Home

Moet Nederland meer gaan beleggen? ‘Ik snap niet dat mensen sparen bij een bank als risicoloos zien’

Heb je spaargeld over, ga toch beleggen! De Europese Commissie, banken en hoogleraren moedigen consumenten steeds enthousiaster aan de sprong te wagen. Is dat wel verstandig in tijden van geopolitieke onrust?

is verslaggever macro-economie bij de Volkskrant. Hij volgt de wereld van de aandelenbeurzen, de grootbanken en het monetaire beleid.

De enige die hoogleraar finance Rik Frehen nog niet aan het beleggen heeft gekregen, is zijn eigen moeder. Zijn vader is om. En zeker tien vrienden heeft hij een avondje privécollege gegeven over ETF’s, obligaties en de kunst van het spreiden.

Frehen, verbonden aan de Universiteit van Tilburg en expert op het gebied van risico-perceptie, laat het er maar bij. ‘Mijn moeder vertrouwt toch meer op de bank. Terwijl: als je geld ergens risico loopt, is het op een spaarrekening.’

Frehens beleggingsenthousiasme staat niet op zich. Niet alleen hoogleraren en vermogensbeheerders willen meer Nederlanders aan het beleggen krijgen, dat wil ook de Europese Commissie als gevolg van het invloedrijke rapport-Draghi. Volgens de oud-president van de Europese Centrale Bank is het noodzakelijk dat een deel van de 10 duizend miljard euro die Europeanen op hun spaarrekening hebben de kapitaalmarkt op stroomt. Zo moet het voor Europese bedrijven makkelijker worden om geld te lenen om te kunnen investeren en innoveren.

‘Kansen op meer rendement’

Zelfs de Autoriteit Financiële Markten (AFM), toch een neutrale toezichthouder, constateerde deze maand dat veel huishoudens ‘kansen op meer rendement laten liggen’. Dat gaat ten koste van ‘duurzaam financieel welzijn’, vindt de toezichthouder. Daarom probeert de AFM zo veel mogelijk drempels voor verantwoord beleggen te verlagen.

Moeten niet-beleggende Nederlanders massaal de sprong wagen naar de wereld van hoger risico en hoger rendement? En is zo’n oproep in onrustige geopolitieke tijden wel verstandig?

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Eerst maar eens de harde cijfers. In discussies over koopkrachtplaatjes en zorgverzekeringstientjes wordt het nog weleens over het hoofd gezien, maar heel veel Nederlanders hebben heel veel geld.

Nederland telt 8,5 miljoen huishoudens. Gemiddeld hebben zij op hun lopende rekening ruim 12.500 euro staan, plus gemiddeld 63.600 euro op een spaarrekening. Daar komt het kapitaal in huizen, pensioenfondsen en in eigen ondernemingen nog eens bij.

Dat geld is scheef verdeeld. De Stichting Financieel Gezond Nederland begon vorige maand nog een campagne om zo veel mogelijk huishoudens een buffer van 1.000 euro te laten opbouwen. Een op de vijf gezinnen redt dat op dit moment niet. Elke kapotte wasmachine of nieuw paar schoenen levert dan financiële stress op.

‘Voordat je gaat beleggen’, zegt Karin Radstaak van budgetinstituut Nibud, ‘moet je eerst al je andere financiële zaken op orde hebben en een buffer hebben. Voor de uitgaven waarvan je weet dat ze gaan komen, die wasmachine of een nieuwe auto, maar nog niet weet wannéér ze gaan komen.’

Pas als je geld over hebt dat je nergens anders voor gebruikt – en dus ook niet voor die reis die je altijd nog een keer wilt maken – ‘en waarvan het niet erg is dat je het kwijtraakt, is beleggen een optie’, zegt Radstaak. ‘Er is altijd het risico dat je het kwijtraakt. De verhalen dat het minder goed afloopt, hoor je alleen minder vaak.’

Maar wat ook waar is: 2,6 miljoen huishoudens hebben meer spaargeld dan de buffer die het Nibud adviseert (die buffer is per gezin verschillend). Dat gaat niet om tientjes: de helft van die huishoudens heeft meer dan 24 duizend euro boven op de spaarbuffer. Zo’n 15 procent van die totale groep heeft meer dan een ton vrij te besteden.

Er zijn 800 duizend huishoudens waarover de AFM zich specifiek zorgen maakt: geld genoeg om te beleggen, geld te weinig in de pensioenpot. ‘Voor deze groep is het dus niet alleen mogelijk, maar kan het ook raadzaam zijn om het vermogen dat zij beschikbaar hebben meer te laten renderen’, vindt de AFM.

Dat is overigens niet hetzelfde als een beleggingsadvies, zegt Paschtun Steltenpohl, manager team retailbeleggen bij de AFM. ‘Als we bij een grote groep Nederlanders een kwetsbaarheid zien in hun vermogensopbouw, dan is het onze taak daar inzicht in te geven. We zeggen niet dat je al je spaargeld als de wiedeweerga naar een vermogensbeheerder moet brengen, maar wel: daar zou je nog eens naar kunnen kijken.’

De AFM onderzocht ook waarom mensen eigenlijk niet beleggen, ook als ze daar het geld wel voor hebben. Steltenpohl: ‘Er is een groep die het gewoon niet interesseert. Anderen vinden van zichzelf dat ze de kennis missen om te beleggen. Of mensen denken dat ze er te weinig geld voor hebben, ook als ze meer dan genoeg spaargeld op de bank hebben staan.’

‘Echt geen gokken’

Onbegrijpelijk, vindt Bob Homan, chief investment officer bij ING. Hij maakte naam bij de bank door midden in de financiële crisis van 2009, die zo hevig was dat bijvoorbeeld het aantal orders van Volvo-trucks tot nul was gedaald, te zeggen: ‘En nu moeten we kopen’. Homan: ‘Economieën herstellen zich namelijk altijd.’

Het is een van de zekerheden die Homan gebruikt om huiverachtige beleggers gerust te stellen. ‘Veel mensen hebben het idee dat beleggen heel spannend en ingewikkeld is, maar dat hoeft echt niet zo te zijn.’ Beurzen, zegt hij, volgen gewoon de bedrijfswinsten. De ene keer stijgt het wat harder, de volgende keer wat minder hard, en als er een recessie komt, gaat de beurs naar beneden ‘met een multiplier erop, omdat mensen overdrijven’.

Toch is beleggen op de beurs ‘echt geen gokken’. Als je maar goed spreidt: niet in individuele bedrijven (gaat zo’n bedrijf failliet, ben je alles kwijt), maar in fondsen die gelijk oplopen met de koers van de beurs, de zogeheten ETF’s. Die vinding heeft beleggen voor het grote publiek veel gemakkelijker gemaakt.

Ander belangrijk advies: stap niet te snel uit. ‘Je moet spreiden waar je in belegt, en spreiden in tijd. Als je een lange horizon hebt, moet je vooral niet uitstappen. Zeker als je jong bent, en je een stukje van je inkomen kunt missen, propageren we dat beleggen bijdraagt aan een goede financiële gezondheid.’

Alles over economie vindt u hier.

Als mensen dan nog twijfelen, heeft Homan nog een troef in handen: de 72-regel. Deel 72 door het verwachte rendement en je krijgt de tijd in jaren die je nodig hebt voor de verdubbeling van je inleg.

Oftewel: leg je 1.000 euro in, dan duurt het bij een rendement van 7,2 procent tien jaar voordat je er 2 duizend euro van hebt gemaakt. Krijg je de 1 procent rente van je spaarrekening, dan duurt dat 72 jaar.

‘Wat mensen moeilijk kunnen doorgronden’, zegt hoogleraar Frehen, ‘is het effect van compounding, het rendement op rendement. 1 procent of 5 procent rendement maakt echt veel uit, zeker op de lange termijn.’

Die lange termijn, het kan niet genoeg worden benadrukt, is belangrijk. Want aandelen zijn risicovol, zegt Frehen: ‘Dat klopt. Maar kijk je terug vanaf 1800-zoveel, dan zijn er beurzen waar het gemiddelde rendement op 6 à 7 procent bóven de spaarrente ligt. De beurs kan volgend jaar 20 procent zijn gedaald, maar zie het als een normaalverdeling. Je kunt een slecht jaar trekken, maar als je vaak genoeg trekt, kom je op dat gemiddelde rendement uit.’

Er is vrijwel geen enkele periode van tien jaar in de geschiedenis aan te wijzen, zegt Frehen, waarin aandelen een negatief rendement hebben opgeleverd. ‘Dat is de hele basis van ons pensioenstelsel.’

En dus probeert Frehen aan zijn moeder uit te leggen wat veilig is en wat risicovol. ‘Mam, zeg ik dan, het klopt dat je 1 procent rendement krijgt op de bank. Maar de inflatie zit daar ver boven. Ik snap daarom niet dat mensen sparen bij een bank als risicoloos zien: je weet juist honderd procent zeker dat je koopkracht kwijtraakt.’

Het is daarom goed als jongeren vroeg met beleggen beginnen met kleine bedragen, vindt Homan. Dan wen je eraan dat de koers ook naar beneden gaat. ‘Maak er geen alles-of-nietsbeslissing van, niet in één keer met een groot bedrag beginnen. Als je net je bedrijf hebt verkocht en je verliest 20 procent op een half miljoen, dan ben je minder happy.’

Het zal voor Nederland een mentaliteitsverandering vergen, want waar in de Verenigde Staten 80 procent van de bevolking belegt, is dat hier maar 23 procent. Daarmee blijven we ruim achter bij het EU-gemiddelde van 36 procent, en bijvoorbeeld ook ver achter een land als Zweden dat beleggen enorm heeft gestimuleerd (58 procent).

Belangrijke nuance daarbij: het Nederlandse pensioenstelsel. Tel je die ruim 1.800 miljard euro aan indirecte beleggingen bij het kapitaal op, dan behoren Nederlanders juist tot de grootste beleggers van Europa.

Frehen ziet het gevoel over beleggen per generatie veranderen. Beleggen gold ooit als ‘vies’, als de meest perverse uitwas van ongebreideld kapitalisme, wat met excessen als de aandelenlease en de woekerpolissen nog eens werd bevestigd. Maar als Frehen nu in de collegezaal vraagt wie er belegt, steekt zeker de helft van de studenten een hand omhoog. ‘Jongeren zijn daar echt makkelijker in.’

Europese autonomie

Dat is belangrijk voor Europa, benadrukken Homan, Frehen en Steltenpohl. Frehen: ‘Zou je die honderden miljarden in Europese bedrijven steken, dan help je de Europese autonomie gigantisch vooruit. Dat is winst voor die bedrijven en winst voor de belegger.’

En daarom, zegt hij, is de voorgenomen box-3-belasting, waarbij over nog te verzilveren rendement belasting moet worden betaald, ‘zo’n ontzettend slecht idee. Je maakt daarmee eigenlijk iedereen arm.’

Steltenpohl van de AFM uit vooral haar zorgen over de onzekerheid rond de nieuwe regels. ‘De oproep vanuit de Commissie is dat we Europa concurrerender moeten maken. Onder meer door spaargeld naar de kapitaalmarkt te laten vloeien; door te beleggen dus. De AFM gaat niet over fiscale wetgeving, maar ik kan me voorstellen dat onzekerheid over mogelijke belastingen juist drempels opwerpt.’

Maar toch: er is vrees voor een AI-bubbel, de markten zijn tot astronomische hoogten gestegen, er is een oliecrisis, er is oorlog, het is code donkeroranje voor de Nederlandse economie volgens De Nederlandsche Bank en de AFM. Is dit dan echt het moment om op te roepen tot meer beleggen?

Steltenpohl: ‘Onze oproep staat los van de economische situatie. Wij zeggen: verdiep je in je situatie, kijk wat bij je past. En sowieso blijven tips over veilig beleggen staan. Spreid je geld in tijd en over producten, beleg voor de lange termijn, lees je in over de kosten en risico’s, neem eventueel een adviseur in de hand.’

En vergeet niet: er is altijd kans op een crisis, en die komt vaak als er veel geld in de markt beschikbaar is, als steeds meer partijen instappen, als beleggers meer risico gaan nemen om aan rendement te komen. Daar zie je nu wel degelijk tekenen van, zegt Frehen, en hij sluit af met een anekdote.

Toen hij achttien jaar geleden net was begonnen op de universiteit, kwam hij een collega tegen op de gang. ‘Ik heb alles net verkocht’, zei de man, ‘want in de trein hoorde ik reizigers zeggen dat zij nu toch ook maar eens moesten gaan beleggen. Als iedereen instapt, is het tijd om uit te stappen.’

Een paar maanden later viel Lehman Brothers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next