RIJSWIJK - 'Als jij zo weggaat, komt hij me aanvallen.' Het zijn de laatste woorden die de 38-jarige Paro uit Rijswijk op haar portiektrap tegen een buurman zegt over haar bovenbuurman, de inmiddels 58-jarige Seyed A. Maar A. wacht niet eens tot de andere buurman naar binnen is. Vijf minuten later komt hij terug met een vuurwapen en schiet Paro door haar hoofd, bovenlichaam en arm. Het Openbaar Ministerie heeft maandag dertig jaar cel geëist tegen A., de maximale tijdelijke straf voor een enkelvoudige moord.
In totaal vuurt hij acht kogels af in het portiek aan de Galjoenstraat in Rijswijk, op 20 september 2024. Eén daarvan vliegt door het rugzakje van het vierjarige zoontje van het slachtoffer, zo blijkt maandag in de Haagse rechtbank. Het kind staat naast zijn moeder bij de portiekdeur.
De kogel gaat door zijn capuchon, rugzak en broodtrommel heen, maar raakt de peuter zelf niet. 'Een paar centimeter naar rechts of links en de kogel was door zijn hoofd gegaan', zei de officier van justitie er maandag over.
Het kind roept naar geschrokken buren 'mama is doodgeschoten'. De andere buurman kan wegduiken voor de kogels.
Paro valt op de keldertrap, haar fatbike valt bovenop haar. A. gaat terug naar zijn flat op de derde verdieping. Van daaruit bedreigt hij door het open raam weer een andere buurman, die het zoontje van Paro komt weghalen bij zijn moeder.
Die buurman vertelt vandaag aan de rechtbank: 'Ik heb het jochie opgetild en meegenomen. Buiten hoorde ik iemand een wapen doorladen. Ik keek naar boven en zag hem met een wapen op ons gericht. Hij kan zeggen dat het niet waar is maar het is wel waar en ik zag dat hij de trekker overhaalde.'
A. vindt daarna nog de tijd om bij zijn directe onderbuurvrouw, die schuin boven Paro woont, met een bijl de voordeur te vernielen.
Vervolgens trekt hij thuis een biertje open en belt met een vriend om hem te vragen hem op te zoeken bij de politie. De politie ruikt bij zijn aanhouding de alcohollucht en neemt hem een bloedproef af.
Opmerkelijk detail: dat bloedmonster is kwijtgeraakt, waardoor niet meer is vast te stellen hoeveel A. al had gedronken voor zijn daad. Zelf zegt hij dat het een halve liter bier was.
Seyed A. wordt vervolgd voor moord op Paro Ramlagan, poging tot doodslag op haar zoontje en bedreiging van drie buren, op wie hij ook een wapen richtte.
Het slachtoffer heeft in de maanden en dagen voor haar dood regelmatig tegen buren en vriendinnen gezegd dat ze door haar bovenbuurman werd bedreigd omdat ze geen relatie met hem wilde.
Ze schreef het op in een uitgebreide brief. De advocaat van A. betwist de echtheid daarvan. In de brief zegt Paro: 'Als moeder wil je je kind zien opgroeien, maar een klootzak van een buurman gaat ervoor zorgen dat dit niet gaat gebeuren. Ik weet niet hoe lang ik nog te leven heb.'
Vijf dagen voor haar dood mishandelt A. haar, omdat zij niet in natura wil betalen voor de klusjes die hij voor haar deed. Paro schrijft ook dat ze vindt dat de politie haar niet serieus neemt.
Het zoontje van het slachtoffer heeft, zo jong als hij is, goed door wat er met zijn moeder gebeurt. 'De dikke buurman valt mama elke dag lastig', zegt hij tegen de politie.
A. ontkent het maandag voor de rechtbank in alle toonaarden. Volgens hem probeerde Paro hem zwart te maken bij de buren. 'Zij was een criminele asielzoeker. Ze heeft mij anderhalf jaar keihard lastig gevallen.'
Paro was naar Nederland verhuisd vanuit Suriname om hier carrière te maken. A. zelf is wel naar Nederland gekomen als asielzoeker vanuit Iran in 1992.
De verdachte laat tijdens de zitting geen gelegenheid onbenut om juist het slachtoffer zwart te maken. Zij zou anderhalf jaar op de muren hebben gebonkt om hem te pesten, maar dat blijkt nergens uit.
Wel heeft Paro vijf dagen voor haar dood gemaild naar de woningbouwvereniging en de gemeente dat ze die dag is mishandeld. 'Hij hielp me met klusjes maar hij bleef maar komen en ik heb gezegd dat ik dat niet wilde.' Van de mishandeling wilde ze nog aangifte doen, maar zover zou het niet meer komen.
Volgens A. is het allemaal gelogen. Ook vindt hij dat de vrouw haar dood aan zichzelf te wijten heeft. Als de rechtbank hem vraagt wat het beeld met hem doet van dat jongetje van vier dat op straat roept dat zijn moeder is doodgeschoten, reageert hij even emotieloos en onverschillig als hij bijna de hele zitting erbij zit.
'Dat heeft zij zelf gedaan. Als ze was gestopt met mij zwart te maken, was er niks gebeurd.' Eigenlijk vindt A. zichzelf het slachtoffer en vindt hij het onzin dat hij vastzit. 'Ze heeft mij helemaal kapot gemaakt met die valse verhalen en valse leugens.'
Ook alle buren die hebben getuigd tegen A. zijn volgens de verdachte leugenaars en oplichters. De buurman die hij vanuit het raam heeft bedreigd zou een criminele drugsgebruiker zijn die uit is op geld. De buurman wordt woest om die beschuldiging.
Het valt de rechtbank op dat iedereen die A. niet aardig vindt in zijn beleving meteen drugsverkopers of -gebruikers zijn. En de enige keer dat A. uit zijn onverschillige rol valt, is als hij fel wordt ondervraagd door de oudste, vrouwelijke, rechter. Dan wordt hij ook fel en laat hij zich verleiden tot de uitval waarin hij Paro een criminele asielzoeker noemt.
Verder wil A. niet zoveel zeggen. Over het schietincident zelf herhaalt hij wel tien keer 'dat heb ik bij de politie al verteld.'
Het Pieter Baan Centrum kon bij de verdachte geen stoornissen vaststellen, omdat hij niet meewerkte aan het onderzoek. Volgens de reclassering moet de verdachte worden behandeld voor zijn geweldsdynamiek. Zonder dat is hij een tikkende tijdbom en is de kans op herhaling groot.
Als de rechtbank vraagt of hij er spijt van heeft blijft het heel lang stil voordat hij zachtjes zegt: ik heb geen antwoord. Het Openbaar Ministerie rekent dat de verdachte zwaar aan. 'Hij heeft geen enkele spijt ervan en ziet zichzelf als slachtoffer.'
Volgens het OM heeft A. ruim de tijd gehad om na te denken over zijn daad en heeft hij weloverwogen, in een kleine ruimte, zeven keer op haar geschoten. 'Het lijkt alsof hij vindt dat hij volkomen in zijn recht stond', zegt de officier van justitie.
Vanwege het gevaar voor de samenleving vindt het OM dat de man dertig jaar de cel in zou moeten en na een eventuele vrijlating onder toezicht moet blijven via een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM).
De advocaat van A. benadrukt nog maar eens dat zijn cliënt geen relatie met Paro wilde, en dat er geen bewijs is dat hij haar al jarenlang lastigviel. De afscheidsbrief van Paro kan niet van haar zijn, omdat de handtekening niet van haar is.
Hij vindt niet dat er sprake is geweest van moord, maar van doodslag. 'Cliënt heeft wel in een opwelling gehandeld.' Ook had A. geen intentie om het zoontje te doden, dus was het geen poging tot doodslag op het kind, aldus de raadsman.
Hij vindt dat acht tot twaalf jaar voor doodslag op Paro en gedeeltelijke bedreiging van de buren wel genoeg is. De rechtbank doet uitspraak op 15 juni.
Source: Omroep West Den Haag