Holland Festival | Theater In de schaduw van het geweld van Israël, zegt de Libanese theatermaker Ali Chahrour, voltrekt zich de agressie van Libanezen tegen arbeidsmigranten. In ‘When I Saw the Sea’ vertellen drie vrouwen over hun leven in het kafala-systeem, een vorm van moderne slavernij.
Theatermaker Ali Chahrour.
Nee, zegt Ali Chahrour lachend, de trilogie waarvan When I Saw the Sea het sluitstuk is, gaat niet zozeer over vrouwen. „Als vrouwen het thema zijn, zou ik daar mijn leven lang mee bezig blijven”, grinnikt de Libanese theatermaker. „Ik ben nu eenmaal opgegroeid omringd door sterke vrouwen.”
Toch stonden ook in deel twee van het drieluik ‘Amour’, Told by My Mother (vorig jaar eveneens op het Holland Festival), de verhalen over de veerkracht van vrouwen centraal, van Libanese moeders die moeten verdragen hun geliefde zonen te zien vertrekken naar de oorlog, om soms nooit meer, of voor altijd veranderd, terug te keren. „Het overkoepelende thema van de trilogie is liefde – de kracht en kwetsbaarheid van liefde.”
De nieuwe voorstelling werd gecreëerd terwijl de Israëlische bommen op Libanon neerdaalden. Chahrour werkt opnieuw met vrouwen zonder theaterervaring „omdat zij hun verhalen in hun lichaam meedragen”. De drie vrouwen hebben aan den lijve ondervonden wat het Arabische kafala-systeem inhoudt: een vorm van moderne slavernij waarbij arbeidsmigranten, meestal vrouwelijke huishoudelijke hulpen, volledig afhankelijk worden gemaakt van hun werkgever (kafil). Ze hebben geen vrije dagen en vriendschappen of liefdesrelaties zijn verboden, telefoon en paspoort moeten worden ingeleverd en of en hoeveel ze betaald krijgen is onduidelijk – het systeem valt buiten iedere vorm van overheidscontrole. Zo verliezen de vrouwen, ooit naar Libanon gekomen om hun families thuis te kunnen ondersteunen, vaak ieder contact met hun geliefden.
„Jaren geleden al kreeg ik het idee voor deze voorstelling”, vertelt Chahrour via een beeldverbinding. „We hoorden geschreeuw bij onze buren. Hun hulp was flauwgevallen. In plaats van een ambulance te bellen, namen ze contact op met het bureau waar ze de vrouw hadden ‘ingekocht’. Het advies: sla haar en gooi haar op straat, ze komt vanzelf terug. Een theatercarrière had ik toen nog niet, maar ik nam me voor dit verhaal ooit te vertellen.”
Scène uit ‘When I Saw the Sea’.
De verbinding vanuit Beiroet is tijdens het gesprek verrassend stabiel; zelfs het zoemen van een drone is hoorbaar. „Die hangen hier 24/7 in de lucht.” Chahrour woont en werkt in de Libanese hoofdstad. Hij heeft er zijn theateropleiding gevolgd aan de universiteit en toen hij eenmaal ontdekte dat tekst niet zijn grote liefde was, volgde hij zo veel mogelijk dansworkshops van verschillende choreografen. „Een officiële dansopleiding bestaat niet in Libanon.”
Sinds 2014 combineert hij muziek, dans en tekst in een hybride vorm van verteltheater die is opgepikt door Europese festivals. Wonder boven wonder slaagt hij er nog steeds in naar steden te reizen met zijn spelers, ondanks bureaucratische rompslomp en de dreiging van bommen rond het vliegveld. Toch blijft hij in Beiroet. „Theater maken is mijn vorm van verzet en protest tegen het geweld en het onrecht.”
Sinds zijn geboorte in 1989 heeft hij alle crises meegemaakt die over zijn land zijn uitgestort: de oorlogen van 2006, 2024 en 2026, de verwoestende explosie in de haven van Beiroet, covid. „En dan hebben we het nog niet over de economische malaise. Maar ik weiger eraan te wennen. Het is niet normaal wat wij moeten doormaken, er is altijd iemand verantwoordelijk.”
Die verantwoordelijke(n) noemt hij in het gesprek nauwelijks bij naam. Niet nodig, en bovendien staan de zeer persoonlijke geschiedenissen die aan de basis liggen van When I Saw the Sea voor méér dan specifiek Libanese verhalen, zegt hij. „Deze kleine verhalen leiden naar het grotere verhaal; in wezen gaan ze over de systematiek van oorlog en slavernij. En over een vrouw die haar hele leven naar haar kind zoekt. Dat is niet gebonden aan geografie, dergelijke verhalen zie je overal ter wereld terug. Iedereen herkent wel iets.”
Rania, een van de vrouwen in de voorstelling, is bijvoorbeeld de dochter van een Ethiopische vrouw die werd verkracht door haar Libanese werkgever. Het kind werd achtergelaten in een weeshuis. Ingetogen, verdrietig, maar met begrip en zonder verwijt speculeert Rania over het lot van haar moeder: welke van de vele rampen in Libanon, welke uitbuiting en mishandeling heeft ze moeten doorstaan? De opsomming van mogelijkheden is indrukwekkend en gruwelijk. „In haar verhaal zijn die van honderden anderen verwerkt, alle misdaden tegen migranten.”
Toen de bommen in 2024 (weer) begonnen te vallen, werden veel van Rania’s lotgenoten pardoes op straat gezet door rijke werkgevers die zelf naar Europa of Dubai vluchtten. Zonder paspoort, telefoon of geld moesten ze maar zien te overleven. De Ethiopische Tenei vertelt in een aangrijpend relaas hoe ze de stemmen hoorde van buitenlandse meisjes die onder het puin stierven en die, ongeregistreerd en anoniem, gedoemd waren in een naamloos graf te verdwijnen. Met hulp van ngo’s zocht Chahrour contact met de vele achtergelaten vrouwen die veiligheid zochten bij de zee. „Ze werden achtergelaten als afval. Sommigen werden zelfs in huis opgesloten. Een vrouw die ik bij het strand ontmoette, een Sierra Leoonse, viel me op door haar vrolijkheid, haar glimlach. Ze zei: toen ik hier kwam, was dat de eerste keer dat ik de zee zag sinds mijn aankomst in Libanon.”
In de schaduw van het geweld van Israël, zegt Chahrour, voltrekt zich zo de agressie van Libanezen tegen arbeidsmigranten. „Niet te vergelijken met het genocidale geweld, maar wel pijnlijk en weerzinwekkend. Als je nagaat dat veel Libanezen zelf als arbeidsmigranten naar het buitenland gaan om hun families een beter bestaan te geven – mijn eigen broer en zus werken ook in Europa – is het choquerend om te zien hoe slecht degenen die zelf ineens ervaren wat overleven inhoudt, anderen behandelen die dat al hun hele leven moeten doen. Omdat zij de Ander zijn. Mensen voelen zich kennelijk gerechtigd die Ander uit te buiten, te misbruiken en vervolgens aan hun lot over te laten. Het is een cirkel van geweld en onderdrukking, zonder einde.”
Zijn kritiek stuit in Libanon op de nodige weerstand. Met zijn voorstelling laat hij het Westen Libanon van een lelijke kant zien, vindt men, hij hangt de vuile was buiten. „Ik zeg: mevrouw, als u vuile was hebt, was het dan.”
Hij kiest welbewust voor de confrontatie. Er is daarom op het toneel geen afleiding of opsmuk van decor en rekwisieten. De zinnen die de vrouwen uitspreken zijn soms even pijnlijk als poëtisch: „Kom naar mij terug, moeder, mijn verbannen drager van deze last. Deze verbanning is niet voor jou”, zingt Tenei Zana, de derde vrouw, toe. Muziek en zang versterken de emotionele lading op de momenten waar woorden tekortschieten, in dans wordt het diepe verlangen naar vrijheid, het thuisland en de geliefden verbeeld.
Zo balanceert de voorstelling tussen politiek statement en artistieke expressie. Voor Chahrour is er geen scherpe grens. „Ik kan het niet scheiden. Het zijn persoonlijke verhalen van mensen die enorm getroffen worden door de omstandigheden. Mijn werk is in die zin politiek, dat ik tijd en ruimte wil creëren voor hun ongehoorde verhalen. Ik zie het podium als centrum van rechtvaardigheid. Tegelijkertijd wil ik op artistiek gebied geen compromissen sluiten. In het geval van When I Saw the Sea vond ik het nodig om heel direct te zijn, alles in your face, niet per se mooi of intrigerend.”
Chahrour hecht eraan één ding te benadrukken: „De vrouwen in deze voorstelling hebben zich ontworsteld aan hun slavernij. Ze zijn een eigen leven begonnen, hoe moeilijk ook. Zij zijn heel activistisch, hebben hulpcentra voor hun lotgenoten opgericht. Daar hoor je in de media weinig over – ook weer omdat men bang is de aandacht te vestigen op deze schandvlek. Maar dit zijn geen slachtoffers meer. Ik zie hen als helden in onze maatschappij.”
Het verhaal van Tenei zou inderdaad een heldendicht uit de Griekse mythologie kunnen zijn. Met een slimme list slaagt zij erin de zoon te ontmoeten van wie zij jarenlang werd gescheiden. Inmiddels hebben zij een relatie opgebouwd. In de voorstelling wordt de triomf met een feestelijke dans gevierd.
„In Libanon viert het publiek hun bezoek aan het theater in deze zware omstandigheden ook als een kleine overwinning, hoe zwaar en confronterend het onderwerp ook is. Deze hele voorstelling is het resultaat van een reeks kleine overwinningen.”
When I Saw the Sea van Ali Chahrour. Theater Bellevue, 10-14/6. Info: hollandfestival.nl