Terwijl de parlementaire enquêtecommissie corona terugblikt op de pandemie die achter ons ligt, is corona voor sommige Nederlanders nog steeds niet voorbij. Naar schatting ruim 400.000 mensen zijn nog altijd ziek door hun besmetting, van wie zo'n 100.000 ernstig. NU.nl sprak twee postcovidpatiënten.
Het telefonische interview met Annelotte van Brussel (32) verloopt in etappes. Tien minuten per keer, en telkens met 48 uur pauze tussen twee telefoongesprekken. Alles om zuinig om te gaan met de zeer beperkte hoeveelheid energie die ze heeft.
Vóór haar coronabesmetting in 2021 werkte Van Brussel als psychiatrisch verpleegkundige. "Ik was veel op pad: reizen, wandelen, feestjes." Tegenwoordig ligt ze de hele dag in bed in een donkere kamer. Alleen voor zelfzorg als toiletbezoek en tandenpoetsen komt ze er nog uit. Douchen kost eigenlijk al te veel energie.
Als ze 's ochtends een keer zelf koffie kan zetten en 's middags even kan spelen met haar kat, heeft Van Brussel een 'goede' dag. "Of even bellen met een vriendin, bijvoorbeeld. Of tien minuten schilderen." Twee van zulke activiteiten per dag zijn haar maximum. Op een slechte dag zijn het er nul. "Lezen en series kijken kan ik sowieso niet meer. Dat zijn te veel prikkels."
Ze heeft de afgelopen jaren fysiotherapie geprobeerd. Ergotherapie. Logopedie. Osteopathie. Het mocht allemaal niet baten. Ze ging juist verder achteruit. Van "huisgebonden" naar "grotendeels bedgebonden", zo omschrijft ze het. "Het eerste jaar na mijn besmetting was een grote zoektocht en een rouwproces, omdat ik niet wilde geloven dat ik nog steeds ziek was. Ik wilde gewoon leven, werken, dingen doen. Maar ik kijk nu naar wat nog wél kan, in plaats van wat niet meer kan."
Ze verwijt het kabinet dat het coronabeleid destijds bijna volledig was gebaseerd op ziekenhuisdruk en sterfte. "Terwijl de gevolgen voor een grote groep mensen volgens mij helemaal niet zijn meegewogen. Want ook niet-kwetsbaren konden langdurig ziek worden. Daarover werd ook te rooskleurig gecommuniceerd." Ook hadden artsen zich volgens Van Brussel meer in postcovid moeten verdiepen. En dat mist ze nog steeds een beetje.
Haar situatie klinkt uitzichtloos, maar zo voelt het voor Van Brussel niet. Nóg niet. "Zonder hoop geen leven, toch? Ik zie dat de wetenschap postcovid iets serieuzer begint te nemen, er wordt meer onderzoek naar gedaan. Dat is mijn houvast. Maar ik zie ook dat mensen na sommige andere langdurige infectieziekten tientallen jaren in bed liggen. Dat is wel beangstigend."
In tegenstelling tot Van Brussel kan oud-huisarts Daniel Barten Tolhuijsen (53) wel in één keer een telefonisch interview geven. Toch is ook hij zijn oude leven kwijt.
De pandemie begon voor Barten Tolhuijsen min of meer in de lokale ijzerhandel. Door het grote gebrek aan beschermingsmiddelen in Nederland kocht hij daar maar een schilderspak en mondkapje. Alsnog raakte hij besmet, met alle gevolgen van dien.
Barten Tolhuijsen ging langzaam achteruit in het jaar dat volgde. Op het dieptepunt stonden zijn dagen volledig in het teken van uitrusten. "Ik stond op en was al uitgeput van het slapen. Daarvan moest ik bijkomen. Daarna ging ik douchen en weer terug naar bed om te rusten. Vervolgens naar beneden om te ontbijten, en weer rusten."
Zijn vaderschap was "verdwenen", vertelt hij. "Ik was altijd heel fysiek bezig met mijn kinderen, zoals voetballen en wandelen. Nu kon ik er alleen nog verbaal voor ze zijn, vanaf de bank."
Barten Tolhuijsen had naast zijn huisartsenpraktijk een baan als docent. Maar werken ging allang niet meer. Halverwege 2023 besefte hij: misschien kwam hij hier nooit meer vanaf. Postcovidonderzoek stond (en staat) immers nog in de kinderschoenen en een behandeling was er al helemáál niet. "Ik heb nog lang geprobeerd te blijven werken als huisarts, maar eind 2024 ben ik toch gestopt met mijn praktijk."
Daarna ging het heel langzaam wat beter. In 2025 ging hij weer aan de slag als docent. Maar verder dan een paar dagen per week is hij nooit gekomen. "Ik heb nog steeds enorme 'hersenmist', geheugenproblemen en moeite met multitasken. Ik heb twee jaar lang geprobeerd om meer dagen te werken, maar dat lukt gewoon niet. Uiteindelijk heb ik dat maar losgelaten."
Lange tijd voelde dat als falen. "Veel collega's zeiden: kom op, gewoon doorzetten, een stapje erbij doen. En normaal gesproken moet je inderdaad 'de rek opzoeken' om je belastbaarheid weer op te bouwen." Maar bij postcovid moet dat juist niet.
Zijn parttimebaan op de geneeskundeopleiding geeft hem ook zingeving. Barten Tolhuijsen vindt het heel leuk. "Maar ik mis ook gewoon mijn patiënten."
En misschien is enkele dagen per week werken eigenlijk al te veel, erkent hij. Voor zijn sociale leven was bijvoorbeeld één werkdag per week misschien beter. "Nu heb ik nog net genoeg energie voor mijn gezin. Maar ik kan niet ook nog naar feestjes of dinertjes." En er moet simpelweg ook gewoon brood op de plank komen.
Hoewel Barten Tolhuijsen de coronamaatregelen van destijds begrijpt, neemt hij het het kabinet kwalijk hoe weinig aandacht het had (en heeft) voor postcovid. "Het was en is echt touwtrekken. De meeste mensen zijn corona allang vergeten."
"En áls ze al aan postcovid denken, denken ze aan iemand die de hele dag in bed ligt. Terwijl er nog veel meer soorten patiënten zijn. Logisch dat de parlementaire enquêtecommissie terugblikt, maar voor veel mensen is corona nog altijd actueel."
Source: Nu.nl algemeen