Janneke kookt Toen Janneke Vreugdenhil jaren geleden een recept voor kip in tomatensaus met bacon en kimchi van een kookblog plukte, wist ze niet wat te verwachten. Maar de combinatie bleek gewoon erg lekker.
‘Een beetje vreemd, maar wel lekker.’ Was dat niet ooit een reclameleus voor Rivella? Het is in elk geval een tamelijk accurate beschrijving van het gerecht dat ik u ga voorzetten: kip gestoofd in een tomatensaus met bacon en kimchi. Het recept plukte ik jaren geleden eens van een Amerikaanse kookblog, juist omdat het me zo vreemd in de oren klonk. Kip in tomatensaus, tuurlijk. Kip in tomatensaus met bacon, welja. Maar wat deed die Koreaanse kimchi in zo’n mediterraan aandoend gerecht?
Er was een tijd waarin we zulke gerechten fusion noemden. Nu ik erover nadenk, volgens mij vielen de jaren waarin fusionkoken vleugels kreeg samen met die waarin we, dankzij die slimme reclameleus, dat best wel gekke frisdrankje op basis van wei begonnen te waarderen. Kennelijk waren we in de jaren negentig van de vorige eeuw in de stemming voor het ongewone, het nieuwe. Hoe dan ook, de eerste keer dat ik kip in kimchi-tomatensaus maakte, had ik echt geen idee wat ik kon verwachten.
Daarbij moet gezegd dat kimchi destijds, in Nederland, nog iets was wat je als bijgerecht kreeg geserveerd in de paar Koreaanse restaurants die ons land telde. Net zoals miso iets was wat je bij de Japanner in je soep kreeg. Het was in elk geval nog niet de trendy, alomtegenwoordige smaakmaker die het vandaag de dag is. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik heb tegenwoordig altijd wel een al dan niet zelfgemaakte, geopende pot kimchi in mijn koelkast staan, en vlij het spul regelmatig tussen tosti’s en quesadilla’s en, misschien wel mijn lievelingsbestemming: op een broodje filet americain. (Probeer maar eens: het geeft er precies de goeie pit en het juiste zuur aan.)
Goed, de vreemde kip bleek gewoon erg lekker. De fermentatiezuren van de kimchi snijden aangenaam door het vet van kip en bacon, en temperen tegelijkertijd het zoet van de tomatensaus. Het resultaat is een bijzonder bevredigende stoofpot met een complexe smaak, boordevol umami. U heeft er overigens geen fancy kimchi voor nodig. Kies liefst een traditionele soort op basis van Chinese kool uit de toko, natuurwinkel of supermarkt. Of gebruik zelfgemaakte natuurlijk, dat kan ook. Online zijn volop recepten te vinden, en in het archief van deze krant staan er ook twee van mij.
Voor we aan de kook gaan nog iets over die andere hoofdrolspeler in dit gerecht: de kip. Amerikanen zijn over het algemeen nogal geobsedeerd door ‘crispy chicken skin’ en de bedenker van dit gerecht, Chris Morocco, laat ons er daarom alles aan doen om dat velletje krokant te houden, bijvoorbeeld door de kipdelen op en niet ín de saus te laten sudderen, of er in elk geval voor te zorgen dat het velletje boven het stoofvocht uitsteekt. En ook door de pan tijdens het stoven niet af te dekken. Maar neemt u van mij aan dat het zelfs met deze maatregelen zelden lukt het kippenvel krokant te houden. Krokant kippenvel is iets voor geroosterde of gebraden kip, niet voor gestoofde kip.
Tot slot: Morocco suggereert om er eiernoedels bij te serveren en dat is helemaal geen slecht idee. Noedels, of zelfs ordinaire spaghetti, zuigen zich namelijk gemakkelijk vol met het stoofvocht. Maar aardappelpuree of, doe eens lekker fusion, polenta kan ook.
Koop voor dit gerecht een dikke plak bacon die u zelf in dobbelsteentjes kunt snijden – met in flinters gesneden plakjes mist u de zoute bite die deze blokjes geven. Lukt dat niet? Gebruik blokjes of reepjes gerookt ontbijtspek.
Voor 4 personen:
Bereiding: