Tata Steel heeft na één werkdag het contract beëindigd van Donald Pols, de voormalige directeur van Milieudefensie die vorige maand overstapte naar het staalbedrijf. Pols is in zijn studententijd in Zuid-Afrika actief geweest voor een rechtsextremistische organisatie en had dat niet gemeld aan Tata Steel.
Pols was maandag officieel begonnen als directeur verduurzaming, lobby en communicatie bij Tata Steel. Dat contract is dinsdag per direct beëindigd, nadat het bedrijf nieuwe informatie had gekregen over het verleden van Pols. ‘De raad van bestuur van Tata Steel betreurt het dat niet alle informatie is verstrekt die van belang was voor het maken van een weloverwogen beslissing over zijn benoeming’, schrijft het bedrijf in een verklaring.
De informatie over Pols’ extreemrechtse verleden is aan het licht gekomen tijdens onderzoek van historicus en journalist Anne-Lot Hoek. Zij kwam de naam van Pols tegen als leider van het Afrikaner Studente Front (ASF), dat actief was aan de Universiteit van Pretoria. Die organisatie streed onder meer tegen het ANC.
Hoek tipte NRC en schreef samen met de krant een artikel waarin Pols uitgebreid aan het woord komt. Daarin beschrijft hij hoe hij als jonge witte jongen opgroeide op een boerderij in een gebied waar apartheid een door God bepaald gegeven was. Toen dat eind jaren tachtig steeds meer op losse schroeven kwam te staan vanwege de anti-apartheidsstrijd, koos Pols een weg waarop hij ‘nu met walging op terugkijkt’.
De naam van Pols duikt onder meer op in de archieven van de Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie, die na het afschaffen van de apartheid werd opgericht. Jean-Pierre Du Plessis, zelf ook lid van het Afrikaner Studente Front en later betrokken bij het beramen van moordaanslagen, verklaarde in 1996 onder ede en in ruil voor amnestie bij de commissie. Hij noemt Pols in zijn verklaring als voorman van het ASF.
Du Plessis stelt dat de beweging onder meer een bijeenkomst in 1991 (Pols is dan 19 jaar) heeft verstoord waar Nelson Mandela aanwezig was en zou gaan spreken. Mandela was toen leider van het ANC en nog geen president.
Du Plessis: ‘We hadden van tevoren besloten dat we hem zouden verstoren, indien nodig met geweld. Dat bleek niet nodig, omdat ene meneer Claassen het podium opkwam en toen het erop leek dat de bodyguards van Mandela Claassen wilden aanvallen, bestormden we allemaal het podium en Mandela heeft nooit kunnen spreken.’
NRC stuitte tijdens het onderzoek op beelden van persbureau Associated Press van die demonstratie. Die tonen hoe iemand in het publiek een ANC-vlag in brand steekt. Drie mensen die de krant sprak, verklaren in de man met de brandende vlag Donald Pols te herkennen. Pols zegt tegen NRC aanvankelijk dat hij het inderdaad is, maar komt daar later op terug.
Wel erkent hij, na dit eerder te hebben ontkend, dat hij op een foto op Flickr staat naast mensen die rondlopen met een spandoek van het Afrikaner Studente Front. ‘Door te ontkennen zocht ik even ruimte voor mezelf om mijn gevoelens te kunnen vatten’, zegt Pols tegen NRC. ‘Maar ik walg van die foto die jullie mij hebben laten zien. Ik schaam mij ervoor.’
NRC vond ook een citaat aan waarin Pols aan een krant uitlegt dat linkse studenten hadden kunnen weten dat de bijeenkomst uit de hand zou lopen. Verder heeft de krant met ooggetuigen gesproken die stellen dat Pols in Pretoria een gekend voorstander was van het behouden van apartheid.
De komst van Pols naar Nederland in 1993 is niet los te zien van zijn extreme verleden. Zijn ouders waren eerder al naar Nederland vertrokken in verband met het afschaffen van de apartheid; zij vreesden een bijltjesdag. Het Nederlandse paspoort van zijn vader maakte de emigratie mogelijk. Zijn tante overtuigde haar neef ervan ook te komen. ‘Om via mijn opleiding kritisch te leren kijken naar mijn eigen ideeën. Dat had ze goed gezien.’
Pols raakte in Nederland al snel verzeild in de kraakbeweging en later de milieubeweging en de SP. Zijn Afrikaanse verleden hield hij al die tijd zo veel mogelijk stil. Wel was hij naar eigen zeggen altijd bang dat het zou uitkomen. Die angst maakte ook dat hij zich in 2006 ‘om privéredenen’ terugtrok als kandidaat-Kamerlid voor de SP, vertelt Pols. ‘Ik wilde niet dat er in mijn verleden werd gedoken.’
Vijf jaar geleden dreigde Pols’ geheim al publiek te worden, zegt hij tegen de krant. ‘Geestverwanten uit zijn directe omgeving’ die het niet eens waren met de strijd van Milieudefensie tegen grote bedrijven, zouden hem hebben gechanteerd. ‘Die hadden zoiets van: als jij hier niet mee stopt, gaan we dit in de publiciteit brengen.’
Pols besloot niet voor het dreigement te zwichten en het bestuur van Milieudefensie in te lichten. Milieudefensie bevestigt dat Pols hen destijds heeft geïnformeerd. ‘Donald heeft tijdens ons gesprek duidelijk op alle fronten afstand genomen van zijn verleden en spijt betuigd’, zegt toenmalig voorzitter Marty Smits.
Dankzij de onthulling van Anne-Lot Hoek is Donald Pols binnen zeer korte tijd twee keer nationaal in het nieuws geweest vanwege een opmerkelijke overstap. Vorige maand verschoot hij in de ogen van veel critici van kleur door het directeurschap van Milieudefensie te verruilen voor een baan als hoofd duurzaamheid en communicatie.
Velen vonden die stap onbegrijpelijk voor iemand die als directeur van Milieudefensie juist dagelijks streed tegen bedrijven die veel broeikasgassen uitstoten. Milieudefensie was ook not amused en zette Pols per direct op straat.
Pols verdedigde zijn vertrek in een interview met deze krant met het argument dat het een grote bijdrage zou zijn aan het klimaat als het Tata Steel lukt om op een groene manier staal te produceren. Daaraan wilde hij een bijdrage leveren.
Pols, die in NRC zegt dat zijn inzet voor het klimaat en klimaatrechtvaardigheid de manier is ‘waarop ik probeer goed te maken wat ik heb fout gedaan’, zal nu op zoek moeten naar een nieuwe baan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant