Home

Nederlands onderwijs moet afrekenen met doorgeslagen toetscultuur

is hoofdredacteur en commentator van de Volkskrant

Er wordt nergens ter wereld zoveel getoetst als in het Nederlandse onderwijs. Dat levert vooralsnog weinig op. Integendeel. Het is daarom hoog tijd voor een fundamentele herbezinning.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Het Nederlandse onderwijs lijdt aan een doorgeslagen toetscultuur, concludeert de Onderwijsraad. Het continu meten van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs schiet zijn doel steeds vaker voorbij. Dat leidt tot blikvernauwing, focus op de korte termijn en onnodige stress bij leerlingen.

In de discussie over toetsen in het onderwijs zijn er globaal gezien twee kampen. Het eerste kamp legt de nadruk op de kansengelijkheid. Om te voorkomen dat de onderwijzer of leraar talent over het hoofd ziet en te weinig aandacht heeft voor leerlingen die achterblijven, zijn objectieve meetinstrumenten nodig, zeker als het gaat om het schooladvies. Zonder objectieve toets krijgen meisjes, kinderen met arme ouders en kinderen uit de regio te vaak een te laag advies.

Het tweede kamp legt de nadruk op de autonomie van onderwijzers en leraren. De basis van het onderwijs is de menselijke relatie tussen leraar en leerling, is de redenering. Dat is per definitie een persoonlijke, subjectieve band, maar ook een band waardoor de leraar als geen ander kan beoordelen wat goed is voor zijn leerlingen.

Het eerste kamp heeft de afgelopen jaren de overhand gekregen, geholpen door een bredere maatschappelijke beweging waarin managers een steeds grotere rol kregen toebedeeld en slogans als ‘meten is weten’ en termen als ‘KPI (key performance indicator)’ de basis werden onder het denken.

Onderwijs niet verbeterd

Het gevolg is dat er in het Nederlandse onderwijs meer wordt gemeten dan waar ook ter wereld. Dat heeft het onderwijs in Nederland niet verbeterd. Integendeel. Er is geen land ter wereld waar de onderwijskwaliteit zo hard achteruitgaat. Een oorzakelijke relatie is moeilijk aan te tonen, maar er is voldoende reden om fundamenteel na te denken over de waarde van de toets.

De Onderwijsraad doet daar een uitstekende aanzet toe. Volgens haar is het grote probleem dat de toetsen meerdere doelen dienen. Ze stellen de docent in staat om te beoordelen wat het kennisniveau van zijn leerlingen is. Dat is nuttig, maar de toetsresultaten worden tegelijkertijd gebruikt voor het schooladvies – selectie – en om de kwaliteit van de school te meten – evaluatie. En daar gaat het mis.

De toetsen worden van middel tot doel. Leerlingen denken dat het in het onderwijs alleen draait om goede toetsresultaten. Ook onderwijsbestuurders kijken te vaak naar de scores van hun school.

Nieuwe kansenongelijkheid

De oude kansenongelijkheid wordt bovendien ingeruild voor een nieuwe: leerlingen die goed zijn in het maken van toetsen en de specifieke kennis die daarin aan bod komt, hebben een voorsprong op leerlingen wier talenten breder zijn dan dat. De kansengelijkheid waaraan de toetsen zouden bijdragen, wordt ook tenietgedaan doordat rijkere ouders hun kinderen beter kunnen laten prepareren.

De Onderwijsraad adviseert om de toetsen vooral nog in te zetten als hulp bij het leren. Voor selectie en evaluatie moeten andere instrumenten worden gebruikt.

Te hopen valt dat onderwijsminister Rianne Letschert, staatssecretaris Judith Tielen en de Nederlandse scholen dit advies ter harte nemen. Om de crisis in het onderwijs op te lossen, is echter een bredere en diepere cultuurverandering nodig. Het is hoog tijd om onderwijzers en leraren op alle terreinen meer autonomie te geven en onderwijsmanagers een toontje lager te laten zingen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next