Home

NOS-correspondent Nasrah Habiballah verlaat Israël. ‘Het is genoeg geweest’

Oorlogsverslaggeving Na ruim drie jaar vertrekt correspondent Nasrah Habiballah weer uit Jeruzalem. „Er waren altijd al dat soort dagen, maar na 7 oktober was het elke dag standje breaking news.”

Nasrah Habiballah in de buurt van haar huis in in Jeruzalem.

Luchthaven Ben-Gurion, Israël, dinsdagavond rond een uur of acht. In het verhoorkamertje klapt de douaneofficier met vlakke hand op tafel. „Let’s be honest.” Duidelijk is al dat ik kom als journalist en dat het Israëlische persagentschap dat van tevoren heeft geaccordeerd, maar daar gaat het nu even niet om. De vraag is hoe NRC bericht over het conflict tussen Israël en Gaza. „Jullie noemen dat zeker geen vergelding”, raadt hij, maar „genocide”. Hij spuugt nog net niet.

En dan moet de vraag nog komen voor wat of wie ik eigenlijk kom. Nasrah Habiballah. Hij noteert: „Ha-bi-ba-llah?” Ja, correspondent voor NOS. Nederlandse televisie, ja. En radio en online. Ze woont in Israël, al 3,5 jaar, nu in Oost-Jeruzalem. „En ze is…?” Nederlandse. „En wat nog meer?” Nou ja, haar vader is Palestijns. Geboren in een dorpje bij Nazareth, verliefd geworden op een Nederlandse… De douanier laat zijn pen vallen, zijn collega scrolt op haar telefoon. „Dus zij heeft het zéker over genocide en hoe erg alles is voor Palestijnen?” Nee, nee, ze probeert juist beide kanten van het conflict te laten zien, ze is… „En je reist dat hele eind alleen om haar te interviewen?” Ja, want dit is haar laatste week, ze stopt als correspondent en… „Waar gaan jullie het over hebben dan?” Over haar tijd hier, die was nogal turbulent en… „Hoezó is dat interessant?” Ineens schuift hij mijn paspoort over tafel. „Ga maar.” Het is drieënhalf uur na de landing. 

Oost-Jeruzalem, woensdagochtend. Via New Gate, één van de acht toegangspoorten tot de Oude Stad loop je in een rechte lijn naar het huis van Nasrah Habiballah (38). Het is even na negenen, de koffiehuizen, groentewinkels en bakkers links en rechts zijn of gaan net open, in de verte klinkt de elektronische stem van een muezzin. Ze staat voor de deur te wachten. „Even binnenkijken?” Joost van der Wiel, haar man, staat tussen de dozen. Na 3,5 jaar zullen ze het land met zes koffers én een kind van bijna 2 verlaten. De rest van de spullen geven ze weg, de auto verkopen ze vandaag.

Ze laat de binnentuin zien – „uitzonderlijk mooi en groen voor de binnenstad” – holt de trappen op naar het platte dak waarop ze haar ‘stand-ups’ deed voor het Achtuurjournaal of Nieuwsuur. Zij met een microfoon in de hand, achter haar het uitzicht op de grijze koepel van de Heilige Grafkerk en het gouden dak van de Rotskoepel. Niet zelden bediende haar man de camera – hij is documentairemaker. En als ze plotseling ‘live’ moesten bij onverwacht nieuws bond hij baby Yarah in een draagzakje op zijn buik. Ze laat de bezemkast zien die ze van de huiseigenaar mocht gebruiken als kantoortje en wijst op het uitzicht vanaf daar. Vandaag is het nét te heiig om Jordanië te kunnen zien.

Kris kras lopen we vervolgens door de steegjes van de stad, links en rechts begroet ze winkeliers. As-salamu alaykum. Door naar het Oostenrijkse hospice aan de Via Dolorosa, want daar is, weet ze, een rustige binnentuin met volop schaduw. Thee. Koffie.

Nasrah Habiballah bezoeken roept in Israël al vragen op, is het lastig om hier Nasrah Habiballah te zijn?

„Nee. Er werken hier ook gewoon Palestijnse journalisten. En verder, ik ben van de Nederlandse televisie, mijn crew is Nederlands en meestal stel ik me alleen met mijn voornaam voor, die herkennen de meeste mensen niet als Arabisch. Ik ga natuurlijk niet zeggen: ‘O, trouwens, ik ben ook Palestijns.’ Als mensen ernaar vragen, vertel ik dat ik hier eerder heb gewoond, dat ik Arabisch spreek en hier familie heb. O, zeggen mensen dan. ‘Jij snápt het dus. Jij wéét hoe het hier zit.’”

Toen de NOS haar begin 2023 benoemde als correspondent Israël en de Palestijnse Gebieden, snapten veel Nederlanders dat niet. Ze zou jodenhater zijn, moslimmeisje, Hamas-liefje, Palestijnse spion, anti-zionist. Adjunct-hoofdredacteur Wilma Haan van de NOS zei dat een benoeming nog nooit zoveel „discriminerende, seksistische en haatdragende” reacties had opgeroepen als deze.

„Dat was wel heftig, ja”, zegt Nasrah Habiballah. „Ik had rekening gehouden met kritiek, maar dit was wel heel veel en naar. Zo’n storm als in Nederland, dat heb ik hier echt nog nooit meegemaakt. Wat ik wel merk, is dat sinds 7 oktober mensen van je willen weten waar je staat.” 7 oktober 2023. Hamas viel vanuit Gaza Israëlische dorpen en steden aan, een militaire basis en een muziekfestival, 1.139 mensen werden gedood, ten minste 250 Israëliërs werden gegijzeld. Daags na de aanval begon een militaire vergeldingsactie, zoals het toen heette, waarbij inmiddels 72.000 Palestijnen zijn gedood. De bombardementen stoppen pas, zegt de Israëlische premier Netanyahu, als Hamas is vernietigd.

Wat is er sinds 7 oktober anders?

„Israëliërs willen niet meer zomaar met je praten. Ze gaan ervan uit dat buitenlandse journalisten negatief berichten over Israël, dat we alleen het leed van de Palestijnen zien en geen oog hebben voor het Israëlische perspectief. Ze willen pas praten als ze weten aan welke kant je staat.”

En wat zeg jij dan?

„Ik zeg dat mijn mening totaal niet relevant is. Als ik voxpops moet halen [de mening van mensen op straat] en mensen weigeren, vraag ik altijd waarom. Ik weet het antwoord wel, maar het is goed om het gesprek te blijven voeren. En vaak lukt het dan wel om iemand alsnog voor de camera te krijgen en dan probeer ik er ook op te letten dat er een evenwichtige verdeling is over man-vrouw, jong-oud, religieus-seculier.”

Waar was jij op 7 oktober?

„Op Schiphol. We hadden net correspondentendagen gehad in Nederland, ik moest die zaterdagochtend racen om het vliegtuig te halen. Eerst belde Joost vanuit Israël. Ik zei tegen hem: ‘Schat, ik moet rennen, bel je zo’. Dus hij wist: ‘Ze heeft géén idee.’ Daarna belde mijn fixer uit Gaza. Of ik het nieuws had gezien.”

En toen?

„Toen niks. De bemanning van het vliegtuig weigerde nog naar Israël te vliegen, alle vluchten daarna werden om dezelfde reden gecanceld. Er was zo veel onduidelijk. Het was een Joodse feestdag, het vliegtuig zat vol Israëlische families en de éne na de andere kreeg updates van thuis. De paniek brak uit. Ik zat ondertussen met de redactie aan de telefoon en probeerde contact te krijgen met mensen hier.”

Op maandag 9 oktober reisde ze via Amman over land terug naar haar standplaats. „Alles was anders. Het leven hier natuurlijk, de invulling van mijn correspondentschap, mijn leven, alles.” De maanden vóór 7 oktober waren al „aanpoten”, zegt ze. Toen ze begon, in januari 2023, begon ook Benjamin Netanyahu als premier. Het was zijn derde ambtstermijn en de meest rechtse, religieuze regering ooit. Meteen werd begonnen met juridische hervormingen. Het parlement wilde macht naar zich toetrekken, ten koste van die van het Hooggerechtshof. Overal in het land braken protesten uit. „Het land stond op z’n kop. Spanningen, geweld, er werd gesproken van een burgeroorlog.” Ze had nog niet eens een huis en stond avond aan avond live demonstraties te verslaan.

Had je zoiets ooit eerder gedaan?

„Ik was regiocorrespondent Rotterdam-Den Haag in coronatijd en ben wel bij demonstraties geweest. Maar zo massaal, zo gigantisch groot en emotioneel, in een land dat zo gepolariseerd is? Nee.”

Voor ze begon, had ze gehoopt ook iets van Israël en de Palestijnse Gebieden te laten zien zoals zij het kende van zomerse vakanties met een sliert neven en nichtjes. Haar vader komt uit Ein Mahil, een dorpje bij Nazareth, uit een gezin met twaalf kinderen. Hij kwam in de jaren tachtig voor „de liefde” naar Nederland, zegt ze, en dat was niet haar moeder. Haar ouders leerden elkaar kennen in Zierikzee, haar vader was daar eigenaar van shoarmazaak Jaffa. Hij bleef in Nederland, ook na de scheiding, hertrouwde met een Palestijnse vrouw die voor hem naar Nederland verhuisde en er werden nog twee halfbroers en een halfzusje geboren.

Nasrah Habiballah op het dak van haar huis in Jeruzalem.

In een tussenjaar na de middelbare school studeerde Nasrah Habiballah Arabisch in Bir Zeit, op de Westelijke Jordaanoever, en deed, na de opleiding journalistiek in Nederland, conflictstudies aan de universiteit van Haifa. „Deze regio is meer dan alleen het conflict, het harde nieuws. Zoals Palestijnen meer zijn dan alleen slachtoffer van een bezetting. Het is niet zo zwart-wit. Dat wilde ik graag laten zien.”

Maar haar werk werd: conflict. En al heel snel: oorlog. Of oorlogen, zoals zij zegt. Met Gaza. Met Iran. Met Libanon en Hezbollah. Het werd: 7.00 uur, live op Radio 1 Journaal. NOS Journaal. NOS Journaal in Makkelijke Taal. Jeugdjournaal. Nieuwsuur en het late NOS Journaal. Tegen die tijd was het middernacht. „Er waren al best veel van dat soort dagen, maar na 7 oktober was dat bijna dagelijks zo, maandenlang. Voortdurend standje breaking news.”

Pittig.

„In het begin weet je niet dat dit jaren gaat duren. Je denkt: dit is mijn werk, ik moet dit doen, ik wil dit doen. Door, door, door. Na een paar maanden denk je: ik houd het niet vol. Maar je moet, want het houdt niet op.”

De grens met Gaza werd direct na 7 oktober gesloten, niemand kon er meer in of uit, ook journalisten niet. Hoe kwam je aan je informatie?

„We hebben contact met mensen daar, zij zijn onze voornaamste bronnen, sommigen gaan voor ons op pad. Vaak lag het internet eruit, mobiel bellen lukte niet en materiaal kregen we niet verzonden. Het liefst wilde ik zelf ook op reportage, maar dat kon in het begin niet, want er gebeurde zoveel tegelijk. In Gaza werden steden geëvacueerd, hele gebieden werden militair gebied, er was onduidelijkheid over het lot van de gijzelaars.” En zij moest er, vanaf haar dak, duiding bij geven.

Het nieuws zat eigen verslaggeving in de weg?

„De NOS stuurde Sander van Hoorn om me te helpen en reportages te maken bij grote gebeurtenissen. De rest deed ik alleen. Achteraf, als ik terugkijk…. Bizar om hier in je eentje te zitten.”

Hoe weet je of je de situatie wel goed inschat of duidt?

„Feit is dat ik lang niet altijd alles zeker weet. Ik vind dat een correspondent eerlijk moet zeggen: kijker, lezer, luisteraar, dit zijn mijn bronnen. Die zegt dit, en die zegt dat. Ik probeer zo goed en objectief mogelijk uit te leggen wat er gebeurt.”

Jouw manier van verslaggeving wordt wel peace journalism genoemd

„Bij oorlogsverslaggeving versla je een conflict als een sportwedstrijd. Wie is aan de winnende hand, en wie lijdt de meeste verliezen. Bij peace journalism analyseer je een conflict alsof het een ziekteproces is. Je gaat op zoek naar de onderliggende oorzaken, de eerste symptomen, de verbanden en welke medicijnen eventueel zouden kunnen werken. Je probeert alle kanten te belichten en vooral, je blijft je richten op de mensen die, allemaal op hun eigen manier, onder de ziekte lijden.”

We hebben je een live uitzending zien onderbreken na een luchtalarm.  We zagen je zwanger met een scherfvest aan. Hoe zat het met jouw veiligheid?

„Het is mijn eigen keuze geweest om na 7 oktober hier te blijven én om terug te gaan toen onze dochter werd geboren.” In de zomer van 2024 was ze voor de bevalling in Nederland. „We woonden toen nog in Jaffa en daar hadden we een safe room met muren van beton en stalen luiken, de kinderkamer. De raketten van Hamas, er gaat een luchtalarm, je krijgt meldingen op je telefoon, de kans dat je getroffen wordt is, klein. Dus nee, ik heb geen seconde getwijfeld.”

Zwanger een oorlog verslaan is niet niks.

Ze lacht. „Ik had ook nog een HG-zwangerschap. Weet je wat dat is? Extreme misselijkheid en gevoeligheid voor geuren. Parfum. Eten. Lichaamsgeuren. Vreselijk. Als je pech hebt, en dat had ik, duurt het je hele zwangerschap. Live in het NOS-journaal en ik kon alleen maar denken: niet overgeven. Ik zat in een soort crisismodus: ‘Het is oorlog, ik moet door.’”

Heb je daar spijt van?

Ja, zegt ze eerst volmondig. Daar komt ze later op terug. „Ik heb geen spijt. Maar als ik terugkijk, had ik er misschien liever voor mezelf willen zijn.”

En waarom stop je dan nu?

Ze zucht. „In mijn afscheidsmail aan de NOS beschreef ik het gevoel dat je hebt als je heel lang loopt. Kilometers lopen, lopen, lopen, de ene voet voor de andere zonder na te denken. Tot je even op een bankje zit en je schoenen uitrekt. Dan pas voel je hoe moe je bent en hoeveel pijn je voeten doen. Dat had ik eind 2025. Er was een bestand met Gaza, in Nederland waren verkiezingen en voor het eerst in jaren was er even iets minder aandacht voor hier. Toen heb ik de knoop doorgehakt.”

Afgesproken werd dat ze in mei 2026 zou stoppen. In februari 2026 begon de oorlog met Iran. In maart de oorlog met Libanon. De schoenen moesten toch weer aan.

Je dochter is bijna twee…

„De beelden, de hoeveelheid nare beelden, dat komt nu zo veel harder binnen. Moeders met gewonde kinderen, ouders die de lichamen van hun dode kinderen bij elkaar moeten rapen, sowieso alles met kinderen raakt me meer. Een journalist gaat op de ellende af. Je moet het zien en horen, er is geen ruimte om je af te vragen wat het met jou doet. Maar natuurlijk, als het volstrekt normaal is geworden om terloops, bij een kopje koffie, te zeggen dat alle Palestijnen uitgeroeid moeten worden… natuurlijk voel ik daar iets bij.”

Ben je banger geworden?

„Ik heb wel meer angstige momenten gehad. Hier in Jeruzalem hebben we geen schuilkelder. Ja, verderop bij een hotel is er één, dan moet je eerst een stukje lopen. Die raketten van Iran, dat is echt een ander verhaal dan die van Hamas. Clusterrakketen, soms zonder waarschuwing vooraf. Explosies middenin de nacht, de hele lucht oranje en dan zit je met een kleintje in je armen die ook doodsbang is. Je denkt: Wat doe ik haar aan? Waarom ben ik hier? Maar als de dag daarop iedereen weer buiten komt om boodschappen te doen, denk je: oké, we gaan weer door. Het is stressvol om zo te leven, niet te vergelijken met de constante dreiging in Gaza, maar toch… Het is genoeg geweest.”

Ze gaat terug naar Rotterdam, naar het klushuis dat ze voor vertrek naar Israël al hadden gekocht en waar in de tussentijd haar vader met zijn gezin woonde. Ze is, zoals de meeste buitenlandcorrespondenten, freelancer. Zij bezint zich nog op wat ze gaat doen.

Oost-Jeruzalem, donderdagochtend. Hemelvaartsdag in Nederland, hier is het Jeruzalemdag. De ‘hereniging’ van Jeruzalem wordt gevierd. In de zesdaagse oorlog van 1967 nam het Israëlische leger het oostelijke, Arabische deel van Jeruzalem in. De annexatie is nooit erkend door de Verenigde Naties, maar premier Netanyahu heeft er in 1998 bij wet een nationale feestdag van gemaakt. Een soort Koningsdag voor nationalistische, ultraorthodoxe Israëliërs.

Duizenden mannen en jongens van nog geen 16 jaar oud trekken joelend en schreeuwend door de smalle straten van de Oude Stad. Alle Arabische winkels zijn dicht of worden afgeschermd met hekken, elk jaar breken er vechtpartijen uit, soms vallen er doden. Zwarte uniformen (politie), groene uniformen (leger) en paarse hesjes (vrijwillige vredestichters). Opstootjes drukken ze acuut de kop in. Op T-shirts, vlaggen en in liedjes wordt gehoopt op een Israël zonder Arabieren. Op voorhand worden er vast vreugdedansjes gedaan. Een cordon journalisten duikt er met draaiende camera’s bovenop om geen sprankje haat te missen.

Nasrah Habiballah

Nasrah Habiballah (1987) werd geboren in Zierikzee. Na haar studie Journalistiek aan de Fontys Hogeschool in Tilburg liep ze stage bij het NOS Jeugdjournaal. Tussen 2011 en 2014 studeerde ze Arabisch aan de universiteit van Bir Zeit en studeerde conflictstudies aan de universiteit van Haifa. Sinds 2010 werkt ze voor de NOS, eerst als freelancer, daarna in dienst (o.a. als correspondent Rotterdam-Den Haag) en weer als freelance als correspondent Israël en de Palestijnse Gebieden (2023 tot nu).

Nasrah Habiballah woont met haar partner en dochter in Rotterdam.

Midden-Oosten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next