Home

Tekenaars ontmaskeren politici al eeuwen, is te zien in Haarlem – maar de spotprentmacht slinkt

Kritiek op de politiek is van alle tijden, laat kunsthistoricus Maretta Johnson dit weekend zien tijdens de Stripdagen Haarlem. Ze toont er eeuwenoude politieke spotprenten, waarin politici worden afgebeeld als knoeiende wetenschappers.

schrijft voor de Volkskrant over strips, graphic novels en beeldcultuur.

Politici knoeien maar wat aan, wordt weleens gezegd. En niet alleen nu: dat zei men eeuwen geleden ook al. Kort door de bocht is dit de boodschap van kunsthistoricus Maretta Johnson, die ze zaterdag verkondigt tijdens haar lezing Beelden die bijten, als onderdeel van de Stripdagen Haarlem. Zij geeft die lezing in het auditorium van het Teylers Museum, waar ook de tentoonstelling Gevaarlijke boeken – 500 jaar wetenschap onder vuur te zien is, over censuur door kerk en staat aan de hand van (populair)wetenschappelijke werken.

Johnson is curator van de driehonderdduizend prenten tellende beeldcollectie Atlas Van Stolk, een afdeling van de Bibliotheek Rotterdam. Uit die enorme verzameling heeft ze een selectie gemaakt van spotprenten die over kennis en macht gaan. Preciezer: over de satirische traditie waarin politici worden afgebeeld als alchemisten en chemici, die in de weer zijn met stofjes waarvan ze de explosieve werking eigenlijk niet kennen.

In het Rotterdamse depot van de Atlas Van Stolk – een betonnen doolhof vol stalen stellingen en platte kartonnen dozen – heeft Johnson onder vloeipapier enkele kostbare stukken klaargelegd die in haar lezing een hoofdrol spelen. Zoals Der Pfälzisch Patient uit 1621, waarop te zien is hoe apen en een vos als geneeskundigen zitten te peuteren in de blootgelegde hersenen van keurvorst Frederik V van de Palts, die net een belangrijke veldslag heeft verloren. Niet alleen de keurvorst wordt belachelijk gemaakt, maar ook de ‘medici’ die hem onderzoeken.

Godsdienst is ook politiek

Een andere gravure, Den Franssen Algemist, dateert uit 1674 en is getekend door Romeyn de Hooghe, die je de eerste politieke cartoonist van Nederland kunt noemen. In opdracht van stadhouder Willem III vervaardigde De Hooghe propagandistische pamfletten. In zijn karikatuur van de alchemist hekelt hij het ondermijnen van vredesonderhandelingen door de Fransen.

Via 19de-eeuwse cartoons van Thomas Rowlandson (Political Chemist) en J. Krauss (Chemische politiek) volgt Johnson een eeuwenlang spoor van spotprenten waarin kritiek op het politieke bedrijf wordt verpakt in wetenschappelijke metaforen.

Wat Johnson in die traditie interesseert, is de manier waarop machtsverhoudingen worden verbeeld en het toenemende gezag van de wetenschap is gebruikt om falende politici te ontmaskeren. ‘In de vroegmoderne tijd kreeg de elite interesse voor de wetenschap. Dankzij empirisch onderzoek kon men afstand nemen van de Bijbel, in een tijd dat godsdienst het hele leven domineerde, ook de politiek. Om vroegmodern beeldmateriaal goed te kunnen lezen, is het van belang te begrijpen dat het religieuze ook politiek was, en andersom.

‘Tegelijkertijd gingen mensen zich kritischer verhouden tot macht en autoriteit. Die ontwikkeling was niet mogelijk geweest zonder de opkomst van de printcultuur. Door pamfletten, prenten en drukwerk konden ideeën, kritiek en maatschappelijk debat zich verspreiden onder een breder publiek.

‘Die ontwikkelingen hangen nauw met elkaar samen en zie je ook terug in spotprenten, waarin wetenschap en wetenschappelijke symbolen werden gebruikt om politieke en maatschappelijke machtsstructuren zichtbaar te maken.’

Meme als nieuwe spotprent

Een politiek tekenaar kan veel invloed uitoefenen, zegt Johnson. Ze betreurt het dat de politieke cartoon vandaag de dag onder druk staat. In The Washington Post is na het ontslag van cartoonist Ann Telnaes, die het gewaagd had de techbazen aan te pakken, het aandeel kritische tekeningen sterk afgenomen. Dat een bekende Nederlandse tekenaar als Len Munnik nog maar één politieke cartoon per week gepubliceerd krijgt, vindt ze ook veelzeggend.

Johnson beschouwt de meme als een effectieve hedendaagse variant van de politieke prent, en ze vindt het belangrijk dat jongeren op de hoogte zijn van maatschappijkritische satire. Ze maakt daarom ook haar opwachting op de achtste editie van de Illustratie Biënnale, die een week na de Stripdagen Haarlem in diezelfde stad plaatsvindt. Samen met cartoonist Trik geeft zij daar een presentatie over het gebruik van onlinekarikaturen als ‘ontmaskerende’ machtsfactor.

Vrouwen in de hoofdrol

Op 30 en 31 mei vinden de Stripdagen Haarlem plaats, het grootste Nederlandse festival in zijn soort. Omdat getekende bekentenisliteratuur en stripjournalistiek steeds belangrijker worden, is het thema dit jaar ‘Kritisch kijken’.

Dit wordt uitgewerkt met onder andere de tentoonstelling Onderweg – Migraties die de wereld veranderden in Museum Mutek, naar aanleiding van het gelijknamige boek van tekenaar Aimée de Jongh en historicus Tina De Gendt. In 37PK exposeert Mansoureh Kamari haar autobiografische verhaal De lijnen die mijn lichaam tekenen: (over)leven als vrouw in Iran, en in het Noord-Hollands Archief staan de verzetsstrijders Hannie Schaft en de zussen Truus en Freddie Oversteegen centraal in de tentoonstelling De Sirenen van Haarlem.

De centrale stripbeurs vindt zoals altijd plaats in de Koepel, het voormalige huis van bewaring.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next