De snelle verspreiding van het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo (DRC) is ‘zeer alarmerend’. Dat meldt hulpverleningsorganisatie Artsen Zonder Grenzen. De organisatie vraagt om de inzet van meer gespecialiseerde organisaties en verhoging van de testcapaciteit in het land.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
Artsen Zonder Grenzen kwam met de verklaring naar aanleiding van het bezoek van Tedros Adhanom Ghebreyesus, de directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), aan de Congolese provincie Ituri, het epicentrum van de uitbraak.
In Congo zijn momenteel meer dan duizend verdachte gevallen van ebola. Al zeker 246 mensen zijn overleden aan de Bundibugyo-variant van het ebolavirus, die aan de oorsprong van de besmettingen ligt. Tegen die variant bestaat momenteel geen vaccin of goedgekeurde behandeling.
‘Nooit eerder werden er in de eerste dagen na de vaststelling van een ebola-uitbraak zoveel gevallen geregistreerd’, zei Alan Gonzalez, vice-directeur van Artsen Zonder Grenzen, in een verklaring.
De verspreiding van het virus gaat zo snel, dat niemand de werkelijke schaal of ernst van de uitbraak momenteel kan inschatten, aldus de hulporganisatie. ‘Nieuwe verdachte gevallen worden dagelijks gemeld, maar honderden teststalen wachten nog steeds op een analyse’, aldus Gonzalez. Het Artsen Zonder Grenzen-personeel op de grond ziet dat de ‘uitbraakrespons het tempo van het virus nog niet heeft kunnen bijbenen’.
Het is sinds kort wel mogelijk om mensen op ebola te testen in een nieuw laboratorium in Bunia, de hoofdstad van Ituri. Hiervoor moesten monsters van het virus naar de hoofdstad Kinshasa worden vervoerd, 1.500 kilometer verderop. Dat zorgde voor vertraging en leidde tot verdere verspreiding van het virus.
Gonzalez waarschuwt ook dat de hulpoperatie en de levering van hulpgoederen vertraging oplopen door ‘enorme beperkingen’, zoals de sluiting van grenzen en vliegvelden. Buurlanden Oeganda, waar negen ebola-besmettingen en één sterfgeval zijn gemeld, en Rwanda sloten afgelopen week de grens met de DRC.
Hulpverlening in Ituri is ook moeilijk doordat het gebied al decennialang wordt gedomineerd door geweld. De Congolese regering uit Kinshasa, die de hulpverlening coördineert, is zelf grotendeels afwezig in de provincie. Meerdere islamistische rebellengroepen strijden met lokale milities om controle over de mijnen, waar voornamelijk goud wordt gedolven.
WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus riep zaterdag lokale gemeenschappen in Ituri op om een voortrekkersrol te vervullen in de strijd tegen de ziekte. ‘Eigenaarschap van de gemeenschap is belangrijk’, zei hij. ‘De gemeenschappen snappen de problemen beter, en weten wat de oplossingen zijn.’
Nabestaanden van ebola-slachtoffers togen afgelopen weken meerdere keren woedend naar behandelcentra in Ituri, nadat hulpverleners het lichaam van hun dierbare weigerden vrij te geven, uit angst voor verdere verspreiding van het virus.
Tedros zei begrip te hebben voor het belang van een waardig afscheid voor overledenen, maar benadrukte hoe gevaarlijk dat is nadat iemand aan ebola is gestorven. ‘Bepaalde handelingen, waaronder het aanraken van de lichamen van mensen die aan ebola zijn overleden, kunnen het virus verder verspreiden. Terwijl we rouwen om degenen die we hebben verloren, moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat we er nog een verliezen en in een vicieuze cirkel van rouw terechtkomen.’
In Brazilië onderzoeken gezondheidsexperts ondertussen een vermoedelijk ebolageval in de staat São Paulo. Het gaat volgens Braziliaanse media om een 37-jarige man, die onlangs uit de DRC terugkeerde. Hij verkeert nu in isolatie. Mocht de man inderdaad besmet zijn, dan is het voor het eerst tijdens deze ebola-uitbraak dat een besmetting buiten Afrika opduikt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant