Woensdag komen de eerste examenresultaten binnen, op het vmbo. We doen alsof zakken het einde van de wereld is. Alsof een diploma alleen waarde heeft wanneer het vlekkeloos binnen de ideale route wordt gehaald.
Het grote rendementsdenken is begonnen. Terwijl duizenden eindexamenleerlingen hun koffers in een touringcar gooien richting Chersonissos of Albufeira, stijgt de spanning op scholen. Iedereen wil hetzelfde: een diploma voor elke leerling. Ook ik gun ze dat papiertje van harte. En toch hoop ik dat veel scholen dit jaar luidkeels verkondigen hoeveel leerlingen er níét zijn geslaagd.
Slagingspercentages zijn funest voor het onderwijs, maar voor scholen lijken ze van levensbelang. Een school krijgt geld per leerling. Wie financieel gezond wil blijven, moet dus elk jaar voldoende leerlingen zien binnen te hengelen. Zeker in regio’s waar scholen elkaar al vanaf groep 8 bevechten met open dagen, promotievideo’s en gelikte folders, is een goed imago goud waard.
Over de auteur
Marijn Ruhaak is freelance journalist en docent Nederlands op een middelbare school.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Helaas telt de tijd die een school neemt voor brede ontwikkeling en karaktervorming nauwelijks mee in het imago. Uiteindelijk willen ouders vooral één ding weten: hoeveel leerlingen halen hun diploma? Dat lijkt logisch. Natuurlijk stuur je je kind naar school om iets te leren. Maar de vraag is: wat moeten ze precies leren? Leren we kinderen omgaan met tegenslag, verantwoordelijkheid nemen, zichzelf ontwikkelen? Of leren we ze vooral dat je alleen meetelt als je rendement oplevert?
De makkelijkste manier om je slagingspercentage op te krikken? Schrap de projectweken, maak van elke les examentraining en zorg dat risicogevallen het examenjaar niet bereiken. Zittenblijven is daarbij een handig en populair selectiemiddel. Ruim een kwart van de scholieren blijft in hun schoolcarrière minimaal één keer zitten. Officieel gebeurt het in het belang van de leerling. Bijvoorbeeld in het geval van langdurige ziekte of een complexe thuissituatie.
In de praktijk moeten leerlingen opvallend vaak het jaar overdoen vanwege het slagingspercentage. Is het niet toevallig dat leerlingen juist in 4 havo blijven zitten? Ze zijn op alle fronten klaar voor het slotakkoord. Ze staan te trappelen om als zelfbewuste jongvolwassenen de wereld in te trekken. Alleen die cijfers hè, die zijn net niet goed genoeg. Doubleren dus, ook al betekent dat een knauw in hun motivatie en mentaal welbevinden.
We doen alsof zakken het einde van de wereld is. Alsof een diploma alleen waarde heeft wanneer het vlekkeloos binnen de ideale route wordt gehaald. Dus pompen ouders duizenden euro’s in bijles, examentrainingen en huiswerkcoaches. Leerlingen draaien weken van stress, slapen slecht en slepen zichzelf richting die eindstreep waar vooral één ding van belang is: of ze door het hoepeltje weten te springen. Top voor het slagingspercentage, maar verwacht geen jongvolwassenen die de tijd hebben gehad zich te ontwikkelen en weloverwogen keuzes voor hun toekomst hebben kunnen maken.
Doorgaan naar het examenjaar betekent niet dat de leerling een jaar lang al zijn vrije tijd inruilt voor een peperduur bijlestraject om vervolgens met een halve burn-out aan zijn volwassen leven te beginnen. Niet iedere leerling hoeft in één keer te slagen. Niet iedere route hoeft kaarsrecht naar een volledig diploma te lopen. Een deelcertificaat is geen schande; het is een stap in de ontwikkeling. Dat is geen falen, maar een mijlpaal om te vieren.
Ik proost op de scholen die dit jaar pronken met hun zakpercentage. Die schijt hebben aan hun imago en laten zien waar het in het onderwijs over zou moeten gaan: leerlingen de ruimte geven om zich te ontwikkelen, te struikelen en een andere route te kiezen. Ze zijn gezakt voor het examen, maar geslaagd voor het leven.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant