Bij het sluitstuk van zijn carrière als (liedjes)schrijver, cabaretier en frontman van Klein Orkest is Harrie Jekkers (74) trots en verwonderd. Misschien nog wel het meest door zijn rustig geworden liefdesleven.
Gidi Heesakkers is chef van Volkskrant Magazine. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Heel eerlijk: Harrie Jekkers (74) is best nerveus voor zijn laatste weken als optredend zanger en cabaretier. ‘Ik heb een beetje te veel hooi op mijn vork genomen. Er ontstond een run op kaartjes voor de voorstelling nadat ik in december bij Jinek zat, een wachtlijst van vierduizend mensen bij de Koninklijke Schouwburg. Toen zijn er drie avonden Zuiderparktheater bij gekomen. Daar passen er 1.300 in, dat schiet tenminste op. Drie avonden achter elkaar mijn stem goed houden, daar maak ik me wel zorgen over.’
Vooral omdat hij na de shows in juni ook gaat signeren – in het staartje van zijn afscheidstournee verschijnt een biografie. ‘Dat is een wedstrijd extra hoor, want de ervaring leert dat er zó tweehonderd man voor je neus staat. O ja, er komt ook een tentoonstelling in de Schouwburg met foto’s die ik nog moet uitzoeken. En er worden tv-opnames gemaakt, want BNNVara wil de voorstelling uitzenden.’
Een vrolijke grijns verschijnt op zijn gezicht: ‘Dat zijn nogal spannende dingen voor een bejaarde. Maar als ik het allemaal haal, ga ik er met een knal uit.’
Op 1 juli wordt Jekkers 75 jaar. Dan zijn er nog vier speelbeurten over van In mijn liedjes kan ik wonen, een nostalgische matinee in zijn geboortestad Den Haag rondom de favorieten uit zijn oeuvre. Elf dagen na zijn verjaardag zet hij een punt achter tien cabaretvoorstellingen, een hele trits boeken en hits als frontman van het links geëngageerde Klein Orkest in de jaren tachtig. Over de muur natuurlijk, Laat mij maar alleen, Koos Werkeloos. En dan is er nog O, o, Den Haag, dat altijd aan hem zal blijven plakken.
Jekkers won de Annie M.G. Schmidt-prijs en met Klein Orkest een Edison. Later volgden de voorloper van cabaretprijs Poelifinario en de Zilveren Griffel voor het boek Ballade van de dood dat hij schreef met Koos Meinderts, zijn middelbare schoolvriend die na hun gezamenlijke Klein Orkest-avontuur een vaste schrijfpartner bleef.
Zijn gezondheid is de belangrijkste reden om te stoppen. ‘Mijn nieren zijn wat zwakker geworden, daar heb ik medicijnen voor. En ik lijd aan PHPD, ken je dat? Pijntje hier, pijntje daar. Maar ik heb ook niet zoveel meer te melden. Voor mijn gevoel heb ik alle onderwerpen die mij boeien behandeld met humor of in een lied.’
Fluitend vult hij de waterkoker in het Utrechtse flatje dat hij kocht voor zijn moeder nadat zijn vader was overleden, 28 jaar geleden. Na haar dood hield hij het aan. Hier slaapt hij als hij niet thuis is, op Ibiza. Tussen twee dorpjes in het rustige noorden van het eiland liet hij begin jaren 2000 een huis bouwen met zijn toenmalige vriendin, een witte finca met een grote tuin en een zwembad.
De biografie die 1 juni verschijnt, kreeg de titel van een van zijn bekendste liedjes, Ik hou van mij, over zelfliefde. Geen officieel gedoe, zei hij tegen biograaf Sander van Leeuwen, die eerder een biografisch portret schreef van zanger en liedjesschrijver Hans de Booij. ‘Het moest een groot interview worden, gewoon een boek dat je lekker langs het zwembad gaat liggen lezen.’
Niet dat het een en al luchtigheid is. Hij is openhartig over de angsten en paniekaanvallen die hem in de weg zaten toen hij in Groningen Engels studeerde, en ook daarna nog, soms. Voor het eerst praat hij over de blaaskanker die vlak voor corona bij hem werd ontdekt, en die een escalerend drankprobleem inluidde.
Een aantal dingen moest hij ‘in goede banen leiden’, zegt hij. ‘Vooral het deel over de relatie met mijn broer heb ik wat afgezwakt. Mijn broer en ik, dat is te ingewikkeld om in een boek of een interview uit de doeken te doen. De vrouwen in mijn leven, dat ligt hier en daar ook flink gevoelig. Ik heb ze allemaal een andere naam gegeven. Behalve degene die de cirkel rond maakt. Zij heet echt Marijke. Ben je al aan het opnemen? Als ik op mijn praatstoel kom te zitten, dan kan ik weleens wat meer vertellen dan ik eigenlijk van plan was.’
We komen er wel uit, denk ik. Je lijkt me niet zó’n ingewikkelde man.
‘Nou, dat ben ik eigenlijk wel. Alleen heb ik een heel goede act waardoor ik het zogenaamd niet ben. Ik hang altijd de gewone, ongecompliceerde jongen uit met weinig kapsones. Een beetje arbeideristisch bijna. Je moet niet opscheppen over jezelf, vind ik, maar ook geen valse bescheidenheid hebben. Maar ik ben dus wel wat gecompliceerder in mijn hoofd, en wat serieuzer dan op het podium.
‘Theo Maassen interviewde mij laatst voor zijn podcast Ervaring voor beginners, en hij had het over mijn ‘likeability’. Daar vaar ik inderdaad blind op. Als ik mijn kop laat zien in het theater, dan zie ik de mensen bijna denken: ah, aardige gozer, dat wordt leuk.’
Is dat iets in je uitstraling? Dat mensen denken, daar kun je gezellig een biertje mee drinken?
‘Zoiets ja. Ze mogen me. Het is het grootste talent dat ik bezit, maar ik heb er niets voor gedaan.’
Wanneer merkte je dat voor het eerst op?
‘Bij Klein Orkest, als ik tussen de liedjes door ging praten, in plaats van aftellen, liedje, aftellen, liedje. Toen ik later cabaret ging doen, merkte ik dat die manier van doen in Nederland heel leuk werd gevonden. Mijn impresario Joop Koopman zei: ‘Als jij op het podium staat, lijkt het of je alles ter plekke staat te verzinnen. Moet je altijd zo houden. Niet met een regisseur gaan werken.’
‘Ik moet soms ook om mezelf lachen op het toneel. Een doodzonde. Maar ja, ik geniet er gewoon van, en ik geloof dat het ook niet zo erg is om te laten zien dat ik er lol in heb. Dan denk je tenminste niet: hij staat daar alleen maar geld te verdienen of een poging te doen om literair verantwoord de beste te zijn.’
Je komt er ook gewoon voor uit dat je er bakken met geld mee hebt verdiend.
‘Ja, dat is geen geheim. In de laatste voorstelling vertel ik wat ik aan muziekrechten krijg voor de grootste Klein Orkest-hits. Per jaar 25 duizend euro voor die twee liedjes, die intussen veertig jaar oud zijn. ‘Kunnen jullie rekenen?’, zeg ik dan. ‘Dat is 1 miljoen. Daarom heet de voorstelling In mijn liedjes kan ik wonen.’ En ik krijg er nog applaus voor ook.’
Dit flatje is echt geen dikdoenerij.
‘Dit huis? Nee. Ik had in Utrecht eerst nog een grachtenpand, maar daar voelde ik me veel minder fijn dan hier. Lekker alles op dezelfde verdieping.
‘Ik ben opgegroeid in een flat en ben totaal geen luxepaard. Auto’s interesseren me geen bal, kleding ook niet. Ik geef wel veel geld uit aan service. Iemand die mijn huis en het zwembad schoonmaakt, iemand die de tuin bijhoudt. En taxi’s, als ik in Nederland ben. Heen en weer van Utrecht naar Den Haag is iets van 200 euro. Prima.’
En dan zit je lekker te kletsen met de chauffeur?
‘Nee, praten met taxichauffeurs, daar probeer ik van weg te blijven. Het zijn toch vaak rechtsachtige mensen met vervelende praatjes. Van dat gelul over ‘die moesten ze allemaal het land uit schoppen’, daar zit ik niet zo op te wachten.’
In de biografie noem je jezelf nog steeds radicaal-links, en ontvouw je een plan voor de AOW-uitkering. ‘Ik zou voor een partij zijn die zegt: als je 67 bent en je hebt drie ton op de bank plus een goed pensioen, dan krijg je geen AOW. Punt. Dat gaat in de pot en dan verhogen we de AOW van mensen met een klein pensioen.’
‘Ik zou heel erg voor een politieke partij zijn die al die rijke klerelijers zou afromen. Nu moet ik het van Jimmy Dijk hebben. Dat vind ik nog de leukste. Een roepende in de kapitalistische woestijn.’
Zanger Dries Roelvink kwam begin dit jaar in het nieuws omdat hij zijn AOW wilde weggeven aan een goed doel.
‘Dat doe ik ook wisselend. Ik ben echt flink rijk hoor. Ruim vijf keer miljonair, als je die twee huizen meerekent. Dus ik heb helemaal geen AOW nodig.
‘Mijn twintiger jaren, dat was de tijd van het kabinet-Den Uyl. Als je toen niet links was, had je geen vrienden. Iederéén was links. Het is wel teleurstellend dat al die linkse mensen langzamerhand gearriveerd zijn in goede banen en niet zo links meer zijn. Ik reken mijzelf daar ook enigszins toe. Wat moet ik nou nog zeggen met al dat bezit dat ik heb?’
Je kunt in ieder geval stemmen voor een partij die opkomt voor mensen die het minder goed hebben.
‘Ja, dat kan wel, maar zodra je die boodschap van solidariteit flink gaat lopen uitdragen, krijg je van rechtsachtige mensen direct het verwijt dat je lekker makkelijk praten hebt. Links lullen, rechts je zakken vullen.
‘Als je links bent, word je eigenlijk geacht bongo spelend in een tochtig kraakpand te zitten. Dat is natuurlijk onzin; je kunt ook een aardig iemand zijn, geld weggeven of projecten verzinnen waarmee je een ander helpt.
‘Maar het blijft moeilijk, dat zie ik zelf ook in. Ik heb een prachtig huis in Spanje met een heel mooie tuin. Dat is een paradijsje. Vaak genoeg sta ik er nog verbaasd naar te kijken: dit heb ik dus allemaal bij elkaar gezongen. Om vanuit die positie nog op de barricades te gaan staan en ‘weg met het kapitalisme’ te roepen, dat heeft iets potsierlijks.’
Het is niet altijd rijkdom geweest, toch? Toen Klein Orkest stopte, was het geld op.
‘Ik heb tot mijn 40ste altijd rondgelopen met weinig poen. Ik had nooit verwacht dat ik als cabaretier zo ver zou komen. Met mijn eerste drie solovoorstellingen stond ik qua kaartverkoop gelijk aan Herman Finkers en Youp van ’t Hek. Circustheater Scheveningen, 1.800 man, veertien keer uitverkocht. Hoe kan het? Als je in je eentje optreedt en je hebt succes, dan verdien je zó schandalig veel. Dan moet je uitkijken dat je geen kapsones krijgt of met geld gaat smijten.’
Wat wilde je bij je publiek teweegbrengen?
‘Mijn core business is liedjes maken. Ik wilde mooie liedjes laten horen. Tot mijn verbazing is wat ik heb gemaakt voor veel mensen zinniger geweest dan ik ooit gedacht had. De tekst van Ik hou van mij is opgenomen in allerlei zelfhulpboeken. Ik word op straat bedankt voor dat liedje. We hebben er zo veel aan gehad, zeggen ze dan.’
Heb je er zelf ook iets aan gehad?
‘Eh, nee. Het was gewoon een geintje hoor.’
Maar de boodschap past wel bij iets wat jij ook over jezelf hebt ontdekt.
