Ebola De terugtrekking van de VS uit de WHO en het terugdraaien van USAID lijken de belangrijkste oorzaak voor de nieuwe ebola-crisis in de Democratische Republiek Congo en haar buurlanden. Zaterdag bezocht de WHO-baas de Oost-Congolese provincie Ituri, die beschouwd wordt als het hart van de uitbraak. Maar ook zijn organisatie verkeert in grote crisis.
WHO-baas Tedros Ghebreyesus (midden) op bezoek in de Oost-Congolese provincie Ituri. Dit is de plek die gezien wordt als het hart van de ebola-crisis .
„Ebola is terug – en deze keer is het politiek”, schreef The Guardian-journalist Tracy McVeigh afgelopen donderdag in de ‘Global Dispatch’, de nieuwsbrief van de krant. De kop boven het stuk laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Ebola legt de verwaarlozing van de Democratische Republiek Congo door de wereld bloot’. Behalve dat er in de media bericht wordt over de laatste ebola-uitbraak in Congo, over de doden die er vallen, het oplopende aantal besmettingen en de gevolgen in de omliggende landen, draait het ook veel om de vraag: waarom werd deze uitbraak zo laat ontdekt?
Inmiddels is duidelijk dat het gaat om het Bundibugyo-virus, een minder vaak voorkomende ebola-variant waarvoor nog geen goedgekeurd vaccin of specifieke behandeling bestaat. Er wordt inmiddels wel aan een vaccin gewerkt, maar het zal nog enkele maanden duren voordat de eerste prik kan worden uitgedeeld. Tegelijk zijn er positieve signalen dat herstellen van de variant wel degelijk mogelijk is. Zondag zei Tedros Ghebreyesus, de directeur-generaal van de WHO, dat inmiddels vijf patiënten waren genezen, van wie vier die dag uit het behandelcentrum in het Oost-Congolese Bunia zouden worden ontslagen.
Volgens de recentste cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn in Congo en Oeganda samen 219 besmettingen met de Bundibugyo-variant geregistreerd, met achttien bevestigde sterfgevallen. Daarnaast worden in Congo nog 349 vermoedelijke sterfgevallen onderzocht. Zaterdag bezocht Tedros Ghebreyesus, de Oost-Congolese provincie Ituri, die beschouwd wordt als het hart van de ebola-uitbraak. „We zijn hier niet om mensen te vertellen wat ze moeten doen. We zijn hier om te luisteren.”
Zijn bezoek moest laten zien dat de getroffen regio er niet alleen voor staat. Tegelijk onderstreepte een ongemakkelijke waarheid in deze crisis: de WHO moet een uitbraak helpen bedwingen terwijl zij zelf aan slagkracht verliest.
Want zou de ebola-uitbraak in Oost-Congo eerder zijn ontdekt als de Verenigde Staten zich niet hadden teruggetrokken uit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)? Wat is de invloed van de bezuinigingen van de VS op het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling (USAID). En welke rol speelt het afbouwen van Europese steun voor het gezondheidssysteem?
De WHO komt vooral in beeld wanneer een uitbraak internationale coördinatie vraagt. Dat is inmiddels het geval: in buurland Oeganda zijn de eerste besmettingen vastgesteld. De VN-organisatie, met kantoren in ruim honderdvijftig landen, ondersteunt overheden bij de bestrijding van epidemieën, maar ook bij vaccinatiecampagnes, voorlichting en de aanpak van chronische ziekten. Sinds de uitbraak half mei werd uitgeroepen tot internationale noodsituatie voor de volksgezondheid, helpt de WHO Congo en Oeganda bij de respons.
Aanvankelijk werd de WHO in 1948 opgericht als VN-organisatie voor internationale volksgezondheid, met onder meer malaria en tbc als vroege prioriteiten. Een van haar grootste successen was de uitroeiing van pokken, eeuwenlang een van de dodelijkste infectieziekten ter wereld. Dankzij een wereldwijde vaccinatiecampagne werd de ziekte in 1980 officieel uitgeroeid. Het liet zien hoe krachtig internationale samenwerking tegen infectieziekten kan zijn.
Een zorgmedewerker meet de temperatuur van een bezoeker bij het Rwampara-ziekenhuis in Ituri, in het oosten van Congo.
Sinds ebola voor het eerst werd ontdekt in 1976 zijn er zeventien uitbraken geweest. De zwaarste uitbraak blijft die in West-Afrika, tussen 2014 en 2016: meer dan 28.600 mensen raakten besmet en 11.325 mensen overleden, meer dan bij alle eerdere uitbraken samen. De huidige uitbraak zit daar nog ver onder, maar groeit snel. Hulporganisaties vrezen vooral dat de respons opnieuw te laat op gang komt.
De uitbraak werd niet alleen laat vastgesteld. Hij komt ook op een moment dat de WHO, door het vertrek van de VS, zelf verzwakt is. Toch wil Christian Lindmeier, woordvoerder van de WHO, die twee zaken niet rechtstreeks aan elkaar koppelen. Daarvoor zijn er volgens hem nog te veel onzekerheden rond deze uitbraak, laat hij in een schriftelijke reactie weten. Wel ziet hij hoe onderfinanciering het systeem verzwakt dat zulke uitbraken vroeg moet herkennen en indammen. „Ongeveer 1,5 miljoen mensen hebben door teruglopende donorfinanciering geen toegang meer tot eerstelijnszorg. Zorginstellingen zijn gesloten, essentiële medicijnen ontbreken en de capaciteit om epidemieën te voorkomen en te bestrijden is beperkt.”
Bij vorige uitbraken probeerden noodteams van de VS in de regio lokale uitbraken van ziektes onder controle te krijgen. Zowel de Amerikaanse CDC als USAID speelde een belangrijke rol in de surveillance. Zo hielpen CDC-medewerkers bij eerdere ebola-uitbraken bij het vervoeren en analyseren van monsters.
Daar zat ook een belang in voor de VS. Dankzij de grote rol die het land speelde binnen de WHO en dankzij de slagkracht van USAID zat het land ook voor zichzelf op de eerste rij bij het beschermen van de volksgezondheid en de ontwikkeling van medicijnen. Het terugtrekken uit de WHO door Trump werd door Amerikaanse wetenschappers gezien als het „planten van het zaadje voor een nieuwe pandemie”.
Sinds USAID compleet werd wegbezuinigd is de samenwerking met de WHO nog verder beknot: inmiddels zijn zeker tweeduizend Amerikaanse werknemers bij de WHO ontslagen. Washington, voorheen verantwoordelijk voor 18 procent van de algehele kosten van de WHO, zorgde ervoor dat de organisatie achterbleef met een financieringstekort van 1,7 miljard dollar (omgerekend bijna 1,5 miljard euro).
Onder president Joe Biden ging er zo’n 900 miljoen Amerikaanse dollar naar verschillende hulporganisaties in Congo, dat is onder Trump nog maar 179 miljoen. Daarnaast werden ook honderden experts ontslagen bij de Amerikaanse CDC, onder wie experts die in Congo werkzaam waren. Ook verschillende Europese landen schroefden hun financiën aan hulporganisaties in Congo terug.
Kort nadat halverwege mei de uitbraak bekend was geworden, sprak The New York Times met epidemiologen. Zij zagen in de late vaststelling van de uitbraak en de vertraagde internationale aandacht daarvoor „een direct gevolg is van de verzwakte bewaking”. En dat terwijl in Congo toch al sprake is van constante ontwrichting, stelt WHO-woordvoerder Lindmeier: „Massale ontheemding, chronische onveiligheid en herhaalde epidemieën belasten de toch al overbelaste zorginstellingen tot ver over hun capaciteit, met name in de door conflicten getroffen oostelijke provincies.”
Volgens hem zijn juist „aanhoudende investeringen en een versterkte coördinatie cruciaal om essentiële gezondheidszorg te behouden, onnodig verlies van levens te voorkomen en de toegang tot zorg voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen te garanderen.”
Voor de WHO is het nu zaak om de uitbraak sneller in beeld te krijgen en verspreiding te voorkomen. „We werken aan het versterken van de laboratoriumcapaciteit, het veilig isoleren en verzorgen van patiënten, het beschermen van gezondheidswerkers en het nauwlettend volgen van alle contactpersonen. Grensoverschrijdende paraatheid is cruciaal, met name in buurlanden waar veel mensen de grens oversteken”.
Ook moeten mensen in de omgeving de symptomen herkennen en weten waar ze hulp kunnen zoeken, legt Lindmeier uit. „Duidelijke communicatie, vertrouwen en betrokkenheid vanuit de gemeenschap zijn essentieel om de verspreiding te stoppen.” Internationale solidariteit is daarbij volgens Lindmeijer onmisbaar.
Die lijkt vooralsnog afwezig. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio verweet de WHO laat te zijn met het onderkennen van de uitbraak. Hierop reageerde de directeur-generaal van de WHO, door te stellen dat de organisatie het werk van getroffen landen niet vervangt. „We ondersteunen ze alleen”, aldus Ghebreyesus. Waarmee hij impliciet met de vinger wees naar de Congolese instanties zelf en naar de Africa Centers for Disease Contol (CDC), de gezondheidsorganisatie van de Afrikaanse Unie.
Een diaken helpt een kerkganger zijn handen te wassen voor de mis in de kathedraal van Bunia.
Dat raakte een oude wond, volgens The New York Times, omdat de opmerking suggereert dat Afrikaanse artsen hadden gefaald, terwijl ze elke keer in de frontlinie staan. Bij de uitbraak in 2014 stierven ruim vijfhonderd artsen uit West-Afrika. „Het is een verkeerd stereotype waarbij men gelooft dat het gezondheidssysteem in Afrika rudimentair is”, citeert de krant Christian Happi, hoogleraar moleculaire biologie en genetica.
De VS hebben inmiddels de grenzen gesloten voor mensen die onlangs naar Congo, Oeganda of Zuid-Soedan zijn gereisd, Amerikaanse burgers uitgezonderd. Het sluiten van de grenzen omwille van volksgezondheid is een middel dat vaker wordt ingezet om migratie in te perken, aldus The New York Times.
Anders dan zijn voorganger Biden, wilde Trump niet dat Amerikanen die in Congo besmet zijn geraakt naar de VS komen om dichtbij huis behandeld te worden. Hij vindt dat er met spoed een kliniek in Kenia moet worden opgezet opdat ze daar behandeld kunnen worden. Een plan dat afgelopen vrijdag door het Hooggerechtshof in Kenia ongedaan werd gemaakt. De rechter oordeelde dat transparantie rondom het besluit ontbrak en dat Keniaanse artsen en experts daarin niet zijn meegenomen.
„Deze huidige ebola-uitbraak benadrukt een diepere structurele onrechtvaardigheid in wereldwijde gezondheidsinnovatie”, stelde de Afrikaanse CDC dinsdag in een verklaring. Bij de ebola-uitbraak in 2014 waren er duizenden Afrikanen overleden voordat er een effectieve wereldwijde reactie kwam. En, zo merkt het agentschap fijntjes op, die respons kwam er pas nadat een Amerikaanse arts ziek was geworden. Die fout mag de wereld niet opnieuw maken, aldus Africa CDC. „Veel Afrikaanse leiders geloven dat als deze ziekte met name de rijkere regio’s van de wereld had bedreigd, medische tegenmaatregelen waarschijnlijk al beschikbaar zouden zijn.”
Zowel Africa CDC als de WHO verzetzich tegen de reisrestricties die de VS instelden en roept op om juist mee te werken aan maatregelen die wel werken, zoals klinieken opzetten om patiënten te kunnen isoleren. Ebola wordt niet door de lucht overgedragen, zoals corona, maar na direct contact via bloed en lichaamsvloeistoffen van een besmette persoon. In de VS hebben ze daar geen boodschap aan.
Naast het algemene reisverbod kreeg half mei ook de Congolese nationale ploeg – van wie alle spelers in het buitenland spelen – te horen dat zij drie weken in quarantaine moet voordat zij de VS in mag voor het aanstaande WK voetbal. Daarop werd een gepland trainingskamp in de hoofdstad Kinshasa geschrapt.
In plaats van de eigen grenzen te sluiten – iets wat de EU niet heeft gedaan – roept de CDC Africa op tot onder meer surveillance en het organiseren van „waardige begrafenissen”. De lichamen van patiënten die aan ebola zijn overleden, kunnen het virus nog steeds overdragen. Het is gebruikelijk dat de uitvaartrituelen gepaard gaan met fysiek contact met de overledene. De beslissing om vanwege risico op besmetting veel lichamen niet over te dragen aan nabestaanden, leidde in Congo lokaal tot spanningen. Africa CDC wil nu dat begrafenissen uitsluitend door gespecialiseerde teams in beschermende uitrusting worden uitgevoerd.
Het agentschap benadrukt dat bij eerdere crises veel beslissingen ingegeven werden door angst. Het vreest dat het sluiten van de grenzen nu ook weer zal leiden tot grote economische schade, zonder dat die evenredige voordelen zullen opleveren voor de volksgezondheid. „Afrika heeft solidariteit nodig, geen stigma”, concludeert Africa CDC. „Afrika heeft investeringen nodig, geen isolatie. […] Niemand is veilig totdat Afrika veilig is. En Afrika is veiliger wanneer de wereld investeert in de gezondheidsveiligheid van Afrika, vertrouwen heeft in Afrikaanse instellingen en met Afrika samenwerkt als volwaardige partner.”