Op 1 juni is het honderd jaar geleden dat Marilyn Monroe werd geboren. Filmster en symbool. Ze is de blote benen onder de opwaaiende jurk, de rode lippen in een uitnodigende lach. Maar waar staat ze dan precies symbool voor? En is dat symbool met de jaren veranderd?
schrijft voor de Volkskrant over film.
Op 1 juni is het honderd jaar geleden dat Marilyn Monroe werd geboren. Filmster en symbool. Ze is de blote benen onder de opwaaiende jurk, de rode lippen in een uitnodigende lach. Maar waar staat ze dan precies symbool voor? En is dat symbool met de jaren veranderd?
schrijft voor de Volkskrant over film.
Honderd jaar geleden, op 1 juni 1926, werd Marilyn Monroe geboren. Haar verhaal is een rags-to-riches-verhaal: Norma Jeane Mortenson, zoals ze dan heet, groeit op in armoede, zonder ouders of liefde, om uiteindelijk wereldberoemd te worden. Maar je kunt haar verhaal ook anders vertellen: als een tragedie. Nog geen tien jaar nadat Monroe haar sterrenstatus had bereikt, in augustus 1962, overleed ze aan een overdosis slaapmiddelen, 36 jaar oud. Monroes veelbewogen leven laat zich makkelijk passen in de mal van een verhaal, compleet met symboliek en psychologische duiding.
Het is niet moeilijk een verband te zien tussen de filmster die op zeker moment bekendstond als de meest gefotografeerde vrouw ter wereld en het verstoten kind dat zo graag gezien wilde worden; haar eenzame dood laat zich typeren als tragische ironie. Aan het einde van haar leven was Monroe verslaafd aan de medicatie die haar artsen haar voorschreven en de champagne die ze dagelijks dronk. Geen van haar huwelijken had lang stand gehouden.
Niemand leek haar te zien of te begrijpen. Niemand keek voorbij de stralende façade: de blote benen onder de opwaaiende jurk, de fluisterstem vol valse adem, de eindeloze belofte van seks, die hand in hand ging met kinderlijke onschuld.
Honderd jaar na haar geboorte, en 64 jaar na haar dood, blijkt dat we nooit zijn opgehouden het leven van Marilyn Monroe tot verhaal te maken, haar verschijning tot een symbool. Is ze nog steeds niet meer dan een façade, of hebben we inmiddels ontdekt wat er achter de buitenkant school?
Ze valt nog steeds samen met haar stralende lach, met de rode lippen en rechte tanden, met de mondhoeken die omkrullen in de uitnodiging te blijven kijken. Maar steeds vaker focussen we op foto’s waarop ze juist niet lachte, waarop ze met een lege blik in de verte staart, waarop ze meer Norma Jeane is dan Marilyn Monroe.
Eerst die lach: wat vertelde die ons in haar hoogtijdagen? In Marilyn: A Biography (1973) beschrijft schrijver en journalist Norman Mailer Monroe als goddelijk, toegeeflijk en meegaand. Haar lach, schrijft hij, zegt: ‘Take me. Ik ben makkelijk. Ik ben vrolijk. Ik ben een engel van seks, you bet.’ Ze was kortom een sekssymbool, en als zodanig vertegenwoordigde ze Amerika zelf.
Monroes carrière, die begon aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en zijn hoogtijdagen beleefde tussen 1953 en 1960, viel min of meer samen met de jaren vijftig, een periode van hernieuwd patriottisme en een terugkeer naar conservatieve waarden. De Amerikaanse veteranen die terugkeerden uit Europa waren niet alleen getraumatiseerd door de oorlog, ze voelden zich nutteloos toen ze beseften dat de samenleving tijdens hun afwezigheid draaiende was gehouden door vrouwen.
De glimlach van Monroe bood troost, niet in de laatste plaats doordat ze in films als Gentlemen Prefer Blondes, How to Marry a Millionaire (beide uit 1953) en The Seven Year Itch (1955) vrouwen speelde die niet erg mannelijke mannen hun zelfvertrouwen teruggaven.
Maar er was nog een reden dat Monroe symbool kwam te staan voor naoorlogs Amerika. In deze tijd van Koude-Oorlog-paranoia, waarin het voor de Verenigde Staten noodzakelijk was zichzelf neer te zetten als het ultieme antwoord op het communisme, stond Monroe voor alles wat Amerika wilde zijn: ze was glamorous en aards, even natuurlijk als gemaakt, buurmeisje en superster. Ze vertegenwoordigde de gewone Amerikaan, maar stond ook voor ongebreidelde luxe en consumptie, commercie en massacultuur. Ze was, schrijft Jacqueline Rose in haar essaybundel Women in Dark Times (2014), ‘America’s deam of itself come true’.
A post shared by Curated by Tiia Marie (@lovelynormajean)
Slaperig kijkt ze in de camera. Een streep zwarte eyeliner onder witte oogschaduw maakt haar lome blik nog lomer. Terwijl ze een doorschijnende sjaal voor haar blote borsten houdt, nipt ze van een coupeglas champagne of bijt ze verleidelijk en zichtbaar dronken op haar lip. Monroes fotosessies met Bert Stern, in opdracht van Vogue, zouden bekend komen te staan als haar allerlaatste. Niet alle foto’s werden door Monroe goedgekeurd, maar ook die waar ze een groot rood kruis op zette werden na haar dood beroemd. In The Last Sitting, het boek dat Stern in 1982 publiceerde, schrijft hij dat hij al op een manier zinde om Monroe uit de kleren te krijgen toen hij haar voor het eerst ontmoette.
Dat juist deze foto’s, die we inmiddels direct herkennen als exploitatief en grensoverschrijdend, zijn afgedrukt in Norman Mailers paternalistische en misogyne biografie van Monroe, voelt akelig passend. Zowel de beelden als de tekst zijn namelijk doordrongen van wat een male gaze is: een specifiek mannelijke, heteroseksuele lens die wordt gebruikt om vrouwen te bekijken, te stereotyperen en te onderdrukken.
Vergelijk de foto’s van Stern maar eens met die van George Barris, die óók te boek kwamen te staan als de laatste die van Monroe werden genomen. Ook hier is ze vaak deels naakt, maar ze wordt niet geseksualiseerd. In plaats van in de studio fotografeert Barris haar op het strand, waar ze tegen de wind leunt en in zee zwemt. Ze is niet passief, maar levendig, vrolijk, speels. Menselijk. Op de allerlaatste foto die ooit van haar werd genomen kijkt ze met een warm vest over de schouders in de cameralens – niet slaperig, maar alert.
A post shared by *。☆ Retro ☆。* (@discodecade)
De foto’s van Barris vormen de rode draad in een andere biografie, geschreven door Gloria Steinem. In Marilyn: Norma Jean (1988) getuigt de feminist van een heel andere blik op de filmster als ze schrijft dat ze als tiener een groot ongemak voelde bij die vrouw die al fluisterend en poserend leek te hopen op de goedkeuring van anderen.
Destijds zag Steinem haar als een karikatuur van de vrouw, een lachspiegel die al onze verwachtingen van vrouwen vervormde en overdreef. Mannen, schrijft Steinem, vonden het fantastisch, maar vrouwen hadden een hekel aan haar hulpeloze-vrouwen-act. Maar Steinem zag ook dat dat veranderde zodra Monroe overleed.
Wat veranderde er? En wat vertelt Monroes lach ons nu? Naast seks symboliseert ze iets anders: kwetsbaarheid. We hebben geleerd om voorbij de stralende lach te kijken en het trauma te zien dat erachter schuilging. Norma Jeane was acht jaar oud toen ze werd misbruikt. Toen ze erover vertelde aan het gezin waar ze op dat moment inwoonde, werd ze niet geloofd. En ook later, toen ze erover getuigde tegenover de pers, was de consensus dat ze loog.
Als reden daarvoor werd gegeven dat haar verhalen inconsistent waren. Bovendien loog ze wel vaker over haar jeugd. Maar belangrijker was dat het allemaal zo ongeloofwaardig leek, zo onlogisch. Hoe kon een vrouw die zo overduidelijk van seks genoot het slachtoffer zijn van seksueel misbruik? Hoe kon iemand met zo’n stralende lach heimelijk getraumatiseerd zijn?
In dat opzicht is onze blik zeker veranderd: we weten nu beter hoe slachtoffers van misbruik zich gedragen, en herkennen dat beeld in Monroe. In Blonde (2000), Joyce Carol Oates’ fictieve Monroe-biografie, ligt trauma ten grondslag aan een pathologische gespletenheid: vanbuiten was ze weliswaar de glamoureuze Marilyn Monroe, maar vanbinnen bleef ze altijd het kind Norma Jeane.
En ook de historicus Lois Banner, Monroes meest recente biograaf, benadrukt de paradoxen in haar persoonlijkheid en leven. In Marilyn: The Passion and the Paradox (2012) compliceert Banner het beeld dat we altijd van haar hadden. Ze noemt haar verhoudingen met vrouwen, die haaks staan op haar imago als droom van elke man, en tegenover het beeld van Monroe als gezond, vruchtbaar en jeugdig zet ze de vele fysieke problemen waar ze heimelijk mee kampte. Monroe leek zo vrolijk en ongecompliceerd, maar zou nu, zo concludeert Banner, misschien wel gediagnosticeerd worden met een bipolaire stoornis.
Met de jaren werd Marilyn Monroe zo stukje bij beetje terugveroverd op de male gaze. In onze nieuwe blik op haar kwam mededogen centraal te staan. Maar daar kleeft weer een ander risico aan: mededogen slaat makkelijk om in sensationalisme. Zie bijvoorbeeld Andrew Dominiks verfilming van Blonde uit 2022, een bijna drie uur durende martelgang, waarin we niets te weten komen over Monroes ambitie, levenslust, warmte of talenten, maar in plaats daarvan worden doordrongen van al het verschrikkelijks wat haar overkwam. Zoals iemand als Norman Mailer maar één ding in Monroe zag, namelijk seks, zo brengt ook de traumaporno van Blonde haar terug tot één enkele eigenschap: haar trauma.
Op de golven van een nieuw feministisch discours ontstond nog een ander beeld van Marilyn Monroe: dat van de powervrouw. In Women in Dark Times schrijft Jacqueline Rose over Monroes grote politieke bewustzijn, uitgesproken linkse ideeën en vereenzelviging met de arbeidersklasse.
Biograaf Lois Banner beschrijft op haar beurt hoe Monroe de burgerrechtenbeweging steunde en hoe ze zich verdiepte in diverse religies, waaronder boeddhisme en het jodendom. In de rondreizende tentoonstelling over Monroe die tien jaar geleden ook te bezoeken was in De Nieuwe Kerk in Amsterdam werd de actrice nadrukkelijk neergezet als iemand die haar tijd ver vooruit was. Dat ze haar eigen productiemaatschappij opzette, maakte haar niet alleen een slimme zakenvrouw, maar zelfs een proto-feminist.
In 2010 bleek al dat Monroe een fervent lezer was, toen een deel van haar bibliotheek werd afgedrukt in het boek Fragments en diezelfde verzameling boeken staat nu zelfs centraal in het recente Marilyn and Her Books: The Literary Life of Marilyn Monroe. Uit Fragments bleek bovendien dat Monroe haar gedachten regelmatig ordende in notities, die soms de vorm aannamen van gedichten.
Monroe was dus géén dom blondje. Misschien, zo is althans de suggestie, was ze zelfs het tegenovergestelde: een intellectueel. Maar ook bij dat beeld wringt er iets. Het lijkt of ze onze aandacht alleen waard is als we kunnen bewijzen dat ze heus slim was, heus méér dan alleen haar bijzondere verschijning. Willen we het beeld op Monroe echt nuanceren, dan moeten we haar niet proberen neer te zetten als het anti-domme blondje, maar simpelweg kijken naar de feiten.
Marilyn Monroe rondde nooit een formele opleiding af. Ze ging van school toen ze, net 16 jaar oud, in het huwelijk trad met haar vriendje. Zelf wilde ze helemaal niet trouwen, maar haar voogd zou verhuizen naar een andere staat en kon niet meer voor haar zorgen. Toch bleef Monroe altijd lezen en leren. Juist omdat ze haar school niet had afgerond wilde ze méér dan alleen een plaatje zijn.
Ze investeerde in haar vak door zich te verdiepen in Freuds ideeën over psychoanalyse, werkte met de beroemde acteercoach Constance Collier en studeerde method acting bij Lee Strasberg aan de vermaarde Actors Studio. En ja, ze was progressief, sprak zich uit tegen onrecht en kwam op voor minderheden. Ze was een ‘seeker’, schreef Rachel Syme recent in The New Yorker, iemand die méér wilde – meer liefde, meer bewegingsvrijheid, meer zekerheid, meer respect, meer controle.
Maar er was ook de Marilyn Monroe die, zeker aan het einde van haar leven, laat of helemaal niet kwam opdagen op de set; de Monroe die haar teksten vergat, er met haar hoofd niet bij was. In een interview vertelde ze dat ze niet lui was; ze had simpelweg tijd nodig om zich voor te bereiden. Ze was een perfectionist.
Amerikanen, stelde ze, hebben altijd zo’n haast. In een recent stuk voor Book Forum concludeert de feministische opiniemaker Moira Donegan dat Monroe onzeker was. Ze twijfelde aan zichzelf, worstelde met zichzelf – en haar collega’s wisten dat. Volgens Donegan vergaven ze het haar. Maar kijken we dan niet te veel met de blik van nu – een verzachtende blik die haar tot slachtoffer maakt? Waren haar collega’s niet gewoon – terecht – geïrriteerd?
Misschien was Monroe wel degelijk lui. Misschien was ze wel degelijk egocentrisch, al dan niet als gevolg van haar traumatische jeugd. Je kunt namelijk én lui én ambiteus zijn, een seeker én een verzaker. Je kunt ontwikkeld én intuïtief zijn, zielig én irritant.
Ja, Monroe was belezen. Ze was intelligent, leergierig en onconventioneel in haar denken – laten we dat vooral blijven benoemen. Maar ze was niet beroemd vanwége haar intelligentie of belezenheid. Ze was geen politicus, geen denker, geen schrijver. Laten we dus vooral haar grote acteertalent benoemen, en haar belangrijke bijdrage aan de filmcultuur. Laten we het hebben over haar immense impact op de 20ste-eeuwse cultuur, en op hoe we kijken en denken over vrouwen. En ja, daarbij gaat het grotendeels over haar buitenkant. Wat is daar eigenlijk mis mee?
A post shared by Julien's Auctions (@juliens_auctions)
Naast ‘the last sitting’ van Bert Stern en de ‘the last photos’ van George Barris blijken er nu ook nog ‘lost photographs’ te zijn, namelijk de foto’s die Allan Grant maakte voor Life en die nu verschijnen als boek. In Book Forum beschrijft Moira Donegan een van deze foto’s, waarop Monroe in gedachten lijkt verzonken, een hand achteloos tegen haar lippen. Nog steeds ziet ze eruit als de ster die ze ooit was, schrijft Donegan, maar dan moe en afwezig. Waar ze ooit een meisje was dat de wereld trots tegemoet trad, daar wil ze nu juist aan die wereld ontsnappen.
Maar wie andere foto’s uit deze sessie bekijkt, ziet een vrouw die juist volkomen op haar gemak is: vrolijk, beweeglijk, vol levenslust. Gestoken in een modieuze gele broek en een simpel truitje schaterlacht ze, peinst ze, doet ze een dansje of maakt ze zich druk. We kijken hier naar een actrice aan het werk, die laat zien wat ze allemaal in huis heeft.
Was het allemaal een act? Hield haar lach tot het einde toe de schijn op? In die laatste maanden van haar leven had Monroe het zwaar. Ze was teleurgesteld in de liefde, was afhankelijk van medicatie en alcohol, worstelde zozeer tijdens filmopnamen dat het had geleid tot haar ontslag.
Maar er was ook een andere kant. Ze was bezig met een nieuw filmproject: een biopic van haar heldin Jean Harlow. Ze had een huis gekocht in Californië, de eerste woning die echt van haar was, en ze was bezig het te vullen met designmeubels en kunst. We doen Monroe geen recht door te focussen op de foto’s waarop ze somber voor zich uit staart, net zo min als we haar recht doen door ons blind te staren op haar lach. Maar betekent dat dan dat we Monroe helemaal niet als symbool moeten bekijken?
Marilyn Monroe wist precies wat werkte op beeld. Ze wist precies hoe ze het publiek moest geven wat het wilde. Ze werd niet ontdekt op het moment dat ze voor het eerst door een professionele fotograaf op de foto werd gezet; ze had toen allang gemerkt dat haar lichaam de aandacht van jongens en mannen trok. Ze had zichzélf ontdekt.
Ze werd niet beroemd gemaakt, ze maakte zichzelf beroemd. Ze kwam symbool te staan voor een uiterst marktgedreven Amerika, maar in plaats van het handelswaar was ze de koopman. Het heeft geen zin om je af te vragen of het een act was, het staren in de verte of de stralende lach, want de mens en de act vielen samen. De vrouw en het symbool waren één.
Dat we steeds maar labels op Monroe blijven plakken, naar haar betekenis blijven zoeken, komt doordat ze zichzelf tot symbool maakte, zelfs al probeerde ze er ook aan te ontsnappen. Laten we ons haar dan herinneren als een tomeloos gedreven vrouw, vol verlangen, ambitie en talent. Als een self-made vrouw die vormgaf aan zichzelf.
ACTIVITEITEN ROND 100 JAAR MARILYN
Eye, Amsterdam
Vanaf 22 mei: retrospectief met zes films
1 juni: lezing (20’) door Basje Boer voorafgaand aan The Misfits
Forum, Groningen
30 mei t/m 25 oktober: tentoonstelling Marilyn
29 mei: feestelijke opening Marilyn
14 juni: lezing (30’) door Basje Boer voorafgaand aan Some Like It Hot
Vanaf 30 mei: retrospectief met vijf films
BOEKEN:
Marilyn Monroe 100: The Official Centenary Book (Acc Art Books Ltd)
Marilyn: The Lost Photographs, the Last Interview, Richard Meryman (tekst), Allan Grant (fotografie) (Weldon Owen, Simon & Schuster)
Marilyn and Her Books: The Literary Life of Marilyn Monroe, Gail Crowther (Simon & Schuster)
Source: Volkskrant