Chinese bedrijven ontvingen de afgelopen twintig jaar gemiddeld drie tot acht keer meer overheidssteun dan ondernemingen in westerse landen. Van alle staatssteun wereldwijd komt 52 procent van China. Dat staat in een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.
is economieredacteur van de Volkskrant.
Subsidies, belastingvoordelen en goedkope leningen van de staat vormen voor Chinese bedrijven een belangrijk concurrentievoordeel. Volgens het Oeso-onderzoek hebben Chinese ondernemingen in de autosector, scheepsbouw en energietechniek hun opmars deels te danken aan de steun in de rug van de Chinese overheid.
Sinds 2005 hebben deze bedrijven 60 procent van hun marktaandeel te danken aan staatssteun, aldus het onderzoek. Gemiddeld is dat, voor alle bedrijven wereldwijd die sinds 2005 meer marktaandeel veroverden, 22 procent. Producenten van duurzame techniek, zoals zonnepanelen, en halfgeleiders voor chipmakers ontvingen de meeste ondersteuning. Ook de zware industrie (aluminium, staal, scheepsbouw) was zo’n grootontvanger.
Het Oeso-rapport zal naar verwachting een belangrijke rol spelen in verdere discussies over Chinese staatssteun. De Europese Unie legt regelmatig importheffingen op aan Chinese exporteurs om de eigen fabrikanten te beschermen tegen oneerlijke concurrentie. EU-commissaris Stéphane Séjourné, verantwoordelijk voor Industrie, beloofde afgelopen week nog meer importtarieven en -beperkingen op te leggen aan Chinese bedrijven. Woensdag vergaderen ministers van Oeso-landen over ‘industriebeleid voor open markten, groei en welvaart’.
China, geen Oeso-lid, ontkent dat het oneerlijke staatssteun verleent voor de bloei van zijn bedrijven. Het land zegt dat Chinese producten nu eenmaal beter en aantrekkelijker zijn voor afnemers. Ook dreigt het met vergelding als de EU de import uit China inderdaad nog meer beperkingen oplegt.
Aan winnen met staatssteun kleven nadelen, waarschuwt het rapport. ‘Zoals met doping in sport bestaat het risico dat door subsidie minder productieve spelers de strijd oneerlijk winnen, ten koste van meer innovatieve en efficiënte deelnemers.’ Staatssteun leidt niet per se tot meer productiviteit of winstgevendheid, aldus de Oeso-rapportage. Wel draagt het bij aan een mogelijke overcapaciteit in de productie en kan het een obstakel zijn voor innovatie.
Source: Volkskrant