Zodra er in de semioverheidswereld een nieuwe service wordt ontwikkeld of er gecommuniceerd moet worden met de burger, volgt een extra app. Een kwalijke zaak, want naast ontoegankelijkheid schuilt er ook gevaar in het volledig digitaliseren van communicatie en dienstverlening.
Vanaf 2 juni introduceert het KNMI een nieuwe term die de intensiteit van warme dagen uitdrukt: hittekracht. Deze combineert een aantal metingen in één alomvattend getal, hetgeen mij een waardevolle toevoeging aan ons toch al omvangrijke Nederlandse weervocabulaire lijkt.
Op de dag van schrijven vertellen de weersvoorspellingen mij dat het dertig graden wordt. In een poging deze dertig graden Celsius onmiddellijk met wat meer begrip in te kleuren, haast ik mij naar de website van het KNMI om de hittekracht te bekijken. Wat blijkt? De hittekracht kun je alleen in de app van het instituut bekijken, en deze slecht ontworpen app zit vol advertenties die zich alleen tegen betaling laten verwijderen.
Een halfjaar geleden berichtte de Volkskrant al over de door de Inspectie Leefomgeving en Transport geëiste verhoging van het statiegeld op blikjes en kleine plastic flesjes. Uiteindelijk komt deze verhoging er niet, vanwege een verbeterplan van Stichting Verpact, de koepelorganisatie van producenten van statiegeldverpakkingen.
Twee grote obstakels in het systeem zijn de onvindbaarheid van inzamelpunten en de frequentie waarmee automaten kapot zijn. Als reactie hierop heeft Verpact een vernuftige oplossing bedacht: een nog te lanceren app waarop een kaart te zien is met alle inzamelpunten voor statiegeldblikjes, en waarin melding kan worden gemaakt van kapotte automaten.
Over de auteur
Bo Rutgers is student conflict studies en kunstmatige intelligentie aan de Universiteit Utrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het blijkt een trend te zijn in de semioverheidswereld. Zodra er een nieuwe service wordt ontwikkeld of er gecommuniceerd moet worden met de burger, wijzen alle vingers in vergaderkamers zich massaal richting de smartphone en haar schier onbeperkte mogelijkheden: nóg een extra app, weer een icoontje op het startscherm erbij. Een korte zoektocht in de App Store op mijn telefoon laat zien dat er inmiddels bijna vijfentwintig apps van de Rijksoverheid zijn, waarvan een aanzienlijk gedeelte amper wordt gebruikt. Van breed maatschappelijk gebruik is dus geen sprake.
Deze ‘appificatie’ van de (semi)overheid is een kwalijke zaak. Ten eerste is een aanzienlijk gedeelte van Nederland niet of nog niet voldoende digitaal onderlegd om zich in deze wirwar van applicaties wijs te maken. Het zijn niet alleen ouderen, maar ook laaggeletterden of mensen die recentelijk in Nederland zijn komen wonen die hier last van hebben. Ook voor hen zou moeten gelden dat handige innovaties én essentiële overheidsservices zo veel en zo gemakkelijk mogelijk beschikbaar zijn.
Daarnaast is het ook een onmogelijk inefficiënt en omslachtig systeem. Mocht ik – jonge, digitaal vaardige burger – gebruik willen maken van ál deze apps en services, dan staat binnen de kortste keren mijn volledige smartphone vol met Rijksoverheidsapps. Ook zijn veel van deze apps slecht ontworpen en vormgegeven, wat het gebruiksgemak enorm vermindert.
Het is voor elke wond een andere pleister, maar de pleisters genezen niet. Zou het niet veel handiger zijn om voor alle overheidsservices één goed functionerende, elegant ontworpen applicatie te bouwen? Er staan ongetwijfeld legio programmeurs en ICT-bedrijven te popelen om hiermee aan de slag te gaan.
Zonder te veel te klinken als een analoogfetisjist zou ik ook nog graag een lans willen breken voor een bepaalde mate van offline communicatie en dienstverlening vanuit de overheid. Er schuilt naast ontoegankelijkheid namelijk ook gevaar in het volledig digitaliseren van het overheidsapparaat. Laat hiervan de recentelijk voorkomen Amerikaanse overname van DigiD exemplarisch zijn: niet alleen ongewenste overnames, maar ook digitaal-hybride oorlogsvoering maken overheidsapps kwetsbaar, en niet altijd noodzakelijk. In tijden van geopolitieke onzekerheid is een offline overheidsinfrastructuur geen overbodige luxe.
Kortom, stop met de ‘appificatie’ van het volledige (semi)overheidswezen! Onze ouderen en laaggeletterden zullen ons dankbaar zijn, maar ook onze meer smartphoneschuwende jongeren. Ik zou namelijk bij een eventuele Russische invasie nog wel graag mijn statiegeldblikjes naar de automaat willen kunnen brengen.
We moeten weer een nieuwe term leren: ‘hittekracht’. Volgens het KNMI is dat een getal van 1 tot 10, gebaseerd op een combinatie van temperatuur, luchtvochtigheid, zonnestraling en wind.
Wacht even, dit doet me toch denken aan de bekende ‘gevoelstemperatuur’. Dat is een internationale, objectieve standaard die je kunt uitrekenen en die de gemeten temperatuur combineert met de luchtvochtigheid, zonnestraling en windsnelheid.
Dan vraag ik me toch af wat die ‘hittekracht’ toevoegt. Ieder mens van pak ‘m beet boven de 20 jaar heeft er wel een idee van hoe -20 °C, -5 °C, 20 °C of 35 °C aanvoelt. Nou, misschien niet meer die -20 °C ...
En wat is de hittekracht op een winterse dag waarop het aanvoelt alsof het min twintig graden is, of nul graden? De gevoelstemperatuur geeft al aan dat die -20 °C-dag een gure, onaangename dag wordt om buiten te zijn.
Fred van Wijk, Heukelum
Mooi stuk over de nieuwe KNMI-term ‘hittekracht’. Heel nuttig om het menselijk lichaam tijdens buitenevenementen te beschermen. Goed ook om de nationale wens dat weerberichten elke dag zon dienen te voorspellen wat bij te stellen. Waarom niet wat verder gaan en ook de uitdrogende natuur rond die lichamen beschermen? De weerberichten zouden dagelijks de verdrogingsgraad en de grondwaterstand aan kunnen geven. En, o vloek, bewolking en regen kunnen beloven.
Pim Ligtvoet, Amsterdam
Een nieuw meteorologisch (weer)woord: hittekracht.
Hoe zou dat zijn bij het KNMI werkzaam te zijn op de Afdeling Weerwoorden, met als kerntaak ten minste elke maand een nieuw weerwoord te introduceren. Elk jaar een nieuwe gebundelde uitgave Weerwoorden, lezend als poëzie.
Ochtendgrijs, dauwpunt, grondvorst
Supercel, onzongat, driftsneeuw
Korrelhagel, valwind, straalstroom
Stofhoos, hittegolf, koudeput
Azorenhoog, driftsneeuw, luchtmassa
Aanvriezende mist, windchill
Warmtefront, stapelwolk, luchtmassa
Broeikaseffect, warmtekoepel
Buienlijn, UV-index
Inversie en frontale depressie
Ruud Joppen, Nijmegen
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant