Het ene moment lijkt de tijd stroperig langzaam voorbij te trekken, andere momenten juist razendsnel. Hoe tijdsbeleving werkt – en hoe je die kunt beïnvloeden.
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Iedereen kent de uitspraak: time flies when you’re having fun. En volgens de wetenschap klopt dat ook. ‘Wie tijdens de zomervakantie veel nieuwe en leuke activiteiten onderneemt, zit in een flow en let niet op de tijd, waardoor de dagen voorbijvliegen’, zegt Hedderik van Rijn, hoogleraar cognitieve neurowetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Opmerkelijk genoeg voelt diezelfde vakantie achteraf juist lang aan. Hoe kan dat? ‘We ervaren tijd op twee manieren: op het moment zelf, ook wel prospectieve tijd genoemd, en wanneer we erop terugkijken, ook wel retrospectieve tijd’, zegt Van Rijn. Die twee kunnen elkaar tegenspreken.
Die enerverende zomervakantie vol bezoekjes aan nieuwe plekken vloog om, maar lijkt achteraf eindeloos, juist vanwege alle herinneringen. Of denk aan de coronaperiode: de dagen kropen voorbij, door een gebrek aan sociale afspraken en steeds dezelfde thuiswerkroutine, maar terugkijkend lijken die drie jaar in een oogwenk voorbij te zijn gegaan.
‘Onze tijdsperceptie hangt samen met ons geheugen. We onthouden zaken die afwijken van de routine doorgaans beter’, zegt Van Rijn. Nieuwe ervaringen rekken de uren en dagen als het ware uit in onze herinnering, waardoor de tijd met terugwerkende kracht langzamer lijkt te gaan. Om die reden voelen de jaren uit onze jeugd vaak lang. ‘In de kleuterklas maak je voortdurend dingen voor de eerste keer mee: een nieuw kind in de klas, een jarige juf, een schoolreisje’, zegt Van Rijn. ‘In het volwassen bestaan lijkt het jaar om te vliegen omdat er vaak meer routine is: op kantoor dezelfde vergaderingen en automatenkoffie.’
Mensen gebruiken tijdsbeleving onbewust als aanwijzing om een activiteit te beoordelen: als de tijd vloog, móét het wel leuk zijn geweest. Dat bleek uit een experiment van de Amerikaanse psycholoog Aaron Sackett. Deelnemers kregen een taak waarvan ze dachten dat die tien minuten zou duren, terwijl onderzoekers hun tijdsgevoel manipuleerden door eerder of later terug te komen. Mensen bij wie die de tijd sneller voorbijging, beoordeelden de taak als leuker, interessanter en meeslepender.
Het roept een fundamentelere vraag op: hoe meten onze hersenen eigenlijk tijd, als er geen klok in de buurt is? Er is immers geen apart zintuig waarmee tijd direct wordt gemeten, zoals bij licht of geluid. ‘We weten goed hoe onze biologische klok werkt, het systeem waardoor we ’s ochtends wakker worden en ’s avonds vermoeidheid ervaren’, zegt Van Rijn.
Maar hoe we kortere tijdsintervallen gedurende de dag inschatten, zoals een museumbezoek of het lezen van een boek, is onduidelijker. ‘We denken dat de hersenen daarvoor signalen uit het lichaam en de omgeving gebruiken als data. We schatten tijd dus niet los van de wereld in, maar koppelen die aan wat we doen en ervaren.’
Gewenning speelt daarbij ook een belangrijke rol. Van Rijn is een fanatieke hardloper. ‘Ik weet, zonder op mijn horloge te kijken, heel precies wanneer ik een half uur onderweg ben, want dat past bij het niveau van uitputting.’
Onderzoekers spreken daarom over een ‘interne klok’: geen echte klok in de hersenen, maar een systeem waarmee we op basis van ervaringen, aandacht en lichamelijke signalen tijd kunnen inschatten.
Als mensen iets belangrijk of waardevol vinden, dan verlengt dit het gevoel van tijd. Dat blijkt uit een studie van de George Mason-universiteit in Virginia, gepubliceerd in Nature Human Behaviour. Deelnemers keken minder dan een seconde (tussen de 300 en 900 milliseconden) naar allerlei foto’s uit een database, die een ‘memorability score’ hadden. Zo heeft een foto van een mens een hogere score dan een standaardboslandschap. Daarna moesten ze zeggen hoelang de beelden zichtbaar waren geweest.
Volgens de meesten waren de foto’s met een hoge score, die dus meer indruk maakten, langer zichtbaar geweest, terwijl dit niet daadwerkelijk het geval was. ‘Onze hersenen geven aan zo’n belangrijke foto prioriteit: dit ziet er belangrijk uit, ik moet dit onthouden’, zegt cognitief neurowetenschapper Martin Wiener, die het onderzoek leidde. ‘Ze verwerken meer informatie per tijdseenheid. Om dat verzamelen van informatie mogelijk te maken, vertragen onze hersenen de tijd.’ Het is alsof het geheugen de beelden langzamer afdraait.
Dat effect wordt nog sterker in situaties die gevaarlijk of intens zijn. De Amerikaanse neurowetenschapper David Eagleman onderzocht dit met een opvallend experiment. Proefpersonen maakten een vrije val van 35 meter en kwamen terecht in een groot vangnet. Tijdens de val droegen ze een apparaat om hun pols waarop razendsnel cijfers verschenen; te snel om normaal te kunnen lezen. Zijn idee was: als tijd tijdens een levensbedreigende situatie echt trager verloopt, zouden de deelnemers die cijfers misschien wel kunnen zien.
Dat gebeurde niet. Ze konden de cijfers niet lezen. Naderhand dachten ze wel dat hun val langer duurde dan de werkelijke twee seconden. Hun tijdwaarneming veranderde dus, maar hun hersenen werkten niet letterlijk sneller.
Volgens de onderzoekers heeft dit te maken met het geheugen. Tijdens spannende of gevaarlijke momenten schakelt het brein als het ware over op een hogere versnelling. Je neemt extreem veel details waar in korte tijd, meer ‘mentale foto’s’, zodat je sneller kunt reageren. Daardoor lijkt de gebeurtenis achteraf langer te hebben geduurd.
Niet alleen aandacht en emotie spelen mee. Zelfs iets lichamelijks als temperatuur blijkt invloed te hebben op hoe we tijd ervaren. In een experiment nam de helft van een groep deelnemers plaats in een warm bubbelbad (38 graden), waardoor hun lichaamstemperatuur steeg, en de andere helft in water van 36 graden. Vervolgens kregen ze de taak om een seconde te reproduceren door twee keer op een knop te drukken.
‘Door de verhoogde temperatuur ging hun interne klok sneller lopen’, zegt Van Rijn. Ze drukten dus te vroeg op de knop, als de seconde nog niet voorbij was. Om het begrijpelijk te maken, legt hij het uit in andere woorden: ‘Stel: er zitten normaal tien tikken van je interne klok in één seconde. Als die versnelt, dan volgen die tikken sneller op elkaar en heb je twaalf tikken in één seconde. Dus die ene seconde op de wijzerplaat duurt voor je gevoel ineens twaalf tikken in plaats van tien. Als jij op je horloge kijkt na die tien tikken, is er minder tijd voorbij dan je denkt.’
Kan dit ook gebeuren op een warme zomerdag? Het effect is niet uitgesloten, meent Van Rijn. Maar het zal minder sterk zijn dan in het experiment. ‘In een bubbelbad kun je geen warmte verliezen door zweten. Op een warme zomerdag wel. We kunnen onze lichaamstemperatuur over het algemeen goed reguleren.’ Na een paar warme stranddagen past die interne klok zich bovendien aan.
Ook het drinken van alcohol doet iets met ons tijdsgevoel, zo blijkt uit onderzoek. In een studie kregen deelnemers een alcoholisch drankje of een placebo om vervolgens op verschillende manieren een inschatting te maken van de tijd.
Ze kregen bijvoorbeeld een toon te horen en moesten aangeven hoe lang die klonk. Hierbij bleek dat mensen in de alcoholgroep de tijdsduur van de toon overschatten: dus ze dachten dat de toon langer duurde dan in werkelijkheid het geval was. Ook moesten ze een taak uitvoeren met woorden en naderhand aangeven of de tijd sneller of langzamer was gegaan dan normaal. De groep die alcohol had gedronken gaf vaker aan dat de tijd sneller verstreek dan gebruikelijk.
Interessant genoeg was er geen verschil in de retrospectieve tijdsinschatting: ook na alcohol konden deelnemers achteraf nog best goed raden hoe lang de taak had geduurd. De onderzoekers denken daarom dat mensen hiervoor niet hetzelfde ‘interne klokje’ gebruiken. ‘Tijdsbeleving is complex’, concludeerden ze. ‘Verschillende soorten tijdsinschattingen werken blijkbaar niet allemaal op dezelfde manier.’
Wie een periode achteraf langer wil laten voelen, doet er goed aan veel nieuwe ervaringen op te doen. Maar wie een dag op het moment zélf eindeloos wil uitrekken, kan volgens Van Rijn beter precies het tegenovergestelde doen: verveling toelaten. ‘Maak het zo saai mogelijk. Of laat je horloge elke dertig seconden piepen, waardoor je je bewust bent van de tijd.’
Dat is natuurlijk geen doen en daarom heeft de hoogleraar nog een tip: om tijdens je vakantie al een tikkeltje aan retrospectieve tijdswaardering te doen, kun je een reisdagboek bijhouden. ‘Door op te schrijven dat je naar een mooi museum bent geweest, geluncht hebt in het park en ’s avonds een wijntje dronk op het terras, haal je herinneringen op terwijl je nog op vakantie bent.’
Iedereen heeft de beschikking over dezelfde 24 uur in een dag. ‘Maar tijdsperceptie is subjectief en kneedbaar’, zegt Martin Wiener. ‘Je kunt de tijd als elastiek oprekken of laten krimpen. Als je je bewust bent van welke zaken tijd beïnvloeden, heb je er een zekere macht over.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant