.
„Het is gewoon heel erg lastig jezelf te verdedigen. Als je een drone een traject langs de grens ziet volgen en die gaat ineens afbuigen, dan is het best wel moeilijk om daar op tijd nog iets tegen te doen”, zegt Jacco Dominicus, die zich als onderzoeker bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum onder meer buigt over de effectieve afweer. „Er is nu zo veel activiteit daar, en het grootste deel gaat van Rusland naar Oekraine en van Oekraine naar Rusland. Je weet niet wanneer en waar er wordt afgezwaaid.”
Generaal buiten dienst Mart de Kruif beaamt dat. „Je kunt niet heel de oostflank van de NAVO dichtzippen met luchtafweer. Dat gaat je niet lukken. Luchtverdediging is gewoon een schaars middel”, zegt hij.
Zelfs als het veilig kan, is schieten niet altijd het beste besluit. „Drones kunnen ook met opzet zogenaamd uit de richting gaan, en op die manier heel veel informatie leveren over de luchtafweer. Wat voor radars zijn er, wat is de frequentie waarop wordt gemonitord?”, zegt De Kruif. Informatie vergaren met misleiding hoort ook bij oorlogsvoering. „Dus dan moet je als luchtafweer heel goed afwegen wat je doet als er afwijkende drones binnenkomen.”
Journalisten kijken toe bij Wild Drones.