Iets verloren in het donker heeft genoeg typische Grøndahl-kenmerken om ervan te kunnen genieten. Maar deze roman roept vanwege het onderhuidse moralisme ook een sluimerend gevoel van onbehagen op.
is hoogleraar literatuur- en cultuurgeschiedenis en recensent voor de Volkskrant.
Stel je hebt een goede baan, maar die baan slokt al je aandacht op. Voor je privéleven blijft nauwelijks tijd over. Op welk moment doe je er goed aan uit die ratrace te stappen? Die vraag staat centraal in de nieuwste roman van Jens Christian Grøndahl. Deze gaat over de 56-jarige Lisa, die een hoge functie in het bedrijfsleven heeft. Ze heeft net haar ontslagbrief geschreven. Vanuit New York vliegt ze naar haar man, dochter en kleinkind. Op weg naar een nieuwe levensfase.
Grøndahl, zelf 66 jaar oud, is een van de bekendste Deense schrijvers van dit moment. Hij schreef onder meer Portret van een man en Vanaf vannacht slaap ik op het dak. In beide boeken kijkt een man van rond de 60 achterom naar zijn jonge zelf en stelt hij zich de vraag: kun je terugkeren naar degene die je ooit was?
Iets verloren in het donker is fraai geschreven, zoals we dat van Grøndahl gewend zijn. De stream of consciousness, de vrije loop van de gedachten, trekt de lezer op een overtuigende manier het verhaal binnen. Stapsgewijs krijgen we meer inzicht in Lisa’s privéomstandigheden: haar ongelukkige eerste huwelijk, de geboorte van dochter Christel, haar overspel en tweede huwelijk met de werkloze acteur Bror.
Hij ontfermt zich over Christel en zorgt dat het eten op tijd klaar is, zodat Lisa carrière kan maken. Met hem verhuist ze naar een eiland, een paradijselijk stukje Denemarken. Idealer dan dit gaat het niet worden.
Toch besluit Lisa dat het genoeg is geweest met al dat harde werken. Kern van haar onvrede is de moeizame relatie met haar dochter, die zelf net moeder is. Nu Lisa oma is geworden, is dat een kantelpunt in haar leven. Haar tweede man heeft onlangs een nieuwe hartklep gekregen. Het is nu of nooit.
Grøndahls kracht ligt in het ontleden van het gevoelsleven van zijn personages. Wat gaat er in hen om? Hoe zijn ze geworden wie ze zijn? Steevast blikken zijn hoofdpersonages terug op hun levens, vaak met gevoelens van nostalgie. Vaste ingrediënt zijn ook altijd overspel en de daaruit voorvloeiende huwelijksproblemen, scheidingen en gecompliceerde ouder-kindverhoudingen.
Grøndahls romans zijn als het leven zelf, zou je kunnen zeggen. Met de kanttekening dat de focus volledig op de binnenwereld ligt, de maatschappelijke of politieke buitenwereld dringt nauwelijks binnen. Van een opgelegde boodschap wil Grøndahl doorgaans niets weten.
Het leven begint voor hem met het individu, niet met de politiek, zei hij eerder in een interview met de Volkskrant. In Vanaf vannacht slaap ik op het dak keerde hij zich zelfs bewust tegen wat hij in zijn ogen overdreven vormen van moralisme noemde.
Toch ervaar ik precies op dat punt een spanningsveld in zijn nieuwste boek. Aan de ene kant ligt het perspectief volledig bij het individu. Lisa is verantwoordelijk voor de keuzen die ze maakt en dus ook voor het gemis aan een warm gezinsleven. Ze brengt haar tijd door met CEO’s en in vergaderruimten.
In dat kader is het volstrekt ongeloofwaardig dat ze zich na de geboorte van haar dochter maar liefst drie jaar lang exclusief aan het moederschap wijdt. De passages over het idyllische versmelten van moeder en kind, lichamelijk en geestelijk, zijn bij vlagen potsierlijk: ‘Hun symbiotische samenleven was uitputtend geweest, maar kon haar ook in een soezende, zacht zoemende toestand van gelukzaligheid brengen, die nog het meest deed denken aan de postcoïtale vrede met het universum’.
Postcoïtale vrede met het universum? Serieus?
Aan de andere kant hebben de personages iets clichématigs over zich, alsof ze toch een soort producten van de tijdsgeest zijn. Lisa is het prototype carrièretijger en moeder. Bror is de werkloze acteur en de ideale, zorgzame man. Christel gedraagt zich als de standaard opstandige, redeloze puber. Aan het einde kent het boek nog een verrassende twist: overspel doet opnieuw zijn intrede. De personages berusten echter in hun lot. Bror ontpopt zich tot reddende engel.
Grøndahl zegt iedere vorm van moralisatie uit de weg te willen gaan, maar gaandeweg bekroop mij toch het ongemakkelijke gevoel dat hij via zijn personages toch – bewust of onbewust ‒ een rolbevestigende norm uitdraagt. Dat lijkt ook te spreken uit de titel, Iets verloren in het donker.
Opmerkelijk is verder dat Grøndahl, die zich enkele jaren geleden tot het christendom bekeerde, een religieus thema invlecht. Als 12-jarig meisje biedt Lisa onderdak aan een zwerver die op Jezus lijkt. Ze voelt zich onmiddellijk bij hem thuis. Hoe dit precies samenhangt met de rest van de plot, blijft echter vaag.
Iets verloren in het donker heeft genoeg typische Grøndahl-kenmerken om ervan te kunnen genieten. Maar deze roman roept ook een sluimerend gevoel van onbehagen op, vanwege de bijna onzichtbare, morele humuslaag.
Jens Christian Grøndahl: Iets verloren in het donker. Uit het Deens vertaald door Femke Muller. Meulenhoff; 192 pagina’s; € 21,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant