is columnist voor de Volkskrant
Een Italiaanse vriend van me had een fantastisch boekje over domheid gelezen, vertelde hij, van de schrijver Carlo M. Cipolla. ‘Cipolla, dat betekent ui’, zei ik, om slim over te komen. ‘Ja’, zei hij, niet onder de indruk.
Ik kocht het boekje in het Nederlands – De wetten van menselijke stupiditeit – en nu ben ik geneigd om iedereen die ik ken in de schema’s van Cipolla te vatten (ze staan achterin het boekje, om zelf in te vullen), om te analyseren of ze zichzelf en de ander winst of schade opbrengen.
Want Cipolla’s stelling is in het kort: overal zijn stupide mensen, ook aan universiteiten en in zogenoemde hogere klassen. En die domme mensen zijn gevaarlijk, want ze berokkenen anderen vaak schade, en zichzelf soms ook.
Cipolla is inmiddels overleden en schreef het essay in 1976. Het werd in dertig talen vertaald. Hij was hoogleraar economische geschiedenis aan Berkeley, dus we moeten hem serieus nemen. Toch deed zijn tekst me erg denken aan Roald Dahl, vooral aan De griezels, waarin Dahl met grote stelligheid en humor beweert dat slechte mensen altijd lelijk zijn, en goede mensen nooit.
‘Het is algemeen bekend dat het bedroevend gesteld is met de mensheid’, zo begint Cipolla, en dat is altijd zo geweest, doordat er een ‘ongeorganiseerde, nog niet eerder in kaart gebrachte groep’ bestaat die er ‘wonderwel in slaagt om in volmaakte eensgezindheid te opereren’.
Dat is de groep domme mensen.
Een dom mens is, lezen we bij de ‘Derde fundamentele wet’: iemand die een ander, of anderen, verlies toebrengt, terwijl hij er zelf geen voordeel van heeft, en misschien zelfs nadeel. Dit kunnen mensen van alle klassen en opleidingsniveaus zijn.
Als je een ander verlies toebrengt terwijl je er zelf ook nog eens nadeel van hebt, behoor je zelfs tot de categorie der ‘superdommen’. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die een ander met een blik wasbenzine en een lucifer vermoorden en zichzelf daarbij per ongeluk in de fik steken. (Dit voorbeeld heb ik zelf bedacht.)
Het gevaarlijkst is de groep dommen met macht. Dat zijn er veel, zegt Cipolla. Vroeger werden die dommen door elkaar in machtsposities geholpen omdat ze in dezelfde sociale klasse zaten, of bij dezelfde kerk. Nu komen ze vaak democratisch aan de macht, wat net zo vervelend is. Want: ‘In democratische stelsels blijken algemene verkiezingen een uiterst doeltreffend middel om te waarborgen dat het aantal dommen onder de machthebbers stabiel blijft.’
Ik geloof niet dat we dit kunnen ontkennen.
Het probleem, zegt Cipolla, is dat mensen die niet dom zijn altijd de schadelijke kracht van de domme medemens onderschatten. De vraag is, maar die kan ik hem helaas niet meer stellen: zijn niet-domme mensen dan ook een beetje dom?
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant