Home

In onderzoek naar dood Tamar (14) is zelfs gekeken of ze zichzelf heeft verplaatst

De vraag hoe Tamar in de zomer van 2020 na een fatale aanrijding in de berm naast de weg is beland is een cruciale in de aankomende strafzaak. Een van de opties die is bekeken is of Tamar zichzelf heeft verplaatst.

Het veertienjarige meisje wordt in de nacht van 24 op 25 juli 2020 aangetroffen in de berm van de Zeedijk tussen haar woonplaats Marken en Monnickendam. Tamar blijkt te zijn overreden. Maar na jaren onderzoek blijft onduidelijk wat er in de minuten na de aanrijding is gebeurd.

Een van de vraagtekens is de plek waar Tamar is gevonden. Het past niet bij de omstandigheden van het ongeluk. Is ze nogmaals aangereden? Is haar lichaam versleept? Of heeft ze toch nog lang genoeg geleefd om zelf naar de berm te kruipen?

De eerste optie wordt door de politie vrijwel uitgesloten. En als het aan forensisch patholoog Frank van de Goot ligt, geldt dat ook voor de laatste optie. Hij schreef een onderzoeksrapport dat is overhandigd aan het Openbaar Ministerie (OM). Het is opgesteld op verzoek van Sébas Diekstra, de slachtofferadvocaat van de ouders en broers van Tamar.

"Het is niet de gewoonte voor een forensisch rapporteur om te vervallen in absolutisme, maar wellicht dat dit in deze zaak en bij deze vraag te verantwoorden is", schrijft Van de Goot. Dat ze met zulke ernstige verwondingen op eigen kracht de berm is ingekropen, is volgens hem "derhalve weloverwogen uitgesloten".

Hij is daarmee stelliger dan een gerenommeerd forensisch patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) die door de politie is bevraagd. Ook zij stelt dat de inwendige verwondingen bij Tamar ernstig waren, maar plaatst een kanttekening. "De interne verwondingen hoeven beslist niet onmiddellijk tot een directe handelingsonbekwaamheid of tot de dood hebben geleid."

Een schouwarts die Tamar onderzocht, zegt dat áls Tamar nog heeft geleefd na het ongeluk, dit maar van korte duur was.

Tamar verdwijnt die nacht na een woordenwisseling met haar moeder over het gebruik van haar telefoon en laptop. Uren later wordt ze langs de weg gevonden. Het is nog altijd onduidelijk of het veertienjarige meisje per ongeluk of doelbewust op de weg is beland.

Uit haar verwondingen blijkt dat ze waarschijnlijk een zittende dan wel liggende houding had toen ze werd overreden. Ook de schade aan de Mazda 3 die haar overreed wijst niet op een frontale botsing.

De manier waarop Tamar wordt gevonden, roept vragen op. De plek in de berm past niet bij het ongeval. Maar ook de houding waarin ze ligt valt op: de armen omhoog en de benen gestrekt, netjes naast elkaar. "Alsof ze was opgebaard", omschrijft een van de agenten die haar destijds vond.

Daarnaast ziet de politieagent een sleepspoor over het asfalt, in een rechte lijn in de lengte van de weg. Hij is niet de enige agent die vermoedens heeft dat er iets niet klopt.

Toch concludeert het OM een jaar na het ongeval dat er geen aanwijzingen zijn dat Tamar is versleept of verplaatst. Jamal T., de bestuurder van de auto met in totaal vier inzittenden, krijgt alleen een boete van 1.500 euro voor onvoorzichtig rijgedrag. Hij geeft toe dat hij die fatale nacht over iets is heengereden, zonder dat hij doorhad dat het een mens was.

T. zegt dat hij en zijn bijrijder bezig waren met de navigatie op een telefoon. Ze reden door en constateerden op een nabijgelegen parkeerplaats dat de auto slechts lichte schade had.

De mannen komen uit Duitsland, waar ze asiel hadden aangevraagd. Ze waren in Nederland om te kamperen, maar vertrokken de ochtend na het ongeval direct weer naar Duitsland. De auto werd daar gewassen en twee maanden later te koop gezet.

Volgens justitie zijn er geen aanwijzingen voor een ernstiger strafrechtelijk verwijt. Met het opleggen van de boete is de zaak klaar.

Totdat een verkeersongevallendeskundige concludeert dat het lichaam van Tamar wél is versleept. De man is ingeschakeld door advocaat Diekstra, die namens de nabestaanden van Tamar een artikel-12 procedure is gestart. Met succes. Dankzij de procedure wordt alsnog vervolging afgedwongen.

Dit jaar wordt na vier jaar onderzoek duidelijk dat T. definitief wordt vervolgd voor betrokkenheid bij een verkeersongeval met dodelijke afloop en het verlaten van de plaats van het ongeval. Maar van een ronde zaak is geen sprake.

De politie heeft het ongeval gereconstrueerd en concludeert dat de inzittenden van de Mazda in ieder geval in de gelegenheid zijn geweest om het lichaam van Tamar te verplaatsen, al was die tijd "zeer krap". Uit onderzoek blijkt dat enkele minuten na het ongeval een onbekende auto in tegengestelde richting is langsgereden. Niet veel later kwam ook de vader van Tamar langsrijden, die toen op zoek was naar zijn dochter.

Als Tamar is verplaatst, is het volgens de politie het meest realistisch dat dit door de inzittende(n) van de Mazda is gebeurd. Maar keihard forensisch bewijs ontbreekt. Er zijn van hen geen DNA-sporen aangetroffen op het lichaam van Tamar. Wel van onbekende derden, maar dat is een te kleine hoeveelheid voor het vastpakken van iemand. T. blijft volhouden dat hij en zijn drie medepassagiers nooit zijn uitgestapt.

Voor Diekstra zijn de conclusies uit het onderzoek duidelijk. "Uit de aangetroffen sporen en bevindingen van deskundigen blijkt dat de eindpositie waarin Tamar is aangetroffen niet door het ongeval zelf kan worden verklaard. Concrete aanwijzingen voor een alternatief scenario ontbreken. Men moet ervan uitgaan dat haar lichaam na de aanrijding is versleept, dan wel verplaatst."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next