Home

Chef-dirigent Lahav Shani en Rotterdams Philharmonisch nemen afscheid zonder een vaarwel

Klassiek Lahav Shani stond dit weekend voor het laatst als chef-dirigent voor ‘zijn’ Rotterdams Philharmonisch. De onderlinge hartstocht bloeide onverminderd. Dus vervolgen de gewezen ‘echtgenoten’ nu hun weg als minnaars. „Mijn hart zal altijd van jou zijn.”

Klassiek

Chen Reiss (sopraan) & Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani. Gezien: 29/5 De Doelen, Rotterdam. Terugluisteren bij NTR ZaterdagMatinee op www.npoklassiek.nl.

Negen jaar geleden, op een terras in Jeruzalem, legde de 28-jarige Israëlische pianist en dirigent Lahav Shani me in een interview voor Elsevier uit wat hem fascineerde in het Rotterdams Philharmonisch Orkest,– het ensemble waarvan hij een seizoen later chef zou worden. „Evenals ik hunkeren deze musici naar onbetreden paden: ze houden ervan wanneer ik bij concerten onverwachte afslagen neem.”

Shani vergeleek de verhouding tussen dirigent en orkest met twee acteurs die tweehonderd dagen lang dezelfde Shakespeare-dialoog moeten vertolken. „Het zou een nachtmerrie zijn steeds hetzelfde te doen. Dus neemt op een avond de ene speler niet de gebruikelijke twee seconden stilte, maar begint in zijn hoofd tot vijf te tellen. De zin zintuigen van de ander spannen zich. De uitgestippelde toekomst wordt plotseling een onvoorspelbaar heden. Rotterdam belichaamt deze speelwijze waarvan ik altijd droomde.”

Wat in Jeruzalem een stip aan de horizon was, is nu verleden. Na acht seizoenen nam Shani dit weekend afscheid als chef-dirigent met een concert gekleurd door weemoed (Mozart), een nieuw pad (Zedginidze) en spelplezier (Wagenaar): verleden, toekomst en heden verbonden door de eeuwige zinzoeker Gustav Mahler. In België ontstond recent nog commotie over de komst van Shani, omdat hij niet voldoende afstand zou nemen van het Israëlische geweld in Gaza. Die kwestie speelt in Rotterdam niet, het orkest benoemde Shani vrijdag ter plekke tot eredirigent om de liefde te bestendigen. De gewezen ‘echtgenoten’ vervolgen hun weg als minnaars. Met „Wees niet bang, mijn liefste, mijn hart zal altijd van jou zijn”, bezong sopraan Chen Reiss gevoelvol Shani’s weemoed in Mozarts afscheidsaria Ch’io mi scordi di te. Het stuk gaf de dirigent de kans om zijn genegenheid tegelijkertijd op de vleugel tot uitdrukking te brengen, een dubbelrol waarin Rotterdam hem zo goed leerde kennen.

Hemels leven

Shani zette ook een wereldpremière op de lessenaars: het verrassend rijpe Symphonic Poem van de nog maar 16-jarige Georgische componist Tsotne Zedginidze. Titel en muziek doen een onderliggend verhaal vermoeden, maar Zedginidze verklaarde in het pauze-interview bij de NTR ZaterdagMatinee dat hij zich niet heeft laten inspireren door literatuur of beeldende kunst, zoals traditioneel bij symfonische gedichten het geval is. Wat bleef hangen was de indruk van een duistere vertelling: de zwaartekracht van de onheilspellende strijkers en het geweld van het koper, waaraan de houtblazers proberen te ontsnappen. Een spannend en meeslepend werk van een veelbelovend componist. Als tegenwicht van deze donkere strijd straalden daarna licht en spelplezier in Johan Wagenaars Ouverture Cyrano de Bergerac.

Na de pauze bracht Shani in de Vierde symfonie van Mahler, alle individuele stemmen van het orkest – hoe kort en zacht ook – helder tot klinken. Prachtig liet hij het openingsdeel zweven tussen droom en nachtmerrie. In het tweede deel gaf hij alle ruimte aan Mahlers duivelse ironie, om daarna in het adagio tederheid te vinden en tenslotte de poort te openen naar ‘Das Himmlische Leben’. „Bij onze muziek vergeleken zal alles op aarde verbleken”, zong sopraan Reiss. Dat gevoel bleef na afloop hangen.

Klassieke muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next