Op een hete meidag een marathon lopen, is dat wel verstandig? Zondag werden bij loopevenementen in Groningen, Utrecht en Amersfoort verschillende sporters onwel. Op en langs het parcours in Utrecht klinken verschillende verhalen. ‘Het is mijn keuze, maar het is eigenlijk niet gezond’
is verslaggever van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Utrecht.
‘Sportdrank?’, vraagt de eerste uitdeler van verzorgingspost 9 op kilometer 25 van de marathon van Utrecht. ‘Water?’, oppert de volgende. Lopers vrezen deze kilometers langs het Amsterdam-Rijnkanaal op de grens van Houten en Nieuwegein. Over de helft, dat wel. Maar dat het ook nog zo ver is, maakt zo’n lange kaarsrechte weg wel erg duidelijk. En dat op het warmst van de dag: 24 à 25 graden Celsius.
Niemand slaat een drankje af. Van de circa drieduizend lopers kiest een groot deel drie keer voor water. Eentje om over het hoofd te gooien, eentje om te drinken – vergt oefening – en eentje voor in de nek. Een enkeling met een rood hoofd of een trekkende mond wandelt een stukje met het bekertje in de hand.
Ogenschijnlijk nemen veruit de meeste sporters het dringende en herhaalde advies van de organisatie ter harte: luister naar je lichaam, drink voor, tijdens en na de race voldoende en pas je tempo aan de omstandigheden aan.
Toch is het enkele kilometers eerder op de route al misgegaan. In Houten komt er een traumahelikopter aan te pas om een door de hitte bevangen loper te reanimeren. De marathon wordt even stilgelegd. Ook bij de marathon in Amersfoort moet zondag een loper op enkele kilometers voor de finish worden gereanimeerd.
Verspreid over het parcours van de halve marathon van Groningen worden zeven sporters getroffen door een hitteberoerte. Omdat er te weinig ambulances zijn voor alle slachtoffers op verschillende plekken, schaalt de veiligheidsregio de hulpverlening op. Eerder de afgelopen week werden loopevenementen in Maastricht en Klazienaveen vanwege de warmte deels afgelast.
Het roept de vraag op of het wel zo’n goed idee is om in tijden van een opwarmend klimaat eind mei in Nederland voor duizenden geoefende en minder geoefende sporters een marathon te organiseren.
Het kan, zeggen evenementenorganisatie Golazo en Guido Vroemen, sportarts, medisch bioloog en trainer van topsporters. Nee, dit is vragen om problemen, vindt toploper Imo Muller – vorig jaar derde in Utrecht, nu zesde.
Als het zou kunnen, zou organisator Wim Nuyts van Golazo marathondeelnemers verplichten alle voorlichting over verantwoord lopen tot zich te nemen. En om hun loopdoel te baseren op een warmtebelastingsindex die temperatuur, luchtvochtigheid, wind en stralingskracht van de zon combineert.
Tijdens het lopen hoopt Nuyts dat lopers naar elkaar omkijken. ‘Is degene naast je heel rood of juist heel bleek? Spreek hem of haar erop aan en help. Het zijn vaak externe indicatoren die je als deelnemer van jezelf niet ziet.’
Sportarts Vroemen acht de kans dat het misgaat kleiner bij een marathon dan bij kortere loopnummers: de halve, de tien en de vijf kilometer. ‘De intensiteit waarmee je een marathon loopt, is laag. Mensen kúnnen harder lopen, maar doen het niet vanwege de lange duur van de inspanning.’
Aan de start van de kortere nummers staat een ander type loper, legt Vroemen uit. ‘Die denken: maakt niet uit dat het 30 graden is, ik ben er nú klaar voor en ik ga mijn beste tijd verbeteren. Dan loop je met een te grote intensiteit en is de kans op hyperthermie een stuk groter.’
Die oververhitting ontstaat als het lichaam zijn warmte moeilijk kwijt kan door een hoge temperatuur van de lucht, aldus de sportarts. ‘Als je dan ook nog eens veel vocht verliest, kun je de warmte ook niet met zweten kwijtraken en raak je oververhit.’
De ideale looptemperatuur is een graad of 10 à 12, vindt hardloopfanaat Muller (45). Een dag voor de marathon van Utrecht voorspelt hij een slagveld. ‘De organisatie doet zijn best en het is mijn eigen keuze om op 31 mei vanaf half elf ’s ochtends 42 kilometer te gaan hardlopen, maar met deze temperatuur is het eigenlijk niet gezond.’
Want, weet Muller, er zijn er bij die alle goede voornemens vergeten zodra ze een startnummer opspelden. ‘Ik neem ze dat niet kwalijk. De marathon is voor heel veel deelnemers het hoogtepunt van het jaar en dus gaan ze diep.’
Als ‘dat klere-eind’ dan per se eind mei is, kies dan voor een twee uur vroegere starttijd, zegt Muller. ‘Ik ben in 2,5 uur binnen, maar de massa doet er een uur of vier over. Reken maar uit, dan is het echt heel warm. Ik organiseer zelf ook wedstrijden, maar die starten niet zo laat, ook al schrijven dan veel meer mensen in.’
Grijpen wat je grijpen kan, adviseert Muller de duizenden lopers achter hem. ‘Alles wat maar voor verkoeling zorgt.’ Aldus raakt de weg bij verzorgingspost 9 bezaaid met bekertjes.
Vlakbij is een jonge vrouw naast een OV-fiets nog snel een aanmoedigingsbord aan het maken voor haar vriend. Die had haar gevraagd hier met koud water langs het kanaal te staan, zegt ze terwijl ze de laatste letter van ‘lieverd’ inkleurt, want dit is voor hem het moeilijkste punt.
Frederieke en Bas Hermus staan met een bord aan een pvc-buis: ‘Thijs. Lekker bezig!’ Op hun telefoons zien ze dat hun 22-jarige, studerende zoon bijna bij ze is. Hij is ruim na half elf gestart voor zijn derde marathon, zegt Bas. ‘Raar, zo laat.’ Moeder Frederieke is, nu ze langs de kant staat, niet langer zenuwachtig. ‘Want het is niet zo warm als ik vreesde.’
Omwille van die warmte stelde zoon Thijs zijn streeftijd de afgelopen periode steeds een beetje naar boven bij, naar drie uur en drie kwartier. Hij finisht in 3 uur en 52 minuten. ‘Toch zijn persoonlijk record weer iets verbeterd’, meldt zijn vader.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant