Home

Patrick Radden Keefe is een bejubelde journalist. Als thrillerauteur loste hij ook nog een moord op

Journalist Patrick Radden Keefe bewandelt in zijn veelgeprezen misdaadboeken voorzichtig het lijntje tussen sensatie en integriteit. Dat hij over echte mensen schrijft houdt hij daarbij constant in gedachten. ‘Te vaak is een lijk slechts een lijk.’

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

‘Ik zit nu in mijn schrijvershol’, zegt Patrick Radden Keefe via een videoverbinding vanuit zijn huis in Westchester County, even ten noorden van New York. Links van hem staat een leren leesstoel met vloerlamp, achter hem liggen boeken die niet in de kast passen. ‘Ik vind dat niets er verfijnder uitziet dan stapels boeken op de vloer.’

Al een poosje heeft hij zich nauwelijks in zijn hol kunnen verschansen. Voor zijn boektour, zegt hij, is hij de afgelopen tien dagen elke dag in een andere stad geweest. ‘Het was prachtig, maar ik ben nu redelijk uitgeput.’ Hij is nog lang niet klaar. ‘Ik blijf nog een week in de Verenigde Staten, dan ga ik naar Ierland, Engeland, Schotland, Nieuw-Zeeland, Australië en Canada. In de herfst kom ik naar jou toe, in Nederland.’

Hij verontschuldigt zich vanwege de moeite die het kostte om een interview in te plannen. ‘Mijn schema is nu crazy.’ Want behalve de openbare optredens zijn er ook nog de journalisten die hem willen spreken. ‘En die komen nu zo ongeveer overal vandaan.’

De reden is dat hij alom wordt beschouwd als een van de beste schrijvers van verhalende non-fictie – zo niet de allerbeste. Zijn boek Say Nothing (2019, vertaald als Zeg niets), waarin hij de verdwijning van een moeder van tien kinderen aangrijpt (en oplost) om de geschiedenis te vertellen van de Noord-Ierse Troubles, staat op de lijst van The New York Times met de beste honderd boeken van de 21ste eeuw op plek negentien.

Empire of Pain (2021, vertaald als Het pijnstillerimperium), een saga over drie generaties van de Sacklers, de steenrijke familie achter de opiatencrisis die honderdduizenden Amerikanen het leven heeft gekost, werd door NRC in een vijfballenrecensie omschreven als de non-fictievariant van de Great American Novel.

Een jaar later verscheen Grifters (Schurken – Waargebeurde verhalen over moordenaars, oplichters, dwarsliggers en vrijbuiters), een verzameling van twaalf profielen die hij eerder bij zijn werkgever, The New Yorker, publiceerde. Ze gaan onder meer over de Mexicaanse drugsbaas Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán, de Nederlandse crimineel Willem Holleeder, en de Amerikaanse tv-chef Anthony Bourdain.

In een tijd waarin schrijvende journalisten niet meer het aanzien genieten van, zeg, dertig jaar geleden, is Keefe (1976) een uitzondering. De Britse zondagskrant The Observer omschreef hem als een van de weinige tijdschriftjournalisten die sinds Joan Didion zijn uitgegroeid tot culturele beroemdheid.

Sinds Didion is hij ook een van de weinige tijdschriftjournalisten die als model optrad voor een kledingmerk: Didion poseerde voor Gap, Keefe voor J.Crew. Keefe deed ook iets waar Didion nooit aan is begonnen: hij speelde zichzelf – een vasthoudende onderzoeksjournalist genaamd Patrick Radden Keefe – in een dramaserie, Industry, waarvan onlangs het vierde seizoen uitkwam bij HBO.

Naar een nieuw boek van Keefe, die wordt gezien als een van de voornaamste kandidaten om na 28 jaar New Yorker-hoofdredacteur David Remnick op te volgen, wordt nog ouderwets reikhalzend uitgekeken. Van London Falling, zoals de titel ervan ook in de Nederlandse vertaling van Hans E. van Riemsdijk luidt, waren de filmrechten voorafgaand aan publicatie al verkocht aan de illustere filmstudio A24.

London Falling draait om een sprong van de 19-jarige Zac Brettler van een balkon op de vijfde verdieping van een luxe appartementencomplex aan de Theems in Londen, op 29 november 2019 om 02.23 uur. Camera’s van MI6, de Britse inlichtingendienst die daar pal tegenover ligt, registreerden de val. Hij stond, zo tonen de beelden, in zijn eentje op het balkon.

Zelfmoord, concludeerde Scotland Yard, de Londense politie. Onzin, zeggen de ouders van de jongen, die wijzen naar de mannen met wie hij vlak voor zijn val in het appartement was: Akbar Shamji, een hosselende ondernemer; en Verinder Sharma, een beruchte gangster. Hij sprong niet om te sterven, stellen zijn ouders, maar om aan hen te ontsnappen.

Op het eerste oog gaat London Falling over de dood van een jongen. Een tragisch onderwerp, dat zeker, maar van een andere schaal dan de Troubles of de opiatencrisis. De grote vraag was dan ook of dit net zo’n meesterwerk zou zijn als Say Nothing of Empire of Pain.

Afgaande op het vrijwel unanieme oordeel van recensenten is het antwoord ja. ‘Grimmig meeslepend van begin tot einde’, vindt de recensent van The Guardian, die concludeert dat Keefe schrijft in de ‘page-turning tradition’ van schrijvers als Gay Talese en Joseph Mitchell. Het leest als een boek van Dickens, aldus The Wall Street Journal, ‘maar niets is fictie’.

Keefe hoorde over Zac Brettler toen hij in Londen was voor de verfilming van Say Nothing – de bekroonde serie is op Disney Plus te zien. ‘Een vriend van de regisseur vertelde me over zijn goede vrienden, Matthew en Rachelle Brettler, wier zoon onder mysterieuze omstandigheden om het leven was gekomen’, zegt hij.

Tot dat moment hadden de Brettlers een comfortabel leven geleid in de Londense wijk Maida Vale. Matthew werkte in de financiële sector, Rachelle was journalist en schreef onder meer stukken voor HTSI, de luxe weekendbijlage van de Financial Times.

In 2000 kregen ze hun tweede kind, Zac. De verwachting was dat de slimme en gevatte jongen, net als zijn een jaar oudere broer Joe, zou worden toegelaten tot de prestigieuze University College School. Maar onder meer omdat hij als 11-jarige geen goed antwoord kon bedenken op een vraag over abstracte kunst, werd hij afgewezen. Hij belandde uiteindelijk op de Mill Hill School. In de omgeving van de Brettlers betekende een plek daarop dat je door de ‘betere’ scholen was afgewezen.

Wél geliefd was Mill Hill School bij het ‘nieuwe geld’. Kinderen van Russische oligarchen waren er oververtegenwoordigd. Op koude winterochtenden bestelden sommigen een Uber om niet acht minuten van de slaapzaal naar het leslokaal te hoeven lopen.

In deze omgeving raakte Zac vervreemd van zijn ouders want geobsedeerd door geld, status en The Wolf of Wall Street. Dat is een film waarvan de zuipende en snuivende personages door de makers bedoeld zijn ter afschrikking tegen de excessen van het kapitalisme, maar door Zac – en vermoedelijk door veel andere jonge, beïnvloedbare kijkers – gezien werden als aantrekkelijk ideaalbeeld.

‘Doe alsof!’, zegt het door Leonardo DiCaprio gespeelde hoofdpersonage Jordan Belfort in de film. ‘Doe alsof je al rijk bent, dan zul je vanzelf rijk worden.’ Dat advies nam Zac ter harte. Na zijn dood komen zijn ouders achter het dubbelleven dat hij heeft geleid. Hij had zich een accent aangeleerd en zich voorgedaan als Zac Ismajlov, de zoon van een Russische miljardair. Onder de mensen die hij had misleid bevinden zich Akbar Shamji en Verinder Sharma.

Het artikel dat u er in The New Yorker over schreef, was met vijftienduizend woorden al behoorlijk lang. Waarom dacht u: hier zit nog meer in?

‘In de twintig jaar dat ik voor het blad schrijf, heb ik maar vier keer gedacht: ik ben nog niet klaar. In dit geval wist ik dat voorafgaand aan publicatie al. Dat komt doordat ik meer wilde weten over de achtergronden en familiegeschiedenissen van de drie gasten in die kamer. Ook wilde ik beschrijven hoe Londen de afgelopen vijf decennia is getransformeerd. Op die manier dacht ik een groter, ambitieuzer verhaal te kunnen vertellen – zonder daarbij de focus op Zac en zijn familie te verliezen.

‘Maar ik wilde dit alleen doen als Matthew en Rachelle ermee akkoord zouden zijn. Dus nog voordat ik het artikel af had, vertelde ik ze over mijn plannen voor een boek, maar ik vertelde ze ook dat ik dat alleen zou schrijven als zij bereid waren daaraan mee te werken.’

Waarom wilden ze dat? Voor hen moet het traumatisch zijn geweest om alles weer op te rakelen.

‘Ik denk om verschillende redenen. We hadden een band opgebouwd. Ze vertrouwden erop dat ik zorgvuldig te werk zou gaan, gericht op de feiten en niet op sensatie. Maar ik vertrouwde hen ook dat ze mij mijn gang zouden laten gaan. Het boek staat vol dingen waar ze zich ongemakkelijk over voelen: Zac die Rachelle tijdens een ruzie bij haar keel greep, de pornografische dingen die Zac googelde.

‘Dat soort dingen wilden ze volgens mij liever niet in het boek. Maar ik vertelde ze dat dit een boek is over leugens en de waarheid, over mensen die zich anders voordoen dan ze werkelijk zijn, en ik daarom moeilijk een rooskleuriger beeld kon schetsen.

‘Ik denk dat ze ook mee wilden werken omdat ze woedend zijn op de Londense politie. Ze hadden verwacht dat als je de politie belt, die komt en zijn werk doet – misschien is dat de naïeve verwachting van witte, geprivilegieerde mensen, maar ze hadden die wel. Ik denk dat ze wilden dat de politie iets van verantwoording zou afleggen, of in elk geval dat hun eigen kijk op de zaak in een boek werd vastgelegd.

‘Ten slotte zien ze dit boek als een monument, een vreemd soort eerbetoon aan hun zoon.’

U heeft zelf twee kinderen. Bent u tijdens het schrijven van dit boek anders naar ze gaan kijken?

‘Ja, dit boek begon als een soort thriller, een mysterie, maar uiteindelijk werd het een verhaal over ouderschap en rouw. En mijn kinderen zijn van ongeveer dezelfde leeftijd als Zac en Joe. Soms gingen ze door heel normale, puberale fases, waarop ik overdreven reageerde omdat ik steeds moest denken aan wat Zac is overkomen.

‘Tienerkinderen worden op een zeker moment hun eigen persoon. Het controleverlies dat je dan als ouder ervaart, vond ik het moeilijkste dat er is – maar het is óók natuurlijk. Al wordt het natuurlijk wel een probleem als je je kind helemaal niet meer herkent, zoals bij Zac.’

Liegen pubers niet vaak over hun identiteit? Ik ken iemand die, om indruk te maken op de meisjes, zich in het buitenland altijd voordeed als kroonprins van Nederland.

‘Ik denk dat dat inderdaad veel vaker voorkomt dan we denken. In het boek schrijf ik over Hugo Gryn, de vader van Rachelle. Toen hij stierf, dacht iedereen dat hij naar Cambridge University was gegaan – die leugen heeft hij zijn hele leven volgehouden. Maar ook Bob Dylan verzon van alles.

‘Het lastige met de Instagramgeneratie is dat de grens tussen fantasie en werkelijkheid vervaagt. Op sociale media draagt iedereen een beetje een masker. Een dag of tien geleden zei een vrouw in Nashville tegen me dat alle tieners in het boek de leugens van Zac meteen doorhadden. Maar alle volwassenen geloofden hem.

‘Zo had ik er zelf nog niet naar gekeken, maar ze heeft gelijk. Dat betekent dus dat de generatie die opgroeit met sociale media een soort ingebakken wantrouwen kent. Ze wéten dat iedereen zich anders voordoet dan ze in werkelijkheid zijn.’

Niet alleen de mensen houden in London Falling de schijn op. ‘De Londense straten kenmerken zich door smetteloze gevels, vaak geschilderd in crème- en ivoortinten die doen denken aan een bruidstaart’, schrijft Keefe.

Maar achter die glanzende façades, vervolgt hij, gaat een schaduwwereld schuil van ‘lege stadspaleizen, buitenlandse bankrekeningen, besmet geld, anonieme brievenbusfirma's, gewetenloze zakenlieden, roofzuchtige types, [en] falende autoriteiten.’

Zoals de titel van het boek suggereert gaat het niet alleen over de val van een jongen, maar ook over die van een stad. Eeuwenlang was Londen ’s werelds grootste havenstad, maar na de uitvinding van de stapelbare zeecontainer in 1955 – die moeiteloos van schip op trein kon worden overgeladen – werden alle dokken en pakhuizen aan de Theems overbodig.

Londen moest zichzelf opnieuw uitvinden en kreeg daarbij hulp van premier Margaret Thatcher, die in 1986 de bankensector dereguleerde. Eerst kwamen de Amerikaanse bankiers, schrijft Keefe, maar na de val van de Sovjet-Unie in 1991 stroomde ook het Russische geld ‘Londongrad’ binnen.

‘Londen verhoudt zich tot miljardairs zoals het oerwoud van Sumatra tot de orang-oetan’, zei de Londense burgemeester Boris Johnson in 2014. Uitgebreid schrijft Keefe over hoe de stad het Russische grootkapitaal verwelkomt én overal mee laat wegkomen – inclusief, zo suggereert hij, met moord. ‘Mijn boeken gaan nooit alleen over misdaad’, zegt Keefe. ‘Ik snap dat ze op een plank in de boekhandel moeten liggen en ik vind het prima als dat die van true crime is, maar het is geen etiket dat ik erop zou plakken.’

Vindt u dat truecrimeverhalen slachtoffers eer betonen of uitbuiten?

‘Met al die Netflix-documentaires en podcasts is er een soort truecrime-industrieel complex ontstaan. Veel ervan vind ik niet goed. Te vaak is een lijk slechts een lijk. Als je een beetje geluk hebt, krijg je slechts een oppervlakkig beeld van hoe de vermoorde persoon bij leven was.

‘Zonder al te zelfingenomen te willen klinken, zie ik mezelf als iemand die op een meer literaire wijze werkt. En ook ik ben zeer geïnteresseerd in de badguys, maar je zult in mijn boeken niet ver komen zonder ook uitgebreid het verhaal van een van hun slachtoffers tegen te komen.

‘Mijn vak bestaat uit naar mensen toegaan en ze vragen naar het allerergste dat ze in hun leven hebben meegemaakt. Op een gekke manier is dat een privilege, maar daar komen ook verantwoordelijkheden bij kijken. Je moet in je achterhoofd houden dat het over echte mensen gaat en dat er nabestaanden zijn die trauma’s met zich meedragen.’

Bestaat er spanning tussen die trauma’s en de narratieve trucjes die u toepast, zoals cliffhangers?

‘Zeker. Ik houd bewust informatie voor de lezer achter, omdat ik denk dat dat het verhaal spannender maakt. Op die manier hoop ik de lezer – iemand die voortdurend een telefoon in zijn zak heeft die hem van de pagina probeert weg te trekken – bij het verhaal te houden. Ik ga me daar niet voor verontschuldigen.

‘Ik ben me er wel van bewust dat het gebruik van zo’n trucje sensatiebelust kan overkomen. Het is een dunne lijn die ik voorzichtig bewandel.

‘Dat doe ik volgens mij ook, door zoveel aandacht aan het leven van Zac te besteden. En het achterhouden van informatie heeft effect. Mensen beginnen aan mijn boeken en lezen ze ook uit – dat is tegenwoordig ongebruikelijker dan ik zou willen toegeven. Vaak komt er een vrouw naar me toe die zegt: ‘Mijn man leest nooit boeken, maar hij heeft Say Nothing wel gelezen.’’

In interviews heeft u zichzelf omschreven als risicomijdend. Waarom schrijft u dan over misdaad?

‘Soms is een misdaad een scheurtje in het weefsel van de samenleving, waar je doorheen kunt kijken om die beter te begrijpen. Die kansen wil ik niet laten liggen.

‘Ik ben me ervan bewust dat schrijven over misdaad gevaarlijk kan zijn – toen ik in Amsterdam was om te schrijven over Willem Holleeder, heb ik tijd doorgebracht met Peter de Vries. Maar ik denk dat het veel gevaarlijker is als je, zoals Peter deed, schrijft over je eigen stad.

‘Sommige van de gangsters die ik voor London Falling sprak, hebben iets provinciaals. Als ik in Noord-Londen had gewoond, hadden ze me misschien kunnen aanraken. Maar ik woon bij New York en voor hen is dat net Mars.’

Een van die gangsters is Andy Baker, die met Verinder Sharma betrokken was bij een afpersing en waarschijnlijk nog veel meer op zijn kerfstok heeft. ‘Toen ik de eerste keer met hem sprak, vroeg hij binnen dertig seconden hoe het met Chopin, Justyna, Lucien en Felix ging’, zegt Keefe. Chopin is zijn overleden hond, Justyna zijn vrouw en Lucien en Felix zijn zijn zoons. ‘Dat deed hij natuurlijk om te intimideren.’

Een paar maanden later was de sfeer totaal anders. ‘Ik kreeg toen een schilderij van hem’, zegt Keefe. Het was er een in de stijl van Nighthawks van Edward Hopper, maar in plaats van twee anonieme mensen aan de bar stond Keefe erop, met onder zijn arm het breed grijnzende hoofd van Baker. Toen Keefe zei dat het moeilijk zou worden om het mee te nemen naar de Verenigde Staten, zei Baker dat het geen cadeau was. Hij vroeg Keefe het te signeren – het was voor Baker zelf.

Ook door criminelen wordt Keefe bewonderd. ‘Ik weet nog steeds niet waarom, maar ik vermoed dat dat komt doordat ik over Chapo Guzmán heb geschreven.’ Lachend: ‘Hij zal wel hebben gedacht: eindelijk een journalist die waardig genoeg is om mij te spreken.’

(Na publicatie van het profiel over Guzmán werd Keefe door Guzmáns advocaat benaderd met het verzoek als ghostwriter de memoires te schrijven van de man die heeft gezegd eigenhandig tussen de twee- en drieduizend mensen te hebben vermoord. Keefe bedankte vriendelijk.)

U bent veel meer te weten gekomen over de toedracht van de dood van Zac dan de politie. En uw collega Jia Tolentino zei in een profiel over u in The New York Times dat u meerdere moorden heeft opgelost. Wat maakt u zo’n goede onderzoeker?

‘Jia overdrijft, het is maar één moord, die van Say Nothing. Daarbij draaide het meer dan wat dan ook om volharding. Mijn aantekeningen daarover ben ik keer op keer blijven herlezen – totdat ik dankzij nieuwe informatie eindelijk begreep wat er stond.

‘Ik heb natuurlijk ook gewoon de luxe dat ik daar de tijd voor krijg. Ik mag rustig een half jaar aan een artikel besteden.’

De kop van het profiel was: ‘Kan een journalist nog een beroemdheid zijn?’ Beïnvloedt uw publieke bekendheid uw werk?

‘Ik was niet blij met die kop, maar goed. Dat ik bekender ben geworden, kan een voordeel zijn. Ik merk dat sommige bronnen eerder geneigd zijn te praten als ze werk van me hebben gelezen. Maar dat blijven uitzonderingen. Ik word binnenkort 50, ik doe dit werk nu twintig jaar en ik denk dat ik er goed in ben, maar het grootste deel van mijn dag bestaat uit het bellen van mensen die de telefoon niet opnemen, of het mailen van mensen die niets terugsturen. Dat verandert nooit en dat vind ik prachtig, want het houdt me nederig en scherp.

‘Het rolletje in Industry of het werk voor J.Crew vind ik geinig om ernaast te doen, maar dat zal mijn echte werk nooit beïnvloeden.’

Uw boeken gaan over mensen die zichzelf heruitvinden. U gaat dat niet doen?

‘Nee, een jaar of vijftien geleden begon ik met het schrijven van scripts voor Hollywood. Ik kreeg de kans om te doen wat veel journalisten doen, namelijk zeggen: doei journalistiek, Hollywood betaalt meer. Maar dat deed ik niet.

‘Want ik houd van het schrijven van artikelen en boeken. Ik leid nu het leven waarvan ik vijftien jaar geleden heb gedroomd. Ik wil dat er niets verandert, maar dat gaat wel gebeuren, want volgend jaar wordt het waarschijnlijk ietsjes minder en het jaar daarop ook. Zo werkt de wereld nu eenmaal. Maar daarom probeer ik er nu zo veel mogelijk van te genieten.’

Dan zegt Keefe dat hij moet gaan. Het is tijd voor de volgende afspraak. Die is niet met een journalist. ‘Als het goed is, word ik straks gebeld vanuit een gevangenis in Wales.’ Lachend: ‘Door Andy Baker.’

Patrick Radden Keefe: London Falling – Een mysterieuze dood in een corrupte stad en een familie op zoek naar waarheid. Uit het Engels vertaald door Hans E. van Riemsdijk. Nieuw Amsterdam; 396 pagina’s; € 29,99.

CV PATRICK RADDEN KEEFE

1976Geboren in Boston.
1999Bachelor geschiedenis aan Columbia University.
2005Master in rechten aan Yale Law School.
2005Boek Chatter.
2006Eerste artikel in The New Yorker.
2009Boek The Snakehead.
2012In dienst bij The New Yorker.
2018Boek Say Nothing (vertaald als Zeg niets).
2020Achtdelige podcast Wind of Change.
2021Boek Empire of Pain (vertaald als Het pijnstillerimperium).
2022Boek Rogues (vertaald als Schurken).
2024Uitvoerend producent van dramaserie Say Nothing.
2026Boek London Falling (vertaald onder dezelfde titel).

Patrick Radden Keefe woont met zijn vrouw en hun twee kinderen in Westchester County, even ten noorden van New York.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next