Home

Voor wie de tegenstander van zijn stuk wil brengen, of gewoon de kracht niet meer heeft: de onderhandse service is soms best een uitkomst

Waar de onderhandse service vroeger vooral als provocatie werd gezien, is de slag de laatste jaren meer in de mode geraakt. Sommige spelers zetten hem in als strategisch wapen, andere doen het puur om het publiek te vermaken. Is het ook effectief?

De Oekraïense tennisster Oleksandra Oliynykova stuitte drie keer met de bal, voordat ze deed alsof ze ging opgooien voor haar opslag. In plaats daarvan koos ze op matchpoint voor iets onverwachts om haar tegenstander te verrassen: de onderhandse service. Ze won het punt en bereikte de derde ronde van Roland Garros, waarin ze zaterdag in actie komt.

Toen de Volkskrant haar donderdag, een paar uur na haar gewonnen partij, vroeg waarom ze op matchpoint had gekozen voor een onderhandse service, reageerde de nummer 65 van de wereld enigszins verbaasd. ‘Voor mij is dat niets bijzonders. Het is gewoon onderdeel van mijn spel’, zei ze. Reacties op haar onderhandse service had ze niet gekregen. ‘Waarom zou ik reacties moeten krijgen?’

Tactisch wapen

De onderhandse service is van oudsher een van de meest controversiële slagen in het tennis. Maar waar de slag vroeger vooral als een provocatie werd gezien, raakte de onderhandse service rond 2010 in de mode. De slag kreeg steeds meer de status van een tactisch of strategisch wapen om de tegenstander op het verkeerde been te zetten, of om meer variatie aan te brengen.

Een van de redenen van de veranderende status: spelers zijn over het algemeen fysiek beter ontwikkeld en beschikken over betere rackets dan vroeger, waardoor ze harder kunnen serveren. Dat speelt zeker bij de mannen een grote rol. Het gevolg: tegenstanders gaan verder achter de baseline staan om de loeiharde opslagen te kunnen retourneren – de inmiddels gestopte Nadal was daar een sprekend voorbeeld van. Daardoor wordt het verleidelijker om een zachte bal over het net te slaan.

Op Roland Garros is Oliynykova niet de enige speler die een onderhandse service slaat. De Fransman Corentin Moutet staat erom bekend dat hij de onorthodoxe slag regelmatig gebruikt; die is zelfs uitgegroeid tot een van zijn handelsmerken. Ook dit jaar in Parijs, tegen de Tsjech Vit Kopriva, greep hij er meerdere keren naar; met wisselend succes: hij verloor zijn eersterondepartij.

Marta Kostyuk stond in haar eerste partij ruim voor, toen ze koos voor een onderhandse service. ‘Ik keek naar mijn coach en zij gaf aan dat het er een goed moment voor was’, zei de Oekraïense desgevraagd. ‘Ik was het met haar eens. Als ik de ruimte voel in de wedstrijd, hou ik ervan om onderhands te serveren. Het verrast de tegenstanders altijd.’

Om te entertainen

Dat weet ook Alexander Boeblik. De eigenzinnige Kazach is gezegend met een harde service, maar verraste de laatste jaren al menig tegenstander door soms te kiezen voor de onderhandse, veel tragere variant. Toch ziet hij de veelbesproken slag niet als tactisch wapen. ‘Wie dat zegt, heeft geen verstand van tennis’, zei hij deze week in de persruimte van Roland Garros.

De artiest in Boeblik gebruikt de onderhandse service naar eigen zeggen vooral om te ‘entertainen’. In Lyon serveerde hij twee jaar geleden tegen de Fransman Giovanni Mpetshi Perricard in één game zelfs zes keer onderhands.

‘Ik doe het wanneer ik er zin in heb, als het tijd is voor vermaak en om het publiek een beetje te laten lachen, of zelfs om het punt cadeau te doen aan de tegenstander.’

Last van kramp

Dat was niet de achterliggende gedachte van Michael Chang, toen hij de onderhandse service in 1989 op Roland Garros tegen de onverslaanbaar geachte Ivan Lendl voor het eerst in het moderne tennis in de schijnwerpers zette.

De 17-jarige Amerikaan met Chinese roots had last van kramp, sloeg de controversiële bal en liet de tenniswereld en Lendl versteld staan. Chang won het punt, en uiteindelijk ook de partij.

Chang noemde de onderhandse service later het kantelpunt in de wedstrijd. ‘Hij was duidelijk verrast’, zei hij in 2019 tegen CNN. ‘Maar ik denk ook dat het hem een beetje van zijn stuk bracht. Vanaf dat moment werd het niet alleen een fysieke strijd, maar ook een mentale strijd.’

Kostyuk volgde deze week op Roland Garros het voorbeeld van Chang, al sorteerde het minder effect. Haar onderhandse service eindigde in het net. Het deerde haar niet: ze won haar partij eenvoudig. Op de persconferentie verklapte ze dat ze er af en toe op traint. ‘Dat zal ik blijven doen.’

Hetzelfde geldt voor haar landgenoot Oliynykova. Zij zei: ‘Ik zet een emmer aan de andere kant van het net en dan probeer ik de bal erin te slaan.’

‘Nooit in me opgekomen’

Hoewel de onderhandse service de laatste jaren aan terrein heeft gewonnen, zijn er nog genoeg spelers die deze alternatieve opslag niet gebruiken. Tallon Griekspoor heeft naar eigen zeggen nog nooit een onderhandse service geslagen tijdens een wedstrijd. ‘Ik ben ervan overtuigd dat ik meer punten win met een bovenhandse dan met een onderhandse service, zo simpel is het’, aldus de beste Nederlandse tennisser.

Ook bij Botic van de Zandschulp behoort de onderhandse service niet tot het wapenarsenaal. ‘Het is eigenlijk nog nooit in me opgekomen, tijdens een wedstrijd.’

Wel kreeg hij van zowel Boeblik als Moutet eens een onderhandse service om zijn oren. ‘Als je tegen hen speelt, sta je iets meer op scherp, omdat je weet dat het kan gebeuren.’

Net als veel andere tennissers ziet Van de Zandschulp de onderhandse service niet als provocatie: ‘Het is een legitieme slag. Er is geen regel die verbiedt onderhands te serveren.’

‘Sommigen zullen het als tactisch wapen gebruiken. Anderen vertrouwen misschien iets minder op hun tweede service, dat zou ook nog kunnen.’

Reddingsboei

In april vormde de onderhandse service een reddingsboei voor Nuno Borges. De Portugees kreeg op het ATP-toernooi in Barcelona op matchpoint last van kramp in zijn been en kon niet meer voluit opslaan. Hij koos voor een zacht balletje over het net en won de wedstrijd. Tot ongenoegen van zijn tegenstander Tomás Martín Etcheverry, die na afloop bij het schudden van de handen opzichtig wegkeek van Borges.

Ook Griekspoor zag Boeblik eens een onderhandse service tegen hem slaan. Maar in tegenstelling tot Etcheverry had hij daar geen moeite mee. ‘Ik zie het niet als iets onsportiefs. Als de tegenstander klaarstaat, dan heb je het recht om ervoor te kiezen. Ik ben inmiddels op een leeftijd gekomen dat ik me er niet meer door van de wijs laat brengen’, aldus de 29-jarige tennisser.

Daar sluit de Noor Casper Ruud zich bij aan. ‘Ik zie geen reden om er gefrustreerd door te raken’, zegt de tweevoudig finalist op Roland Garros (2022, 2023). ‘Ik vind het prima als mijn tegenstanders dat doen. Ik heb liever dat iemand onderhands tegen mij serveert, dan dat hij normaal serveert en de bal met 210 kilometer per uur op mij afkomt. Dus ja, bring it on.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next