Home

Lezersreacties: Juist door autonomie weg te nemen van mensen in crisis worden de risico’s groter

In de ggz is het ‘autonomiebevorderend beleid’ gangbaar bij patiënten die chronisch suïcidaal zijn: de patiënt moet zelf bepalen. Maar dat beleid heeft bij veel patiënten ernstige schade aangericht, stelde Tineke Spruijt vrijdag. Volkskrantlezers reageren.

Traumatisch

Als ambulant psychiatrisch verpleegkundige heb ik kennisgenomen van de kritiek op het zogenoemde ‘autonomiebevorderend beleid’. Er wordt ten onrechte gesteld dat mensen in de steek worden gelaten onder het mom van autonomiebevordering. In mijn werk kom ik schrijnende situaties tegen bij mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. Het voelt alsof de psychiatrie in Nederland is belast met een onhaalbare opdracht om suïcides te voorkomen. Juist door autonomie weg te nemen van mensen die vaker in crisis zijn zien we dat de risico’s groter worden.

Ik herken de machteloosheid van Tineke Spruijt. Het klopt dat er voor deze zeer specifieke doelgroep van hoogrisicopatiënten heel weinig behandelaanbod is. Maar er speelt veel meer mee waar de psychiatrie alleen geen grip op heeft. Problemen om een woning te vinden, financiële stress en een geïndividualiseerde samenleving, deze krant staat er dagelijks vol mee.

De psychische aandoening kenmerkt zich bovendien door het ‘in crisis raken’. In mijn werk zie ik juist dat de problemen waar deze mensen tegenaanlopen, raken aan hun gebrek aan autonomie. Ze kunnen niet gemakkelijk wegverhuizen van de plek waar ze zijn misbruikt, ze hebben te weinig geld om gezond te kunnen eten en drinken, ze hebben geen netwerk van leuke vrienden die ze door deze moeilijke tijd heen helpen. Hun schreeuw om hulp wordt duidelijk gehoord door mij. Binnen de psychiatrie heb ik echter niet voor al hun problemen een oplossing.

Tegen de tijd dat er überhaupt wordt nagedacht over autonomiebevorderend beleid, zijn er reeds meerdere crises geweest. Veelal is sprake van ernstig maatschappelijk ontwrichtend gedrag. Hierbij kan gedacht worden aan overlast, agressie, middelengebruik, et cetera. Politie, ambulance en andere hulpverleners zijn dan vaak al meerdere keren betrokken geweest.

Uiteindelijk wordt er soms gekozen voor een onvrijwillige opname. Daarvoor zijn binnen de Wet verplichte GGZ (WvGGZ) duidelijke kaders gesteld. De zorg moet in verhouding staan tot het doel van de verplichte zorg, de zorg moet geschikt zijn, er is geen andere (minder ingrijpende) maatregel voorhanden en de verplichte zorg moet veilig zijn voor de patiënt en voor anderen.

Een verplichte opname bij verhoogd suïciderisico houdt veelal in dat de betrokken persoon met medicatie of met andere middelen in bedwang gehouden wordt. Interventies waarover mensen naderhand zeggen dat die zeer traumatisch zijn geweest. Ook zien we dan soms, doordat de persoon de autonomie verliest, dat de suïcidewens juist erger wordt. Tevens komt het zeer vaak voor dat de agressie zich ook richting het personeel keert. De verplichte opname voorkomt wellicht de suïcide, maar maakt de onderliggende problematiek erger.

Autonomiebevorderend beleid is, in tegenstelling tot het beeld dat is ontstaan, in mijn ervaring zeer specialistisch en zeldzaam. Dat er geëxperimenteerd wordt met patiënten, herken ik in de verste verte niet. Als we het aantal suïcides in Nederland willen verminderen, dan ligt hiervoor een taak voor ons allemaal. Tegen de tijd dat mensen in crisis raken, zijn er reeds vele rode vlaggen omhooggegaan. De psychiatrie redt het daarin niet alleen, ik hoop dat de maatschappij ons daarbij zou willen helpen.
Bart Lybeert, Den Haag

Eigen kracht

Zullen we het autonomie­bevorderend beleid in de ggz zoals beschreven door Tineke Spruijt voortaan scharen onder de zoveelste uitdrukking van de in meerdere sectoren heersende ‘Terreur van de Eigen Kracht’?!
Hans Verwimp, Nijmegen

Geen afwijzing

Ik ben al geruime tijd werkzaam als psychiater in de acute psychiatrie zowel op de kliniek als bij de crisisdienst, en heb daarnaast onderzocht of intranasale ketamine een antisuïcidaal effect zou kunnen hebben bij mensen die kampen met acute suïcidaliteit. Ik zou graag een andere visie tegenover die van mevrouw Spruijt zetten.

Allereerst zou ik mijn medeleven willen uiten. Het is afschuwelijk om een familielid te hebben dat met suïcidaliteit kampt. Ik heb in mijn werkende leven meerdere suïcides meegemaakt. Dat was telkens hartverscheurend voor naasten en ook als professional laat zoiets je niet onberoerd. Naast het feit dat ik psychiater ben, ben ik in de privésfeer net als u ervaringsdeskundige met suïcidaliteit. Godzijdank is het bij die persoon nog niet tot suïcide gekomen, maar de dreiging is voortdurend aanwezig.

Ik wil onderstrepen dat ik niet kan oordelen over de situatie met Marcella, noch over de situatie met uw dochter, want ik heb onvoldoende informatie over de casus. Maar wat ik wel zou willen doen, is mijn perspectief op het autonomiebevorderende zoals ik dat ken, schetsen, precies daar waar mijn professionele leven zich met mijn privéleven kruist.

U benoemt dat bij GGZ Eindhoven een autonomiebevorderend beleid gehanteerd werd, en dat Marcella ‘na deze afwijzing’ suïcide pleegde. In algemene zin kan ik zeggen dat wanneer een autonomiebevorderend beleid zoals ik dat ken toegepast wordt, dat geen afwijzing is. Sterker nog, we handelen in zo’n geval vanuit de overtuiging dat het gezonder voor de desbetreffende patiënt is om niet meer opgenomen te zijn. Maar het feit dat iemand niet meer opgenomen is, betekent niet dat diegene aan zijn of haar lot overgelaten wordt.

Het is van het grootste belang dat er goede zorg geleverd wordt. Die zorg vindt echter niet in de kliniek plaats, maar ambulant, middels psychotherapeutische interventies, en zogenaamde systeeminterventies, waarbij familie en andere naasten betrokken worden.

Een autonomiebevorderend beleid zoals dat van GGZ Rivierduinen is geen wet van Meden en Perzen, en het kan inderdaad zo zijn dat iemand zodanig in crisis verkeert dat diegene inderdaad kortdurend opgenomen moet worden. Maar dat is eerder uitzondering dan regel.

Als iemand namelijk gedwongen opgenomen wordt, kan het suïcidale gedrag paradoxaal genoeg sterk toenemen, juist als gevolg van het feit dat autonomie weggenomen wordt. Er kan dan regressief gedrag ontstaan. Ik heb dit met eigen ogen in mijn privésfeer gezien. Diegene werd gedwongen opgenomen, en als gevolg daarvan werd het suïcidale gedrag ernstiger, en kwam ze zieker uit de opname dan ze erin ging.

Ten tweede is maximaal beveiligen paradoxaal. Als men bij suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag kiest voor maximale beveiliging, komt er altijd een moment dat het beveiligingsniveau weer teruggeschroefd moet worden. Je kunt iemand niet zomaar langdurig gedwongen opgenomen houden, of sterker, wat in sommige gevallen gebeurt: in een afzonderingsruimte met een scheurhemd aan. Dat stuit op ethische bezwaren en maakt de patiënt mentaal zieker in plaats van beter.

U schrijft dat vele patiënten bij wie een autonomiebevorderend beleid toegepast is zijn overleden. Daarbij moet men zich realiseren dat er bij deze groep patiënten sowieso een groot risico op suïcide bestaat. Zo’n 10 procent van de patiënten met persoonlijkheidsproblematiek – de groep waar het autonomiebevorderend beleid meestal wordt toegepast – overlijdt uiteindelijk door suïcide, dus ik vind de suggestie dat dit komt door het autonomiebevorderende beleid niet juist.

Voor zover ik weet is hierover, zoals u zelf al aangeeft, geen gecontroleerd onderzoek gedaan waarin een groep bij wie wél autonomiebevorderend beleid toegepast is vergeleken is met een groep bij wie dat niet gedaan is, met mortaliteit als uitkomstmaat.

Ik deel uw zorg over het beleid bij acuut suïcidale mensen. Het is een zeer kwetsbare patiëntengroep bij wie goede zorg noodzakelijk is. Maar uw suggestie dat het niet toepassen van veiligheidsbevorderende maatregelen hetzelfde is als mensen aan hun lot overlaten deel ik niet. Noch kan ik me vinden in uw conclusie dat het zeer schadelijk zou zijn. Mijns inziens moeten we juist waken voor de schade die we patiënten toebrengen door hen op zeer ingrijpende wijze gedwongen te behandelen, wanneer dat niet geëigend is.
Jurriaan Strous, Groningen

Slootkant

Het opiniestuk van Tineke Spruijt schokt mij. Beschermende maatregelen werken niet en daarom worden patiënten niet meer beschermd. Om te doen alsof dat ergens op slaat noemen ze het ‘beleid’, autonomiebevorderend beleid zelfs. Tegen anorexiapatiënten mag je toch ook niet zeggen dat ze zelf maar moeten kiezen om te gaan eten? En wie de autonomie van peuters wil bevorderen door ze bij de slootkant te laten spelen wordt volkomen terecht gearresteerd.

In de laatste jaren van het vorige millennium was ik langdurig suïcidaal en werd ik daarom langdurig behandeld op een gesloten afdeling. Je kan van alles van vinden van de werkzaamheid van die behandeling, maar één ding is duidelijk: ik leef nog. En daar ben ik al een kwart eeuw heel erg blij om.
Eline Gumbert, Nieuw-Vennep

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next