‘Ja, toen ik erachter kwam dat ik niet zo geschikt was voor verkering. Dat ik het vijf of zes keer geprobeerd had, maar dat ik dat niet kon. Toen heb ik gedacht: ik zet mezelf centraal en ga niet meer de hele tijd proberen anderen tevreden te houden.
‘Ik ben geen type voor een te vaste relatie. En zéker niet voor samenwonen. Als ik één relatie heb, moet het los zijn, en dan moet de ander er dus ook zo over denken.’ Hij begint te stralen. ‘Maar jij weet na het zien van de voorstelling: die vrouw ben ik opnieuw tegengekomen, en zij denkt er ook zo over. Dat is heel bijzonder.’
Die vrouw is zijn jeugdliefde Marijke, die hij leerde kennen toen hij 18 was en zij 15. Ze werkten allebei bij De Gruyter, de supermarkt waar zijn vader manager was. ‘Ze was Française-achtig, met donker haar en grote lippen. Het leuke was: zij kreeg altijd een rode kop als ze mij zag. Iedereen had dat door. Dus dat werd het lachertje van de zaak. Ik vond haar veel te jong om verkering te hebben. Dus ik liet haar gewoon een beetje blozend rondlopen.’
Later, toen hij in Groningen Engels studeerde, werd ze zijn eerste vriendin, en de eerste vrouw die hem aan de kant zette omdat hij te weinig tijd voor haar maakte. ‘In de periode dat zij drie kinderen kreeg, werd ik bekend als Klein Orkest-zanger. Bij mijn tweede solovoorstelling zat ze in de zaal. Kwam de technicus na afloop naar me toe: ‘Er is hier een of andere Marijke die zegt dat jij vroeger wat met haar hebt gehad.’ In de kleedkamer begon ze meteen weer te blozen. Ze kon geen woord uitbrengen. Het was overduidelijk dat deze ontmoeting belangrijk was, voor ons allebei.’
Ze hielden af en aan contact, maar omdat ze allebei gebonden waren, bloeide er niet meteen iets op. Tot ze een paar jaar geleden op een avond afspraken om de brieven te herlezen die ze vroeger naar elkaar hadden geschreven. ‘Bij de volgende afspraak heb ik opgebiecht dat ik eigenlijk mijn hele leven lang verliefd op haar ben gebleven. Ik droomde ook vaak over haar.’
Wat waren dat voor dromen?
‘Geen seksdromen! Het waren juist rustige dromen, waarin ik thuiskwam van mijn werk, mijn tas in de gang zette en dat zij stond te koken. Als ik wakker werd, had ik altijd even de pest in dat ik een vriendin had. Dit klinkt allemaal heel onbeschoft, dat snap ik, maar wat ik bedoel te zeggen is: Marijke bleef aanwezig op de achtergrond.
‘Anderhalf jaar geleden kon ze voor het eerst naar Spanje komen. Er werd een scheiding in gang gezet en nu zijn ze op het punt dat ze allebei een eigen woning hebben. Ze gaan over een paar weken officieel uit elkaar. Dan kan ik ook eindelijk naar haar huis in Delft. Dat heb ik tot nu toe nooit gewild.’
In het tv-programma Volle zalen was je in 2017 nog stellig: ‘Voor elkaar gemaakt zijn is niet voor mij weggelegd.’ Hoe komt het dat het dit keer wel lijkt te werken?
‘We hebben geen latrelatie, daar begint het mee. Het is bij ons extremely living apart together. En Marijke heeft als stelregel: ik bemoei me nergens mee. Ik ken niet veel vrouwen die zo zijn. Hoe vaak er wel niet een vriendin op bezoek is geweest in Spanje – een gewone vriendin – die dan iets zei als: ‘Jij wast op dertig graden? Dat moet je niet doen, je moet op veertig graden wassen.’ Of: ‘Zal ik dit lampje ergens anders neerzetten, want je hebt daar al licht.’ Donder op, het is mijn huis! Marijke zal dat soort dingen nooit zeggen. Dat we elkaar kennen van vroeger, vind ik ook prettig. Zij kent mijn ouders nog. Ze waren gek op d’r.’
Ben je eigenlijk weleens naar een psycholoog geweest om het over die benauwdheid in relaties te hebben?
‘Eén keertje ben ik bij de psycholoog geweest, maar dat ging over iets anders. Ik geloof niet dat het uit te pluizen valt. Ken uzelf, dat is de opdracht in het leven, en je kunt jezelf volgens mij alleen maar leren kennen door van alles te doen en bij te sturen.
‘Wat ik altijd leuk vond, is verliefd zijn en niet samenwonen. Oftewel: wel de lusten, niet de lasten. Dit is een klote-opmerking, maar zo is het uiteindelijk wel bij mij: als je veel lasten krijgt, moet je wegwezen. Ik vind het logisch dat je voor de lusten gaat. Sommige mensen houden hun hele leven van elkaar en die hebben dus lusten in elkaars leven. Zo moet het.’
Je bedoelt: waarom zou je überhaupt de lasten erbij nemen?
‘Ik doe het niet. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat áls er dan toch iemand moest zijn, diegene ook van alleen zijn moest houden. En van alleen slapen. Want ik heb een broertje dood aan met z’n tweeën slapen. Ik snap echt niet waarom mensen dat leuk vinden. Ik heb er altijd ellende mee gehad, maar ik heb ook een raar slaapritme. Ik slaap vier uur, dan ben ik twee uur op, en dan slaap ik nog drie uur. In die twee wakkere uren ga ik een filmpje kijken, of een boek lezen in de voorkamer, en daarna ga ik weer slapen.
‘Het maakt Marijke niet uit. Zij slaapt in het gastenverblijf als ze bij mij is op Ibiza. Alles loopt perfect, ook de seks, maar zij slaapt net als ik het liefst alleen. Dat zijn belangrijke dingen hoor. Ik heb een ongelofelijk leuke vriendin aan haar.’
Vind je het jammer dat jullie elkaar niet eerder hebben teruggevonden?
‘Nee, ik vind het precies goed dat ze uiteindelijk de eerste en de laatste is. De kinderwens was anders ongetwijfeld een probleem geworden. Of ik had het gevoel gekregen dat ik toch nog wilde aanrommelen met andere vrouwen.
‘Ik wilde geen kinderen, daar was ik zeker over. Maar het was vreemd om te begrijpen, want ik kom uit een heel gelukkig gezin, met een leuke vader en een leuke moeder. Ze waren blij met elkaar en blij met mij en mijn broer. Het ligt voor de hand om het gezin te reconstrueren dat je gewend bent, en dat lukte mij niet. Ik heb me rót zitten denken: waarom wil ik dit zelf niet?’
Je hebt geen antwoord gevonden?
‘Het is denk ik zoiets als homoseksualiteit, iets wat gewoon zo ís en bij je hoort. Ik bleef liever de zoon van de vader dan dat ik de vader van de zoon werd. Het is een heel authentiek gevoel.
‘Ik had er geen zin in om onbelangrijker te worden dan dat kind, en dan twintig jaar lang het kind moeten bijstaan. Geluk gaat altijd samen met de angst om iets kwijt te raken. Je kunt erg gelukkig met een kind zijn, maar je bent ook benauwd dat er wat mee gebeurt. Goed alleen kunnen zijn, dat zie ik als mijn grootste geluk.’
Had het ook nadelen om alleen maar losse verbintenissen te hebben?
‘Tuurlijk. Om de zoveel tijd weer bij iemand weggaan, is niet leuk. Ik vertrok ook niet een-twee-drie als het niet meer beviel. Dat uitmaken was vaak een slepend proces. Dat heeft te maken met angst voor eenzaamheid. En dat je aan je moeder moet vertellen: het is weer uit.
‘Op mijn 51ste heb ik besloten: ik kap ermee. Toen kwam ik erachter dat deze manier van leven echt bij mij hoort. Heerlijk, lekker alleen, nergens verantwoording over afleggen. Ik heb dertien jaar niet opgetreden. Zodra ik terug was in het theater, met Jeroen van Merwijk, kwamen de vrouwen weer. Ze stuurden foto’s via Facebook.’
Wat voor foto’s?
‘Foto’s van zichzelf. Hartstikke mooie meiden! Met eentje heb ik twee jaar een relatie gehad en met een ander vijf jaar. Het waren leuke, slimme vrouwen. Allebei flink veel opleiding. Echt niet van die fantypes.’
Hoe vaak zien Marijke en jij elkaar?
‘Als ik in Nederland ben, komt ze een keer in de twee weken een dagje hier. Vier keer per jaar zijn we twee weken samen op Ibiza. Ik ben echt veel meer alleen dan met zijn tweeën.’
En tussendoor appen jullie?
‘Ja, maar ook niet elke dag. Alleen een beetje functioneel. Af en toe bellen we om even lekker te ouwehoeren. We hebben naar elkaar het vertrouwen uitgesproken dat we onze relatie heel belangrijk vinden. Dat bevalt erg goed.’
Is het zo rustig als in die dromen?
‘Ja.’ Hij begint te stralen. ‘Het leuke is, zij is nog veel meer een doener dan ik. Ik ben ook een ouwehoer natuurlijk. Ik hou van een wijntje drinken in de zon, beetje zwemmen, boekie lezen, filmpje kijken, uit eten gaan. Gewoon het goede leven. Zij is een actieveling. Ik heb een bos bij het huis op Ibiza, en dat was helemaal dichtgegroeid, want ik hield dat deel al een tijd niet meer bij. ‘Mag ik het weer openmaken?’, vroeg ze. Ja, ga je gang. Dus daar stond ze urenlang lekker te zagen.
‘Tuinafval mag je op Ibiza gewoon verbranden. Ook een klus die ik zou uitbesteden. Nou, zij gaat gerust twee dagen staan fikken in d’r eentje. Ze gaat gewoon haar eigen gang en begint niet te zeuren dat ik moet komen kijken. Doe ik natuurlijk wel. En dan vraag ik: ‘Moet je een bakkie koffie hebben?’
Als je er maar niet plichtmatig bij hoeft te staan.
‘Nee. Altijd alles samen doen, daar zou ik helemaal gek van worden. Ik word zelfs al gek als ik moet aanzien hoe een ander dat doet.’
In de biografie gaat het over een conflict tussen jou en Jeroen van Merwijk. Je vond zijn vrouw bemoeizuchtig.
‘Je vrouw overal bij betrekken, daar moet je bij mij niet mee aankomen. Die vrouw wist niets van het vak, maar ging zich wel met onze voorstelling bemoeien. En natuurlijk altijd ten gunste van haar vriend, waardoor ik het in mijn eentje tegen twee mensen moest opnemen. Ik heb allerlei vrouwen gehad. Maar ik heb nooit aan een vrouw gevraagd: hoe moet ik dit liedje nou afmaken?
‘Koos heeft ook zo’n verhouding met zijn vrouw. Altijd met z’n tweeën. Het is voor mij onbegrijpelijk dat mensen dat willen.’
Als het om liedjes schrijven gaat, ben je wel altijd van de intensieve samenwerking geweest. Je had anderen nodig om het vuurtje aan te houden, al waren dat geen vrouwen, maar mannen.
‘Er zijn altijd oudere broers geweest. Zo noem ik ze zelf. Koos is jonger dan ik, maar hij voelt toch als een oudere broer. Hij is een verstandig, stabiel iemand waar ik tegenaan kan leunen als het niet zo goed gaat, of als ik ergens over twijfel.’
Wie hebben die rol allemaal vervuld?
‘Koos en Léon, de toetsenist van de band. Joop Koopman. Maar ook Paul, mijn broer.’
En in die professionele samenwerkingen heb je je nooit benauwd gevoeld?
‘Eigenlijk niet. Omdat ik altijd zag dat het product beter werd van samenwerken. Het laten werken in de liefde vind ik heel wat anders dan samen een goed album of programma maken.
‘Het was eerder omgekeerd, dat ik er soms moeite mee had als zij zeiden: Harrie, nu even een week niet, ga maar zelf schrijven. Ik kan het wel alleen, maar ik ben beter samen met Koos. In mijn eentje kom ik moeilijker over de drempel van eraan beginnen. Daar heb ik een ander voor nodig, en voor het oordeel over wat ik heb gemaakt.’
Heeft de enige echte oudere broer ook interesse in wat je maakt?
‘Paul houdt niet van muziek. Hij draait nooit muziek. Hij brandt nooit een kaarsje. Hij is een rationele gozer. Op gevoelsniveau begrijpen wij elkaar niet.
‘Ik heb weleens een voorstelling voorgelezen aan hem. Wat hij helemaal niets vond, bleek een enorme hit te zijn in de zaal. Hij kwam kijken, het publiek lag dubbel, en hij zei achteraf: ‘Ik vind het nog steeds niks.’
‘Dat frustreert wel. Ik wil erkenning van hem, en die geeft hij niet. Het is soms moeilijk om mijn geduld niet te verliezen met Paul. En hij kan ook nogal woedend zijn. Maar hij is ook echt een lieve, oudere broer, die er voor me is.’
De periode die hij in Ik hou van mij als ‘een rampjaar’ beschrijft, brengt Jekkers grotendeels in afzondering door. Na de diagnose blaaskanker, vlak voor corona, raakte hij stevig aan de drank. ‘Ik werd langzaam maar zeker in de tang genomen door de whisky, tot op het punt dat ik niet meer at en het glas water dat ik in de ochtend dronk meteen uitkotste. Het was een gigantische doorlopende kater, zo moet je het zien. Het enige wat hielp, was weer een whisky-cola. Ik kwam er niet meer los van. Op een gegeven moment kon ik niet meer naar de keuken lopen. Mijn toenmalige vriendin heeft de huisarts gebeld, en toen de uitslag van het bloedonderzoek binnen was, stuurde die me linea recta naar de spoedeisende hulp.’
Je bent uiteindelijk niet naar een afkickkliniek gegaan, hè?
‘Ik had een intake gedaan voor een kliniek in Ierland, in een kasteeltje, een chique ding. Je kon er paardrijden en in een zwembad liggen, het kostte 40 duizend euro voor zes weken.’
Hij begint te lachen. ‘Mijn broer zei: dat is fiscaal aftrekbaar! Als het over hypotheken, belasting en pensioenen gaat, moet je Paul hebben.
‘Maar goed, ik ben niet gegaan omdat ik anderhalve maand moest wachten voordat er plek was. In die tussentijd belandde ik dus in het ziekenhuis, waar ik te horen kreeg dat ik op sterven na dood was. Ik werd opgenomen en heb een week lang niet gedronken, medicijnen gekregen en een toespraak gehad van de nefroloog. Mijn nieren waren bijna kapot, ik was mezelf aan het vergiftigen.
‘Weer thuis heb ik de laatste flessen whisky die ik verstopt had op de meest klassieke manier leeggegoten in de wc. Ik dacht wel, helemaal nooit meer drinken is ook zo wat, dus dan neem ik een wijntje. Twee wijntjes per dag, meer niet. Ik bloeide helemaal op. Het ging hartstikke goed. Toen de vertrekdatum naderde, dacht ik, wat moet ik nog gaan doen in Ierland? Want als je naar zo’n kliniek gaat, moet je ook zeggen: ik drink nooit meer.’
En dat wilde jij niet?
‘Nee. Het is ook een bezigheid waarbij ik lekker kan mijmeren in de zon. Goed, wat dat betreft ben ik gewoon een alcoholist. Er is vanaf mijn 18de geen dag zonder drank voorbijgegaan, op die periode in het ziekenhuis na.
‘Ik wilde gewoon absoluut niet ophouden met drinken. Ik wilde het in de hand houden, zoals ik het mijn hele leven in de hand heb gehouden. Die gozer van de kliniek heeft wel gezegd: Harrie, als er weer een dag komt of dagen komen dat je met de gordijnen dicht drie flessen wijn naar binnen zit te kegelen en je niet meer buiten komt, dan moet je mij bellen en ga je in de fast lane, regelrecht naar dat kasteeltje. Dat is nog niet gebeurd. Ik hou het bij twee wijntjes per dag.’
Je drinkt er nooit drie of vier?
‘Het zullen er heus weleens vijf zijn. Maar dat is dan een uitzondering. Ik kook altijd voor mezelf, elke dag. Vanavond ga ik roti maken. Nou, en dan dus een wijntje erbij.
‘In Spanje is het ritme anders. Daar ben ik het eerste deel van de dag aan het wandelen. Om één uur neem ik een wijntje in het zonnetje. Dan ga ik even pitten. Om vijf uur neem ik weer een wijntje en ga ik eten. Na het eten heb ik geen trek meer in wijn.’
Hoe gaat het nu met de gezondheid?
‘De kanker is al anderhalf jaar weg. Ik krijg nog controles, eens in het halfjaar. De kleine pijntjes vind ik lastiger om mee om te gaan dan die kanker of nieren die het niet zo goed doen. Tijdens optredens kan soms opeens de kramp in de vingers schieten, of de pijn in mijn onderrug. Dat had ik vroeger nooit. Het zal wel een opluchting zijn hoor, als het 12 juli is volbracht.’
Als je de hele boel zo overziet, waar ben je dan het meest tevreden mee?
‘Toch dat het met Marijke wonderbaarlijk goed aan het lopen is, en blijft lopen.’ Met pretogen begint hij een tekst van Jeroen van Merwijk te zingen: ‘En als je lichaam ooit een keer niet naast me ligt/ maar bijvoorbeeld in New York in Saint Tropez of Rome/ dan doe ik af en toe gewoon mijn ogen dicht/ Ik hoef je niet te zien, ik kan je dromen.’
‘Dat liedje zing ik in de voorstelling ter nagedachtenis van hem. Als het even niet zo goed met me gaat, denk ik aan Marijke. Door haar kan ik een heleboel hebben, merk ik. Na een enorme carrière met hoogte- en dieptepunten is dit het mooiste wat ik heb meegemaakt.’
Cv Harrie Jekkers
1 juli 1951 Geboren in Den Haag.
1975 Engels, Rijksuniversiteit Groningen, daarna leraar Engels in Utrecht.
1978 Oprichting Klein Orkest, met Koos Meinderts, Chris Prins, Léon Smit en Niek Nieuwenhuijsen.
1982 Singles Laat mij maar alleen en O, o, Den Haag.
1983 Eerste boek met Koos Meinderts, Tejo, de lotgevallen van een. geëmancipeerde man.
1984 Doorbraakhit ‘Over de muur’.
1985 Klein Orkest stopt.
1986 Edison voor Klein Orkest-album Roltrap naar de maan.
1988 Eerste cabaretvoorstelling 2x3 kwartier (met Léon Smit en Chris Prins) .
1990 Eerste solovoorstelling Het gelijk van de koffietent.
1991 Annie M.G. Schmidt-prijs voor het liedje ‘Terug bij af’.
1993 Nationale Scheveningen Cabaretprijs voor voorstelling Met een goudvis naar zee.
1998 Twee artiest voor één geld, eerste samenwerking met Jeroen van Merwijk
2001 Verhuizing naar Ibiza.
2009 Zilveren Griffel voor boek Ballade van de dood (met Koos Meinderts)
2015 Jekkers en Jeroen.
2017-2019 Later is allang begonnen en vroeger komt nog één keer terug, comebacktournee Klein Orkest.
2018 Achter de duinen, eerste solovoorstelling in 23 jaar.
2024-2026 In mijn liedjes kan ik wonen.
2026 Biografie Ik hou van mij door Sander van Leeuwen, laatste optredens in Koninklijke Schouwburg, Den Haag.
Harrie Jekkers woont op Ibiza, op het platteland tussen de dorpjes San Mateo en San Miguel, en in Utrecht. Hij heeft een relatie.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Met dank aan Het Nationale Theater Den Haag voor gebruik van de locatie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant