Home

Wij willen liever niet werken en durven het ook gewoon te zeggen!

Arbeidsethos Mijn generatie is niet lui of overgevoelig, schrijft Aixa de la Cruz. We zeggen alleen hardop wat eerdere generaties waarschijnlijk ook al voelden, maar nooit echt uitspraken: dat het leven niet alleen om werk draait. Uiteindelijk verlangt iedereen naar hetzelfde: meer rust, meer liefde, meer tijd voor elkaar.

Mijn vader, dierenarts en vlak voor zijn pensioen, vroeg me onlangs voor het eerst of ik wilde helpen bij een chirurgische ingreep. Onnadenkend als ik ben, zei ik natuurlijk meteen ja. Maar al snel sloeg de schrik me om het hart: zul je zien dat ik flauwval of moet overgeven. Ik weet niet goed wat me bezielde. Ik stelde me een explosie van bloed en ingewanden voor.

Aixa de la Cruz is een Spaanse schrijfster.

En daarna, tot mijn eigen verbazing, voelde ik een enorme fascinatie opkomen: voor de precieze, beheerste handelingen van iemand die al veertig jaar lichamen opensnijdt en weer zorgvuldig sluit — een vaardigheid die hij zich door jarenlang geduld volledig eigen heeft gemaakt.

Opeens viel het kwartje: dit deed hij dus al die jaren toen hij mijn balletuitvoeringen, pianoconcerten en al die andere dingen uit mijn jeugd miste. Ja, ik begreep het: dít was belangrijk voor hem.

En daar stond ik dan, boven het opengesneden lijfje van een kat, vol ontzag en liefde, terwijl ik met een pincet een bloedvat dichthield. Ik vroeg hem: „Ga je dit straks niet missen?”

Mijn vader, niet bepaald iemand die gemakkelijk over zijn gevoelens praat, keek me strak aan (en ja, sorry voor het cliché, maar zo ging het echt) en zei zacht maar woedend: „Ik heb twintig jaar weggegooid!” Ik kon alleen maar knikken. Want het klopt: zolang ik me kan herinneren verlangt hij al naar zijn pensioen. Voor mij zijn die gemiste schooluitvoeringen allang niet meer belangrijk, maar hij draagt ze nog altijd met zich mee. Het leven dat hij miste. Dat andere leven, dat nooit geleefde leven. En dat was óók zijn leven.

Mentale kwetsbaarheid

Ik wilde per se met deze anekdote beginnen, om te laten zien dat onvrede over werk echt geen generatiekwestie is. Toch wordt het vaak wel zo voorgesteld. We worden dagelijks overspoeld met verhalen over generatie Z: deze mensen zouden geen leiding willen geven, alleen op zoek zijn naar ‘lazy girl jobs’ en elke vorm van inspanning uit de weg gaan. Burn-outs onder 25-jarigen zouden vooral voortkomen uit mentale kwetsbaarheid. En zelfs het Chinese tangping — letterlijk: ‘gaan liggen’, een stil protest tegen een leven dat volledig in het teken staat van werken — wordt al snel weggezet als een stomme TikTok-hype.

De conclusie is telkens: jongeren weigeren om hard te werken. Terwijl werk vroeger, in dat zogenaamd ideale verleden, juist iets was waar mensen voldoening en betekenis uit haalden.

Maar dat is dus niet waar.

Natuurlijk is er iets veranderd in hoe mijn generatie en die daarna naar werk kijken. Alleen betekent dat niet dat er vroeger een soort gouden tijd bestond waarin iedereen vrolijk uit bed sprong om naar kantoor, de fabriek of de winkel te gaan. Dat romantische beeld klopt gewoon niet. Mensen waren toen ook moe, gefrustreerd of uitgeput, alleen werd daar minder of eigenlijk niet over gesproken.

Misschien is dát wel het echte verschil: niet dat mensen werk nu zwaarder vinden dan vroeger, maar dat we er eindelijk eerlijk over durven te zijn. Dat we hardop zeggen dat werk niet altijd vervulling brengt. En misschien durven we onszelf voor het eerst iets voor te stellen wat vroeger vooral was weggelegd voor rijke mensen: een leven dat niet volledig draait om werken, presteren en voortdurend doorgaan.

Onlangs las ik dat er in de Griekse mythologie godinnen bestonden die zich bezighielden met de dromen van koningen. Alsof de dromen van machtige mensen belangrijker waren dan die van gewone mensen. En misschien is dat nog steeds wel een beetje zo. Sommige dromen worden serieus genomen — de dromen van rijke of invloedrijke mensen bijvoorbeeld. Als zij praten over vrijheid, rust of ‘een andere manier van leven’, heet dat visie. Maar wanneer gewone mensen verlangen naar minder werk, meer tijd of een rustiger bestaan, wordt dat al snel weggezet als naïef, verwend of onrealistisch.

Mogen alleen rijke mensen genieten?

Misschien hebben veel werkende mensen daardoor lang gedacht dat hun eigen verlangens er minder toe deden. Dat dromen van meer rust, meer vrijheid of een ander leven vooral mooie fantasieën waren, maar niets waar je echt aanspraak op kon maken.

Ik hoop dat er nu niet zozeer iets verandert aan onze houding tegenover werk, maar vooral aan wat we onszelf durven toe te staan om van het leven te verwachten. Alsof we ons voor het eerst massaal afvragen: wat als een leven niet volledig om werken hoefde te draaien? Wat als rust, vrije tijd en bestaanszekerheid niet alleen waren weggelegd voor rijke mensen, maar gewoon voor iedereen?

Even terugdenkend aan de corona en de pandemie: misschien zat de echte schok van toen niet alleen in het besef dat veel werkgevers wilden dat mensen bleven doorwerken, zelfs toen hun gezondheid gevaar liep. Misschien zat die schok ook ergens anders in: dat veel mensen ontdekten hoe een leven met minder werk eruit kon zien — en dat dat eigenlijk helemaal niet zo leeg of zinloos was als altijd werd gezegd.

Van jongs af aan krijgen veel mensen het idee mee dat je zonder werk niet weet wat je met jezelf aan moet. Dat stilzitten gevaarlijk is. Maar tijdens de lockdowns bleek juist het tegenovergestelde. Mensen gingen lezen, koken, wandelen, voor buren zorgen, online cursussen volgen of zelf kennis delen. Ze bakten brood, deden yoga, mediteerden bij het raam terwijl de straten stil waren en de vogels weer hoorbaar werden. Alsof veel mensen voor het eerst merkten dat een leven niet automatisch betekenisloos wordt zodra werk even wegvalt.

Ik vroeg de vrouwen om me heen wat ze zouden doen als ze niet meer hoefden te werken. Slechts één van hen zei dat ze waarschijnlijk zou blijven werken, al voegde ze er meteen aan toe dat ze het rustiger aan zou doen. Ze had een creatief beroep.

De rest antwoordde iets heel anders. We zouden meer tijd doorbrengen met vriendinnen, meer kinderen krijgen, of juist honden en katten nemen. We zouden eindelijk die grote tuin aanleggen waar we altijd over praten. We zouden zorgen voor levende dingen, voor elkaar. Misschien wat studeren, maar alleen uit interesse, niet om ergens beter in te worden of om nog productiever te zijn. En we zouden geen balletvoorstellingen, schooloptredens of verjaardagen meer missen.

Eigenlijk verlangden we allemaal naar hetzelfde: een leven met meer aandacht en minder haast. Een vorm van ledigheid die niet leeg is, maar juist vol zorg, plezier en aanwezigheid. Zodat je later niet hoeft terug te kijken met het gevoel dat je het grootste deel van je leven hebt ingeruild voor werk dat uiteindelijk maar weinig teruggaf.

Het doet denken aan het gedicht van de Chinese dichter Li Yuansheng, dat in 2014 onverwacht enorm populair werd in China. Daarin schrijft hij: „Ik wil met jou niksen. Samen naar vissen kijken. De thee koud laten worden. Doelloos rondlopen. Praten tot het donker wordt en de sterren verschijnen. Gewoon zitten en uit het raam staren naar wolken die voorbijtrekken”.

Ik denk dat het gedicht zoveel mensen raakt omdat het verlangen erin zo herkenbaar is: niet altijd iets hoeven bereiken, verbeteren of bewijzen. Gewoon tijd mogen verspillen aan niets bijzonders — en juist daarin iets waardevols vinden.

Maar tot het zover is willen — nee, eisen — we eerst iets anders: fatsoenlijke lonen, waarmee je zelfstandig een kind kunt grootbrengen. Een leven waarin scheiden niet meteen een financiële ramp betekent, omdat twee huizen in dit land onbetaalbaar zijn geworden. We willen werktijden die ruimte laten om echt met onze kinderen samen te zijn, in plaats van ze alleen maar van opvang naar opvang te slepen. En een woning als recht, niet als luxe. Op z’n minst dat.

Kortom, vriendinnen: een gelukkige Dag van de Arbeid. En laten we hopen dat werk ooit niet meer het middelpunt van ons bestaan hoeft te zijn. Dat het niet langer al onze tijd, energie en aandacht opslokt. Dat er op een dag eindelijk ruimte komt voor iets anders: rust, zorg, liefde, verveling misschien zelfs — kortom, voor leven.

Dit stuk verscheen eerder in El País en werd geselecteerd en vertaald in samenwerking met 360 Magazine.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next