Oorlog in Libanon Israël veroverde zondag het roemruchte Zuid-Libanese kasteel Belfort. Iran beschouwt dit als een schending van het bestand en staakt volgens het officieuze staatspersbureau de onderhandelingen met de VS.
Het kasteel Belfort, op de achtergrond, is weer in handen van het Israëlische leger.
De kruisvaardersburcht stamt uit de twaalfde eeuw, maar mogelijk had de heuvel waarop hij staat al in bijbelse tijden een defensieve functie. Zondag veroverde het Israëlische leger kasteel Belfort in het zuiden van Libanon – 836 jaar nadat de islamitische krijgsheer Saladin de burcht verroverde.
De Israëlische inname van het fort bewijst dat het staakt-het-vuren in de Libanon-oorlog, dat officieel sinds 17 april van kracht is, verleden tijd is. Israël zegt te reageren op de Libanese groepering Hezbollah, dat talloze glasvezeldrones tot ver over de grens stuurt.
Maandag bleek dat de Israëlische actie gevolgen heeft voor het andere strijdtoneel in het Midden-Oosten, dat tussen Iran en de Verenigde Staten. Volgens het officieuze Iraanse staatspersbureau Tasnim staakt Iran de gesprekken met de VS over een deal. Dit was een van de doelen van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu: een Iraans-Amerikaans akkoord torpederen.
Vooralsnog krijgt Netanyahu dus zijn zin. Het lukt de Amerikaanse president Donald Trump, die graag een deal met Iran wil, niet om zijn bondgenoot in toom te houden.
Netanyahu kondigde maandagochtend ook bombardementen aan op Dahiya, een voorstad van Beiroet waar Hezbollah traditioneel sterk vertegenwoordigd is. Ook hebben alle inwoners van Libanon ten zuiden van de Zahrani-rivier, op zo’n veertig kilometer van de grens met Israël, te horen gekregen dat ze naar het noorden moeten vluchten.
Voor veel Israëliërs heeft het kruisvaarderskasteel een symbolische waarde. Van 1982 tot 2000 bezette het Israëlische leger de burcht ook. Dat er weer Israëlische vlaggen wapperen op het fort, gelegen op een steile klif van driehonderd meter hoog en uitkijkend over de Litani-rivier, geeft Israëliërs het gevoel dat ze aan de winnende hand zijn. „We zijn verenigd, vastberaden en sterker dan ooit teruggekeerd naar Belfort”, zei Netanyahu zondag.
Vanaf eind jaren zeventig bezette de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) het kasteel in Zuid-Libanon en gebruikte dat bij beschietingen van naburige christelijke dorpen en Israëlische grensplaatsen. De Engelse oorlogscorrespondent Robert Fisk beschrijft in zijn boek Pity The Nation: The Lebanon War dat hij in 1977 met Palestijnse verdedigers van Belfort tevergeefs op zoek gaat naar een mythische tunnel, die het kasteel zou verbinden met een geheime uitgang aan de voet van de heuvel waar de vesting op staat.
Fisk vertelt de piepjonge, omsingelde, Palestijnse guerrillastrijders over de inname van Belfort door Saladin. Reginald, heer van Sidon, had zich er volgens de overlevering rond het jaar 1190 met zijn mannen verschanst toen de islamitische krijgsheer het kasteel belegerde.
Saladin wilde niet te veel manschappen opofferen. Dus bedacht hij een list. Reginald ontving een uitnodiging om te onderhandelen. Als blijk van goede wil stuurde Saladin zijn ring naar het kasteel.
Maar toen Reginald aankwam bij Saladins leger werd hij gevangengenomen. Zijn achtergebleven manschappen moesten vanuit Belfort zien hoe hun heer met een zweep werd toegetakeld. Het werd ze teveel. Na twee jaar stand te hebben gehouden, gaven ze zich over.
Nadat Israël het fort in 2000 had verlaten, kreeg het een iconische status in de Israëlische cultuur. De roman Beaufort, van Ron Leshem, werd het uitgangspunt voor de gelijknamige film die in 2008 voor een Oscar genomineerd werd. Het boek en de film vertellen het verhaal van de laatste Israëlische commandant die de burcht tegen Hezbollah verdedigde. Ook zijn er liedjes over het fort gemaakt.
De Israëlische regering heeft laten weten dat de inname van het Belfort permanent is. „We moeten Libanon de prijs laten betalen” voor de aanvallen van Hezbollah, aldus premier Netanyahu.
Het officiële doel van deze operatie is het ontmantelen van de infrastructuur van Hezbollah en het wegnemen van „directe bedreigingen voor Israëlische burgers”, aldus het Israëlische leger. Israël weet zich amper raad met de drones van Hezbollah, die inmiddels tot aan Akko en Karmiël komen, op zo’n twintig kilometer van de grens met Libanon. De drones van Hezbollah worden bestuurd via glasvezelkabels, een techniek waar Israël geen effectief antwoord op heeft.
Met de inname van het Belfort breidt Israël het ingenomen grondgebied in Zuid-Libanon uit tot boven de Litani-rivier. Sommige analisten vrezen overstretch: zijn de Israëlische soldaten die zo ver noordelijk zitten niet heel kwetsbaar voor guerrilla-achtige aanvallen door Hezbollah? „Hoe dieper we het gebied ingaan, hoe meer troepen we nodig hebben, hoe kwetsbaarder we zullen zijn en hoe meer slachtoffers we zullen hebben”, zo citeert The New York Times Eyal Ben-Reuven, een gepensioneerde Israëlische generaal.
Israël verlegt zijn „voorwaartse verdedigingslinie” steeds verder naar het noorden. Dit past in de doctrine van de Israëlische regering dat het met militair geweld innemen van grondgebied van vijandige buurlanden noodzakelijk is om de eigen burgers te beschermen. Meer dan 1 miljoen Libanezen zijn inmiddels ontheemd en Israël maakt dorpen in Zuid-Libanon met de grond gelijk, vergelijkbaar met de methodes die het in Gaza toepaste.
De Israëlische machthebbers vrezen de laatste tijd openlijk dat Iran en de Verenigde Staten een akkoord sluiten dat ook de oorlog in Libanon zal beëindigen. Voor die tijd was het doel zo veel mogelijk grondgebied veroverd te hebben, omdat ingenomen gebied vaak het uitgangspunt wordt van vredesonderhandelingen. Dit is ook de manier waarop Israël bij het ontstaan van de staat, in 1948, een veel groter gebied wist in te nemen dan door de Verenigde Naties beoogd was.