Home

Hoe een van de moedigste journalisten van El Salvador in een oer-Hollands rijtjeshuis is terechtgekomen

Vanwege zijn werk voor het onafhankelijke onderzoeksplatform El Faro moest journalist Carlos Dada zijn thuisland El Salvador ontvluchten. Nu leeft hij in ballingschap in Nederland – waar zijn kritiek op president Nayib Bukele nooit is verstomd.

is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.

Carlos Dada (55), een met prijzen overladen journalist uit El Salvador, staat op een doordeweekse avond in april in zijn keuken in een pan bonenpuree te roeren. Boven in de woning is zijn Nederlandse vrouw bezig om hun jonge kind in bed te krijgen.

Het is een doodgewoon, huiselijk tafereel, ergens in Midden-Nederland, in een onopvallend rijtjeshuis.

‘Wat wil je drinken?’, vraagt Dada, keukenschort om, terwijl uit een geluidsbox een nummer van een Costa Ricaanse artiest klinkt. ‘Ik heb mescal, bier, frisdrank.’

Het is even wennen. Carlos Dada is een van de moedigste journalisten van Latijns-Amerika, en nu staat hij hier, in een oer-Hollands rijtjeshuis.

Hoe is hij hier terechtgekomen?

Het antwoord op die vraag wordt later die avond uitgebreid toegelicht tijdens de vertoning van een documentaire.

Dada, kort van stuk, grijze krullen, heeft een klein groepje vrienden – El Salvadoranen en Nederlanders door elkaar – uitgenodigd om met hem te kijken naar de laatste uitzending van Frontline, een gerenommeerd journalistiek onderzoeksprogramma van de Amerikaanse publieke zender PBS.

Deze aflevering is gewijd aan de staatsrepressie in El Salvador en vertelt hoe Nayib Bukele (44), de relatief jonge, charismatische president van het land, in de afgelopen jaren ver voorbij de democratische rechtsorde is gegaan om het dodelijk bendegeweld in zijn land uit te roeien.

Zestien doden per dag

El Salvador, met iets meer dan zes miljoen inwoners, is een land dat jarenlang geteisterd werd door straatbendes zoals MS-13 en Barrio 18, bekend van de gezichten vol tattoos. Op het dieptepunt waren zij verantwoordelijk voor zestien doden per dag.

Hoe Bukele, sinds 2019 aan de macht, dit bendegeweld wist uit te roeien, is uitgebreid vastgelegd door El Faro (De Vuurtoren), een klein, maar ongemeen dapper journalistiek onderzoeksplatform uit El Salvador dat alleen online verschijnt.

De site, met een bereik van honderdduizend unieke bezoekers per maand, is een mix van actueel binnen- en buitenlands nieuws, en een maandelijkse editie met langere onderzoeksverhalen, podcasts en opiniestukken.

In recente jaren blinkt El Faro uit in onderzoeksjournalistiek naar bendes als MS13 en Barrio 18: het complexe product van de bloederige Salvadoraanse burgeroorlog, armoede, en de Amerikaanse bendecultuur die door Salvadoraanse jongeren is overgenomen.

Frontline volgt de redactie van El Faro vlak nadat het heeft onthuld hoe Bukele, naast het uitvoeren van massale, willekeurige arrestaties, smeergeld heeft gebruikt om het bendegeweld tegen te gaan. El Faro wist bendeleiders op te sporen die op video vertelden dat ze geld ontvingen van Bukeles tussenpersonen.

‘Preventief vertrek’

Tijdens deze publicatie zit de redactie van El Faro in het buitenland, een ‘preventief vertrek’ uit El Salvador noemen ze het zelf, iets wat ze wel vaker doen na een explosieve onthulling over Bukele. Meestal is Bukele een paar dagen woedend, wordt hij daarna weer in beslag genomen door andere dingen, en kan de redactie weer terugkeren.

Deze keer loopt het anders. De redactie van El Faro krijgt van een bron te horen dat ze bij terugkeer onmiddellijk zullen worden gearresteerd.

De camera zoomt in op de verslagen gezichten van de El Salvadoraanse journalisten die beseffen dat ze hun thuisland heel lang niet meer zullen terugzien.

Daarna gaan in het rijtjeshuis de lichten weer aan, er wordt geapplaudisseerd, en vervolgens is het woord aan Dada, niet alleen gastheer van deze avond, maar ook directeur in ballingschap van El Faro.

‘Hoe we journalisten in ballingschap moeten zijn?’, vraagt Dada zich hardop af, die al in 2022, eerder dan zijn El Faro-collega’s, El Salvador achter zich moest laten. ‘Dat is iets wat we nu moeten gaan uitvinden. We weten het nog niet. We praten met collega’s uit Nicaragua en Venezuela, ook landen waaruit journalisten moesten vluchten, om hen te vragen naar hun ervaringen.’

Door vanuit Nederland

Twee weken later spreken we Dada weer. In een café in de Centrale Bibliotheek van Den Haag vertelt Dada hoe hij in Nederland terechtkwam, hoe hij zijn werk in El Salvador vanuit Nederland probeert voort te zetten, en wat de toekomst is van El Faro.

‘Nederland is erg vredig’, zegt Dada. ‘De laatste jaren in El Salvador waren moeilijk vanwege de intimidaties, het gevolgd worden op straat. Dus Nederland voelde als een opluchting, het bracht weer wat helderheid in mijn hoofd. Al mis ik wel af en toe de chaos van Latijns-Amerika, de geuren en kleuren, de geluiden.’

Dada wilde de Volkskrant graag te woord staan, op één voorwaarde: hij wilde uit voorzorg niet in de krant hebben waar hij precies in Nederland woont, een veiligheidsmaatregel die is ingegeven door Bukeles wraakzucht.

Want Bukeles woede over het journalistieke werk van Dada en El Faro zit diep. Dat wordt die middag in de bibliotheek van Den Haag nog eens onderstreept. Dada komt enigszins verstrooid de bibliotheek binnen, in beslag genomen door het laatste nieuws uit El Salvador: Bukeles regering heeft eerder die week beslag gelegd op privébezittingen van de El Faro-redactie, waaronder een appartement van Dada in de hoofdstad San Salvador.

‘Ik kan niets meer met het appartement, niet verkopen noch verhuren. Ook op de bezittingen van mijn collega’s is beslag gelegd. Op deze manier proberen ze ons financieel te verstikken.’

Enorme overheidscorruptie

‘Een baken van waarheid onder dreiging’, kopte de Columbia Journalism Review, een Amerikaans tijdschrift over de journalistieke professie, al in 2020 over El Faro.

Op dat moment stond Bukele nog maar net een jaar aan het roer in El Salvador. De jonge, mediawijze president – zijn verkiezingscampagne verliep grotendeels via sociale media – had de verkiezingen met overmacht gewonnen en presenteerde zich als een frisse wind. Hij zou voor eens en altijd afrekenen met de straatbendes en een einde maken aan de corrupte politieke praktijken van weleer.

El Faro wist algauw echter een andere, duistere zijde van Bukele te laten zien. Het medium onthulde onder meer dat Bukele gevangen bendeleiders een milder gevangenisregime beloofde in ruil voor minder straatgeweld, en dat de aanpak van de coronapandemie onder zijn leiding in enorme overheidscorruptie was ontaard.

Bukele sloeg terug door – zonder enig bewijs – El Faro-redactieleden van seksueel grensoverschrijdend gedrag en witwaspraktijken te beschuldigen.

Sindsdien heeft Bukele alles op alles gezet om El Faro, in 28 jaar tijd uitgegroeid tot een belangrijke journalistieke toetssteen in Latijns-Amerika, volledig af te breken. Na elke nieuwe journalistieke onthulling, werden de aanvallen op Dada en zijn collega’s opgevoerd.

Valse beschuldigingen

Zo werden adverteerders geïntimideerd, telefoons van redactieleden gehackt met de Israëlische spionagesoftware Pegasus, en redactieleden met valse beschuldigingen over belastingontduiking en witwaspraktijken voor de rechter gesleept. Op een dag zag Dada zelfs een drone, voorzien van een camera, zijn appartement binnen vliegen. Niet lang daarna besloot Dada om met zijn Nederlandse vrouw naar Nederland te verhuizen.

‘Bukele voert op verschillende niveaus een oorlog tegen ons. De belangrijkste: juridisch haalt hij alles uit de kast om ons van ons werk te houden, door ons valselijk te beschuldigen van wetsovertredingen. En hij probeert ons economisch te verstikken door onze adverteerders te intimideren. Hij heeft ooit een keer live op tv een van onze adverteerders bedreigd. Direct hingen andere adverteerders ook bij ons aan de lijn en smeekten ze ons om hun advertenties terug te trekken. Niemand van hen wilde problemen met Bukele.

‘Tegenwoordig ben ik het merendeel van mijn tijd bezig om fondsen te werven voor El Faro, zodat we kunnen voortbestaan. Hiervoor reis ik geregeld naar het buitenland. Ik kan je zeggen: fondsen werven is niet waarvoor ik de journalistiek in ben gegaan.’

Palestijnse achtergrond

Dada heeft een Palestijnse achtergrond. Zijn grootouders, christelijke Palestijnen, maken deel uit van de Palestijnse diaspora die begin vorige eeuw in Latijns-Amerika (Chili, Honduras, El Salvador) neerstreek om een nieuw leven op te bouwen. Een groot deel van deze gemeenschap (waartoe ook Nayib Bukele behoort) wist een succesvol bestaan als ondernemer op te bouwen en werd onderdeel van de plaatselijke economische en politieke elite.

Ook Dada’s familie behoorde tot deze Palestijns-Salvadoraanse bovenlaag. In de jaren tachtig, toen er een bloedige burgeroorlog (1979-1992) woedde in El Salvador, had zijn familie de middelen om het oorlogsgeweld te ontvluchten en naar Mexico te verhuizen.

Na de burgeroorlog keerde Dada, die in Mexico journalistiek had gestudeerd, weer terug naar El Salvador. Het was een periode dat El Salvador aan het uitvinden was wat het betekent om een goed functionerende democratische rechtsorde te zijn, met een vrije, pluriforme pers.

Dada greep dit moment aan om zijn droom van een professioneel medium te verwezenlijken. In 1998 zette hij samen met zijn landgenoot en zakenman Jorge Simán El Faro op, een medium dat aan niemands leiband zou lopen.

‘Er was niet echt een stevige journalistieke traditie in die tijd in El Salvador. Tijdens de burgeroorlog kon een verkeerd artikel je dood betekenen. Dus de meeste redacties waren gevuld met journalisten die vooral de officiële overheidsstandpunten overnamen. Journalisten van mijn generatie wilden daarmee breken.’

Onbedoeld pionierend

Geld voor een papieren publicatie was er niet. Daarom besloten Dada en Simán El Faro eerst online te publiceren – een moeizame start in een land waar destijds hooguit 1 tot 2 procent van de bevolking een internetverbinding had.

Het idee was, aldus Dada, om geld te verzamelen onder kapitaalkrachtige El Salvadoranen in Amerika en Europa om een doorstart op papier mogelijk te maken. El Faro werd daarmee onbedoeld een pionierend medium, lang voordat duidelijk werd dat de toekomst van de journalistiek in de digitale wereld lag.

‘Als ik jonge collega’s vertel dat El Faro al voor de komst van Google bestond, dan zie ik hun ogen groot worden van verbazing. Voor hen lijkt er geen internet te bestaan voor Google.’

Vanwege de schaarse middelen werd El Faro in die eerste jaren vooral gevuld met opiniestukken, en werd de redactie gevormd door enthousiaste, maar onbetaalde vrijwilligers. De meesten hadden er een baan naast, vaak bij een ander El Salvadoraans medium.

‘Vooral onze adverteerders hadden in de beginjaren van El Faro een verouderd idee van journalistiek. Hun ervaring met El Salvadoraanse media was vaak: als er iets negatiefs over mijn bedrijf in de krant staat, dan bel ik gewoon met de hoofdredactie en zorg ik ervoor dat het artikel gewijzigd of teruggetrokken wordt. Wij zeiden: als je een klacht hebt over de advertenties, dan verbinden we je door met de reclameafdeling. Hebben jullie een klacht over een onze artikelen: wijs dan maar aan waar de feitelijke onjuistheden staan. Dat waren vaak korte telefoongesprekken.’

Getalenteerde journalisten

De radicaal onafhankelijke koers van El Faro trok jonge, getalenteerde journalisten aan die serieuze, onafhankelijke journalistiek wilden bedrijven. Een van hen was Oscar Martinez, die later baanbrekende journalistiek zou leveren over de straatbendes in El Salvador en de levensgevaarlijke reis die migranten door Midden-Amerika moeten ondernemen om in Amerika te komen. Een van Martinez’ boeken, Het beest, over de migratiestroom in Midden-Amerika, kwam in 2016 in Nederland uit.

Andere journalistieke hoogtepunten zijn onder meer ‘Hoe wij aartsbisschop Romero hebben vermoord’ (2010), nog altijd het best gelezen onderzoeksartikel van El Faro. Het artikel is van Dada zelf, en reconstrueert uitgebreid hoe extreemrechtse doodseskaders en invloedrijke families in 1980 de moord bekokstoofden op de sociaal bewogen aartsbisschop Oscar Romero van El Salvador. Door de moord escaleerde de burgeroorlog in El Salvador nog verder.

Het journalistieke werk van El Faro is in de afgelopen jaren meermaals bekroond met grote Latijns-Amerikaanse en internationale onderscheidingen, van de Colombiaanse Garcia Marquez Excellence Award tot de World Press Photo Award. Dada zelf won ook verschillende prijzen, waaronder de World Press Freedom Heroes in 2022, een prijs die hij deelde met Shireen Abu Akleh, de Palestijns-Amerikaanse Al Jazeera-journalist die in 2022 werd doodgeschoten door het Israëlisch leger.

Je zou verwachten: met zo’n indrukwekkende staat van dienst zou El Faro een geliefd en gekoesterd instituut moeten zijn in El Salvador. In werkelijkheid staat El Faro er de afgelopen jaren niet al te best op in de publieke opinie, en moet het opboksen tegen de enorme populariteit van Nayib Bukele onder de El Salvadoraanse bevolking.

Ontpopt tot een dictator

Want dat ‘’s werelds coolste dictator’, zoals hij zichzelf zonder blikken of blozen noemt, iets wezenlijks voor elkaar heeft gekregen in El Salvador, staat ook voor Dada buiten kijf.

Onder Bukele is het moordcijfer in El Salvador spectaculair gedaald en dat heeft het veiligheidsgevoel in het land ingrijpend veranderd. Inmiddels geldt El Salvador als een van de veiligste landen in Midden-Amerika, en is zelfs de toerisme-industrie op gang gekomen.

Daar staat wel tegenover dat Bukele zich heeft ontpopt tot een dictator die zich schuldig maakt aan ‘willekeurige gevangenneming, marteling, moord, gedwongen verdwijningen, seksueel geweld en vervolging’, aldus mensenrechtenexperts eerder dit jaar in een rapport van de internationaal opererende mensenrechtenorganisatie Fédération internationale pour les droits humains (FIDH). Ook heeft Bukele de limiet aan termijnen dat een president kan dienen uit de grondwet geschrapt, en de persvrijheid nagenoeg de nek omgedraaid.

Dada: ‘Zijn vorm van bestuur wordt ook wel het Bukele-model genoemd. Het is autoritair maar efficiënt. Hij lost de problemen van mensen op. Inmiddels zie je dat andere politici in Latijns-Amerika, van Colombia tot Chili, zijn manier van besturen overnemen.’

Leugenaars genoemd

Dat Bukele, ondanks al deze misstappen, toch een haast onaanraakbare status heeft in El Salvador, stemde Dada in het begin nogal bitter. ‘De gemeenschap die wij dienen steunt ons niet’, vertelde hij in 2022 bij het in ontvangst nemen van de World Press Freedom Heroes.

‘Ik was best wel gedeprimeerd toen ik dat zei. Wat we ook over Bukele publiceerden, we werden toch alleen maar voor leugenaars uitgemaakt door het publiek. Ik was toen al meer dan twintig jaar journalist in El Salvador, maar wat was er nu helemaal veranderd? Misschien was het land zelfs nog slechter af dan toen ik net begon in El Salvador en het land een democratie probeerde te worden.’

Inmiddels oordeelt Dada milder over de Salvadoraanse bevolking. Hij kan het ze niet kwalijk nemen dat ze in Bukele een redder in nood zien. Als journalist is hij goed bekend met de ontwrichtende terreur van de straatbendes, hij heeft meegemaakt hoe ze het openbare leven in zijn land lam kunnen leggen.

‘Ooit publiceerden wij een verhaal over een politie-eenheid die bendeleden buitengerechtelijk executeerde. We haalden ons toen een enorme woede op de hals. De redenering was simpel: de bendes zijn een kanker in dit land, deze politieagenten helpen ons om er vanaf te komen. Waarom wil El Faro deze politieagenten in problemen brengen?

‘Ik snap dat. Wij, de redactie van El Faro, zijn geprivilegieerd. Wij hoeven niet te wonen in de gebieden waar de bendes het voor het zeggen hebben. Gebieden waar mensen hun kinderen aan dodelijk bendegeweld verliezen, waar familieleden in stukken worden gehakt.

‘Ons antwoord op dit soort kritiek is simpel: de politie is er om de rechtsstaat te handhaven. Als ze buitengerechtelijke executies uitvoeren, betekent dat dat we in een rechteloos land leven, en dat kan consequenties voor iedereen hebben.’

Een enorm offer

De belangrijkste opgave waar El Faro op dit moment voor staat, is uitvinden hoe je een publicatie over El Salvador overeind en relevant houdt als het grootste deel van je redactie in ballingschap leeft.

Dada en zijn collega’s hebben inmiddels de nodige gesprekken gevoerd met collega-journalisten uit Venezuela en Nicaragua met soortgelijke ervaringen. Van hen leren zij hoe je het beste om kunt gaan met bronnen binnen El Salvador (hoe precies wil Dada uit veiligheidsoverwegingen niet prijsgeven) en hoe je op afstand verslag kunt doen.

‘Maar het belangrijkste advies dat ze ons gegeven hebben, is dat we nu eerst even op adem moeten komen. Want we gaan een pittige tijd tegemoet. Ballingschap is een enorm offer en niet iedereen kan dat opbrengen. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat sommigen zullen afhaken. Pas als duidelijk is wat er van El Faro over is, kunnen we aan een duidelijke strategie voor de toekomst werken.’

Nieuwe onthullingen

Dat betekent niet dat El Faro stilligt. In het meinummer schreef sterreporter Oscar Martinez een commentaar waarin hij zijn professionele en persoonlijke pijn beschrijft om niet meer als journalist in El Salvador te kunnen werken. Tegelijkertijd laat hij vol trots weten dat ook deze editie van El Faro nieuwe onthullingen bevat over de despotische wanpraktijken van Nayib Bukele. Het is informatie die El Faro heeft moeten ‘wegrukken’ uit El Salvador, schrijft Martinez.

‘Bukele is populair, onze journalistiek heeft daar weinig aan veranderd’, zegt Dada. ‘Wat wij met El Faro wel kunnen doen, is een archief opbouwen van alle misstanden die wij op het spoor komen, zodat toekomstige generaties niet kunnen zeggen dat het onopgemerkt is gebleven. En hopelijk zullen zij concluderen dat het aan de macht brengen van een autocraat nooit een verstandig idee is.’

Grijnzend: ‘Op andere dagen is mijn doel iets minder verheven. Mijn collega Oscar Martinez formuleerde het ooit perfect: we doen dit werk om het leven van die klootzakken aan de macht iets lastiger te maken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next