Het idee dat de geschreven scriptie de enige denkbare vorm is waarin een student zijn eindwerk levert, is op zijn retour. In China kun je al promoveren op een product in plaats van een proefschrift. In Nederland zouden studenten ook meer ruimte moeten krijgen.
Het Nederlandse onderwijs behoort tot de absolute wereldtop. In 2026 staan maar liefst elf Nederlandse universiteiten in de top-200 van de Times Higher Education World University Rankings. Onze universiteiten scoren hoog, we leiden internationaal erkende onderzoekers op en publiceren wereldwijd relevant werk. Toch lossen maar weinig van die onderzoeken een concreet maatschappelijk probleem op. Ook de thesis vormt daarop geen uitzondering. In een tijd waarin Nederland voor ongekende complexe uitdagingen staat, van AI tot de zorg, is dat een gemiste kans.
In februari van dit jaar berichtte het wetenschappelijke tijdschrift Nature dat in China de eerste PhD-doctoraten werden uitgereikt voor producten in plaats van publicaties. Eén Chinese student in het bijzonder had een soort stalen legoblokken ontwikkeld die in elkaar passen. Vervolgens werden zijn stalen blokken gebruikt voor de bouw van een brug over de Yangtze-rivier. Deze pragmatische aanpak is onderdeel van de Chinese onderwijshervormingen die in 2010 van start zijn gegaan, om meer topingenieurs op te leiden die innovatie in het land kunnen stimuleren en bestaande uitdagingen kunnen doorbreken.
Over de auteur
Maupie de Boer is student International Business Administration aan de VU.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Sinds september vorig jaar zijn er op deze praktische wijze elf studenten afgestudeerd die hun doctoraat hebben behaald met een product, een praktijk-PhD. Hoewel de geschreven thesis of scriptie in China nog altijd de meest gebruikte vorm van het slotonderzoek is, biedt het land inmiddels een waardig alternatief om innovatie in een vroeg wetenschappelijk stadium te stimuleren.
Ook ons land zit niet stil. Afgelopen februari stuurde minister van Economische Zaken Vincent Karremans een Kamerbrief over een verkenning naar een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie, oftewel NADI. Dit agentschap moet onderzoek koppelen aan de grote, complexe uitdagingen waar ons land voor staat, naar voorbeeld van Darpa in de VS, Aria in het VK en Sprind in Duitsland.
NADI schrijft zogenoemde ‘challenges’ uit rond urgente onderzoeksvelden zoals fotonische chips, AI-veiligheid of bio-informatica, waarop teams van onderzoekers en experts zich kunnen inschrijven. De beste teams worden geselecteerd door NADI en krijgen een financiële investering voor hun innovatieve oplossing. NADI financiert bewust meerdere teams tegelijk, omdat vooraf niet vaststaat welke aanpak zal slagen. Na enkele maanden wordt gekeken welke teams de meeste progressie hebben geboekt met hun oplossingen, waarbij alleen de best presterende teams in de race blijven. Een soort ‘last team standing’ om zo snel mogelijk tot een werkende oplossing te komen.
Zo wordt het systematisch mogelijk om met een antwoord te komen op vragen als: hoe monitoren we onze onderzeekabels en gaspijpleidingen? Hoe maken we Europa digitaal soeverein? Of hoe boren we tunnels tien keer sneller en goedkoper? NADI richt zich bewust op onderzoek dat met bestaande financieringsinstrumenten tussen wal en schip valt: te risicovol voor wetenschapsfondsen, te ver van de markt voor investeerders. Minister Karremans concludeerde dat ‘de verkenning bevestigt dat NADI van grote toegevoegde waarde kan zijn voor Nederland’.
Ook de Nederlandse thesis zou hierbij betrokken moeten worden. Een projectgericht eindwerkstuk waarbij studenten een dergelijke challenge kunnen ontwerpen biedt ons land meer mogelijkheden om cognitief talent te koppelen aan de grote uitdagingen. Het proces zal de cognitieve en wetenschappelijke ontwikkeling van de student niet in de weg staan.
Integendeel, de student moet namelijk diep in de literatuur duiken om vast te stellen waar een onderzoeksveld staat. Daarbij moet de student ook in kaart brengen welk onderzoek nu geen financiering krijgt omdat het tegen de gevestigde aannames ingaat, want juist daar liggen vaak de veelbelovende richtingen. Daarnaast moet er worden gepraat met onderzoekers en bedrijven. Uiteindelijk wordt de student uitgedaagd om een extreem ambitieuze visie te formuleren én tegelijkertijd te verdedigen dat die in theorie haalbaar is.
Op deze manier worden studenten niet alleen beoordeeld op hoe zorgvuldig ze onderzoek hebben gedaan, maar ook op de bruikbaarheid van de uitkomst. De geschreven scriptie laat wellicht een type ambitie onbenut. Een NADI-challenge ontwerpen vraagt namelijk om iets wat in een gemiddelde scriptie zelden naar voren komt: groot durven denken.
Buiten de gebaande paden van een vakgebied bedenken wat een werkelijk doorbrekende oplossing zou zijn en onderbouwen waarom die juist nu binnen handbereik komt. Bij succes heeft zo’n oplossing een wezenlijke impact op Nederland. Dat is per definitie ambitieuzer dan het gemiddelde scriptieonderzoek.
De thesis hoeft niet te verdwijnen. Wat wel mag verdwijnen is het idee dat de geschreven scriptie de enige denkbare vorm is waarin een student zijn eindwerk levert. NADI biedt een aanleiding om er een serieus alternatief naast te zetten. Nederland heeft de kennis en nu ook de politieke wil om zijn slimste mensen groter te laten denken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant