Vragen over het verleden stuitten in de Surinaamse familie van Ragna Indra Heidweiller op een muur van zwijgen, tyuri’s en irritatie. Dus ging ze zelf maar op zoek. Het leidde tot haar boek Wij zijn hier door jullie – Een verzwegen geschiedenis.
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Ragna Indra Heidweiller (43) groeide op in een Noord-Hollands dorp als enig kind van een Nederlandse vader en Surinaams-Hindostaanse moeder. In sommige families worden familieverhalen doorverteld aan jongere generaties. Niet aan de Surinaamse kant van Heidweillers familie.
Door de jaren heen terloops gestelde vragen aan haar nani (oma) over haar kindertijd in Suriname, de zussen met wie ze opgroeide, haar ouders of generaties voor haar, stuitten op een muur van zwijgen (‘Dat is zo lang geleden, dat weet ik niet meer.’), irritatie (‘Waarom stel je die vragen?’) en langgerekte tyuri’s (het met getuite lippen gemaakte Surinaamse geluid van afkeuring en misprijzen) vanwege de ‘vrijpostigheid’ van haar kleindochter.
Dit is wat Heidweiller wist: ooit waren haar voorouders per schip uit gekoloniseerd Brits-Indië naar Suriname gehaald om na de afschaffing van de slavernij als contractarbeiders op een suiker-, koffie- of cacaoplantage te werken. Ook wist ze dat ‘Hindostaans’ niet verwijst naar het hindoeïsme, zoals vaak wordt gedacht, maar naar de regio Hindostan in Noord-India, waar veel contractarbeiders vandaan kwamen.
Maar waarom haar voorouders vertrokken, onder welke omstandigheden, wie zij waren, hoe het de generaties na hen verging – ze had geen idee.
Lang waren het vragen die haar vooral sluimerend bezighielden, vertelt Heidweiller in een café om de hoek bij het nieuwe Suriname Museum in Amsterdam. Tot ze zelf moeder werd en haar vragen over herkomst en toekomst ineens niet meer alleen over haarzelf gingen, maar ook over haar twee dochters. ‘Tegelijk zag ik zorgelijke veranderingen in de samenleving. De gecreëerde tegenstelling van een ‘wij’ en een ‘zij’ in het migratiedebat werd steeds scherper.’
Dus ging Heidweiller op onderzoek uit, in India en Suriname, in archieven, boeken en bij mensen die haar misschien iets konden vertellen over de levens van de mensen die haar voorgingen. Ze tekende het op in het net verschenen Wij zijn hier door jullie – Een verzwegen geschiedenis, dat direct terechtkwam in de top van de bestverkochte non-fictieboeken.
Met welke vraag begon je je zoektocht?
‘Waarom weet ik niets van die Hindostaanse geschiedenis? In Nederland denken mensen meestal dat ik Indische voorouders heb. Als ik vertel dat ik half-Hindostaans ben, volgt dan een glazige blik. Ergens steekt die desinteresse of het gebrek aan kennis me. Er zijn namelijk best veel Hindostanen in Nederland.
‘Een andere vraag was: waarom stuit ik bij mijn nani, en bij meer mensen, op een muur als ik vragen stel?’
Heb je ontdekt waar die muur vandaan komt?
‘Dat zwijgen is niet passief ontstaan, maar actief gecreëerd door het koloniaal bestuur. De verhalen van hele groepen mensen zijn verdwenen, onbelangrijk gemaakt. Dat gevoel hebben mensen geïnternaliseerd. Ook in mij klonk soms een stemmetje dat zei: zo belangrijk is die hele koloniale geschiedenis toch niet? Ik lijk wel gek dat ik ervoor naar India reis.
‘Wat ook meespeelt is het stigma van de modelmigrant. Mijn moeder heeft de kweekschool gedaan en spreekt ABN. Veel Surinamers die na 1975 naar Nederland kwamen, dachten: niet opvallen, meedoen. Het benadrukken: wij zijn onderdanen van het koninkrijk, wij zijn Nederlanders, heeft een deel van hun identiteit uitgegumd. Dat heeft zich verankerd in onze families.
‘Zuidoost-Aziatische migrantengroepen in Nederland horen altijd: van jullie hebben we geen last. Dit frame van ‘de goede migrant’ is hardnekkig, je hoort het nu weer. Een zin als: je hebt ook goede migranten. Waarmee je eigenlijk zegt: en slechte. De modelmigrant kan alleen bestaan bij gratie van zijn tegenpool, de zondebok, de migrant die ‘we’ niet willen.’
Er was ook een familiegeheim dat verzwegen moest worden.
‘De vader van mijn moeder is niet haar biologische vader. Dat vertelde ze mij toen mijn eigen vader overleed, op mijn 14de. Wie haar biologische vader was, wist ze niet en ik mocht er niet over spreken.
‘Het zwijgen over de geschiedenis van Hindostaanse contractarbeid en over mijn onbekende Hindostaanse nana (opa) zijn verwant. Het gaat over allerlei lagen van schaamte, voortkomend uit eisen van kuisheid, eerbaarheid. En over het mechanisme van verzwijgen om niet op te vallen.
‘Uiteindelijk heeft mijn nani me zijn naam verteld. Toch leek het er lang op dat dat niet zou lukken. Veel namen zijn onder het koloniaal bewind fonetisch genoteerd, verbasterd of verkeerd opgeschreven. Het spoor liep steeds dood. Ik was al drie maanden in Suriname. Vlak voordat mijn moeder naar Paramaribo zou vliegen, vond ik een halfbroer van haar. Haar biologische vader leeft niet meer, maar ik vond acht halfbroers en -zussen.
Hoe was dit voor je moeder?
‘Heel emotioneel. Ik vertelde het haar toen ze in Paramaribo was aangekomen. Vervolgens is ze direct ziek geworden, ze heeft dagen op bed gelegen. Daarna zijn we de familie gaan opzoeken, alle schoonfamilie was erbij, kinderen. Zaten we daar ineens bara’s te eten en foto’s te kijken.
‘Inmiddels, een jaar verder, is er heel goed contact. Er is een groepsapp, mijn moeder is al een keer in haar eentje langsgegaan en degenen die in Nederland wonen, komen op haar verjaardag.’
Heidweiller wist een deel van haar stamboom te reconstrueren. Ze vond een van haar voormoeders, Ootmee (uitgesproken als ‘Oetmie’) Ramtahal. Ootmee kwam in 1877 met stoomzeilschip Clive van Calcutta naar Paramaribo. Deze week is het Prawas Din, de Hindostaanse immigratiedag. 153 jaar geleden, op 5 juni 1873, kwamen de eerste contractarbeiders uit Brits-Indië naar Suriname.
Wat heb je over Ootmee kunnen vinden?
‘In het document dat ik vond, is ze gereduceerd tot een contractnummer, F/152, en gegevens als: leeftijd: 24, religie: hindoe, huidskleur: ‘bijna zwart’, lengte: 1,45 meter. Meer informatie was blijkbaar niet nodig bij ‘een bestelling koelies’, zoals de Indiase contractarbeiders in koloniaal taalgebruik werden genoemd. Mensen als goederen.
‘Ootmee belandde op plantage Jagtlust in Commewijne. Ze heeft de overtocht gemaakt met haar jonge dochtertje, Beerunjeea. Ergens tijdens de reis, in het depot of op het schip, was ze aan een mannelijke medereiziger gekoppeld. Zulke ‘depothuwelijken’ werden door de koloniale overheid gestimuleerd. Eenmaal in Suriname verdween deze man uit haar leven. Ootmee kreeg later nog negen kinderen met een andere man.
‘Ze kwam uit een dorpje in Uttar Pradesh, een door mislukte oogsten en hongersnood geteisterde regio. Hoe en waarom ze is vertrokken, heb ik niet kunnen achterhalen. Wat ik wel weet is dat ronselaars extra geld kregen voor het ronselen van vrouwen en dat ze speciale vrouwelijke subagenten gebruikten om vrouwen te ronselen.
‘In een documentaire uit 1983 vertelt een vrouw van 104 hoe ze als meisje in India is gekidnapt. Ze liep langs de weg, werd in een kar getrokken en meegenomen naar het depot, waar mensen soms maanden moesten wachten, en toen naar Suriname verscheept.’
Kun je spreken van vrijwillig vertrekken als de nood hoog is? Als er gouden bergen worden beloofd? Heidweiller vraagt het zich af. Wat ze wel weet: de Hindostaanse kantraki’s (contractarbeiders) die hun thuisland verlieten, waren arm, ongeletterd en hadden geen idee waarvoor ze tekenden.
De leefomstandigheden op de plantages waren erbarmelijk. Mensen kregen lijfstraffen, werden alleen betaald als het werk af was en van de beloofde ‘terugkeer’ kwam het zelden. Vrouwen werden slachtoffer van seksueel geweld.
Er waren geen latrines en mensen liepen blootsvoets door hun eigen ontlasting in het veld. De haakwormziekte die ze daardoor kregen, veroorzaakte diarree, chronische pijn en intense vermoeidheid. Heidweiller: ‘Vervolgens kregen ze de schuld van hun ziekte. Het werd de ‘luiheidsbacterie’ genoemd. Volgens plantagehouders waren mensen te lui om te werken.’
Contractarbeid wordt soms een verkapte vorm van slavernij genoemd.
‘Ik wil wegblijven van zulke vergelijkingen. Het haalt de focus weg van het belang van het vertellen van alle verhalen naast elkaar, met allemaal hun eigen bestaansrecht. Slavernij is een van de afschuwelijkste misdaden tegen de menselijkheid. Dat wil ik helemaal niet vergelijken. Ik wil alleen dat dit verhaal ook bekendheid krijgt, net als de verhalen van Chinese, Javaanse en inheemse Surinamers.
‘Het vergelijken is een voortzetting van het koloniale denken in groepen, van verdeel en heers. De machthebber had er belang bij om mensen tegen elkaar uit te spelen. Dat is een van de belangrijkste inzichten in mijn onderzoek. Groepen werden voortdurend verschillend behandeld, met elkaar vergeleken, tegenover elkaar geplaatst. Terwijl ze allemaal onderdeel waren van hetzelfde koloniale systeem.
‘Hedendaags onderling racisme tussen Afro- en Hindostaanse Surinamers komt daaruit voort. Elke nieuwe groep in de Surinaamse samenleving kreeg zijn eigen vormen van onderdrukking én privileges. Hindostanen werden aangemoedigd hun religie te behouden, terwijl winti, het geloof van Afro-Surinamers, verboden was. De ene groep kreeg kostgrondjes, voormalige slaafgemaakten kregen niets.
‘Eerst werden Hindostanen ‘dociel en ijverig’ genoemd. Maar er stierven te veel contractarbeiders. Ineens waren ze lui en ongeschikt voor zware arbeid. Vervolgens werden de Javaanse contractarbeiders gehaald.
‘Groepsdenken, angst voor de ander, het zit in mensen, maar de koloniale overheid heeft daar raciale stereotyperingen aan toegevoegd. Dit denken leeft voort in Suriname en Nederland van nu. Ook in het onderscheid modelmigrant versus zondebokken, dat categoriseren van mensen is een koloniaal mechanisme.’
Je noemt het schrijven van je boek een vorm van ‘zacht verzet’. Hoe bedoel je dat?
‘Ik hoop dat mensen gaan inzien dat de Nederlandse identiteit veel gelaagder is dan sommige politici ons voorhouden, dan klinkt in anti-migratieprotesten. Dat migranten, oud en nieuw, ook onderdeel van die identiteit zijn, met hun verhalen, gebruiken en tradities. Dat mensen geen delen van zichzelf meer hoeven te verstoppen om erbij te mogen horen.’
Ragna Indra Heidweiller: Wij zijn hier door jullie. Een verzwegen geschiedenis. De Correspondent; 304 pagina’s; € 23.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant