De parlementaire enquêtecommissie corona heeft vrijdag de eerste verhoren afgetrapt. Viroloog en OMT-lid Marion Koopmans en oud-minister voor Medische Zorg Bruno Bruins waren de eerste hoofdrolspelers die terugblikten op het begin van de pandemie.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Het is 27 februari 2020 als Bruno Bruins in de NOS-studio een briefje krijgt aangereikt. De nieuwsomroep heeft een thema-uitzending over een onbekend virus dat vanuit het Chinese Wuhan naar Europa trekt en in Italië de eerste dodelijke slachtoffers heeft gemaakt. ‘Er wordt mij bevestigd dat er een patiënt is met het coronavirus in Nederland’, maakt de toenmalig minister van Medische Zorg bekend.
Daarna gaat het snel. Het virus grijpt om zich heen en er ontstaat een run op mondkapjes en andere beschermingsmiddelen voor de zorgmedewerkers, waarbij Nederland telkens mis lijkt te grijpen. In een verhit Kamerdebat wordt het de minister te veel en zakt hij in elkaar. Hij keert niet meer terug als minister; Hugo de Jonge neemt zijn rol over.
Zes jaar later is Bruins weer in de Tweede Kamer. Slechts eenmaal eerder blikte hij terug op die periode. ‘Bruno hoort bij corona’, zei hij toen in de Volkskrant over zichzelf, ‘althans bij het begin.’ Voor de enquêtecommissie was het dan ook logisch om op de eerste dag van de verhoren Bruins zijn verhaal te laten doen.
Bruins oogt gespannen. Op de vraag hoe het nu met hem gaat, reageert hij kortaf: ‘Goed. Dank u wel.’ Bruins heeft zich duidelijk goed voorbereid; hij corrigeert de commissie als die data van Kamerbrieven door elkaar haalt.
Tegenover de overwegend onervaren en nieuwe Kamerleden uit de enquêtecommissie heeft hij duidelijk een informatievoorsprong. Annelotte Lammers (Groep Markuszower) moet hij uitleggen wat het verschil is tussen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Outbreak Management Team (OMT), de groep medische en biologische experts die het kabinet destijds van wetenschappelijke adviezen voorzag.
Met Bruins wil de commissie zich vrijdag richten op het begin van de crisis en de vraag of Nederland goed voorbereid was. Waren er genoeg beschermingsmiddelen? Had er eerder ingegrepen moeten worden?
Bruins herinnert zich dat het in de begindagen van de virusuitbraak zoeken was naar informatie. ‘In de situatie van toen hebben we de passende maatregelen genomen’, concludeerde Bruins. ‘Het was varen in de mist.’ Hij zag het als zijn belangrijkste taak om zoveel mogelijk informatie te verzamelen, die wetenschappelijk te valideren, te delen met de Kamer en er vervolgens naar te handelen.
Of dat de juiste systematiek was? Daar moet de commissie een oordeel over vellen, vindt hij. Wat hij zeker weet, is dat de Kamer en het kabinet bij een volgende pandemie betere afspraken moeten maken over elkaars verantwoordelijkheden en de aanpak. ‘Het is goed als Kamer en kabinet dat gesprek met elkaar aangaan’, adviseert Bruins. Hij verwijst naar de technische briefings, de urenlange Kamerdebatten die volgden en contacten die hij met de Kamer moest onderhouden. Dat is allemaal tijd die een minister niet kan besteden aan het organiseren van de virusaanpak.
Eerder is vrijdag al de beurt geweest aan topviroloog en prominent OMT-lid Marion Koopmans. Ook van haar wil de commissie weten of Nederland te laat is geweest met het treffen van maatregelen.
Koopmans schetst in haar verhoor de onzekerheden waarmee virologen en andere medische experts in de begindagen van een virusuitbraak te maken hebben. ‘Op dat moment was niet te zeggen of het Nederland zou bereiken.’ Eerder hard ingrijpen was, met de informatie die toen beschikbaar was, niet realistisch. ‘Aanvankelijk leek het mee te vallen.’
Commissielid Songül Mutluer (Pro) wil weten of het wel zo verstandig was om carnaval, dat achteraf een superspreadevent bleek te zijn, te laten doorgaan en of het OMT niet had moeten ingrijpen. ‘Met de kennis van nu is het gemakkelijk terug te kijken.’ Met die kennis van nu hadden er inderdaad al eerder maatregelen kunnen worden genomen. ‘Maar ik betwijfel of de pandemie dan anders was verlopen.’
Koopmans gaat ook in op de gevolgen die haar rol als topviroloog en een van de belangrijkste adviseurs van het kabinet voor haar persoonlijk heeft gehad. Ze vertelt over de bedreigingen aan het adres van haarzelf en haar gezin. De haat en het seksisme waar ze mee te maken kreeg, noemt ze ‘grenzeloos’.
Voor de frustraties en irritaties die voortkwamen uit de onzekerheid over het leven met corona kan zij begrip opbrengen. Wel neemt ze het – zonder namen te noemen – het FVD en de uit de Kamer verdwenen Wybren van Haga kwalijk onrust en polarisatie te hebben aangewakkerd.
Koopmans wijst op het gevaar van het verspreiden van complottheorieën – waarin zij ervan werd beschuldigd deel uit te maken van een pedofielennetwerk – waarmee het draagvlak voor de virusbestrijding werd ondermijnd. Koopmans geeft de commissie en de Kamer als opdracht mee om bij een volgende virusuitbraak goed na te denken over hoe de politiek de hele bevolking kan blijven bereiken met de juiste feiten.
Volgende week gaan de coronaverhoren verder. Dan spreekt de commissie onder meer met oud-RIVM-baas Jaap van Dissel en de toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant