Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Wijkagent Aksel van der Honing (60) hielp bij het opsporen van de dader in een uitzonderlijke verkrachtingszaak.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Het schokte ons allemaal. Tijdens de ochtendbriefing vertelde onze coördinator dat die nacht, in 2018, in het centrum van Leeuwarden een oude vrouw van boven de 70 jaar was verkracht. Tijdens het uitlaten van de hond was ze gevolgd en bij haar voordeur drong de dader mee naar binnen. We hoorden vreselijke details, hij was de hele nacht gebleven en had gewoon naast haar geslapen.
‘De dader was een jonge, Nederlandse jongen die sprak in het Leeuwarders dialect. Er werd een TGO opgestart, een Team Grootschalig Onderzoek. De wijkagent ging met vakantie en vroeg of ik hem wilde vervangen als aanspreekpunt in zijn wijk, want zo’n delict heeft veel impact op omwonenden. Ik heb afspraken afgezegd in mijn eigen wijk, Huizum-West en Nijlân, en ging in het centrum helpen met het buurtonderzoek.
’s Avonds belde de onderzoeksleider: ‘Aksel, ik wil dat jij als wijkagent ook meedoet met het opsporingsonderzoek.’ Dat is bijzonder: normaal zijn blauw op straat en de recherche gescheiden werelden.
‘Ik meldde me de ochtenden daarna in Drachten bij de briefings van het TGO, en kreeg daar opsporingsinformatie te horen. In het ziekenhuis waren dadersporen genomen van de verkrachte vrouw. Ook in haar huis waren veel dadersporen aangetroffen. Alles was naar het NFI gestuurd, het forensisch onderzoeksinstituut in Rijswijk. Het slachtoffer had aangegeven dat de dader specifieke tatoeages had op beide schouders.
‘Toen die tatoeages werden beschreven, dacht ik: hé, die gast ken ik. Bewoners van een flat in mijn eigen wijk hadden geklaagd over een hinderlijke buurman die vaak via de regenpijp en andermans balkons omhoogklom naar zijn flat bovenin. Ook zou hij scooters jatten en verstoppen in de kelderbox.
‘Met Esther, een wijkagent met wie ik veel samenwerk, ging ik met hem in gesprek: buren vinden het niet prettig als jij via hun balkons naar boven klimt. Esther heeft een tatoeage op haar bovenarm. Die jongen wees ernaar en zei: ‘Mooi, zoiets heb ik ook.’ Hij trok beide mouwen omhoog en liet de tatoeages op zijn schouders zien.
‘Dat was zes weken voor die verkrachting. Twee weken daarna belde een buurvrouw, ook een zeventiger, met een ernstige klacht. Ze liet die jongen betaalde klusjes voor haar doen, want ze vond hem aardig en hij had geen geld. Hij had haar keuken netjes opgeknapt en ze vroeg of hij ook haar slaapkamer wilde schilderen. Dat deed hij.
‘Toen de klus was geklaard, riep hij: ‘Kom eens kijken.’ Daar stond hij, helemaal naakt en met een erectie. Die buurvrouw schrok zich rot en schreeuwde: ‘Doe normaal, trek je kleren aan, ik wil je nooit meer zien.’ Weer gingen we met hem praten en kreeg hij een waarschuwing van de woningstichting.
‘Na die verkrachting belde ik Esther. Ik omschreef de tatoeages uit het onderzoek en vroeg haar: ‘Is dat onze man?’ Toen zij dat bevestigde, meldde ik dat bij de onderzoeksleider en trokken rechercheurs hem na.
‘Kort daarna kwam de uitslag van het NFI-onderzoek. De onderzoeksleider belde me persoonlijk en zei: ‘Er is geen match met jouw verdachte, we stoppen het onderzoek naar hem.’ Dat gaf me een slecht gevoel. In mijn 41 jaar bij de politie heb ik nooit slecht geslapen, maar die nacht wel. Esther had precies hetzelfde. Wij dachten: het móét hem zijn. Niet alleen vanwege die specifieke tattoos, maar ook om zijn gestoorde gedrag en zijn verleden.
‘Bij de TGO-briefing vroeg ik: ‘Kan het zijn dat het NFI een fout heeft gemaakt?’ ‘Daar gaan we niet vanuit, en we moeten tunnelvisie voorkomen’, antwoordde de onderzoeksleider. Maar het zat me niet lekker, en dat zei ik ook.
‘De volgende dag belde hij weer: ‘Jij bent er zo van overtuigd dat jouw verdachte de dader is, dat er toch een tweede DNA-onderzoek komt. Ik heb moeten praten als Brugman, maar kreeg het voor elkaar.’ Ik zei dat ik het fijn vond dat hij echt naar me had geluisterd, en hij antwoordde dat hij niet voor niks de wijkagent had toegevoegd aan het team.
‘Kort daarop belde de onderzoeksleider weer: ‘Aksel, waar ben je? Ga even zitten. We hebben een 100-procentmatch! Jullie gevoel was toch goed. Binnen een half uur wordt hij aangehouden.’ Kennelijk was er in Rijswijk die eerste keer een fout gemaakt. Sindsdien zijn de checks-and-balances daar verscherpt.
‘Volharding loont. Natuurlijk is een tunnelvisie verkeerd. Maar deze casus leert wel: als je gevoel heel sterk zegt dat de feiten niet kloppen, en je hebt daar goede redenen voor, moet je daarnaar luisteren. Ook leerzaam was de samenwerking tussen de recherche en het blauw op straat. We kunnen elkaar versterken.
‘De dader heeft een jarenlange celstraf gekregen. Het geeft een goed gevoel dat wij het verschil hebben kunnen maken tussen wel en geen gerechtigheid.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant