Home

Deze ‘vergeten’ woning in Ohio is het enige particuliere Rietveldhuis buiten Nederland – en verkeert in slechte staat

De Rietveldhuizen die fotograaf Arjan Bronkhorst portretteerde, zijn nu te zien op een expositie in New York. De grote verrassing: het Parkhurst House in Ohio. ‘Er was weinig bekend over de status van dat huis.’

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Verscholen in de bossen van Ohio, in de Verenigde Staten, staat een opmerkelijk, on-Amerikaans huis. Het heeft witte gevels met rode en gele vlakken, een plat dak en een panoramaraam waardoor je vanuit het interieur met vide uitkijkt over de langsstromende rivier. Dit is het Parkhurst House, dat kunsthistoricus Charles Parkhurst begin jaren zestig voor zijn gezin bouwde, naar ontwerp van: Gerrit Rietveld.

Parkhurst had Rietveld in 1956 leren kennen tijdens een uitwisselingsprogramma in Nederland, en raakte onder de indruk van diens woningontwerpen. Hij zag zichzelf wel zoiets timmeren op het stuk grond dat hij had gekocht in Ohio en vroeg de architect een plan te maken. Dat mondde uit in een jarenlang bouwproject dat mede leidde tot een huwelijkscrisis; de familie Parkhurst heeft er niet lang gewoond. Maar de woning – het enige vrijstaande particuliere woonhuis van Rietveld buiten Nederland – is er nog. En is nu te zien op de fototentoonstelling Gerrit Rietveld: Wealth of Sobriety in het Center for Architecture in New York.

Architectuurparel

De bezoekers zullen verrast zijn; wie had kunnen vermoeden dat er ergens in Ohio een architectuurparel lag? ‘In Amerika is Rietveld slechts bekend van twee ontwerpen: zijn iconische stoel met rood-blauwe vlakken en het Rietveld Schröderhuis in Utrecht’, zegt fotograaf Arjan Bronkhorst. Zijn foto’s van Rietveldhuizen bieden het publiek de kans om nader kennis te maken met het werk van de architect; een van de drijvende krachten achter de De Stijl-beweging.

Wat was zijn visie, hoe vertaalde hij die naar bouwwerken, en hoe is het om te wonen in een ‘driedimensionaal Mondriaanschilderij’, zoals Parkhurst het omschreef?

Vragen die Bronkhorst zichzelf stelde toen hij in 2016 begon aan een groot Rietveldproject, op initiatief van kunsthistoricus Willemijn Zwikstra en Rietvelddeskundige Ida van Zijl. Uit de bijna honderd woningen die Rietveld in zijn carrière bouwde, selecteerden ze twintig exemplaren die nog steeds ‘het Rietveldgevoel’ ademen. Bronkhorst fotografeerde de gevels en interieurs – inclusief gebruikssporen – en portretteerde ook de bewoners. Op basis van archiefmateriaal en interviews met bewoners en opdrachtgevers is over elk huis een tekst geschreven.

Het eindresultaat is een vuistdik boek met bijna vierhonderd foto’s. Gastcurator Barry Bergdoll, werkzaam bij Columbia University en voormalig hoofdconservator Design en Architectuur van The Museum of Modern Art, kreeg het (tweetalige) boek onder ogen. Hij vroeg Bronkhorst om een selectie van foto’s te tonen in het Center for Architecture in Manhattan; dat is onderdeel van de Amerikaanse architectenbond.

Ingetogen maar ruimtelijk

Opvallend is hoe verschillend de huizen zijn. Van een chauffeurswoning die Rietveld boven een garage bouwde, waarbij hij experimenteerde met prefab-bouwelementen, tot een zomerhuis met een rieten puntdak aan het water. Wat ze met elkaar gemeen hebben – en wat Bronkhorst fascineert – is de combinatie van ingetogenheid en een enorme ruimtelijkheid. De Weelde van de eenvoud, zoals de titel van het fotoproject luidt.

Die titel is afgeleid uit een lezing van Rietveld uit 1958, waarin hij constateerde dat de moderne mens ‘op het ogenblik alles gebruikt wat ons van nut schijnt te zijn’. ‘Hoe groot zou de vooruitgang kunnen zijn als men eens genoeg kreeg van deze overdaad (…) en men het geluk zou vinden in de weelde der soberheid’, zei hij. Zijn ontwerpen tonen hoe je met simpele materialen, daglicht, vides en zichtlijnen een gevoel van rijkdom kunt creëren. Daarbij besteedde de architect veel aandacht aan de details: de meterkast, een legplank, deurknoppen, scharnieren. Op de foto’s ogen ze als juwelen.

‘Communistische activiteiten’

De tentoonstellingsmakers vragen in het bijzonder aandacht voor het Parkhurst House, dat een aparte wand met foto’s heeft gekregen. ‘Tot de publicatie van mijn boek was er weinig bekend over de status van dat huis’, zegt Bronkhorst. Het ontwerp is niet precies uitgevoerd zoals Rietveld had getekend; Parkhurst paste omwille van de kosten en de maakbaarheid het een en ander aan. Zo leken stalen kozijnen hem niet praktisch in een koud klimaat; daarom koos hij voor hout.

De gevelvlakken schilderde hij naar eigen inzicht; hij was kleurenexpert. Rietveld zag daar later afbeeldingen van en was tevreden. Hij heeft het huis nooit kunnen bezoeken, omdat hij de VS niet in mocht vanwege zijn vermeende ‘communistische activiteiten’. Dat hij bevriend was met communisten, werd verdacht gevonden.

Volgende bewoners hebben het Parkhurst House flink verbouwd; ze verlangden naar meer comfort. Op de verdieping werden twee van de vier slaapkamers samengevoegd tot een masterbedroom, op de begane grond kwam een grote open keuken en op het dak een airco-installatie.

Hoewel de ruimtelijkheid van het interieur overeind is gebleven, verkeert de woning bouwkundig in slechte staat. Het risico bestaat dat als het huis wordt verkocht, een nieuwe eigenaar de boel platgooit. ‘Eigenlijk is een grootscheepse restauratie nodig’, zegt Bronkhorst. Hij hoopt dat de tentoonstelling helpt om daarvoor hulptroepen aan te trekken.

Gerrit Rietveld: Wealth of Sobriety, t/m 2 sept, Center for Architecture, New York.

Source: Volkskrant

Previous

Next