In haar vaderboek De wereldverbeteraar maakt pa zich vooral zorgen over anonieme, arme mensen ver weg, maar laat hij de boel in zijn eigen gezin ontsporen.
schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
De vader van journalist en schrijver Greta Riemersma (1964) was geen makkelijk type. Een dwingeland, een macho, een gelijkhebber met een groot ego.
Goos Riemersma (1936) groeide op op Urk, in een gereformeerd gezin. Als kind werd hij ondergedompeld in de waarheden van het geloof, hij ging gebukt onder de dreiging van hel en verdoemenis. God de Vader zag en wist alles en strafte meedogenloos. Goos’ eigen vader ramde dat geloof en de gehoorzaamheid er letterlijk in.
Die harde jeugd liet sporen na. Riemersma’s vader vond zijn eigen waarheid. Hij werd een fanatiek linkse, veeleisende wereldverbeteraar, die zíjn drie kinderen terroriseerde met nieuwe dogma’s.
Na haar vaders dood in 2004 wil Riemersma niet door zijn spullen aan hem herinnerd worden; ze zet geen enkele foto van hem neer. Ze verdraagt ‘zijn sfeer’ niet, schrijft ze in de proloog van haar boek. In de vijftien jaar voor zijn dood bezocht ze haar vader, die na de scheiding van haar moeder alleen woonde, zelden; pas toen hij aan het eind dementeerde, ging ze vaker langs.
Ze voelde ‘een afkeer’ van hem. Hij was de man die haar als kind verweet dat zij ‘alleen maar aan zichzelf dacht’, alsof zij ‘alleen op de wereld was’ – wat haar kwetste en vernederde.
In de loop der jaren werd ze nieuwsgieriger naar hem. Ze wil hem leren kennen, in al zijn tegenstrijdigheden. Hij was de man die ‘de mond vol had van een betere wereld, terwijl zijn eigen optreden daar lang niet altijd reclame voor was’. Hij maakte zich zorgen over anonieme, arme mensen ver weg, maar liet de boel in zijn eigen gezin ontsporen.
En zo kwam er weer een vaderboek, een genre dat nu een kleine hausse kent: Carolijn Visser, Mirjam van Hengel, Maarten Doorman, Mirjam Rotenstreich, Tom Rooduijn en Jan Blokker gingen Riemersma voor. Ouders zijn een geschikt onderwerp: je weet er op voorhand een hoop van, je kent de tijd en het milieu, en je hebt makkelijk toegang tot de bronnen. Je voelt er van alles bij en het is ook jóúw geschiedenis.
Maar het is ook een genre met valkuilen.
Wat De wereldverbeteraar in elk geval is: een huiveringwekkend verhaal over de gevolgen van opgroeien in een streng christelijk milieu.
Natuurlijk, we hadden Jan Wolkers al, Maarten ’t Hart en Jan Siebelink, maar dit is gedocumenteerde non-fictie en we zijn nu een generatie verder. Riemersma weet genoeg details uit Goos’ jeugd te achterhalen om een levendig beeld te schetsen: een slim, actief jongetje dat wordt kort gehouden. Thuis mag er bijna niks en op school wordt hij na een klein vergrijp publiekelijk afgeranseld door zijn eigen vader, de hoofdonderwijzer.
Goos wil niet zoals zijn vader worden. Zijn kans om later naar de universiteit te gaan verspeelt hij doordat hij op de hbs wordt betrapt op het bezit van een plaatje van een blote vrouw; hij moet naar de ULO. Op de kweekschool die hij daarna volgt gaat voor hem een wereld van muziek en literatuur open, waar hij zich op eigen houtje in verdiept.
Uiteindelijk gaat hij MO-Nederlands studeren en wordt hij leraar, een vrijdenker die opkomt voor zijn leerlingen en in hun talenten gelooft en die tegen het schoolbestuur durft in te gaan. Hij trouwt met Tity, ze krijgen drie kinderen en het gezin heeft het goed. Een man die iets van zijn leven heeft weten te maken. Die zijn best deed.
En ja, ook een irritante man, althans zoals zijn dochter hem schetst. Iemand die op felle, luide toon zijn gelijk verkondigt, die geen tegenspraak duldt en over anderen heen walst. Nog lang blijft het jonge gezin gelovig, gaan ze naar de kerk en stemmen Goos en Tity op de ARP. Maar eind jaren zestig, begin jaren zeventig, komt ook in dit christelijke, Friese gezin de nieuwe tijdgeest op kousenvoetjes binnen. Het ideaal is niet langer om God te dienen, maar om zo goed te leven als Jezus: je in te zetten voor wie arm, achtergesteld of onderdrukt is. Het kwaad wordt nu het kapitalisme, de politieke richting die van de PRR.
Op huisfeestjes wordt gerookt, gedronken en heftig gediscussieerd. Het huwelijk van Goos en Tity blijft traditioneel, Tity is ontevreden en Goos gaat vreemd. Tity besluit voor zichzelf te kiezen, ze neemt een baan als lerares; kort daarna wil ze scheiden.
Dat is verdienste nummer twee van dit boek: Riemersma laat zien dat de verbeelding niet alleen aan de macht kwam in de studentensteden en onder niet-gelovigen, maar ook in de rest van Nederland. Om te tonen wát er allemaal veranderde heeft ze veel tekst nodig. Eindeloos wordt het allemaal verteld: de opkomst van de popmuziek, de moord op Martin Luther King en Kennedy, De avonden, Dolle Mina, provo, het kabinet-Den Uyl – het zijn geschiedenislessen die de meeste lezers wel paraat hebben. Het maakt passages oeverloos.
Uiteindelijk wordt de oorzaak van de moeizame relatie tussen vader en dochter niet helemaal opgehelderd. Wat veroorzaakte Riemersma’s afkeer nou precies? De afstand blijft voelbaar; de auteur lijkt terug te deinzen voor een scherpe analyse. Ze verwijt haar vader dat hij zijn kwetsuren heeft weggestopt en daarmee doorgegeven; hij had zich in zijn eigen ziel moeten verdiepen, hulp moeten zoeken. Maar ja, dat is iets waar deze generatie met geen stok toe te bewegen was. Zou het echt hebben geholpen? En waarom zou je je ouders, op jouw beurt, het geloof van je eigen tijd opdringen, dat in het heil van therapie?
In het laatste, ontroerende hoofdstuk overheersen zachtheid, empathie en begrip. Die blijken wel degelijk verzoenend te werken.
Greta Riemersma: De wereldverbeteraar – Een vader, zijn gezin en de rebelse jaren zestig en zeventig. Balans; 432 pagina’s; € 25.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant