Maarten Wilmink heeft het leven goed in de vingers: wanneer hij orgel speelt in de Sint-Bavokathedraal in Haarlem, bijvoorbeeld, maar ook als hij een biertje wegtikt bij zijn katholieke studentenvereniging. Wat volwassenheid betreft geeft hij zichzelf een 8. ‘Of is dat heel onbescheiden?’
schrijft voor Volkskrant Magazine.
Wat een mooie kerk. Waarom zijn we hier?
‘Ik ben organist in de Sint-Bavokathedraal in Haarlem. Naast het grote orgel waarop ik net speelde, staan er hier nog vier, dus ik kan nogal wat afwisselen.
Waarom heb je voor het orgel gekozen?
‘Ik ben opgegroeid in het Twentse dorp Borne, waar ik nog steeds woon. Naast mijn ouders heb ik nog twee zusjes en een broertje. M’n moeder was huismoeder, mijn vader heeft een softwarebedrijf. Een van zijn hobby’s is keyboard spelen. Gewoon muziek die hij op de radio hoort, helemaal op gehoor. Toen ik rond mijn 11de interesse in dat keyboard begon te tonen, spoorde hij me aan les te nemen, want hij kan zelf geen noten lezen. We gingen naar de enige musicus die we kenden: de organist van de Sint Lambertusbasiliek waar we naartoe gingen in Hengelo. Ik geef alleen orgel- of pianoles, zei hij.
‘We gingen wekelijks naar de kerk, maar toch had ik daar nog nooit over orgel spelen nagedacht. Die zondag luisterde ik extra goed, en besloot ik het eens te proberen. Zo’n groot instrument, dat doet wel wat met zo’n klein jongetje. De vonk sloeg snel over. Niet in de laatste plaats omdat een orgel niet aangenaam klinkt als je niet kunt spelen, dat motiveerde me wel om veel te oefenen. Eerst op het keyboard, later op een oud elektronisch orgel dat iemand over had.’
25 in 26
In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Maakte dat het kerkbezoek leuker?
‘Nou, dat was een geïntegreerd onderdeel in ons leven. We baden voor en na het eten, gingen op zon- en feestdagen naar de kerk. Het hoorde er gewoon bij voor mij. Natuurlijk kwam ik op een gegeven moment op een leeftijd waarbij ik meer ging rationaliseren.
‘Die tijd zorgt er bij sommige pubers voor dat ze zich gaan afzetten tegen het geloof, maar bij mij was dat anders. Ik vroeg me wel af waarom we baden, wat we precies geloofden of waarom we de mis op dezelfde dag vieren, dingen die altijd vanzelfsprekend voor me waren geweest. Ik ging veel lezen – boeken, artikelen, internetsites – over de geschiedenis van het katholicisme. De katholieke kerk heeft hun documentatie goed op orde. Dat klinkt nogal rationeel voor een gelovige, maar voor mij werkt het zo. Ook los van de Bijbel zijn er veel bronnen te vinden.
‘Er is veel geschreven over het leven van Jezus op aarde, bijvoorbeeld. Je ziet al vroeg hoe het huidige kerksysteem is ontstaan door het werk van Jezus’ leerlingen, met uiteindelijk bisschoppen, kardinalen en een paus. Kijk, geloof is ook geloof. Het is geen microscopenwerk, je kunt niet met een dataset aantonen dat God bestaat. Maar uiteindelijk heeft de wetenschap, met al die bronnen, mij in mijn geloof bevestigd.’
Wanneer was die periode?
‘Het begon rond mijn 15de. Het duurde ook wel even, want toen ik 18 was ging ik orgel studeren aan het conservatorium in Rotterdam. Daar kwam ik in aanraking met de protestantse tak van het geloof, in de vorm van mijn medestudenten. Dat was de eerste keer dat ik protestantse jongens sprak. In Borne heb je ook niet veel katholieken, hoor, dus ik ging wel veel om met niet-gelovigen, maar met hen heb je heel andere gesprekken over het geloof.
‘De protestantse studenten hadden op de basis- en middelbare school al alles geleerd wat ik pas later zelf uit boeken had gehaald, en we praatten veel over de verschillen tussen hun geloof en het mijne. Dat riep nog meer vragen op bij mij, bijvoorbeeld over wat de rol van Maria moet zijn in de kerk. We volgden allemaal Kerkmuziek binnen ons curriculum, waarin je leert over kerkgeschiedenis.’
Hoe was dat voor je?
‘Verdiepend en bevestigend. De protestantse theologie is echt anders. De vele discussies over de verschillen tussen ons geloof, versterken mijn vertrouwen in het katholicisme. Dat was een aangename ervaring. Uiteindelijk heb ik naast mijn bachelor en master ook een kerkmuziekdiploma behaald. Dat is een soort certificaat waarmee je in een kerk als musicus aan de slag kunt.
‘Eigenlijk was mijn idee om ook een studie rechten naast m’n bachelor te doen, zodat ik meer baanzekerheid had. Mijn ouders hadden hun zorgen geuit – werk vinden in zo’n niche binnen de klassieke muziek is niet makkelijk – maar in het eerste jaar aan het conservatorium werd wel duidelijk dat ik me nooit ging inschrijven. Op het gymnasium besteedde ik al veel tijd aan m’n instrument, dat ging ten koste van goede cijfers of leuke dingen. Mijn bijbaan was concerten geven. Tijdens mijn studie studeerde ik zo’n negen uur per dag. Als ik alles geef, dacht ik, is de kans groter dat ik ooit van de muziek kan leven.’
Hoe was het om zo ver van huis te studeren?
‘Ik bleef in Twente wonen. Eerst studeerde ik veel in de trein, maar toen corona kwam kreeg ik orgelles via Zoom. Dat werkte niet, maar in die tijd mocht je toch niemand opzoeken en ik kon wel veel studeren. Later lukte het niet om een kamer in Rotterdam te vinden, dus had ik een deal gemaakt met een hotel dat door de pandemie toch nagenoeg leeg stond. Onderaan de streep heeft het me niet meer gekost dan een studentenkamer, denk ik, maar het was wel bij gebrek aan beter.’
Hoe zien je weken er nu uit?
‘Een deel van de week ben ik in Haarlem, om te repeteren, te spelen tijdens de mis en te vergaderen, bijvoorbeeld over de zorg voor het hoofdorgel of de kerkmuziekplannen voor de lange termijn. In mijn functieomschrijving staat dat ik twaalf uur per week werk, maar in de praktijk is dat veel meer.
‘Het is een fantastische plek om te werken. Ik pendel op en neer vanaf Twente, waar ik woon en orgelles geef, aan tieners, gepensioneerden, andere kerkorganisten maar ook aan beginners. De afstand tussen Borne en Haarlem is niet ideaal, dus hopelijk vind ik binnenkort een kamer.
Maarten Wilmink werd op 14 mei 25 jaar
Woonplaats: Borne
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Ik zie volwassenheid als een staat waarin je zowel rationeel als emotioneel verstandig tegen dingen in het leven aankijkt. Ik denk een 8. Of is dat heel onbescheiden?’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Ja, als ik met generatiegenoten optrek.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik hoop net zo tevreden, met een verder uitgebouwde, gestabiliseerde versie van het leven dat ik nu leid.’
‘Daarnaast geef ik een boel concerten, onder andere in Duitsland, waar het orgel minder wordt gelieerd aan de kerk. Richting de zomer zijn dat soms wel zes concerten per week. Veel meer moet er niet bijkomen, maar qua werk zijn mijn weken veelkleurig. Gelukkig maar, want het moet allemaal maar net lukken in de muziek.’
Is er een orgel dat je altijd al hebt willen bespelen?
‘Mijn droom was om een keer het orgel in de Notre-Dame te bespelen. Een iconische plek, waar een hoop bekende organisten al eens hebben gespeeld. Afgelopen september mocht ik er een concert spelen, en daarmee is die droom wel dubbel en dwars vervuld. Stom, maar daardoor heb ik geen grote wens meer.
‘Fransen zijn nationalistisch, dus organist worden in die kathedraal is bijna onmogelijk als je niet Frans bent. Plus: een organist zit doorgaans wel even op zijn plek. Mijn Haarlemse voorganger was hier 25 jaar in dienst, en die daarvoor nog langer, dus er moet maar net een plekje vrijkomen.
‘Als ik het hier niet was geworden, was de kans heel klein geweest dat ik ooit zo’n baan had gekregen. Je kunt niet te veel hopen dat je op een specifieke plek kan beginnen, want het zijn echt enkele banen met enkele bezettingen. De opties zijn gelimiteerd.’
Mis je het studeren soms?
‘Mijn studietijd is nog niet helemaal voorbij. Ik doe een twee jaar durende postmaster in Saarbrücken bij de organist van de Notre-Dame. Hij is veel onderweg voor concerten, en ik werk hier een hoop, dus we kijken steeds wanneer we beiden tijd hebben voor de les. Verder ben ik preses van een studentenvereniging in Nijmegen, dus daar ben ik vrij regelmatig.’
Maar daar studeer je toch niet?
‘Nee, maar het heeft met de kerk te maken. Het is een vrij grote katholieke vereniging, die niet aan een locatie verbonden is. Ik ben er ooit toevallig binnengelopen. Vorig jaar waren ze op zoek naar bestuur, en sindsdien ben ik er twee avonden in de week. Daar speelt een groot deel van m’n sociale leven zich af.
Ontspan je weleens?
‘Ik vind het echt leuk om preses te zijn. Ik zit trouwens ook in het bestuur van de katholieke jongerendag. Dat zijn een paar vergaderingen in de maand, maar ik vind het leuk om te doen, dus ik zie het deels als ontspannen. Ik drink er ook wel een biertje met m’n vrienden, hoor.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant