Home

Opinie: Het is tijd voor een linkse aanval op middelmatigheid

Rechts kan nog zo veel roepen over daadkracht en risico; zodra het over bestuurlijke ambitie gaat, zitten we op links terrein, stelt Toine Donk.

‘Socialisme moet geen safe space zijn voor losers.’
Dat was de provocerende kop boven een stuk van Stella Tsantekidou, een linkse Engelse commentator die schrijft op het snijvlak van politiek, cultuur en zelfanalyse. Haar punt: rechts heeft links succesvol neergezet als een grauwe verzameling slapjanussen die een hekel hebben aan mooie mensen, die tofu eten en die van ellende een identiteit maken.

Ondertussen heeft het vrijemarktkapitalisme zichzelf verkocht als een sexy ideologie van beweging. Eentje van vrijheid, risico, menselijk vernuft – winning! Het gevolg is dat alles wat naar ambitie ruikt, meteen rechts lijkt. ‘People call me right-wing because I have standards’, schrijft ze. Volgens Tsantekidou trekt dit imago mensen met een drive vanzelf naar rechts. Haar oproep: haal discipline en gedrevenheid terug naar links.

Over de auteur

Toine Donk is oprichter van uitgeverij Das Mag.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Radicaal

Daadkracht en ambitie zijn juist links – die gedachte overviel me toen ik mij door een vuistdikke biografie werkte over Franklin D. Roosevelt. Begin 1933, amper ingetrokken in het Witte Huis, deed hij iets radicaals: de staat zou boeren betalen om minder te produceren, zodat overschotten verdwenen en prijzen zich konden herstellen. Niet een lapmiddel hier, een ‘fiscale prikkel’ daar, maar directe sturing van een sector die juist gold als de meest individualistische van de Amerikaanse economie.

Daar sprak een ontzettende branie uit, bestuursdurf. Geen overheid die mak op haar rug lag, vier pootjes in de lucht, maar een overheid die wars is van naïviteit. Dat je vooruitgang moet afdwingen door intelligent en resoluut op te treden. De overheid als plek van excellentie. Maar het opmerkelijkste was misschien dat Roosevelt de onzekerheid niet wegpoetste, maar hardop erkende.

Bijna bevreemdend voor de moderne kiezer, zo serieus genomen worden door je president – eigenlijk wel de grootste vorm van respect. ‘I tell you frankly that it is a new and untried path’, zei hij. Maar, voegde hij eraan toe, ongekende omstandigheden vragen om ongekende maatregelen.

Ambitie tonen, risico aandurven; alles waartoe Tsantekidou oproept bestaat al – alleen dan bijna honderd jaar geleden.

Het is moeilijk om bij de situatie van Roosevelt niet aan Nederland te denken. Boeren, crisis, ongekende omstandigheden – god, is het 1933 in Amerika of 2026 in de Lage Landen? Het stikstofdebat houdt inmiddels al jaren heel Nederland gegijzeld. Maar in plaats van politieke durf krijgen we kaartjes, uitzonderingen, gebiedsprocessen en maatwerk tot niemand nog weet waar het over gaat. Waar is de Rooseveltse bestuurder die een heel nieuw systeem durft te verbeelden?

Nederland heeft boeren decennialang richting schaalvergroting, efficiëntie en productie geduwd, en boeren hebben gedaan wat dat systeem van hen vroeg. Wie nu minder intensieve landbouw wil, moet dus zorgen dat boeren in een nieuw systeem hun boterham kunnen blijven verdienen.

Niet vanzelf

Maar zulke omslagen komen er niet vanzelf. Die ontstaan niet uit goede bedoelingen of ‘marktlogica’, maar uit publieke macht die ergens heen wil. In het verleden begreep de politiek wat durf en excellentie betekende. Willem Drees bouwde de AOW om zorg te dragen voor de ouderen. De leerplicht gaf de jongsten een gedeelde toekomst. De Woningwet van 1901 maakte fatsoenlijke huizen mogelijk. We trokken zelfs een twaalfde provincie uit de zee.

Dat waren geen losse maatregelen, geen noodgrepen. Het waren uitingen van een politiek die wist waar ze toe in staat was als je ambitie hebt. En ongeacht welk label ze destijds ook droegen – politieke labels verschuiven nu eenmaal door de tijd – zulk geloof in publieke macht is onmiskenbaar progressief: de overtuiging dat de overheid meer kan zijn dan toezichthouder of reparatiedienst. Rechts kan nog zo veel roepen over daadkracht en risico; zodra het over bestuurlijke ambitie gaat, zitten we op links terrein.

Wat er gebeurt als die ambitie verdwijnt, is inmiddels ook meetbaar. Vier procent. U heeft dat getal vast voorbij zien komen. Vier procent. Zoveel mensen hebben nog vertrouwen in de landelijke politiek. Dat is – laten we eerlijk zijn – zo laag dat het geen vertrouwenscrisis meer is, maar een vertrouwensfaillissement.

Er is een haast unaniem geloof dat de politiek niets uitricht. We denken massaal: wat ze daar doen, maakt toch geen klap uit. Kabinet of geen kabinet – het land tuft wel door. Voor wie al goed zit betekent dat: een stijgende huiswaarde, een nieuwe promotie, de Volvo inruilen voor een elektrische BMW. Maar voor wie niet binnen is: nog altijd geen huis, steeds minder zorg voor steeds meer geld, onwerkelijke boodschappenprijzen. Het is niet langer Den Haag dat bepaalt hoe ons leven eruit ziet, maar techreuzen, BlackRock en die Brusselse regelneef die bedacht dat de dop aan je fles moet blijven zitten.

