Home

Opinie: Solidariteit en financiële drempels in de zorg gaan niet samen

Zorg mijden dreigt als de kabinetsplannen doorgaan om het eigen risico in de zorg te verhogen, stelt André Knottnerus. Verontrustend is dat het kabinet dit prima lijkt te vinden.

Met ons solidaire zorgstelsel ‘zorgen we ervoor dat kosten geen obstakel zijn voor de toegang tot zorg’, zegt het kabinet in zijn recente VWS-beleidsbrief. Maar met het wetsvoorstel om het verplicht eigen risico te verhogen worden juist die solidariteit en toegankelijkheid pijnlijk geraakt, ten nadele van mensen met meer gezondheidsproblemen en minder geld.

Zo zullen chronisch zieken, aldus de Raad van State, het verhoogde eigenrisicobedrag (455 euro) toch ‘volmaken’, en geen baat hebben bij de voorgestelde ‘tranchering’, waardoor mensen per ‘behandelprestatie’ maximaal 150 euro betalen. Het kabinet verwacht zelfs dat maar liefst 7,3 miljoen mensen door het vol maken van het eigen risico financieel achteruitgaan.

Over de auteur

André Knottnerus is epidemioloog en emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Averechts uitpakken

Daarbij is volgens de Raad van State niet duidelijk of gemeenten chronisch zieken daarvoor kunnen compenseren. Het kabinet zelf heeft de tranchering ingeboekt als bezuiniging van 200 miljoen euro, niet als tegemoetkoming.

Daarnaast is niet uit te sluiten dat tranchering medisch nadelig uitpakt, omdat door huisartsen verwezen patiënten dan vaker op financiële drempels stuiten. ‘Afremming’ van het benutten van medische verwijzingen is telkens riskant (en ethisch dubieus), en kan qua gezondheid en gevolgkosten averechts uitpakken. Voor meerdere lagere drempels per jaar geldt dit niet op voorhand minder dan voor minder frequente, hogere drempels.

Denk aan mensen in kwetsbare financiële posities die – toeslag of niet – bij behoefte aan zorg elke eigenrisicobetaling tegen de gezinsboodschappen moeten afwegen, terwijl zij gemiddeld ook nog eens meer gezondheidsproblemen hebben. Bedenk ook dat Nederlandse huisartsen wetenschappelijk onderbouwde standaarden hanteren en dat zij al zeer selectief verwijzen (slechts in 6 procent van hun patiëntencontacten).

Zorgmijding niet ongewenst?

De toelichting bij het wetsvoorstel dat het niet opvolgen van een verwijzing van de huisarts ‘kan wijzen op (een ongewenste vorm van) zorgmijding’, duidt erop dat het kabinet zorgmijding na verwijzing niet per definitie ongewenst vindt. Dat is zorgelijk, en strijdig met de boodschap in de VWS-beleidsbrief dat dit kabinet wil uitgaan van vertrouwen in zorgprofessionals.

Inmiddels onderzoekt het Centraal Planbureau (CPB) de omvang en aard van niet opgevolgde verwijzingen en de verschillen tussen opvolgers en niet-opvolgers. Maar economisch onderzoek achteraf, ontkoppeld van gepresenteerde patiëntenproblemen en medische overwegingen, kan beslissingen van patiënten om verwijzingen op te volgen, niet inhoudelijk evalueren. Hetzelfde geldt voor de medische gevolgen van zorgmijding.

Daarvoor moet je bij de universitaire medische centra zijn, die al decennialang onderzoek doen gericht op voortgaande verbetering van de huisartsgeneeskundige verwijsfunctie – juist omdat de verwijsverantwoordelijkheid bij de huisarts ligt. Niet bij patiënten, die daarop door het kabinet wél financieel worden aangesproken.

Goed nieuws is dat het percentage burgers dat vanwege kosten afziet van zorg in 2025 daalde naar 6 procent. Maar dat is geen argument om patiënten te laten bijbetalen na professionele verwijsbeslissingen. Bovendien komt zorgmijding bij mensen met meer gezondheidsproblemen en minder geld een stuk vaker voor.

Wrang

Dat zien we ook terug in de recente CPB-bevinding dat, gecorrigeerd voor gezondheidsverschillen, mensen met een lagere financiële welvaart minder uitgeven aan zorg waarvoor eigen betalingen gelden, zoals medisch-specialistische zorg. Het is dan wrang te lezen dat het van het wetsvoorstel verwachte effect is gebaseerd op ‘inzichten uit de economische wetenschap dat mensen meer geremd worden in hun consumptie naarmate ze er zelf meer voor moeten betalen’. Te meer omdat we weten dat de meeste mensen pas naar een dokter gaan als ze hun probleem niet in eigen kring kunnen oplossen.

Het kabinet voert ook aan dat de eigen (niet collectief gedragen) bijdragen in Nederland procentueel tot de laagste van Europa behoren. Nog afgezien van het feit dat zulke internationale vergelijkingen lastig zijn, zou het kabinet ook kunnen zeggen: minder solidaire situaties elders zijn geen reden om ook óns stelsel mínder solidair te maken.

Een kabinet dat solidaire zorg én 10 miljard euro minder zorguitgaven wil, moet gaan voor bezuinigingsdoelen die het in financieel veel moeilijker tijden gelegde fundament toegankelijkheid niét schaden, of zelfs versterken. Pak zorgfraude, het koekoeksei van onsolidaire verspilling, doortastend aan en boek daarvoor – anders dan nu – een doelbedrag in. Terugploegen van de helft van de door het OM geschatte jaarlijkse zorgfraude van 10 miljard euro zou al de hele ‘winst’ van het eigenrisicobeleid opleveren.

Focus daarnaast op andere, ook door VWS genoemde eerlijke routes, die mede de druk op de zorg verminderen, zoals preventie, effectieve zorg, minder administratieve lasten voor zorgprofessionals, ondersteunende technologie en aantrekkelijk werken in de zorg. Daar is genoeg te winnen, mét behoud van saamhorigheid.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next