Home

Yann Martel schreef een roman in de vorm van een zéér eigenaardige dissertatie

In Zoon van niemand zijn de pagina’s in tweeën verdeeld: de bovenste helft betreft een ‘gevonden’ epos over de Trojaanse Oorlog, de onderste bestaat uit verklarende voetnoten. Of vertellen die eigenlijk het persoonlijke verhaal van de ontdekker?

schrijft voor de Volkskrant over boeken, met name uit het Engelse taalgebied.

Zoon van niemand van de Canadese schrijver Yann Martel begint met een klassieke troop: de vondst van een onbekend manuscript dat wel eens heel belangwekkend zou kunnen blijken.

De ontdekking, in het Ashmolean Museum in Oxford, wordt gedaan door de Canadese classicus Harlow Donne, aan Magdalen College verbonden met een aanstelling voor één jaar. Hij concludeert dat het hier om een tekst over de Trojaanse Oorlog gaat. Maar anders dan in de Ilias wordt hier niet het verhaal verteld van de helden, maar van een eenvoudige voetsoldaat, ene Psoas, ‘zoon van niemand’.

Donne is ervan overtuigd dat hij goud in handen heeft. Hij zal de Griekse tekst vertalen en van verklarende noten voorzien. Het zal zijn proefschrift worden, en allicht het begin van een glorieuze wetenschappelijke carrière.

Zoon van niemand is een roman in de vorm van een dissertatie, zij het een nogal eigenaardige. De pagina’s van het boek zijn in tweeën verdeeld. Op de bovenste helft staat de tekst van de Psoas, zoals Donne het epos doopt. Op de onderste helft bevinden zich de verklarende voetnoten.

Beroerde huwelijk

Met name in die voetnoten zit het eigenaardige van deze dissertatie. Want ze bestaan slechts ten dele uit nadere verklaringen van passages in het gedicht. Al vanaf de eerste bladzijden sluipen er persoonlijke herinneringen en observaties in de wetenschappelijke verklaringen. We lezen over het beroerde huwelijk van Donne en zijn vrouw Gail, die samen met hun 7-jarige dochtertje in Canada is achtergebleven en nu haar pittige baan met de zorg voor haar kind moet combineren.

Bovendien blijkt het hele notenapparaat te zijn gericht aan dat dochtertje, dat gezien de Troje-fascinatie van haar vader natuurlijk geen andere naam kan hebben dan Helena. In de loop van de roman krijgen de noten een steeds obsessiever karakter.

Het is een interessante romanopzet, die doet denken aan Vladimir Nabokovs roman Bleek vuur (1962). Dat bestaat uit een 999 regels lang gedicht van de fictieve dichter John Shade, zeer uitvoerig van verklarende noten voorzien door de eveneens fictieve literatuurwetenschapper Charles Kinbote. Ook uit die noten blijkt dat dat de wetenschapper in kwestie een andere agenda heeft dan het gedicht nader te verklaren. Kinbote, zo wordt de lezer gaandeweg duidelijk, leeft in een fantasiewereld en zijn noten gaan vooral over hemzelf.

De kracht van een dergelijke opzet zit hem natuurlijk in de mogelijkheid om, via spiegeling en contrast, een steeds groter spanningsveld te creëren tussen het gedicht en het notenapparaat. En de mogelijkheid voor de lezer zijn eigen conclusies te trekken.

Anders dan je misschien zou verwachten vormt in Zoon van niemand het gedicht het meest fascinerende deel van de roman. Het voetvolk, dat centraal staat in die Psoas, walgt na tien jaar wrede strijd van zijn leiders, die zich keer op keer de oorlogsbuit eigen maken waarvoor de gewone soldaat zijn bloed, zweet en tranen heeft gegeven. ‘Zoon van Atreyus, wat valt er nu weer te klagen?/ Komt u soms goud tekort? Wordt uw tent soms te krap/ met al die plunderbuit die u van ons kreeg?/ Wilt u nog meer mooie vrouwen die wij voor u/ roofden met gevaar voor eigen leven,/ om u in en buiten uw bed te dienen?/ Of was uw lamsbout gisteren misschien niet gaar?’

Sociale onderklasse

Je zou kunnen zeggen dat Martel in deze roman voor de sociale onderklasse doet wat bijvoorbeeld Pat Barker voor vrouwen deed in haar Ilias-hervertelling De stilte van de vrouwen (The Silence of the Girls): een stem geven aan een groep rond wie in de bestaande literatuur inderdaad stilte heerst.

De tweede verhaallaag van Zoon van niemand bestaat formeel uit toelichtingen bij het gedicht, maar vertelt in feite vooral het verhaal van Harlow Donne en zijn verscheurde relatie met zijn dochter Helena.

In zeker opzicht lijkt het of hij voor haar leeft en in het kader daarvan zijn dissertatie aan haar opdringt. Maar in de loop van het boek wordt steeds duidelijker dat zijn liefde misschien niet zozeer Helena zelf betreft, als wel het beeld dat hij van haar heeft geschapen. Liefde en obsessie worden hier een meedogenloos brouwsel.

Martels pogingen de verhalen van Psoas en Donne te laten spiegelen zijn niet altijd succesvol. Soms is de contemporaine verhaaldraad daarvoor verhoudingsgewijs te banaal of clichématig en de verwijzingen naar de Psoas te geforceerd. Maar de uitspraak van Donne’s grootvader, een Vietnamveteraan, helemaal aan het begin van de roman, wordt volledig waargemaakt. ‘Er zitten monsters in ons verstopt.’

Yann Martel: Zoon van niemand. Uit het Engels vertaald door Hilje Papma, Marlies Weyergang en Arwin van der Zwan. Prometheus; 344 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next