Gokker

Niet voor niets is de kiezer verworden tot een gokker aan de roulettetafel, die elke verkiezing weer op een ander nummertje inzet: FvD, BBB, PVV, D66. Niet uit ideologie, maar als wanhopig schietgebedje: in godsnaam, misschien dat deze partij iets voor elkaar weet te krijgen. Tevergeefs. De politiek speelt politiek. Maar de echte wereld glipt ze al lang door de vingers. Iedereen ziet dit. En het voedt één grote hunkering: naar een politiek die eindelijk weer ingrijpt in de werkelijkheid.

Om zulke bestuursdurf werkelijk mogelijk te maken, moet je eerst de macht uit de mist halen. Want de Rooseveltse durf lijkt zo ver weg omdat niemand meer aanwijsbaar verantwoordelijk is. Macht heeft heden ten dage een leesbaarheidsprobleem.

Verantwoordelijkheid is zo dun en wijd uitgesmeerd dat ze onzichtbaar is geworden. Ze ligt overal een beetje en daardoor nergens. Je ziet het niet alleen in de politiek, maar overal. Bel een klantenservice, dan krijg je iemand die precies weet waarom het niet kan. De regel is helder, de verantwoordelijke onvindbaar – ‘ik ga het intern navragen’. Ergens bestaat vast iemand die iets mag beslissen, maar die persoon woont achter zeven afdelingen en een noreply-mailadres. In de politiek is hetzelfde gebeurd, alleen met grotere gevolgen.

Laten we macht weer leesbaar maken: geef echte bevoegdheid aan de bestuurder van wie we na de verkiezingen doen alsof die de bevoegdheid heeft. Iemand die kan zeggen: dit gaan we doen, hier ben ik verantwoordelijk voor, reken mij erop af.

Bovendien moet de politiek af van haar verslaving aan fijnmazigheid. Dat is immers het tegendeel van durf. Voor elk probleem een regeling, voor elke regeling een uitzondering, voor elke uitzondering een loket. Niemand mag worden overgeslagen, niemand mag boos worden, dus bouwen we systemen die zogenaamd rechtvaardig zijn, maar in de praktijk door hun ondoorgrondelijkheid juist tot méér onrecht leiden.

Het toeslagenstelsel is daarvan het meest monsterlijke voorbeeld. Een absurd systeem, want: wie weinig geld heeft, heeft vooral weinig geld. Of de staat daar nu labels op plakt als zorg, huur of kinderopvang, maakt aan de keukentafel niets uit. Lagere lasten op arbeid zouden hetzelfde resultaat hebben, zonder de bureaucratie, de fraudeprikkels en de mensen die door het systeem worden vermalen.

Zelfbescherming

Waarom zijn de macht en het beleid dat ze maakt zo ongrijpbaar geworden? Bestuurlijke lafheid is het eerste wat in mij opkomt. Of aardiger gezegd: zelfbescherming. Hoe onbegrijpelijker de democratie, hoe moeilijker het wordt om iemand erop aan te kijken. In een tijd van steeds fellere mediacycli, priemende plofkappen onder je snufferd en oneindige doodsbedreigingen op X, is complexiteit een schild geworden. Het is slap risico mijden, vermomd als zorgvuldigheid.

Liefde voor het pluche zal ook meespelen bij de politieke impotentie. Kijk naar onze twee meest recente premiers. Beiden wilden ontzettend graag premier worden. De eerste had niet door dat hij daar geen talent of politieke ervaring voor had. De ander gokt op een minderheidskabinet, alsof besturen enkel en alleen een kwestie is van procedureel goochelen in plaats van ergens heen willen. Partijen buiten het kabinet willen vast het zoet met je delen, maar niet het zuur slikken dat bij elk kabinetsprogramma hoort. Zo kom je misschien aan de macht, maar nog niet tot regeren.

We verdienen beter. Ik ben trots op het ondernemende karakter van Nederlanders. Paracetamol, ook als je been er half afhangt. Op de fiets door horizontale regen met twee kinderen voorop plus boodschappen. Nu wil ik ook weer trots kunnen zijn op onze overheid. De staat moet opnieuw het instrument worden waarmee we kwaliteit, schoonheid en vooruitgang kunnen afdwingen.

Het mooie is: met ons ambtenarenapparaat hebben onze politici een instrument in handen dat tot de wereldtop behoort. De Wereldbank meet al decennia de professionaliteit van onze publieke dienstverlening: de ambtenaren die stug doorwerken, dwars door al die kortzittende kabinetten heen. Wat blijkt: ze behoren tot de beste ter wereld. Is het te veel gevraagd van onze politici om de daadkracht van hun ambtenaren te volgen?

De beste

Ik geloof dat het de baan van de politiek is om jouw leven beter te maken. Jij staat elke ochtend op om de beste ouder, de beste ondernemer, de beste [vul in] te zijn. Dan mag je verwachten dat een politicus hetzelfde doet voor jou. De wereld wordt niet vanzelf beter. Dat verhaal kan de prullenbak in. De politiek moet de opgaven van de nieuwe tijd recht in de bek kijken.

Dat red je niet met rechts dat brult, maar nauwelijks publieke ambitie kent. Bestuurlijke gedrevenheid hoort links toe. Kijk naar Drees, Roosevelt en recenter Zohran Mamdani in New York, die eigenhandig goedkope supermarkten wil openen. Misschien half onmogelijk, maar honderd procent lef. Dat is frictie scheppen met de werkelijkheid. De kiezer voelt: hier probeert iemand het vastgelopen apparaat compleet te herschikken, niet netjes te bedienen volgens ‘hoe het heurt’. Want de werkelijkheid buigt alleen voor verbeelding, koppigheid en brute lef.

Het is tijd voor een linkse aanval op middelmatigheid.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next