In de ggz is het ‘autonomiebevorderend beleid’ gangbaar bij patiënten die chronisch suïcidaal zijn: de patiënt moet zelf bepalen. Hoewel het bij veel patiënten tot ernstige schade heeft geleid, wordt het beleid gewoon voortgezet, constateert Tineke Spruijt.
Het verhaal van Marcella in het Algemeen Dagblad eerder dit jaar was voor mij zeer herkenbaar. Zij werd ontslagen bij de GGZ Eindhoven terwijl zij zich in een crisis bevond. De reden was het ‘autonomiebevorderende beleid’ dat werd gehanteerd. Marcella pleegde na deze afwijzing suïcide. Een anonieme medewerker toont zich in het AD kritisch op het beleid.
Ook mijn dochter Tamar werd ontslagen uit de High & Intensive Care in Leiden terwijl zij een gevaar was voor zichzelf. En ook zij werd behandeld volgens het autonomiebevorderende beleid (ABB).
Over de auteur
Tineke Spruijt is psycholoog NIP. Zij zet zich in voor een betere ggz.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Sinds januari 2024 bestaat er een ‘Handreiking autonomiebevorderend beleid bij complexe chronische suïcidaliteit’ van GGZ Rivierduinen. Een samenvatting van hun definitie: het opstellen van een behandelplan voor een patiënt die chronisch suïcidaal is. In dit behandelplan staan minder of geen beschermende maatregelen omdat deze maatregelen niet werken. Zo ontstaat ruimte voor therapeutische behandeling die wel werkt, met de patiënt centraal als autonoom en competent (bekwaam) persoon.
Zorgt ABB ervoor dat de patient in crisis autonoom wordt? De handreiking meldt: ‘De patiënt wordt bejegend als een competent en autonoom persoon in crisis.’ Er is hier sprake van een tegenstrijdigheid: wie zich in een crisis bevindt, is in nood en heeft de controle verloren. Wordt de patiënt dan autonoom en bekwaam omdat de hulpverleners net doen alsof hij wel autonoom is, terwijl hij het niet is?
De richtlijn constateert bovengenoemde tegenstrijdigheid zelf ook: ‘Wanneer autonomie iets is dat ‘verwacht wordt van de patiënt’ die daar (nog) niet toe in staat is, vindt er bijvoorbeeld overvraging of verwaarlozing plaats.’ Verdere interventies (handelingen door zorgverleners) dan deze ene zeer globaal omschreven handeling worden niet geboden. Sterker nog, het gaat juist om het stopzetten van interventies die veiligheid zouden kunnen bieden.
Het stopzetten van veiligheidsmaatregelen kan hard en koud overkomen, signaleert de richtlijn. Laat ik hier duidelijk over zijn: het is hard en koud. En een beleid dat louter berust op een vage behandeling is geen beleid, het is het opgeven van de patiënt. Dit blijkt ook: de richtlijn noemt suïcide als het meest voor de hand liggende risico van het autonomiebevorderende beleid. Als ik had geweten dat dit het beleid zou worden – het is namelijk niet met onze familie overlegd –, dan had ik mijn dochter niet laten opnemen.
Met patiënten mag je niet experimenteren, toch? Een belangrijke basis voor ABB werd in 1993 gelegd met het verschijnen van het boek Relationship Management of the Borderline Patient van Dawson en MacMillan. De doelgroep en het beleid verschillen echter, zo is ABB gericht op een bredere doelgroep en gaat niet, zoals Dawson en MacMillan, uit van de psychodynamische theorie.
Ik heb zegge en schrijve één artikel gevonden in het Tijdschrift voor Psychiatrie (2024) over ABB, zoals beschreven in de Nederlandse handreiking. Er werd slechts één casus beschreven die, zo blijkt bij lezing, net op het nippertje en toevallig goed afliep, nadat er geen veiligheid werd geboden.
De oorzaken van de crises van deze groep ernstige patiënten worden genoemd in het artikel en liggen buiten de patiënten zelf. Ik citeer: ‘Het verkrijgen van een effectieve behandeling is een uitdaging door lange wachttijden en uitgebreide indicatieprocedures en door inclusiecriteria waar deze patiënten zelden aan voldoen.’
Kennelijk moeten de patiënten die High & Intensive Care nodig hebben autonoom worden, omdat de ggz de wachtlijsten niet oplost, treuzelt met diagnosticeren en behandeldoelen opstellen, en ook nog eens crisisgevoelige patiënten uitsluit. Na een alarmerend rapport van Mind is er een ‘Expertisenetwerk Autonomiebevorderend beleid’ opgericht in 2025. In de uitnodiging constateren zij dat er versnipperde initiatieven zijn rondom ABB en dat alleen richtlijnen niet voldoen. Na de oprichting zijn er geen concrete publicaties gevolgd die tot verbetering kunnen leiden.
Het is ongehoord dat het autonomiebevorderende beleid met deze uiterste wankele en dubieuze wetenschappelijke onderbouwing in de praktijk mag worden gebracht bij de meest kwetsbare personen.
In 2024 schreef Mind na een oproep een rapport over de ervaringen van patiënten en hun naasten met het autonomiebevorderende beleid. Mind ontving 147 meldingen van zeer ingrijpende ervaringen. Bij negen meldingen van naasten is hun dierbare overleden; acht keer door suïcide en één keer door euthanasie. Een tekst van een slachtoffer op pagina 1 zegt al alles: ‘Nog nooit heb ik zo hard om hulp geschreeuwd en het niet gekregen.’
Ook de Onderzoeksraad voor veiligheid heeft kritiek in zijn rapport en stelt dat er te veel nadruk ligt op het belang van autonomie voor patiënten terwijl zij ook andere belangen hebben, zoals, uiteraard, veiligheid.
De werkbaarheid van dit beleid werd in de praktijk uitgeprobeerd, in plaats van door zorgvuldig wetenschappelijk onderzoek. Anders gezegd: er is op een ongecontroleerde wijze geëxperimenteerd met psychiatrische patiënten.
Vele patiënten hebben ernstige schade geleden ten gevolge van dit beleid, tot de dood aan toe. Voor de ggz een reden om ‘het autonomiebevorderende beleid bij te stellen’. Excuses heeft de ggz niet gemaakt aan de slachtoffers en hun naasten. Het autonomiebevorderende beleid gaat gewoon door.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant