Home

De Haagse politiek onderschat collectief de ernst van de Europese veiligheidscrisis

Premier Rob Jetten miste deze week een kans om de Haagse schijnwerpers op de urgente veiligheidssituatie te richten.

Wie deze week premier Rob Jettens rede over buitenlands beleid aanhoorde, kon in verwarring raken over het jaar waarin we leven. Zijn toespraak had met wat kleine aanpassingen ook vijf of tien jaar eerder gehouden kunnen worden. Hij wekte de indruk van een stevig verankerd beleid, maar het anker is zo roestig dat het nergens meer grip op krijgt.

Wat vooral ontbrak, was urgentie over de Europese veiligheidssituatie. Die is de directe aanleiding – samen met de druk en toegenomen onvoorspelbaarheid van de VS – voor historisch grote investeringen in Europese krijgsmachten. Die worden (hopelijk) niet alleen gedaan om de Amerikaanse president Donald Trump te paaien, maar vanuit de overtuiging dat ze bittere noodzaak zijn – om de Navo ‘gelijkwaardiger en sterker te maken’, maar ook voor als de alliantie uiteenvalt.

Kortom, overleven als vrij en democratisch land is het doel.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Dit kabinet is met een serie bezuinigingen in sociale uitgaven gekomen, en een vrijheidsbijdrage, om langdurig te kunnen investeren in veiligheid. Inmiddels zijn de meeste voorstellen alweer ingeslikt terwijl er geen alternatieve plannen op tafel liggen: een politiek ‘wapenfeit’ dat nogmaals onderstreept hoezeer de Haagse politiek collectief de ernst van de situatie blijft onderschatten.

Zo miste Jetten deze week een kans de Haagse schijnwerpers, die meestal naar binnen gericht staan, opnieuw te zetten op de internationale ontwikkelingen die Europa’s herbewapening noodzakelijk maken.

Rusland geeft grofweg 40 procent van zijn begroting uit aan defensie, waaronder de ballistische raketten die heel Europa bestrijken en de massa’s drones die, zoals vrijdag bleek, zelfs Navo-bondgenoten kunnen terroriseren zonder dat een serieus antwoord volgt.

Hiertegenover staan West-Europese landen die kampen met grote schulden, wankele leiders en morrende kiezers, en dus de grootste moeite zullen hebben die beloofde defensie-investeringen werkelijk uit te voeren.

Navo-chef Mark Rutte zegt dat de bondgenoten nu veilig zijn, maar dat over een paar jaar gevaar dreigt. In werkelijkheid is Europa juist op dit moment kwetsbaar, omdat de munitievoorraden laag zijn en de middelen om Rusland effectief af te schrikken – zoals langeafstandswapens – grotendeels ontbreken.

Dankzij grote Duitse investeringen, geflankeerd door Polen en een aantal kleinere maar serieuze Noordse en Baltische landen, wordt die situatie binnen enkele jaren beter. Maar ook Duitsland kampt intern met splijtende politieke krachten, dus is niets zeker.

Ja, Vladimir Poetin heeft ook te kampen met tegenslag, thuis en op het slagveld. Maar EU-buitenlandchef Kaja Kallas waarschuwde deze week terecht voor de gevolgen als Rusland genoodzaakt wordt tot een nieuwe mobilisatie. ‘Er kan een punt komen waarop ze moeten escaleren om die mobilisatie te rechtvaardigen, en dat is heel gevaarlijk.’

In deze situatie is er één Europees land dat zijn democratie verdedigt met een grote slagvaardige krijgsmacht: Oekraïne. Het gaat niet aan dat land tot in het oneindige om de oren te slaan met de strenge Kopenhagen-criteria voor toetreding, zoals Jetten deed. Om te overleven hebben Oekraïne en de Europese Unie elkaar nodig.

Dat moet het uitgangspunt zijn voor een moeilijke, maar noodzakelijke diplomatieke zoektocht naar een manier om Oekraïne zo snel mogelijk verantwoord te verankeren in Europese instellingen en allianties.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next