Nu de Straat van Hormuz maar dicht blijft, dreigt een wereldwijd gebrek aan olie om te slaan in een fysiek tekort. In Azië zijn de problemen nu al groot. Ook de VS en mogelijk ook Europa komen krap te zitten.
Voor veel Amerikanen is 4 juli de belangrijkste feestdag van het jaar: Onafhankelijkheidsdag. Het is ook de dag waarop de vakanties beginnen en waarop veel Amerikanen in het vliegtuig of de auto stappen. Dit jaar heeft die datum en de daaraan verbonden reislust een speciale lading gekregen.
Volgens Jeff Currie, oud-medewerker van zakenbank Morgan Stanley en tegenwoordig analist bij de Amerikaanse investeerder Carlyle Group, wordt dan namelijk tank bottoms bereikt: het moment waarop het huidige gebrek aan olie verandert in een daadwerkelijk fysiek tekort.
Dan komt Amerika in de situatie die Azië nu al kent en brandt de strijd los om de laatste restjes olie – en alle producten die daarmee worden gemaakt. Dat betekent, zo vrezen sommige analisten, dat de olieprijs zal exploderen.
Hoewel de olieprijs nu sterk schommelt, is die nog altijd relatief laag, gezien het feit dat de wereld dagelijks miljoenen vaten tekortkomt sinds de afsluiting van de Straat van Hormuz. Die relatief lage prijs komt onder meer doordat landen overal ter wereld hun zogenoemde strategische reserves aanspreken.
Deze strategische reserve is een olievoorraad voor noodgevallen en bestaat uit 1,8 miljard vaten die de 32 lidstaten van het energieagentschap IEA verspreid over de wereld hebben opgeslagen in tanks en lege zoutmijnen. 400 miljoen daarvan kunnen sinds kort ‘op de markt worden gebracht’, en dat helpt de prijs in toom te houden. Maar die voorraad is niet oneindig en de bodem raakt in zicht, zeggen analisten als Jeff Currie.
Overigens moet tank bottoms niet te letterlijk worden genomen, zegt Richard Bronze, die leidinggeeft aan de tak geopolitieke zaken van het Britse energieonderzoeksbureau Energy Aspects. Er zijn meer reserves, maar die kunnen niet zomaar worden gebruikt. Ook 4 juli is volgens hem enigszins arbitrair. ‘Je ziet wel dat de situatie vanaf juni steeds nijpender wordt.’
De problemen zijn bovendien niet zomaar voorbij als de VS en Iran tot een akkoord komen en de Straat weer wordt vrijgegeven. Dan gaat het nog maanden, misschien wel jaren duren voordat de olietoevoer op het oude niveau is hersteld.
In Azië, dat veel olie uit de Golf importeert, zijn de fysieke tekorten nu al groot. De komende tijd lijken ook de VS en mogelijk ook Europa krap te komen zitten. De spanningen lopen dus op.
Toch is er iets vreemds aan de hand: ondanks de aanhoudende onzekerheid blijft de olieprijs heftig schommelen rond de 100 dollar. Dat is hoog, maar niet uitzonderlijk hoog. Bovendien is de prijs voor olie die over enkele maanden wordt geleverd nog een stuk lager; olie voor volgend jaar zelfs rond 20 dollar lager. Die prijzen roepen de vraag op hoe reëel de zorg is voor serieuze tekorten.
Wie een bezoek brengt aan het kantoor van Insights Global, ruikt nog niet bepaald de geur van wilde beesten. In een voormalige bierbrouwerij in Breda registreert het bedrijf al 35 jaar de vulgraad van de olievoorraden in de zogenoemde ARA-regio: Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen. Die drie havens vormen een van de vier grote knooppunten in de wereldwijde oliehandel. Naast Houston, Singapore en Al-Fujairah (in de Verenigde Arabische Emiraten, net buiten de Straat van Hormuz).
De wetenschap hoe vol alle olietanks in het ARA-gebied zitten, is geld waard voor bedrijven die afhankelijk zijn van de olieprijs. Insights Global krijgt de geanonimiseerde data van zo’n 50 procent van alle ARA-opslagen en verkoopt die informatie onder meer aan de financiële nieuwsorganisaties Reuters en Bloomberg.
In een vergaderzaaltje tovert CEO Patrick Kulsen de grafiek van de laatste jaren op een scherm. Daarin is mooi te zien hoe de opslagen tijdens de coronapandemie nokkievol zaten – ‘je kreeg destijds geld toe als je olie afnam’. De laatste drie maanden is de vulgraad juist scherp gedaald. Economisch gezien ook logisch: ‘Wie nu kan verkopen en tegelijkertijd olie koopt die over enkele maanden wordt geleverd, kan goed verdienen.’
De daling is vooral toe te schrijven aan twee typen brandstoffen: stookolie voor schepen en kerosine, die vooral in de luchtvaart worden gebruikt. De zware olie uit de Golf werd voor een belangrijk deel gebruikt om die brandstoffen mee te maken. Ook kwam veel kerosine rechtstreeks uit de Golfregio.
Opvallend genoeg lijkt de daling van de kerosinevoorraad – Kulsen spreekt consequent van ‘jet kero’ – in de ARA-regio de laatste weken alweer enigszins te stabiliseren. Vorige week was er zelfs een korte stijging. Bij Insights Global schrijven ze dat onder meer toe aan nieuwe import uit de VS en West-Afrika. Kulsen: ‘Daarnaast hebben raffinaderijen hun best gedaan om meer kerosine te maken. Het aanbod is dus ook gegroeid.’
De cijfers van Insights Global geven niet het complete beeld. Sommige bedrijven willen uit concurrentieoverwegingen hun data niet delen. En de strategische voorraden van overheden zijn ook niet meegenomen. ‘Die tanks zitten normaal gesproken gewoon de hele tijd vol’, legt Kulsen uit. ‘Dat is voor de handel meestal oninteressant.’
Maar nu juist wel. Het IEA, waarvan veel Europese landen lid zijn, heeft immers gezegd dat die nu op de markt gebracht moet worden. Hoeveel vaten olie zijn er bijvoorbeeld al uit de Nederlandse voorraad verkocht?
‘Welgeteld nul’, zegt een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het ministerie is verantwoordelijk voor de Nederlandse reserves (zo’n 25 miljoen vaten). Er is besloten dat daarvan binnen het programma van het IEA 20 procent verkocht mag worden, maar dat is dus nog niet gebeurd.
‘Het is nog niet nodig’, is de korte verklaring van de woordvoerder. De iets langere verklaring is dat Nederland het verkopen van de strategische voorraad tactisch wil aanpakken. De olie moet terechtkomen bij Nederlandse bedrijven die het echt nodig hebben en niet bij grote internationale oliehandelaren, die er winst mee kunnen maken.
Het ministerie is daarvoor bijvoorbeeld in gesprek met de luchtvaartsector en Defensie (bijna alle vlieg- en voertuigen van het leger rijden op kerosine). ‘Die partijen zeggen dat ze via de markt nu nog voldoende kunnen kopen’, aldus de woordvoerder. Dat is de praktijk in meer Europese landen. Alleen van Duitsland en Italië is bekend dat zij recentelijk een klein deel van hun voorraad op de markt hebben gebracht. Ze verkochten wat ‘olieproducten’ (waarschijnlijk kerosine), een fractie van de totale voorraad.
Iets vergelijkbaars lijkt te gelden voor China. De Chinezen hebben afgelopen jaren in razend tempo een indrukwekkende olievoorraad aangelegd. Volgens het marktinformatiebureau Kpler zou het om zo’n 1,3 miljard vaten gaan. Hoewel ze voor 40 procent van de import afhankelijk waren van olie uit de Perzische Golf, hebben de Chinezen hun voorraad volgens Kpler nagenoeg onaangeroerd gelaten. Dat kan volgens het IEA mede doordat China de laatste jaren sterk heeft ingezet op elektrificatie van de transportsector. Ook rijden veel Chinese trucks tegenwoordig op gas. Dat verlaagt de vraag naar diesel.
De Amerikaanse regering tapt uit een ander vaatje. Sinds het IEA toestemming heeft gegeven voor het vrijgeven van de voorraden, zijn de Amerikanen de Strategic Petrol Reserve (SPR) in rap tempo aan het leegpompen en direct op de wereldmarkt aan het verkopen. Door de nationale reserves op de markt te brengen bereikt Donald Trump twee dingen: de Amerikaanse overheid casht tegen hoge prijs en hij drukt de prijs aan de pomp enigszins.
Toch kan de ongebreidelde Amerikaanse verkoop niet onbeperkt doorgaan. Op het huidige tempo slinkt de Strategic Petroleum Reserve tot de grens van 243 miljoen vaten. Dan moet het Congres bijeenkomen om te bepalen of en hoe de rest van de voorraad ingezet kan worden. Dat is het moment dat Morgan Stanley markeert als ‘tank bottoms’. Maar de VS bezitten dan dus nog altijd een significante bel olie.
De obsessie van analisten met de vraag wat er zal gebeuren als de SPR onder die grens zakt, is begrijpelijk. Welke besluiten zal de Amerikaanse politiek nemen over verder leegpompen van die bel olie? En hoe zullen de Europese en Chinese overheden daarna hun reserves inzetten?
Naast de fixatie op het aanwenden van de voorraden doet ook de aloude wet van vraag en aanbod op de oliemarkt zijn harde werk.
Wie een indruk probeert te krijgen van de complexe kettingreactie die zich bij de huidige olieprijs al voltrekt, kan terecht in het laatste IEA-rapport. Daarin wordt beschreven hoe iedereen met olie zijn uiterste best doet die op de markt te brengen. Golfstaten zoeken alternatieve routes via pijpleidingen, oliemaatschappijen in de VS, Venezuela en Noorwegen pompen wat ze kunnen en het taboe op Russische olie blijkt onder druk van de hoge olieprijs ook flexibel.
En dan is er het verhaal van de vraagkant. Waar de belangrijkste vraaguitval in Europa beperkt blijft tot enkele honderden geschrapte vluchten, is de impact in veel arme Aziatische landen aanzienlijk. Zo mag de airconditioning in Bangladesh niet lager dan 25 graden, vergaderen ambtenaren in Cambodja online, en gaan kinderen in Laos nog maar drie dagen naar school. In grote delen van Azië is bovendien de lpg op rantsoen, gas waarop veel huishoudens koken. In Nepal en de Malediven mogen lege lpg-tanks daarom nog maar voor de helft gevuld worden.
Het is zo bezien dus nog maar zeer de vraag of het ‘tank bottoms’-scenario op 4 juli voor het welvarende deel van de wereld echt een keerpunt zal markeren. Terwijl het concept van de lege tank in arme Aziatische landen al ver voor de Amerikaanse feestdag realiteit is geworden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant