De Duitse overheid wil nachtclubs beschermen door ze in bouwvergunningen als culturele instelling te classificeren. Zo moet worden voorkomen dat gentrificatie en nieuwbouw het nachtleven verdringen. Ook in het Nederlandse nachtleven klinkt de roep om beschermende regelgeving.
is verslaggever van de Volkskrant.
Vorige week keurde het Duitse kabinet een wijziging van bouwvoorschriften goed waardoor clubs worden aangemerkt als plekken met culturele en artistieke waarde, schrijft de Frankfurter Allgemeine. Nu vallen ze onder dezelfde regulering als bijvoorbeeld bordelen en stripclubs. Door de nieuwe classificatie wordt het voor projectontwikkelaars moeilijker om uitbaters van nachtclubs uit te zetten. Ook kunnen clubs straks gemakkelijker in woonwijken de deuren openen.
‘Clubs verdienen de erkenning die andere culturele instellingen ook krijgen’, zegt nachtclubvertegenwoordiger Marc Wohlrabe tegen The Guardian. ‘Net als theaters en concertgebouwen bieden wij opkomend talent een podium.’
Door gentrificatie, stijgende vastgoedprijzen, de nasleep van de pandemie en conflicten over geluidsoverlast hebben clubs het zwaar. De Duitse belangenvereniging van nachtclubs schat dat bijna de helft overweegt te sluiten.
Vooral in Berlijn is het Clubsterben zichtbaar. De jonge, alternatieve nachtcultuur die na de val van de Muur tot bloei kwam werd onlangs door Unesco als cultureel erfgoed erkend. Toch komen de braakliggende terreinen waar deze ontsproot steeds meer in de verdrukking.
Ook in Nederland heeft het nachtleven het moeilijk. In tien jaar tijd verdween 45 procent van de nachtclubs, zo blijkt uit cijfers van dataplatform Locatus. De daling is in krimpregio’s het grootst, maar ook in steden schrappen clubs delen van hun programma of sluiten helemaal.
Veel Nederlandse grote steden stellen subsidies beschikbaar voor het ontwikkelen van nachtcultuurprogramma’s – maar dan moeten er wel clubs overblijven.
De gemeente Amsterdam investeert vier jaar lang ruim 2 miljoen euro in broedplaatsen en creatieve makers binnen het nachtleven. Voor deze Uitvoeringsagenda Nachtcultuur ging de gemeente op werkbezoek in Berlijn, en keerde vol inspiratie terug. Zo onderzoekt Amsterdam nu ook of het mogelijk is om clubs als cultuurinstelling aan te merken.
De Amsterdamse nachtburgemeester Freek Wallagh is optimistisch over de plannen van de gemeente. ‘Ik zie een groeiende waardering voor de nachtcultuur’, vertelt hij zondag aan de Volkskrant.
Wallagh hoopt dat het Duitse wetsvoorstel navolging krijgt in Nederland. Hier is de nachtcultuur sterk afhankelijk van herontwikkeling – oude panden waar nog even gefeest kan worden voor ze tegen de vlakte gaan voor nieuwbouw.
Joost Aartsen is mede-eigenaar van club Multipla, een voormalige Amsterdamse garage die eind dit jaar gesloopt wordt, en Sissi’s, dat tijdelijk in een ROC-gebouw zat en daarna verhuisde naar een voormalige frisdrankfabriek. Zijn investeringen verdient hij niet altijd terug voor hij moet vertrekken.
‘De onzekerheid of je contract verlengd wordt, maakt het moeilijk om iedereen enthousiast te houden’, zegt Aartsen.
Volgens Wallagh moeten we af van het idee dat het nachtleven bij de (rafel)randen van de stad hoort. ‘Die schuiven steeds verder op, terwijl je door de hele stad ruimte wil houden voor clubcultuur. Het sluiten van een club gaat niet alleen om de locatie zelf, maar ook om de gemeenschap daar omheen, er verdwijnt iets menselijks.’
Wallagh vindt dat de aanleg van een nieuwe wijk het nachtleven niet moet vervangen, maar moet beschermen, door er ruimte voor te reserveren. Ook volgens Aartsen is dat van belang: ‘Nu de samenleving steeds meer polariseert, hebben we onze dansvloeren hard nodig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant