In het verzorgingstehuis waar zijn moeder woont, ontmoet Matthijs een ontwapenende zorgmedewerker met mooi rood haar. Ze vinden elkaar leuk, dat is snel duidelijk. Maar als hij naar haar verleden vraagt, sluit ze zich als een oester.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
Matthijs, 71: ‘Ze werkte bij de facilitaire zorg in het verzorgingstehuis van mijn moeder, wat inhield dat ze alle bewoners van koffie en thee voorzag. Ze was lang en mager en moet een jaar of tien jonger geweest zijn dan ik.
Op een dag, toen haar dienst erop zat, trok ze heel uitbundig haar stofjas uit en stond ze midden in de gemeenschappelijke huiskamer in haar uitgaanskleding. Voor het eerst zag ik haar blote schouders en in die beige-blauwe contrastarme omgeving van het bejaardentehuis werd het ineens licht.
Ik had sterk het vermoeden dat ze voor mij haar show opvoerde, ook al keken we elkaar niet aan. We hadden elkaar vaker gespot. Waar de rest van het personeel de bejaarden licht fakend en op zalvende toon toesprak, deed zij gewoon aardig tegen hen. Dat was me als eerste opgevallen.
Een andere keer, toen ik bij mijn moeder aan een tafeltje zat, had ze in het voorbijgaan een liedje van mijn band gefloten. ‘Hé, wist je dat ik in die band heb gespeeld?’, vroeg ik. ‘Ja, dat weet ik’, antwoordde ze. Een paar weken later sprak ik haar opnieuw aan. Ze stond bij de hoge bar en schonk koffie in de gereedstaande kopjes, ik liep op haar af en zei: wij vinden elkaar blijkbaar leuk, heb je zin om een keer af te spreken? Ze zei meteen ja.
Dit is iets wat ik niet vaak doe, zomaar op onbekende vrouwen toestappen. Ook niet toen ik 60 was. Maar ik vond haar zo leuk, het rode haar, de paardenstaart, ze was zo ontwapenend en kwetsbaar, ik kon er gewoonweg niet omheen.
Bij sommige mensen zie je aan de ogen dat ze iets hebben meegemaakt waar ze maar moeilijk overheen komen, en in haar ogen zag ik zoiets. Misschien dacht ik haar te kunnen helpen, ik weet hoeveel geduld ik kan hebben met mensen die het moeilijk hebben. Ik voelde zowel opwinding als zorgzaamheid. Daarbij moet ik gedacht hebben: een vrouw die pijn uitstraalt zal mij in ieder geval geen pijn kunnen doen – een beetje een kromme gedachte natuurlijk, alsof je veiligheid kan bouwen op onveiligheid.
Op de afgesproken avond haalde ik haar bij haar thuis op, ze had haar adres zonder reserves gedeeld. Ik had niet gerekend op de vrij korte rok en de netkousen waarin ze naar buiten kwam. Maar het deerde me niet, want met alles, álles wat we die avond tegen elkaar zeiden, riepen we ‘ja’ tegen elkaar. Ik kon mijn geluk niet op.
We aten in een restaurant in de binnenstad en gaven elkaar alsmaar die bevestiging waar we naar verlangden. Waarover we het hadden, herinner ik me niet en deed er niet toe. Ik vind je leuk, ik vind jou ook heel leuk, lachten we. Zij en ik kwamen uit een totaal andere wereld. Wie zich, zoals zij, in de laagste regionen van de arbeidsmarkt bevindt, heeft geen geld om met de trein te reizen of om een auto te kopen, dus het was meteen al duidelijk dat ze me nooit thuis zou kunnen opzoeken. Met vakantie of uit eten gaan deed ze eigenlijk niet. Toen ik haar na afloop naar huis bracht, vroeg ze: ‘Ga je nog even mee naar boven?’ Binnen een half uur lagen we samen in bed, waar het fantastisch was met haar.
Twee maanden lang zagen we elkaar een paar keer per week, meestal bij haar thuis. Ik vertelde haar van alles over mijn leven, over mijn moeder die me niet lang daarvoor had bekend dat ik een ongewenst kind ben, en dat mijn oudere broer haar lievelingszoon is. Dat ik dit alles onbewust altijd heb geweten, maar me mijn leven lang schuldig heb gevoeld dat ik nooit van mijn moeder heb gehouden, zei ik haar ook.
Ik vertelde over mijn ex die langdurig verslaafd is geweest en hoe ik, probeerde om voor mijn kinderen zowel een vader als een moeder te zijn. Ik vroeg haar ook naar haar verhaal. Hoe en waar was ze opgegroeid? Wat had ze meegemaakt? Maar telkens als ik doorvroeg, sloeg ze dicht. Als ik soms aandrong, begon ze te huilen.
Ze reageerde zo heftig dat ik begon te denken aan misbruik. Was dat wat ze niet kon zeggen? Ze ontkende noch bevestigde die suggestie en om haar niet verder in verlegenheid te brengen, gaf ik op. Maar toen er na een week of vier nog steeds geen ontwikkeling in onze relatie zat, wisten we allebei dat er voor ons geen toekomst was. Nóg niet, voegden we er dan aan toe wanneer we dit dilemma bespraken, nóg niet.
Als ik haar zag was dat altijd bij haar thuis, dan hadden we intense seks en verdween ik weer. Na twee maanden maakte ik het uit. Het zat me dwars dat we ons in bed gedroegen alsof we eindeloos veel vertrouwen hadden in elkaar, maar dat daarbuiten alles potdicht zat. Het enige wat ik over haar wist was dat ze ergens onder behandeling was.
Maar al snel begon ik haar te missen, we spraken opnieuw af, belandden in een hotelkamer. Vervolgens begonnen mijn bezoekjes van voor af aan. Veranderd was er niets, maar ik hield mezelf voor dat de liefde tussen ons veel goed maakte en dat ik genoegen moest nemen met ‘wat is’.
Natuurlijk werkte het niet, ze bleef een gesloten oester en ik bleef gefrustreerd. Pas nadat ik het opnieuw had uitgemaakt en we vervolgens weer voor een derde keer samenkwamen, eindigde het definitief.
Het was op een ochtend, ik had bij haar geslapen, toen onverwacht de broer met wie ze een broze verhouding had met zijn hele gezin bij haar op de stoep stond. Ze had nooit open moeten doen, maar ze was in paniek. Verbijsterd keken de broer, zijn vrouw en hun kinderen toe hoe ik naakt naar de badkamer liep, waar mijn kleren lagen.
Ik geneerde me. Ineens was het of dat wat we al die maanden hadden proberen te verbergen in het volle licht stond. Door de ogen van de broer zag ik mezelf als profiteur en begreep ik hoe kansloos deze relatie eigenlijk was. Wat eerst betoverend was werd groezelig, helemaal toen ze later haar broer had verteld dat het mij alleen om de seks te doen was geweest. Een pijnlijk misverstand. Wat wij deelden was grote liefde die niet anders kón dan zich schikken in de enige vorm die tussen ons mogelijk was. Ik denk nog vaak aan haar en ben zo bang dat de drie breuken haar nog verder hebben beschadigd.’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Matthijs gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Deze zomer schrijft Corine Koole weer over vakantieliefdes. Verhalen zijn welkom. We spreken ook de ander (en helpen hem of haar op te sporen). We zoeken vooral ervaringen uit een recenter verleden, romantische avonturen van jonge mensen, of herinneringen aan ‘the one that got away’. Ook nodigen we mensen die niet meer samen zijn uit om te reageren.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant