Trump en Iran Op sociale media doet Donald Trump alsof er slechts wat details gladgestreken moeten worden als het gaat om het beëindigen van de Iran-oorlog. Maar cruciale onderwerpen als de opening van de Straat van Hormuz en de afbouw van Irans nucleaire programma zijn nog onbesproken.
De Amerikaanse president Donald Trump tijdens een kabinetsvergadering in het Witte Huis.
Een deal met Iran was nagenoeg rond, zei de Amerikaanse president Donald Trump vorig weekeinde. Een week later blijkt nergens uit dat dit ook zo is. En dat is een patroon. Zodra Trump de wereld in slingert dat er bijna vrede is, in welk conflict dan ook, dan is het opletten geblazen.
De diplomatieke schermutselingen over een ‘deal’ met Iran doen denken aan de manier waarop Trump de oorlog in Oekraïne benadert. Trump had in zijn verkiezingscampagne van 2024 beweerd dat hij de oorlog in Oekraïne „binnen een dag” zou beëindigen, en deed na zijn terugkeer in het Witte Huis tal van beweringen over ‘vrede’ en ‘deals’ die tot nog toe niet zijn uitgekomen.
„We zijn nooit dichter bij vrede geweest”, zei zijn woordvoerder in maart vorig jaar tot twee keer toe. Trump deed dat zelf ook nog eens, ook al wist hij dat Vladimir Poetin buitensporige eisen stelde. Zo mocht Kyiv geen wapens meer ontvangen uit het buitenland, en moest Oekraïne stoppen met het opleiden en mobiliseren van eigen militairen.
Poetin trok zijn eisen nooit in. Een maand later zei Trump opnieuw tot twee keer toe dat een ‘vredesdeal’ rond Oekraïne „heel dichtbij” was, een formulering die hij bleef herhalen.
Een functionaris beweerde in december dat „ruwweg 90 procent van de twistpunten tussen Rusland en Oekraïne is opgelost”. Alleen territoriale concessies (van Oekraïne) vormden nog een probleem. Rusland eist dat Oekraïne de hele Donbas opgeeft. Vlak voor de jaarwisseling herhaalde Trump dat vrede in Oekraïne „dichterbij was dan ooit”.
Ook vorige week zaterdag noemde Trump een percentage, deze keer met betrekking tot Iran: een deal zou voor „95 procent” rond zijn. Ook hier zaten in de resterende 5 procent nog wel de cruciale twistpunten, zoals de beperking van Irans nucleaire activiteiten. Ook de Iraniërs doen hun best om de onderhandelingen zo gunstig mogelijk te presenteren, maar zij bluffen niet als een autoverkoper voortdurend dat een deal nabij is.
Analisten zien een verband met de olieprijs, die elke keer daalt wanneer Trump een bijna-deal aankondigt. Zijn voornaamste doel in de Iran-oorlog lijkt inmiddels om de benzineprijzen in de VS omlaag te krijgen met het oog op de Congresverkiezingen in november, waarin de Republikeinen zware verliezen dreigen te lijden.
De Iraanse leiders voelen die druk haarfijn aan. Daarom hebben ze weinig haast en voelen ze zich niet tot concessies genoodzaakt. Zolang Teheran de baas is over de Straat van Hormuz houdt het Trump in een houdgreep waaruit hij zichzelf steeds moeilijker kan bevrijden. Tijdschrift The Atlantic sprak afgelopen week enkele medewerkers van Trump die stelden dat de president diep gefrustreerd geraakt is door zijn onvermogen om Iran tot overgave te bewegen.
Dit wordt weerspiegeld in de veranderende toon van Trumps uitlatingen. Aanvankelijk is hij nog vol bravoure. Een week na de eerste luchtaanvallen verklaart hij dat de VS de oorlog hebben gewonnen, zoals hij vorige zomer beweerde dat het Iraanse nucleaire programma „vernietigd” was. Op 6 maart zegt hij dat er „geen deal” zal komen tenzij Iran zich „onvoorwaardelijk” zal „overgeven”.
Vanaf half maart presenteert Trump een deal als iets wat vooral Iran graag wil. Op 26 maart zou Iran hem zelfs „smeken” om een akkoord. Drie dagen later is Trump er „vrij zeker” van dat er een deal komt, maar de dag daarna dreigt hij met het opblazen van energiecentrales en een week later zelfs met het uitroeien van een hele beschaving.
Vlak na die apocalyptische aankondiging, op 8 april, ligt er ineens een staakt-het-vuren – een „belangrijke dag voor de wereldvrede”, aldus de Amerikaanse president. Dit leidt drie dagen later tot de enige concrete onderhandelingen tot nu toe, in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad.
Die gesprekken mislukken. Over de meeste punten bereiken ze volgens Trump weliswaar overeenstemming, maar niet over het belangrijkste punt: kernwapens.
In de afgelopen maanden kondigt Trump vaker aan dat een deal met Iran bijna rond is, bijvoorbeeld op 20 april, wanneer hij zegt dat het „relatief snel” zal gebeuren. Maar afgelopen week slaat alles. Trump, schrijft VS-correspondent Ben Samuels van Haaretz, behandelde de ontwikkelingen met Iran „alsof hij aandacht aan het trekken was voor de seizoensfinale van een realityshow”: nu eens is een deal zo goed als rond, dan weer zal het bommen regenen.
Dit begint op zaterdag 23 mei met enkele telefoontjes van Midden-Oosterse leiders, die er bij Trump op aandringen om snel een akkoord te sluiten. Trump suggereert dat de Straat van Hormuz binnenkort heropend zal worden; minister Marco Rubio (Buitenlandse Zaken) denkt dat een deal diezelfde dag nog rond kan komen.
Die inschatting herhaalt Rubio een dag later. Maar inmiddels, na de eerste mediaberichten, krijgt Trump ook kritiek. Zowel zijn partijgenoten als bondgenoot Israël vinden dat de president veel te veel concessies aan Iran doet, zoals het teruggeven van bevroren tegoeden en het – voorlopig – ongemoeid laten van Irans verrijkte nucleaire materiaal.
Dat vindt Trump niet fijn om te horen; hij blies immers de nucleaire deal van zijn voorganger Barack Obama op omdat die te slap zou zijn. De president reageert zoals hij wel vaker doet: door zijn ambities op te schalen. Trump stelde de aanvullende eis dat allerlei landen in het Midden-Oosten de Abraham-akkoorden moeten ondertekenen, waarmee ze Israël erkennen en de economische en diplomatieke betrekkingen met dat land normaliseren. Hiermee „verschuift hij de doelpalen”, noteert Samuels.
Die uitgebreide Abraham-akkoorden probeert hij vervolgens op zijn sociale medium Truth Social te verkopen alsof ze al bijna rond zijn: voor het eerst in vijfduizend jaar zal er vrede zijn in het Midden-Oosten, en het is de beste deal die de betrokken landen ooit hebben gesloten of nog zullen sluiten. (Toen er afgelopen najaar een staakt-het-vuren in Gaza gesloten werd, was er voor het eerst in drieduizend jaar vrede in het Midden-Oosten, aldus Trump.)
Dinsdag denkt Rubio dat de deal nog een „paar dagen extra” nodig heeft. Een dag later belegt Trump een kabinetsbijeenkomst op Camp David, het presidentiële buitenverblijf dat in het verleden de locatie was van belangrijke Midden-Oosterse vredesonderhandelingen. Daar zegt hij dat de Iraniërs heel graag een deal willen, maar dat ze er nog niet zijn. Donderdag vuurden beide landen weer op elkaars doelen.
Uit de gang van zaken rijst een beeld op van een president die niet geïnteresseerd is in details of diplomatie. Elke dag beleeft hij als een nieuwscyclus die beheerst en ‘gewonnen’ moet worden. Beheerst wordt hij zeker: Amerikaanse media als Axios en The New York Times hebben goede ingangen in het Witte Huis en brengen gretig naar buiten wat daar bedacht wordt.
Vrijdag meldden verscheidene media opnieuw dat een deal dichtbij is. Niet dat er overeenstemming is over nucleaire beperking – op tafel ligt een ‘raamwerk’ van zestig dagen waarbinnen de nucleaire kwestie besproken moet worden.