Tragikomedies Soms komen tegelijkertijd twee films uit die een perfecte ‘double bill’ zijn. Deze week in de bioscoop: twee satirische tragikomedies uit Iran en Libanon waarin de geschiedenis roet in het eten gooit als de hoofdpersonen hun zin lijken te krijgen.
Bahram rijdt samen met zijn producent door Teheran om een filmscreening te organiseren in ‘Divine Comedy’.
Divine Comedy. Regie: Ali Asgari. Met: Bahram en Bahman Ark, Sadaf Asgari. Lengte: 98 minuten.
A Sad and Beautiful World. Regie: Cyril Aris. Met: Mounia Akl, Hasan Aki. Lengte: 110 minuten.
Te zien in de bioscoop.
Er zullen zelden zoveel filmmakers met last van censuur op een en dezelfde set hebben gestaan als in de Iraanse film Divine Comedy. Regisseur Ali Asgari verwierf in Nederland al bekendheid met Terrestrial Verses. Daarin lieten coregisseur Alireza Khatami en hij een ontmoeting met een filmcensor naspelen die Khatami echt heeft meegemaakt. Asgari’s paspoort werd hem bovendien afgenomen, toen hij na de première van die film terugkeerde in Iran. Dus heel verwonderlijk is het niet dat hij in Divine Comedy weer een appeltje met de bureaucratie te schillen heeft. Khatami staat als medescenarist op de credits, evenals de filmmakende tweeling Bahram en Bahman Ark. Zij hebben als filmmakers met een Azeri-achtergrond (een onderdrukte Turks sprekende minderheid in Iran) ook al de nodige repressie meegemaakt. In Divine Comedy spelen ze desondanks met veel zelfspot een versie van zichzelf. Met z’n allen slagen ze erin de film nog absurdistischer te maken dan hun werkelijkheid.
Het is inmiddels een beproefd Iraanse filmgenre: satirische tragikomedies over het maken van films. Een van de prominentste Iraanse regisseurs die al zijn hele loopbaan wordt tegengewerkt is Jafar Panahi. Ondanks filmverboden, gevangenisstraf en huisarrest blijft hij films maken, waarin het vaak gaat over de noodzaak en dilemma’s van artistieke vrijheid. Je zou Asgari, Khatami en de gebroeders Ark een nieuwe generatie kunnen noemen die niet alleen met dezelfde problemen worstelt maar er ook haar pijlen op richt. Maar dan met meer slapstick. En meer oog voor een modern Iran.
Gedoemde geliefden Nino en Yasmina uit ‘A Sad and Beautiful World’.
In het droogkomische Divine Comedy volgen we Bahram die samen met zijn producent op een roze scooter door Teheran tuft om een filmscreening te organiseren. Dat lukt maar niet, onder meer omdat er een hond in voorkomt (onrein!), en omdat de film in het Turks is (en niet het officiële Farsi). Als ze eindelijk een illegale vertoning hebben geregeld grijpt de wereldgeschiedenis in: de val van de Syrische dictator Assad is live op tv en iedereen heeft alleen nog maar oog voor de werkelijkheid.
Soms komen in één week twee films uit die een perfecte double bill zijn. Net als in Divine Comedy neemt de werkelijkheid voortdurend een loopje met de hoofdpersonen in de Libanese Oscarinzending A Sad and Beautiful World. De liefde tussen Nino en Yasmina staat al sinds hun geboorte in de sterren, maar ook hier gooit de geschiedenis roet in het eten. Hun band is bijna net zo oud als de burgeroorlog, hun wegen kruisen elkaar bij hun geboorte, op school, en later weer als Nino een restaurant draaiende probeert te houden in Beirut en Yasmina daar voor zichzelf geen toekomst meer ziet. Maar ja, star-crossed lovers.
Die romkom tussen de puinhopen bestaat zelf ook uit brokstukken. Het verhaal is niet chronologisch verteld en het duurt even voordat de film, net als de hoofdpersonen, z’n onschuld verliest en de puzzelstukjes in elkaar vallen. Het idee van zoveel liefde tussen zoveel geweld vraagt een optimisme dat je ook op jezelf moet veroveren. Beide films winnen aan betekenis als je je realiseert dat de actualiteit van de wereldgeschiedenis met nieuwe (of zijn het oude?) oorlogen in Libanon en Iran deze verhalen een extra dimensie geeft.