Sinds de coronapandemie heeft vogels kijken (of vogelen) aan populariteit gewonnen bij jongere generaties. Ook in het Amsterdamse Vondelpark is genoeg te zien en te horen, blijkt op excursie met beroepsvogelaar Arjan Dwarshuis.
schrijft voor de Volkskrant over Amerikaanse sporten.
Een ooievaar met besmeurde vleugels steekt in de verte langzaam een grasveld over. Het is de eerste vangst van een kleine groep enthousiaste vogelaars die zich om 6 uur ’s ochtends heeft verzameld in het Amsterdamse Vondelpark. ‘Hij is een beetje goor’, zegt gids Arjan Dwarshuis (39), als hij zijn verrekijker aan zijn ogen heeft gezet. ‘Waarschijnlijk heeft hij in een nat nest gezeten.’
Mensen zijn er in de vroege ochtend nauwelijks te bekennen in het anders zo drukke park, vogels des te meer. In de stilte is hun gezang makkelijk te horen.
Dwarshuis, een van de bekendste vogelaars van Nederland, houdt halt. Hij denkt een grauwe vliegenvanger te horen, een soort die hij in het Vondelpark nog nooit heeft waargenomen. Met ingehouden adem stapt het groepje de bosjes in, maar na wat speurwerk blijkt het om een jong roodborstje te gaan. Het geluid is vrijwel identiek.
‘Weer wat geleerd’, zegt Dwarshuis.
Het is begin mei, een periode die hobbyvogelaars op hun kalender omcirkelen. Het is de piek van het broedseizoen, en bovendien keren veel trekvogels terug uit het zuiden. Dwarshuis leidt de ene na de andere excursie, een bezigheid waar hij als student mee begon.
Tegenwoordig kan hij als beroepsvogelaar goed leven van zijn expertise. Hij is geregeld op televisie, maakte enkele documentaires, heeft een podcast – de Vogelspotcast – met zijn goede vriend Gisbert van Baalen en schreef meerdere (kinder)boeken over vogels. Momenteel is hij druk met de opnames van een tv-reeks.
Zijn excursies zijn soms maanden van tevoren al volgeboekt. De populariteit van het vogels kijken is de afgelopen jaren sterk toegenomen, constateren Dwarshuis en andere kenners. Het was bijvoorbeeld te merken toen er in het voorjaar een roerdomp in het Vondelpark neerstreek.
‘Daar kwam heel vogelkijkend Amsterdam op af’, zegt Dwarshuis, die de kleine, geelbruine reiger het hoofdpersonage maakte van zijn kinderboek Ronnie de roerdomp (2023).
Maar Dwarshuis ziet nog een andere trend: het aandeel van jongere vogelaars nam de laatste jaren sterk toe. Om die ontwikkeling te illustreren, heeft hij deze dag een groepje 40-minners opgetrommeld voor zijn rondleiding door het Vondelpark.
Voor vogelen is het niet de allerspannendste locatie, weet hij, maar toch kostte het hem weinig moeite om snel een tiental geïnteresseerden bij elkaar te krijgen. In het park in Amsterdam namen Dwarshuis en Van Baalen in 2020 hun eerste podcast op. Ze willen laten zien dat er ook in de stad genoeg mooie vogels te vinden zijn, als je maar goed genoeg kijkt.
De twintigers en dertigers die zich op de vroege ochtend in Amsterdam verzamelen, zijn lid van de onlinegemeenschap voor vogelaars die Dwarshuis is begonnen, de Dwaalgasten. Via de app Discord komen ze met elkaar in contact, bespreken ze hun vondsten en apparatuur, en kunnen ze zich inschrijven voor gezamenlijke speurtochten.
Volgens Dwarshuis is de nieuwe aanwas rechtstreeks te herleiden tot de coronapandemie. ‘Tijdens de lockdowns zochten mensen iets waardoor je buiten kon zijn, iets wat gezond was en misschien ook nog een beetje sociaal.’ In diezelfde periode begonnen Dwarshuis en Van Baalen hun podcast. ‘We hadden al snel duizenden luisteraars.’
In de reeks, met inmiddels ruim honderd afleveringen, neemt kenner Dwarshuis zijn jeugdvriend Van Baalen op sleeptouw. Aanvankelijk kan die nog geen kraai van een ekster onderscheiden, maar na verloop van tijd wordt ook hij deskundiger.
‘Vergeleken met andere landen hebben we in Nederland niet zo veel unieke soorten’, doceert Van Baalen, ook van de partij tijdens het uitje in het Vondelpark. ‘Veel trekvogels gebruiken ons als een tussenstop. We zijn eigenlijk een soort wegrestaurant.’
Een andere wijsheid die hij van Dwarshuis leerde: ‘Horen is scoren.’ Want zo werkt het in de wereld van het vogelen: het horen van de zang van een bepaalde vogelsoort geldt als een waarneming. Zien is wat moeilijker, zo blijkt ook deze ochtend.
Vogelen of vogels kijken – het woord ‘spotten’ wordt vooral door leken gebruikt – vergt enige oefening. Die begint met het hanteren van de verrekijker. ‘Eerst kijken met het blote oog’, legt Dwarshuis uit, ‘en dan richten.’ En ja, zo verschijnt kraakhelder een holenduif in beeld. ‘Meer een duif die in de bossen leeft; hij is iets kleiner dan de exemplaren die voor ons raam zitten.’
Achteraan de groep loopt de 26-jarige Thijs, die op de vroege ochtend vanuit Utrecht naar Amsterdam is gekomen om zich aan te sluiten bij de groep. ‘Ik ben graag in de natuur, en op deze manier kan ik het combineren met kennis opdoen’, zegt hij aan de rand van een vijver vol nijlganzen.
Het duurde even voor hij het vogelen onder de knie had. ‘Je moet eerst een basis kweken. Als je dezelfde vogels honderden keren gezien hebt, gaat het je eerder opvallen als je wat afwijkends hoort of ziet.’
De lege lijst waarmee hij begon, staat inmiddels vol soorten, waarvan hij sommige in het buitenland heeft waargenomen. Op reis in Vietnam gaf hij zijn verrekijker soms aan willekeurige mensen. ‘Het was mooi om hun verwondering te zien.’
Wandelend door het Vondelpark, hun blik naar boven gericht, bespreken de vogelaars hun favoriete soorten en waarnemingen. ‘Ik heb laatst een vogel gezien waar ik nog twee dagen aan heb gedacht’, zegt de 32-jarige Lisette, een biologiedocent die volgens haar moeder al op haar 2de in de ban was van vogels. ‘Als we vroeger naar Blijdorp gingen, had ik blijkbaar meer aandacht voor de mussen en eenden dan voor de andere dieren.’
Haar hobby nam tijdens de pandemie serieuzere vormen aan, onder meer dankzij de podcast van Dwarshuis en Van Baalen. ‘Ik heb het idee dat er sindsdien vaker tijd wordt gemaakt voor dingen die meer mindful zijn; voor analoge hobby’s om even van je telefoonscherm af te komen. Dit is daar natuurlijk perfect voor.’
Volgens deskundigen hebben ook andere ‘ouderwetse’ hobby’s – vissen, breien, borduren – de afgelopen jaren onder jongere mensen aan populariteit gewonnen, maar vooral vogelen lijkt aan te slaan. Toen Dwarshuis in zijn podcast sprak over de blauwborst – ‘een van onze mooiste broedvogels’ – kreeg hij bericht van een boswachter in het Amsterdamse Bos. ‘Die zag ineens overal groepjes hipsters met knotjes door de natuur lopen.’
Ook Vogelbescherming Nederland onderstreept de populariteit van vogels kijken bij jongere generaties. ‘Ik kan me goed voorstellen dat het een medicijn kan zijn tegen het doomscrollen op sociale media’, zegt Timo Roeke, vogelkenner bij de vereniging.
Als hij in de natuur aan het werk is, ziet hij de jongere vogelaars in groepjes door het landschap trekken. ‘Je bent heel erg in het moment’, verklaart Roeke de aantrekkingskracht van het vogelen. ‘Je moet scherp zijn en bent met je hoofd niet telkens ergens anders.’
Alles begint met verwondering, zegt Dwarshuis. Die ziet hij nu soms in de ogen van zijn 3-jarige dochter, die net als haar vader een bijzondere aandacht voor vogels heeft. ‘Omdat ze nog te jong is voor een verrekijker, gebruikt ze soms twee lege wc-rollen.’
Geregeld onderbreekt Dwarshuis zijn verhaal omdat hij een vogel hoort. ‘Luister, een tjiftjaf.’ Ook voor de Hagenaar zelf begon de fascinatie voor de dieren al op jonge leeftijd. ‘In mijn prilste herinneringen als kind komen vogels voorbij. Een goudvink in een park in de buurt, of een roerdomp in de winter in de duinen. Dat gaat heel ver terug.’
Zeker op de middelbare school viel Dwarshuis met zijn hobby uit de toon. Van het geld dat hij verdiende met zijn krantenwijk, kocht hij zijn eerste verrekijker. Maar soms verstopte hij die onder zijn jas. ‘Ik was bang om daarmee gezien te worden, want anderen vonden het een beetje gek’, herinnert hij zich. ‘Erbij horen is op die leeftijd belangrijk. Hoe meer peukjes je rookt en hoe beter je bent in tafelvoetbal, hoe hoger je staat in de sociale pikorde.’
Als student merkte hij dat zijn afwijkende hobby juist interesse wekte. ‘Terwijl we ergens op een bankje zaten te zuipen, zei ik tegen mijn vrienden: hé, een groene specht. Hoor je dat? Of: een bosuil. Toen werd het iets leuks.’
Bekende vogelaars waren er in zijn jeugd nauwelijks. Vooral de in februari overleden Nico de Haan was vaak op televisie te zien. ‘Ik heb veel respect voor hem en wat hij gedaan heeft, maar het was natuurlijk best oubollig’, zegt Dwarshuis. ‘Hij had veel invloed op het beeld dat mensen van vogelaars hadden. Het waren lange tijd bijna alleen maar oudere, witte mannen. Dat was een stereotype waar ik mijn hele leven tegen gevochten heb.’
Oudere witte mannen zijn er nog steeds genoeg, maar ze moeten de natuurgebieden en stadsparken vaker delen met gen Z’ers en millennials. ‘Ik heb het gevoel dat er steeds meer mensen van mijn leeftijd bij zijn’, zegt de 26-jarige Thijs. ‘Je hoort vaak dat je op je 30ste ineens geïnteresseerd raakt in vogels, dus wat dat betreft ben ik iets te vroeg.’
Nog jonger is de 13-jarige Waldemar, die is behangen met apparatuur en tijdens de excursie geen seconde van Dwarshuis’ zijde wijkt. Wat hij later wil worden? ‘Een beetje wat Arjan is’, zegt hij. Samen met een klasgenoot maakte hij onlangs een werkstuk over zijn idool.
‘Ik kreeg een appje van Waldemar’, zegt Dwarshuis. ‘Ze hadden een 9 gekregen.’
‘Ik zie nu best wel wat vogelaars van mijn leeftijd’, zegt de middelbare scholier uit Hilversum, die door zijn moeder bij de poort van het Vondelpark is afgezet. ‘Dat is toch wel leuk, anders ben je alleen maar met oude mannen op pad.’
Het stoffige imago van de vogelaar veranderde mede dankzij uithangborden als Dwarshuis, een vlotte dertiger met diepe stem die op camera goed uit de voeten kan. Nog altijd heeft hij het wereldrecord vogels kijken op zijn naam staan. In zijn ‘big year’ 2016 reisde hij de hele wereld over en nam hij binnen een jaar liefst 6.852 verschillende soorten waar.
Maar Dwarshuis is lang niet de enige birdfluencer, zoals de invloedrijkste vogelaars worden genoemd. In de VS wakkerde de 31-jarige zangeres Bonner Black de verjongingskuur van het vogels kijken via sociale media aan. Op Instagram heeft Black tienduizenden volgers, die zien hoe ze bewapend met een verrekijker de natuur in trekt.
Engeland heeft de 24-jarige Mya-Rose Craig, alias Birdgirl. Meer dan de andere birdfluencers zit zij in de activistische hoek, waar ze soms de handen ineenslaat met Greta Thunberg. Een andere Brit, David Lindo, alias de Urban Birder, liet zien dat ook in de stad genoeg bijzondere vogels te zien zijn, zoals in het Vondelpark. Mede dankzij de zwarte Londenaar werd het vogelen wat diverser.
Ook in Nederland ziet Dwarshuis die ontwikkeling plaatsvinden, zij het langzaam. Wat hem en Van Baalen daarnaast opvalt, is dat de man-vrouwverhouding aan het verschuiven is. ‘Het is nu ongeveer 60 procent man, 40 procent vrouw’, zegt Van Baalen. ‘Bij sommige van onze excursies is het zelfs fiftyfifty, maar dat is nog redelijk uniek.’
Dat de populariteit van het vogelen deels wordt gestuwd door nieuwe technologie, leidt volgens Dwarshuis tot een merkwaardige paradox. Aan de ene kant zoeken de nieuwe vogelaars naar rust en een analoge beleving, maar tegelijk wordt hun interesse aangewakkerd door sociale media en nieuwe apps.
Ook is vogelen laagdrempeliger geworden door nieuwe technologische hulpmiddelen. Op waarneming.nl, een website waar waarnemingen worden geregistreerd, kunnen vogelaars precies zien welke soorten zich waar begeven. Met de populaire app Merlin Bird kunnen gebruikers vogels makkelijk identificeren, bijvoorbeeld aan de hand van hun zang.
‘Vroeger werden bijzondere soorten meestal alleen door kenners ontdekt’, zegt Dwarshuis. ‘Nu kan iedereen in zijn achtertuin een keer geluk hebben.’
Het maakt het er niet altijd leuker op, vindt hij. Bij een van zijn recente excursies liepen twee vogelaars continu met hun telefoon in de hand.
Net als vogels heb je ook vogelaars in verschillende soorten. De traditionele oudere hobbyist gaat wat vaker alleen op pad, ziet Dwarshuis, terwijl de jongere nieuwkomers elkaar meer opzoeken. ‘Voor hen gaat het vaak ook om het sociale aspect.’
Sommige vogelaars gaat het om de beleving, andere om de kick van het ontdekken van nieuwe soorten, die als pokémons in een persoonlijke database verschijnen.
Dan zijn er nog de competitieve vogelaars. Vooral in de VS, vertelt Dwarshuis, raken aanhangers van bekende vogelaars soms met elkaar verwikkeld in verhitte discussies over de regels van het waarnemen. Zogeheten stringers, vogelaars die hun waarneming uit hun duim zuigen, worden om hun doodzonde aan de schandpaal genageld.
Thuis in Nederland ziet Dwarshuis nog een ander soort vogelaar, als die al zo genoemd mag worden. ‘Je ziet een sterke toename van mannen van middelbare leeftijd die opeens hobbyfotograaf worden. Die kijken online waar de waarnemingen zijn en rijden in hun auto achter alles aan wat felgekleurd is, zonder enige kennis of natuurliefde.’
Ook Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland kent het type. ‘We zijn natuurlijk blij met de groeiende aandacht voor vogels, maar dit helpt niet.’
Het totale aantal vogels in Nederland neemt af, zegt Roeke. Sommige soorten, zoals de zeearend en kraanvogel, zijn teruggekeerd, en met de ooievaar gaat het goed, maar de populaties van onder andere de huismus en de veldleeuwerik lopen drastisch terug.
Volgens hem zouden sommige vogelaars zich wat meer om de natuur kunnen bekommeren. ‘Het is tegenwoordig wel heel erg gericht op de beleving. Wat kan ik eruit halen als individu? Ik zou graag zien dat mensen zich ook inzetten voor de habitat van vogels.’
Toch ziet ook Vogelbescherming Nederland het stijgende aantal vogelaars als een positieve ontwikkeling. ‘Als je meer over vogels leert, kom je er op een gegeven moment vanzelf achter dat die dieren wat vertellen over de gezondheid van onze leefomgeving.’
Dwarshuis ziet het zo: ‘Als meer mensen plezier halen uit natuurbeleving, krijg je ook meer draagvlak om de natuur te beschermen.’ Ja, ook hij ziet het drukker worden in de groene gebieden van Nederland. ‘In sommige gevallen kan het effect negatief zijn.’
Opnieuw wijst hij naar de fanatieke fotografen. ‘In hun drang om een vogel vast te leggen, vergeten ze alles. Het stukje wegberm waar ze parkeren, kan net het laatste stukje habitat van een zeldzame vlinder of orchidee zijn.’ Om die reden worden sommige waarnemingen uit voorzorg vervaagd ingevoerd, zodat de precieze locatie niet te zien is. Een stormloop zou de flora en fauna rondom de vogel onherstelbaar kunnen schaden.
In het Vondelpark wordt het langzaam drukker; Amsterdam ontwaakt. Dwarshuis wijst naar de grijze lucht boven een grote vijver. ‘Gierzwaluwen’, zegt hij, waarna het groepje de verrekijkers nog een laatste keer hun werk laat doen.
Op weg naar de uitgang van het Vondelpark geeft Dwarshuis nog een feitje mee. ‘Verschillende onderzoeken wijzen uit dat je van vogelen gelukkiger wordt.’ Hij haalt zijn fiets van het slot en neemt tussen twee kinderzitjes plaats op het zadel. ‘Maar goed, dat wist ik natuurlijk allang.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant